Liever voorlichting dan plicht

Gisteren heeft het kabinet eindelijk een soortement van rooster bekend gemaakt: wie kan zich wanneer laten inenten, met welk vaccin is dat waarschijnlijk, en waar? Daarmee worden voor het eerst elementaire vragen beantwoord. Maar er mag wel een tandje bij: wie zorg wil dragen dat voldoende mensen zich laten vaccineren, dient allereerst de voorlichting goed op orde te hebben. Daar schort het nu nog zo aan dat OMT-leden gisteren in hun eigen ziekenhuis hoogstpersoonlijk langs alle kwalificerende personeelsleden liepen, om te informeren of zij wellicht vragen hadden.

Sommige vragen zijn simpel: waarom krijgen sommige groepen het Pfizer/BioNTech-vaccin, en krijgen anderen – na de goedkeuring ervan, die deze week ophanden is – dat van Moderna? De logistiek is daarin doorslaggevend: het spul van Pfizer & co dient diepgevroren te worden bewaard, en kun je dus beter distribueren vanuit een ziekenhuis, waar ze over zulke vrieskasten beschikken; daar ga je liever niet de verpleegtehuizen stuk voor stuk mee af.

Nogal wat mensen vragen zich af of het ene vaccin ‘beter’ werkt dan het ander. De twee waar het nu om gaat, ontlopen elkaar amper. Haast geen enkel vaccin beschermt voor de volle 100 procent; vandaar dat groepsimmuniteit van belang wordt. Hoe minder het virus rondzwerft, hoe minder die paar resterende procent ertoe doen. En voor mensen die het vaccin (nog) niet kunnen krijgen, is die groepsimmuniteit zelfs de enige bescherming. Denk aan zwangere vrouwen (bij hen zijn de vaccins nog niet getest; eerst moeten de proeven met zwangere dieren met succes zijn afgerond), baby’s (die worden gewoonlijk pas vanaf de derde maand ingeënt), of mensen wier immuunsysteem platligt, bijvoorbeeld vanwege een chemobehandeling.

Dan zijn er de dooddoeners; die zijn makkelijk te weerleggen. Zoals: dit vaccin is er te snel, dat deugt vast niet. Dat klopt niet: er zijn geen paadjes afgesneden. De vaccins zijn er snel omdat alle procedures vlot achtereen zijn doorlopen, via interim-rapportages, en met voorrang zijn behandeld; bovendien werd voor dit vaccin een procedé gebruikt dat zelf al goed is getest).  Of: de vaccins zijn op weinig mensen getest. Ook dat is niet waar: gewoonlijk worden vaccins op zo’n 5000 mensen getest, nu was dat een veelvoud daarvan: 43.500 (Pfizer), 30.000 (Moderna) en 36.500 (CureVac).

Dan zijn er mensen die bang zijn voor de langetermijneffecten van de vaccins. Maar dat hebben vaccins nu meestel juist niet: ze dienen om je immuunsysteem te trainen op de herkenning een specifiek stofje – in dit geval: het proteïne van die uitsteeksels van de viruscel, spul dat normaal gesproken nooit in je lichaam voorkomt – en wordt daarna keurig afgebroken. Na twee weken heb je niets meer van het vaccin in je lichaam, maar heeft je afweer een uiterst nuttig kunstje geleerd: hoe het virus te lijf te gaan.

De hoogste tijd voor goede voorlichting. En wie nu al aankoerst op vaccinatieplicht, begint aan het verkeerde kant van het debat.

[Beeld: US Secretary of Defense / Flickr / Wikimedia / CC 2.0 Some rights reserved (fragment)]

Zegeningen

Zelden heb ik zo uitgekeken naar het einde van een jaar. Niet dat ik erop reken dat alles volgend jaar beter zal gaan, maar op een beetje beter hoop ik toch wel – al is het maar omdat er vaccins in aantocht zijn, al blijken we in de logistieke operatie die de verstrekking ervan behelst, het sloomste jongetje van de hele klas te zijn. Moge dat de laatste blunder van Hugo de Jonge zijn.

De komende dagen wil ik me bekwamen in de schone kunst van mijn zegeningen tellen. Want heus, die zijn er. Zo is het verpleegtehuis van mijn moeder nog immer coronavrij, en wordt ze er liefdevol behandeld. Mijn vader, die volgende maand 90 wordt, is kwiek en we kunnen samen – dat hebben we afgelopen week bewezen – nog altijd met gemak een Kerstdag vullen met lange gesprekken, een wandeling, een film en een fles Drambuie.

Ik heb werk waar ik dol op ben, veel van leer, en goed in ben. Ik krijg er komend jaar zelfs een vaste baan – niet slecht, op mijn leeftijd (over vier jaar krijg ik aow). Ik heb gave collega’s en een baas met wie ik soms duchtig doorzak. Soms voelt hij als mijn tweede broer, maar dan een met wie ik godlof weinig ruzie heb.

Ik kan wat van mijn rijkdom herverdelen, en geld geven aan clubs die ik waardeer of aan vrienden die omhoog zitten.

Maar het eeuwige knagen is dit: hoe kan ik de wereld en de politiek, waarmee het in mijn ogen knap belazerd gaat, een pietsie beter maken? Aardig proberen te zijn helpt – en het is hard nodig – maar iets grondigs veranderen doet het niet. Anders stemmen helpt ook weinig, want er zijn kennelijk te weinig mensen die eenzelfde diagnose stellen als ik doe.

Het is een dilemma dat meer mensen voelen, althans: ook zij geven blijk van een nijpend verschil tussen de beoordeling van hun eigen leven en dat van de samenleving als geheel. Jaar in, jaar uit betonen Nederlanders volgens onderzoeken van het CBS grote tevredenheid over hun eigen leven, maar over de politiek en de maatschappij zijn ze aanzienlijk minder te spreken. Die krijgen steevast lagere rapportcijfers. En dat is niet omdat we ‘nu eenmaal’ graag mopperen, zoals de volksmond wil.

Wat is het dan wel?

Misschien heeft het ermee te maken dat je van jezelf altijd wel weet waar je hebt geschipperd of wanneer je steken hebt laten vallen, en ook – al is het stiekem – weet waarom. Misschien is het omdat je, wanneer je jezelf je eigen fouten aanrekent, zodoende meteen een handelingsperspectief hebt: voortaan doe ik het anders. Misschien is het omdat je denkt dat je je eigen leven wel wat kunt bijsturen, maar de samenleving niet ­– of althans, stukken minder makkelijk.

Maar misschien is het ook omdat systemen – want dat is de politiek, en de samenleving: een systeem – minder makkelijk is te veranderen dan de individuele elementen die tezamen dat systeem in stand houden.

Verandering op grote schaal is moeilijk, ook al is die soms hard nodig, of zelfs urgent. Wat zou helpen: politici die echt luisteren, en die minder vastgeroest zitten. Die het lot van mensen belangrijker vinden dan het vertrouwde systeem.

[Beeld: Pxhere, public domain]

Klaar!

Het was het meest gehoorde en meest oppervlakkige argument van 2020: ‘ik ben er wel klaar mee.’ Waar ik persoonlijk klaar mee ben: zijn mensen die ‘geen zin’ hebben om hun eigen gedrag aan te passen, hoewel ze anderen daarmee grote schade berokkenen. Hun ‘coronamoeheid’ is een van de redenen dat de zorg nu al driekwart jaar overuren maakt en toch alsnog uit zijn voegen barst. Hun onwil om voorzorgsmaatregelen in acht te nemen, bevordert dat mensen die buitengewoon kwetsbaar zijn voor het virus, amper hun huis uit kunnen en vrijwel niemand durven te zien.

Waar ik klaar mee ben is Shell, dat al decennia wist dat het tempo waarmee zij fossiele brandstof erdoorheen jagen, de wereld duur komt te staan en daarmee toch fluitend doorging. Dat Shell zo weinig investeert in groenere alternatieven dat de laatste goedwillende medewerkers het zinkende schip ijlings verlaten. Dat Shell amper belasting betaalt in Nederland, maar toch gecompenseerd wenst te worden voor ‘verliezen’ die het zal lijden door klimaatmaatregelen die het zelf weigert te nemen.

Waar ik klaar mee ben, zijn politici die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun wanbeleid en die willens en wetens fors hebben ingezet op de jacht op vermeende fraude door burgers, en hoge ambtenaren van de Belastingdienst die ‘afpakjesavonden’ regisseerden, of die verordonneerden dat dossiers van die burgers moesten ‘verdwijnen’ zodra een advocaat zich ermee ging bemoeien. Waar ik ook klaar mee ben: dat vrijwel niemand het racisme in de toeslagenaffaire benoemt, en dat de onderzoekscommissie juist dat aspect van de drek niet mocht bestuderen.

Net zoals ik klaar ben met het verschijnsel dat burgers in de schuldsanering belanden doordat de overheid dure incassobureaus op ze afstuurt, wetende dat er niets te halen valt, zodat hun schulden almaar blijven oplopen. Net zoals ik klaar ben met een overheid die momenteel meer geld uitgeeft aan consultants die de ellende mogen bestuderen die zijzelf heeft uitgericht, terwijl haast geen enkele van de gedupeerden die al jaren onder de toeslagenaffaire lijden, schadeloos is gesteld.

En breek me de bek niet open van de fraudejacht zelf: al wie een uitkering heeft, wordt op de huid gezeten, maar bedrijven – of banken – die de kluit willens en wetens belazeren, komen er doorgaans genadig van af. Voor hen is hun ‘reputatieschade’ ineens voldoende straf. Of erger: hun vorm van fraude wordt op onze eigen Zuidas gefaciliteerd.

Waar ik wel klaar mee ben, is een overheid die om de haverklap een dure – en soms liegende – Rijksadvocaat inschakelt, maar het burgers steeds moeilijker maakt om te procederen, en die zowat de hele sociale advocatuur de nek heeft omgedraaid.

Weet je – als je ergens ‘klaar’ mee bent, hoef je een ander nog geen schade te berokkenen. Laat je stem horen. Steun anderen. Stem anders. Ga überhaupt stemmen. En realiseer je dat ergens ‘klaar’ mee zijn, het lamste argument ooit is: alsof je de feiten naast je kunt leggen, waarbij egoïsme hoogtij viert.

In, spin, de lockdown in

logo Red TeamHad het Red Team het toch weer bij het rechte eind: halve maatregelen leiden tot hinkelbeleid. In, spin, de lockdown in, uit, spuit, de lockdown uit. Beter had het kabinet krachtig kunnen ingrijpen toen het eind september radicaal misging. Nu hebben we een softe lockdown van tweeëneenhalve maand achter de rug, en moeten we er alsnog keihard aan geloven.

De schade – zowel economisch als psychologisch – is daardoor nu groter dan zij anders was geweest. Het zorgpersoneel is ziek en volkomen overspannen, veel ondernemers zijn wanhopig, de horeca staat op omvallen, jongeren vliegen tegen de muur op, muzikanten en kleinkunstenaars zijn radeloos.

Maar vooral: er is weer geen plan. Een lockdown is slechts een noodstop. Maar tenzij je de rustpauze die je zo hoopt te verkrijgen benut om ander beleid in te zetten, koers je daarna gewoon op de volgende lockdown af. In, spin, de bocht weer in.

Na de eerste lockdown, in juli, hadden we het TTI-beleid op orde moeten hebben: test, trace (contactonderzoek) en isolate (quarantaine). Maar grootschalig testen hebben we, alle overheidsbeloften ten spijt, pas vier maanden later, in oktober, geregeld. Fatsoenlijk contactonderzoek is nog altijd ver te zoeken: deels omdat de aantallen besmettingen daarvoor te hoog zijn, deels omdat de GGD’s er niet tegen zijn opgewassen (en nu alleen maar meer taken krijgen toebedeeld). Van maatregelen voor quarantaine is al helemaal geen sprake: niemand die reizigers controleert die via Schiphol binnenkomen, niemand die nagaat of besmette mensen inderdaad thuisblijven, en er zijn geen maatregelen die zulk noodzakelijk thuisblijven faciliteren.

Wil de komende lockdown meer doen dan de besmettingscijfers tijdelijk naar beneden halen, dan moet de overheid deze vijf weken gebruiken om een degelijk plan te trekken.

Er moet een solide TTI-beleid komen: test, trace, isolate. Zorg dat mensen zich dichtbij huis kunnen laten testen. Zorg dat testen snel en vaak kan, en dat uitslagen maximaal een dag later beschikbaar zijn: alleen dan heeft het traceren (en waarschuwen) van contacten nut. Zorg dat mensen die in contact zijn geweest met iemand die besmet is, zonder repercussies thuis kunnen blijven: geef hen tijdens hun quarantaine betaald verlof, op basis van een rijksuitkering (zodat de lasten ervan niet op de werkgever rusten, en die hen niet kan pressen om door te werken). Zorg dat deze rijksvergoeding ook mensen geldt die in de gig-economy werken.

En nee, weten dat er nu vaccins voorhanden zijn, is geen ‘beleid’. Voorlopig zijn er te weinig doses voorhanden om iedereen in te enten. Voordat voldoende mensen zijn gevaccineerd om groepsimmuniteit te bereiken, zijn we een jaar verder. Derhalve zullen we het komende jaar nog steeds opflakkerende virushaarden hebben, die allemaal, stuk voor stuk, uitgestampt moeten worden. Plus: niemand weet nog hoe lang de nieuwe vaccins effect hebben. Met pech beschermen ze ons maar een jaar.

[Beeld: logo Red Team]

Bijgeloof en beschaving

Afrikaanse sjamaan, houtgravureDie bevolking daar was waarschijnlijk bijgelovig, kon je in het westen nog wel eens horen wanneer in Liberia of Kenia een inderhaast opgebouwde ebolakliniek door een lokale groepering werd platgebrand. Die mensen zagen dat hun geliefden en dorpsgenoten ziek de kliniek ingingen en er vaak dood weer uitkwamen, en dachten: dat kon niet pluis zijn. Ze werden er vast vermoord. Hup, dan maar de fik in die kliniek. Wat een onwetendheid van die mensen, he? Daar hadden ze toch mooi zichzelf maar mee!

Ze wantrouwden buitenstaanders daar, hoorden we hier wel als verklaring wanneer medewerkers van Artsen Zonder Grenzen of het Rode Kruis werden vermoord. Zo raar! Zo kortzichtig! Die mensen in witte jassen kwamen toch om ze te helpen? Konden ze daar niet wat dankbaarder zijn voor al ‘onze’ inspanningen?

Die mensen daar snapten niets van moderne geneeskunde, bromden mensen hier wel. Tsja, slecht opgeleid he, dan krijg je dat. En ze vertrouwden liever op hun eigen medicijnmannen, hoe dom en bijgelovig kon je toch zijn.

Je vraagt je intussen af hoe mensen daar nu tegen ons zouden aankijken, als ze hoorden wat hier gaande is. Meewarigheid zou ons deel zijn. We hebben immers een groeiend aantal mensen die denken dat je doodziek wordt wanneer je mondmaskertjes draagt, en die menen zichzelf effectief tegen een nieuw, potentieel dodelijk virus te kunnen beschermen met vitamine D, of met zink, of die overtuigd zijn dat ze ‘onschendbaar’ zijn en het virus niet kunnen krijgen. Met mensen die oprecht geloven dat een vaccin tegen dat virus een microchip bevat die hun dna aanpast en hen in robots zal doen veranderen. Met mensen die tientallen decennia aan kennis, kunde en ervaring klakkeloos terzijde schuiven en zich daar trots op beroepen.

Aan bijgeloof inmiddels geen gebrek. Er is zelfs een iteratie van het aloude, antisemitische complotsprookje van stal gehaald: onze ‘elite’ zou kinderen verhandelen en het bloed van baby’s drinken.  De mensen die beweren ons tegen een onzichtbare ziekte te willen beschermen, doen dat alleen omdat ze eropuit zijn om ons hun wil op te leggen.

En alles lijkt gelegitimeerd: spugen op politici en die uitjouwen, journalisten lastigvallen, verpleegkundigen belagen, buschauffeurs in elkaar trappen, zorgverleners dood wensen, wetenschappers tot moordenaar of machtswellusteling verklaren.

En intussen gaat het met de aanpak van de vermeende ‘elite’ ook niet goed. Het kabinet zwalkt, het OMT heeft zijn onafhankelijkheid slecht bewaakt, de testcapaciteit blijft achter, het contactonderzoek ligt volledig op z’n gat, de ziekenhuizen moeten de normale zorg opgeven en de zorgverleners lopen op hun laatste benen.

En de besmettingen, die blijven stijgen. Intussen zit iedereen die weet dat-ie extra kwetsbaar is, al maanden achtereen thuis, en wordt hen verteld dat ze zich wellicht moeten ‘opofferen’ om de jonkies meer ruimte te geven.

Oh brave new world, that has such idiots in it.

[Beeld: Afrikaanse sjamaan, houtgravure, Wellcome Collection]

Journalistiek versus voxpop

Beeld: PxfuelBij elke grote crisis die de laatste jaren op ons afkwam, wordt de wetenschap in twijfel getrokken. Dat gebeurde bij de opwarming van de aarde en de rol van fossiele brandstof daarin, en nu bij de coronapandemie. Het gaat niet eens over fake news, al speelt ook dat een rol. Het gaat vooral over mensen die hun argwaan jegens instituties inmiddels hebben omgezet in een breedspectrum wantrouwen.

Deels betreft het mensen die alles aangrijpen om twijfel te zaaien over zowat alle instituties: wetenschap, politiek en de rechtstaat zelf. Deels zijn het mensen die denken dat solide kennis vergaren een fluitje van een cent is, en dat een avondje Facebook-berichten lezen volstaat om beslagen ten ijs te komen.

Tegen mensen die zo opereren, lijkt geen kruid gewassen. Wie al meent te weten hoe de vork in de steel zit, zet zijn overtuiging kracht bij door zich hapsnap lezend vast te houden aan elk bericht dat hem in zijn mening sterkt, en alles wat dat tegenspreekt, af te doen als ‘hullie’ die ‘ons’ willen bedonderen. Ik ben het er niet mee eens, dan kan het niet kloppen.

Dat is de antithese van kennis vergaren. Dat laatste veronderstelt: je hypotheses testen en durven verwerpen, kritiek op je bevindingen serieus nemen, je aanvankelijke standpunt kunnen overstijgen, en streven naar beter begrip – oftewel: een open debat voeren, geschraagd op feiten en gedegen inzichten. Wat we nu zien: jezelf ingraven, jezelf afsluiten, je eigen ‘gevoel’ als uitgangspunt en maatstaf nemen, geen tegengeluid dulden, en contraire opinies verdacht maken. Dat het OMT zich soms als een belegerde instantie gedraagt en kritiek afweert, helpt niet.

De aandacht van de media voor ‘verzet’ en ‘afwijkende opinies’ maakt het er niet beter op. Niet dat je tegenstemmen moet negeren, in tegendeel, maar om er nu een dagelijkse – en vrij oppervlakkige – serie van te maken, zoals Nieuwsuur momenteel doet, is het andere uiterste. Kritiekloos profileren wie het in welk land het allemaal ‘niet eens’ zijn met overheidspogingen het virus in te dammen, zorgt eerder voor verdere ondermijning van beleidsmaatregelen dan voor een verbeterde aanpak. Wat dat betreft was de uitnodiging van IC-deskundige Diederik Gommerts aan #ikdoenietmeermee-voorvrouw Famke Louise om nu eens écht door te praten, aanzienlijk verstandiger: haar kritiek smolt bij nader inzien weg als sneeuw voor de zon.

Je hoeft de adviezen van het OMT niet braaf op te lepelen, noch elke maatregel voor zoete koek te slikken. Wat je wel kunt doen: vragen hoe beslissingen tot stand zijn gekomen, nagaan waarop die zijn gebaseerd, uitzoeken hoe ze zich tot elkaar verhouden, controleren hoe ze worden uitgevoerd, en wat daarvan de consequenties zijn. (En gezien de barre resultaten mag je je afvragen of de huidige strategie van pappen en nathouden zinnig is.)

Maar hou op met de voxpopjes. Ze voeden ressentiment, en zijn even zinnig als een astroloog vragen wat de beste remedie tegen kanker is.

[Beeld: Pxfuel]

Minkukels

Voor mijn part ‘geloof’ je niet in corona, en er de pest in hebben dat de maatregelen om de stijgende verspreiding een halt toe te roepen weer worden verscherpt, is volkomen logisch. Voor veel mensen zijn die bovendien financieel een harde dobber, of zelfs de laatste druppel. (Juist om die reden was ik tegen van het rappe tempo waarmee we vanaf juli uit de lockdown gingen – hadden we eerst de testcapaciteit en het bron- en contactonderzoek op poten gezet, en terdege bekeken hoe elke versoepeling uitpakte, dan waren ook wij nu waar Duitsland al lang is – amper nog besmettingen, en hoofdzakelijk klein, relatief beheersbare uitbraken.)

Voor mijn part ‘geloof’ je niet in corona, of denk je dat je zelf niet besmettelijk bent. Maar het duurt soms een week voor je doorkrijgt dat je drager bent geworden, en dan nog hoef je zelf geen symptomen te hebben om tussentijds volop anderen te kunnen aansteken. Een maskertje draag je niet alleen voor jezelf: je voorkomt ermee dat je per ongeluk, en zonder het te weten, een ander besmet. Je moeder. Je lief. Je kind. Die aardige collega, of je beste maat.

Voor mijn part ‘geloof’ je niet in corona, en wil je geen mondmasker dragen. Maar aanvaard dan de consequenties: blijf weg uit het openbaar vervoer, en je boodschappen bestel je maar online. En doe niet alsof mensen die wel een maskertje dragen, zich laten muilkorven. Je bent geen haar beter dan zij.

Zeur evenmin dat je met zo’n frutsel op ‘haast niet kunt ademhalen’: de artsen en verpleegkundigen die je ouders, je buren en met pech straks ook jou moeten verzorgen, hebben maandenlang een aanzienlijk dikker en stugger mondkapje moeten dragen, soms hele diensten achter elkaar, met overuren erbij. Ze hadden daar nog handschoenen, een spatbril en haarnetje bij. Zij klaagden niet over benauwdheid, zelfs niet over de absurde werkdruk – ze zeiden alleen dat ze doodmoe waren, en bang.

Voor mijn part ‘geloof’ je niet in corona. Maar noem jezelf geen ‘vrijheidsstrijder’ als je expres te dicht bij een politicus gaat staan en die in het gezicht blaat of naar een van hen spuugt. Noem het geen ‘verzetsdaad’ als je een verpleegtehuis dat dicht moest vanwege een rondwarende uitbraak, opbelt om het personeel dood te wensen. En wie met een groepje gelijkgestemden bij een school gaat protesteren, uitgerust met borden met daarop ‘mondkap = kindermishandeling’, doet weinig meer dan zichzelf belachelijk maken, de kinderen schrik aanjagen, de docenten van slag brengen en kindermishandeling ernstig devalueren. Dan ben je gewoon een minkukel.

Voor mijn part ‘geloof’ je niet in corona. Maar intussen krijgt het er alle schijn van dat zulk ongeloof vooral hardop wordt geventileerd door mensen die zich god in eigen ego wanen, en wier vrijheid er hoofdzakelijk uit bestaat dat de rest mag stikken.

De coronamaatregelen in acht nemen, wordt zo welhaast een bewijs van beschaving, en het mondmasker een teken van weldenkendheid.

[Beeld: leo2014 via Pixabay]

Na slim kwam soft

logo Red TeamWeer een lockdown, ditmaal een softe. Ik ben blij toe: de besmettingen nemen hand over hand toe, zelfs terwijl de testcapaciteit in elkaar donderde. De afgelopen zeven dagen werden er gemiddeld 2651 positieve tests per dag gemeld, tegen 1799 een week eerder. Ook de ziekenhuisopnames stijgen ‘ineens’ hard (heus, die kon je zien aankomen). Het reproductiegetal zit al een tijdje boven de 1,3 – en alles boven de 1 is foute boel: het betekent exponentiële groei van het virus.

Maar de maatregelen die gisteren zijn aangekondigd, zijn niet voldoende. Het kabinet moet minder op de verantwoordelijkheid van burgers sturen, en die van zichzelf ter hand nemen. Ik heb wel wat suggesties.

Ga uit van het voorzorgsprinicipe, zoals Femke Halsema gisteren bepleitte, en voer een mondkapjesplicht in. Die helpen verdere verspreiding tegen te gaan, zeker wanneer iedereen ze draagt, op plekken waar afstand houden moeilijk is. Stel ze verplicht in scholen, winkels, overheidsgebouwen, theaters, bioscopen, en vooral in de zorg. Het is krankjorum dat in ziekenhuizen niet iedereen zo’n ding draagt.

Breng de labcapaciteit fors omhoog en breng de testen dichterbij. Laat ze bijvoorbeeld in huisartsenposten afnemen, en geef iedereen die daar behoefte aan heeft meteen het griepvaccin van het seizoen: ook nog een griepgolf erbij is het laatste wat we kunnen gebruiken.

Coronadashboard, besmettingen maart t/m september

Zet het bron- en contactonderzoek beter op: dat kan weer werken als we het reproductiegetal omlaag krijgen, en we zullen het hard nodig hebben totdat er een veilig vaccin is. Zorg dat iedereen die getraceerd is, zich snel kan laten testen: mensen die geïnfecteerd zijn maar (nog) geen symptomen hebben, kunnen het virus doorgeven.

Zorg dat iedereen die snottert, snel kan worden getest. Dat zal later verduveld handig zijn, als mensen na de infectie te maken krijgen met langdurige effecten ervan (wat nu long covid is gaan heten), zich moeten beroepen op extra zorg, revalidatie of uitkeringen. Een bewijs dat ze corona hebben gehad, zal soms bittere noodzaak zijn wil het UWV of hun arbeidsongeschiktheidsverzekering hun conditie accepteren.

Regel dat AOV-verzekeraars en hypotheekverstrekkers niet mogen vragen of je covid-19 hebt gehad en op grond van een doorgemaakte besmetting je individuele ‘risico’ niet hoger mogen inschalen.

Zorg dat iedereen die positief getest is, een week lang ziekteverlof krijgt, betaald door de overheid – dat maakt het voor mensen die niet thuis kunnen doorwerken eenvoudiger om in quarantaine te gaan, en legt de lasten niet eenzijdig bij de werkgevers. Vraag maatschappelijke organisaties om in te springen met dingen als boodschappen doen. Zet arbeidspools op voor bedrijven waar veel werknemers uitvallen.

Als dat allemaal geregeld is, en we zitten weer onder een infectiegraad van 1, dan zijn we robuuster, en zijn we weer in staat om voorzichtigjes de maatregelen te versoepelen. Het kabinet moet minder zeuren over ons gedrag, en zelf de regie nemen.

[Beeld: logo van het Red Team Covid-19 Nederland / @C19RedTeam]

De minister van corona doet zijn werk niet

Eind vorige week was het op nog slechts 14 van de 100 GGD-testlocaties mogelijk een afspraak te maken: de laboratoria die het afgenomen materiaal door de machines moeten halen, hadden nog nauwelijks capaciteit over. Gisteren stortte het systeem compleet in: Nieuwsuur constateerde dat er nergens nog een GGD-locatie viel te bekennen waar je terecht kon. Tegelijkertijd meldde het RIVM dat er diezelfde dag liefst 1300 testen positief bleken.

De besmettingen stijgen, terwijl de testcapaciteit voortdurend tekortschiet. En minister De Jonge blijft steevast beloven dat het ‘binnenkort’ heus allemaal goed komt. Zodat we nu in de akelige situatie komen dat iemand moet gaan bepalen wiens beroep ‘vitaal’ genoeg is om voorrang te mogen krijgen. Leraren en zorgpersoneel kunnen voortaan sneller terecht voor een test, beloofde minister De Jonge vrijdag, terwijl zijn partijgenoot Hubert Bruls, de voorzitter van het Veiligheidsberaad, daar juist fel tegen was: volgens Bruls hebben mogelijk andere groepen voorrang nodig, zoals politiemensen en vuilnismannen.

Zijn we nu werkelijk in de situatie gekomen dat we onderling moeten vechten wie zich een wattenstaafje in neus en strot mag laten duwen, terwijl ‘testen, testen en nog eens testen’ al maandenlang het credo is? En terwijl veelvuldig testen de enige manier is om de bewegingen van het virus in kaart te brengen, en verdere verspreiding ervan tegen te gaan?

Zeggen dat het allemaal wel meevalt, omdat de ziekenhuisopnames haast niet stijgen, is je kop in het zand steken. Je wilt ruimhartig testen opdat de covid-opnames beperkt blijven. Zeggen dat het nog niet zo erg is, omdat nu vooral jonge mensen besmet raken, is al even kortzichtig: die jongeren leven niet geïsoleerd van de rest van de bevolking, en er zijn te veel berichten dat ook onder mensen die amper ziek worden, een coronabesmetting voor flinke gezondheidsschade kan zorgen – denk aan achteruitgang in longcapaciteit of aantasting van de hartspier.

Intussen zijn er tal van commerciële labs die hun diensten aanbieden om de nood te lenigen. Sommigen leuren al maanden met hun testcapaciteit. De Jonge zegt keer op keer dat hij ‘in onderhandeling’ is met deze labs, maar er gebeurt te weinig – zelfs zo weinig dat je aanmelden voor een test maandag nergens kon.

Hoe kan het dat de minister van corona zulke elementaire zaken nog steeds niet op orde heeft, een half jaar nadat de coronacrisis zich in Nederland aandiende? Hoe komt het dat Nederland nog altijd klungelt en zwalkt met zijn testbeleid, terwijl het de landen om ons heen wel lukt? En intussen is het bron- en contactonderzoek al helemaal ingestort.

Van crisismanagement is geen sprake, evenmin als van heldere lijnen en duidelijk beleid. Hugo de Jonge denkt zich met volzinnen uit een volksgezondheidscrisis te kletsen. En die brekebeen moet straks de lijsttrekker van het CDA worden. Hadden ze Pieter Omtzigt maar gekozen.

[Beeld: CC0 | pxhere]

Van spinnenweb naar visgraat

De gemeente moet hier geld besparen om ’t daar te kunnen uitgeven, en kampend met zowel een coronacrisis als met instortende kademuren en brakke bruggen zijn prioriteiten nodig. Allemaal begrijpelijk. Vandaar dat ik liever constructief meedenk dan te boos te worden na het lezen van de plannen van de gemeente om te bezuinigen op het aanvullend openbaar vervoer (AOV) in de stad.

Voor de gezonde lezer: het AOV is bedoeld voor ouderen (75-plussers) en voor mensen met een fysieke beperking. Wie zoals ik een Canta heeft, valt daar niet onder: met die Canta kan ik goeddeels mijn eigen vervoer regelen. Deze bezuiniging gaat ook niet over rolstoeltaxi’s, daar is weer een iets andere regeling voor.

Wie onder de 75 is, heeft een speciaal pasje (plus bijbehorende keuring) nodig om er een beroep op te mogen doen. Het AOV komt neer op taxi-achtig vervoer voor de prijs van een ov-ritje. Wie hulp nodig heeft bij het in- en uitstappen, moet zelf iemand meenemen en ook voor hem of haar betalen. Ritjes zijn maximaal 25 km, maar de meeste mensen reizen kortere trajecten. Ze gaan naar de markt, naar familie in een andere wijk, en doen dat vaak maar eens per week.

Alleen al vanwege de vergrijzing zullen, zonder tegenmaatregelen, steeds meer mensen in aanmerking komen voor het AOV; de oplossing die de gemeente kiest, is om gaandeweg het aantal kilometers af te bouwen dat iemand zo jaarlijks mag reizen; ook gaat de eigen bijdrage omhoog.

Maar er zijn andere oplossingen te bedenken. Juist vanwege de vergrijzing – maar ook omdat de stad minder auto’s wil – is een inclusief ov noodzaak. Maar het openbaar vervoer wordt al jarenlang juist minder bereikbaar, en minder toegankelijk. Voor veel ouderen zijn de grotere afstanden tussen tram- en bushalte die met de ov-herziening van 2018, toen de stad omschakelde van een spinnenweb- naar een visgraatmodel, een grote hindernis. Ook moet je sindsdien meestal meer overstappen, wat een flinke last kan zijn. Zorg dat de haltes weer wat dichter bij elkaar komen.

Zorg ook dat de plateaus van de tramhaltes niet meer zo’n barrière zijn: de afgelopen jaren zijn die zeker een decimeter opgehoogd, wat veel gehannes veroorzaakt – ook voor mensen met kinder- of boodschappenwagentjes. Geen wonder dat je zelden mensen met een rollator of rolstoel in de tram aantreft: je komt er bekant niet in, al was het maar omdat je eerst de horde van de tramheuvel moet zien te nemen.

Met een scootmobiel kun je al helemaal niet in het openbaar vervoer – dat maakt dat iedereen die alleen mondjesmaat kan lopen, niets heeft aan het openbaar vervoer: wil je daarin, dan moet je je scoot thuislaten, maar zonder die scoot is de halte weer geheid te ver. Gevangen tussen Scylla en Charybdis.

Waarom zorgen we niet voor beter begaanbare, bereikbare en toegankelijke haltes? De gemeente fixeert zich op het rollend materieel zelf, de bus, tram en metro, maar de infrastructuur eromheen is zeker zo belangrijk. En die aanpassen is veel goedkoper. Vooral: het aanvullend ov beperk je pas nadat je het algemeen ov toegankelijk hebt gemaakt.