Spiegelend staal

Het was ontroerend vanaf de eerste blik. Stond je erbuiten, dan keek je op de roestvrij stalen platen van de zwevende overkoepeling, die tot spiegels zijn gepolijst. Ze strekken zich hoog uit en ontnemen je het zicht op stroken lucht, bomen en gebouwen voor je, en schuiven daar de reflectie van andere gebouwen, bomen en lucht voor in de plaats. Je krijgt een verbrokkeld vergezicht, een gebroken geschiedenis, opnieuw bijeen gemetseld. De wereld werd plots een kaleidoscoop.

Eenmaal afgedaald in het monument werd die ervaring heviger. Ook onder de overkoepeling spiegelde het staal. Wie dicht bij een muur stond en omhoog keek, zag de muur op zijn kop terug en uiteindelijk ook zichzelf ondersteboven weerspiegeld. De wereld was ineens een slag gekeerd.

Loop je er rond, dan zie je overal muren, met allemaal ingemetselde steentjes, ruim 102 duizend ­– elk met een naam erop. Namen van echte mensen, doelbewust afgevoerd uit Nederland en overgebracht naar de vernietigingskampen, en daar vermoord om wie ze waren: joden, Sinti en Roma. Het was een doolhof: de wereld een raadsel.

De eerste naam die ik op een van de steentjes las, was die van Bernard: geboren op 11-11-1940, 1 jaar oud geworden, en toen vermoord. Bernard was nog maar een peuter, en toch werd ook hij vergast in een van de vernietigingskampen. De wereld: een hel.

Het was druk. Overal liepen mensen. Sommigen wandelend, andere her en der namen lezend, enkelen duidelijk op zoek naar een specifieke naam: die van een vader, een tante, een broer of zus. Veel mensen raakten af en toe steentjes aan, ik ook. De wereld: het oproepen van geschiedenissen, de doden een naam geven, en zo weer een plaats voor hen inruimen.

Tussen de muren stonden jonge bomen in stenen perkjes. Ergens bij een hoek van de S – alle naamstenen zijn alfabetisch gerangschikt, en de muren zelf zijn op hun beurt geordend in Hebreeuwse letters, die samen het woord voor ‘In herinnering’ vormen – stonden drie ranke bomen. Daarnaast zat een katje, een jong dier nog, hooguit drie maanden oud. Hij was zwart met witte sokjes, trok zich geen sikkepit aan van het volk om zich heen en rekte zich uit door zijn klauwen in een boom te zetten, zo hoog als hij maar kon. Hij knauwde vervolgens aan de bast en hapte er enthousiast een stukje van af. Het leven, vol onschuld. Bernard, 1 jaar oud.

In Berlijn heb ik het Holocaustmonument daar gezien, het Denkmal für die ermordeten Juden Europas. Ook een doolhof, maar dan zwaarmoedig: een raster van immense betonnen blokken die boven de bezoekers torenen. Daar weegt de geschiedenis loodzwaar op je – misschien wel terecht, het is immers een Duits monument, en de schuldvraag is daar nog pregnanter dan hier.

Dit monument is anders. Het is licht en helder. Het nodigt uit tot aanraken, het zoekt contact. Mensen raken er met elkaar aan de praat. Er lopen zelfs jonge katjes doorheen.

Foto’s: Karin Spaink

Het Holocaust Namenmonument werd op zondag 19 september geopend. Het is bedacht, verdedigd en bevochten door Jacques Grishaver, de voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, en ontworpen door de Pools-Amerikaanse architect Daniel Libeskind. Er worden nog sponsors voor de naamsteentjes gezocht. Het Berlijnse Holocaustmonument werd op 10 mei 2005 geopend en is ontworpen door Peter Eisenman.

Rolwisseling

Bas Heijne ontleedde afgelopen weekend in NRC Handelsblad de stoere taal die ministers tegenwoordig bezigen. Het kabinet eist dat ‘de onderste steen boven komt’ over vlucht MH17. Dijsselbloem ‘baalde’ van de fikse loonsverhoging die de top van staatsbank ABN Amro zichzelf toebedeelde. Rutte verlangt op hoge toon openheid van Brussel over de naheffing die Nederland kreeg opgelegd.

Allemaal toneel, betoogt Heijne. De loonsverhoging bij ABN Amro was keurig met het ministerie afgestemd, Rutte beweegt in Brussel juist hemel en aarde om het dossier over de naheffing gesloten te houden. De regering wil de ware toedracht over die vlucht over de Oekraïne liefst ontwijken: anders komt onze band met Poetin (en dus: met Gazprom) in gevaar.

Het kabinet speelt voor de bühne. Na ons applaus gaan de gordijnen potdicht. De hoofdzaken van beleid worden achter de schermen gesmeed, van publiek debat ontdaan, en zonder behoefte de burger te vertellen welke afwegingen spelen. Ooit een zinnig, inhoudelijk debat over TTIP meegemaakt, de laatste maanden? Een serieus debat over het absurde verschil tussen wens en werkelijkheid bij de uitvoering van de nieuwe Zorgwet? Een oprechte poging om beleidskwesties in hun volle complexiteit aan burgers uiteen te zetten, in plaats van ze in slogans te gieten? Nee. Daar doen kabinetsleden niet meer aan.

Des te opmerkelijker was de voorstelling die ik datzelfde weekend zag: theater met échte acteurs. In een uitverkocht Carré legden vijf mannen in pak in anderhalf uur tijd het publiek de finesses uit van de houdgreep waarin de banken de wereld hebben genomen. Ze wijzen niet met de vinger: ze leggen uit, ze illustreren, ze doceren en informeren.

Ik heb nog nooit zoiets gezien. Het was flitsend toneel, uitmuntend geacteerd en met zichtbaar plezier gespeeld: geestig, levendig en leerzaam, vol scènes die inzichtelijk maken welke bedrieglijke constructies de banken verzonnen en die plaatsvervangende gêne teweegbrengen over hoe makkelijk wij klanten ons laten bedonderen zodra er een pot goud in de verte gloort. Brecht zou jaloers zijn op dit stuk.

(De verleiders: door de bank genomen is overigens consequent uitverkocht. Wie zei daar dat mensen apathisch zijn, zich afkeren van ingewikkelde onderwerpen, en dat alles eindeloos versimpeld moet worden?)

Na afloop kwam ik overeind voor een daverend applaus. Dat lukte niet: in een verrassende epiloog legden de acteurs hun rol af en ontpopten zich als meedogende activisten. Ze vertelden dat het afgelopen jaar liefst 25 bankdirecteuren zichzelf van het leven hebben beroofd, een teken dat ook in die kringen het besef leeft dat ergens iets grondig is misgegaan. Ze presenteerden daarna hun burgerinitiatief OnsGeld, nu al ruim 100.000 maal getekend.

Deze acteurs deden het werk dat politici jarenlang hebben laten liggen. Het was een fantastische rolwisseling: een ware masterclass.

Dansen met een tweede lichaam

Via Bright stuitte ik gisteren op een prachtig filmpje. De beelden zijn vervreemdend, ontroerend, hartverscheurend en betoverend tegelijkertijd; maar au fond vooral simpel, en juist dat maakt ze zo aangrijpend.

Je ziet twee danseressen die elk gekleed zijn in dunne zijden jurken met daarop een print van andermans lichaam. Zodra de danseressen bewegen, golft dat tweede lichaam om ze heen. En omdat de zijde dun is en toch hun eigen lichaam verhult, zie je pas bij een verdubbeling – wanneer het op zijde geprinte lichaam met het dragende lichaam eronder – de contouren van beide lichamen verschijnen.

En die contouren veranderen steeds maar. Zolang ze bewegen, blijft zowel hun eigen huid als hun tweede huid ongrijpbaar. Je ziet hoe ze hun tweede huid langzaam van elkaars ledematen wegtrekken of verschikken. Je weet wat er gebeurt. Maar het effect blijft onnavolgbaar.

Ook hun gezichten zijn niet stabiel. Je ziet die veranderen wanneer daar een zijden gezicht overheen wordt getrokken, of juist er langzaam vanaf wordt gehaald. En zelfs terwijl je beide gezichten ziet, weet je niet meer waar je moet kijken en wat nu echt is/

Het geheel is sprookjesachtig mooi. Lichamen zijn hier soms niet anders dan een vel, uiterlijk vertoon: ineens blijkt dat de mens die in die huid verpakt is, anders is (of kan zijn) dan de buitenkant doet denken.

Hier kun je het filmpje zien. Het duurt helaas maar drie minuten – van mij mocht dit gerust een kwartier of zelfs een uur duren….

de bedenker van dit geheel is Imme van der Haak. Haar project is ook tentoongesteld in Londen, maar helaas lipe die tentoonstelling maar tot 1 juli. Anders was ik alsnog spoorslags afgereisd.

Alles kan!

[Foto: Agnes Jaspers]

Terwijl ik buiten wachtte, zag ik alleen maar blijheid. Iedereen die met zijn autootje de Gashouder in- of uitreed, had een grote glimlach. Ook het publiek werd erg vrolijk van ons Cantaballet, Bezoekers werden zelfs ontroerd: tientallen mensen vertelden me na afloop hoe geraakt ze waren geweest, ja zelfs tranen in hun ogen hadden gekregen. [Bekijk het hele ballet via Uitzending Gemist.]

Het ballet zat vol met verbintenissen. Choreograaf Ernst Meisner had de gouden ingeving om alle Cantarijders die ingewikkelder patronen zouden rijden, een danser als vaste passagier te geven. Zij hielpen waar nodig, gaven aanwijzingen, en zorgden desgewenst voor hun bestuurder. Zodoende werd er ook ín de autootjes samengewerkt, wat je in de voorstelling voelde. (Er was zelfs een danser die op de balletvloer doodkalm het stuur overnam van een Cantarijder die plotseling door zenuwen werd overweldigd.)

Meisners tweede gouden greep was een dubbel duet. Eerst voerden Casey Herd en Marisa Lopez – twee sterren van Het Nationale Ballet – een pas-de-deux uit. Nadat Marisa was weggerend, kreeg Casey een nieuwe partner: geen prima ballerina, maar een prima Canta. We dansten soms vergelijkbare figuren, mijn autootje zwierde en zwaaide, Casey stopte mij, ik achtervolgde hem. Het was het pièce de resistance van het ballet: de Canta danste hier echt. En ons duet oogde verrassend teder. [Bekijk een Youtube filmpje van dit dubbele duet.]

Voor Casey was het lastig om de controle uit handen te geven. Hij moest zich letterlijk aan mijn autootje overgeven, zich erdoor laten voortslepen en vertrouwen op mijn stuurkunst en manoeuvres. Voor iemand die met dusdanig gemak ballerina’s optilt en omhoog gooit dat zijn bijnaam ‘the truck’ is, bepaald een ongewone ervaring…

Het Cantaballet was een ode aan samenwerking, een ode aan verbintenissen, een lofzang op anders kijken. Ook voor de Cantarijders zelf pakte dat zo uit: niemand voelde zich nog gehandicapt, iedereen voelde zich op de eerste plaats danser. Iedereen had het gevoel dat er nu eindelijk anders naar ze kon worden gekeken.

Dat sterkende effect werkte door naar Cantarijders die niet aan het ballet meededen. Diverse mensen mailden dat ze, door de tv-serie voorafgaand aan de uitvoering, eindelijk moed hadden gevat om grotere afstanden af te leggen. ‘Als jullie ermee kunnen balletten, moet ik er toch mee naar de andere kant van de stad kunnen?’ En hupsakee: dat deden ze dan, voor het eerst!

Het Cantaballet was vooral een ode aan de kunst. Alles kan, wanneer je verbeelding wordt gestimuleerd. Dan kun je zelfs gehandicaptenautootjes laten dansen.

Ballet klaar!

Het ballet is achter de rug. En het was prachtig. Ik heb bijna alles kunnen zien, maar nogal hap-snap; een scène hier en dan weer een scène daar, omdat ik natuurlijk ook zelf iets moest doen. Gisteren hebben we drie voorstellingen gedaan: ‘s middags de generale repetitie, en ‘s avonds de twee publieksvoorstellingen. Het ging alledrie de keren vrijwel foutloos! Nergens schade ook, alleen een zijspiegel eraf geloof ik :)

Het was een ecclatant succes. Bijna elke scène kreeg applaus, en na afloop kregen we beide keren een staande ovatie die zeker vijf miunuten duurde. Er zijn later enorm veel mensen op me afgekomen die me vertelden dat ze tot hun verrassing geroerd waren, dat ze de tranen in hun ogen hadden. en veel mensen hadden zelfs gehuild…

Ik trouwens ook. Bij de eerste doorloop woensdag sprongen me onverwacht de tranen in de ogen zodra het eerste autootje opkwam, en toen er eenmaal zestien rode Canta’s rondreden, rolden de tranen over mijn wangen. Maartje kwam naar me toelopen en zei: ‘Spaink, ik moet zo huilen…!’ Toen hebben we samen een tijde jankend zitten kijken naar dat prachtige schouwspel daar op de dansvloer. Het gebeurde nu allemaal echt!

Zondagavond wordt het ballet uitgezonden bij de NTR op Ned2, van 19:00 tot 20:00. Allemaal kijken!

Oonderstaand een paar foto’s van mijn pas-de-deux met Casey Herd, eerste solist van Het Nationale Ballet.

Foto: Het Nationale Ballet / ©Angela Sterling

Foto: Robert Scheer

Toi toi toi

Sinds maandagochtend is er een militaire operatie gaande in de Gashouder: de boel wordt er in drie dagen tijd volledig verbouwd en heringericht. Er moet een heleboel gebeuren: het draaiboek telt zestien dichtbedrukte pagina’s.

Volgspots ophangen. Tribunes opbouwen. Dranghekken plaatsen. Balletvloer leggen. Videoschermen ophangen. Vloerverlichting prepareren. Kleedkamers bouwen. Crewcatering ontvangen. Koffiebalie inrichten. Bedjes neerzetten voor tussentijds vermoeide Canta-rijders. Danskostuums uithangen. DJ-spullen aansluiten. Verkeersregelaars en beveiligers briefen. Rode overalls uitdelen aan crew. Polsbandjes geven aan deelnemers. Winkeltje inrichten. EHBO en brandwacht instrueren. Opbouw kassa. Publieksbegeleiders instrueren. Zorgen dat die ene bezoeker die met bed en al komt, een goede plaats krijgt. Wc’s schoonmaken. Acht tv-camera’s installeren.

Monteurs ontvangen en een werkplek geven. Vijftig balletdansers, twee coureurs en drieënvijftig Canta-rijders ontvangen. Alle Canta’s controleren op schade en kijken of ze voldoende benzine hebben. Zekerheidsbeurt geven aan een paar autootjes. Sommige autootjes nog even wassen. Canta’s in de juiste volgorde en voor de goede deuren parkeren. Gastenlijsten nalopen. Duimen dat het droog blijft. Alles nóg een keer controleren.

Zo raar dat iets waaraan je twee jaar lang aan hebt gewerkt, ineens in bestek van drie dagen uit de vloer gestampt wordt: al die plannenmakerij materialiseert zich nu in een razend tempo.

Als alles klaar staat – en we op woensdag twee keer een volledige doorloop hebben gedaan, plus op donderdagmiddag nog een generale repetitie – dan gaan we het ’s avonds eindelijk echt doen: het Nationale Canta Ballet, een grote show met live muziek, videoschermen, vijftig balletdansers en ruim vijftig Canta-rijders. We hebben een corps de ballet en een corps de Canta, stuntwerk, een pas-de-deux voor twee solisten van Het Nationale Ballet en een pas-de-deux voor prima Canta en solist, plus een heuse circusscène. Het wordt een soort West Side Story met autootjes.

Ik raak doodnerveus. Doen we het allemaal goed als het erop aankomt? Tijdens de repetities reden we als keien, maar hoe doen we het in de spotlights, met overal publiek omheen? Dansen met je familie, je geliefden en honderden wildvreemden in de zaal is immers een stuk enger…

Komt allen! Er slechts twee voorstellingen, en er zijn nog kaarten! Steek ons een hart onder de riem en kom genieten van het spektakel.

En nee, we doen het hierna niet nog een keer. Na donderdag zijn we allemaal weer gewone Canta-rijders en doodnormale balletdansers. Alleen die donderdagavond vallen we allemaal hoogst elegant en heel sensationeel uit onze rol.

Eindelijk!

Deze week voeren we – na godbetere twee jaar van voorbereidingen, vergaderingen en repetities – eindelijk Het Nationale Canta Ballet uit: een bijzondere samenwerking van Het Nationale Ballet en Canta-rijders. Met vijftig balletdansers en vijftig Canta-rijders gaan we iets heel moois neerzetten.

Er is een corps de ballet en een corps de Canta; in de voorstelling mengen beide groepen zich, maar soms dansen ze ook elk apart. Er is een dubbele pas de deux: eerst dansen twee solisten van Het Nationale Ballet samen (Marissa Lopez en Casey Herd), meteen gevolgd door een pas de deux tussen een balletdanser en een Canta-rijder (Casey Herd en ik, wat mij – oh joy! – tot de prima Canta maakt). Er zijn massale scènes, er zijn intieme scènes. Er zijn ontroerende scènes, er zijn spectaculaire scènes.

En overal ligt gevaar op de loer. Want dansen met autootjes is niet zonder gevaar. Mensen kunnen gerust tegen elkaar aanlopen, maar bij autootjes is dat meteen een botsing. Wanneer je Canta-rijder bent en je danspartner een mens is – een professionele danser met erg dure benen – wordt het werkelijk uitkijken.

Voor iedereen die het moeilijk vindt om zich een voorstelling te maken van een ballet tussen dansers en autootjes, is er deze video. Deze opname (ik heb ‘m met mijn mobieltje gemaakt) is van 17 mei: de eerste keer dat er echt werd gerepeteerd. En toen deden we dit al! Terwijl ik zowat alle bewegingen al kende, en ze zelfs had helpen bedenken, stond ik bekant te juichen toen ik dit zag. Het is net The West Side Story, maar dan met autootjes.

We voeren het ballet uit op 28 juni 2012, in de Gashouder in Amsterdam. De voorstelling wordt maar twee keer uitgevoerd, en daarna nooit meer. Het is dus nu of nooit.

Er zijn nog kaartjes. Die kosten 30 euro. Dat lijkt een klap geld, maar ‘t is een schijntje wanneer je weet hoeveel rompslomp en organisatie er bij dit ballet komt kijken. Je kunt je kaartje digitaal bestellen of telefonisch, via 020 6255 455.

***

Maartje Nevejan heeft een prachtige documentaire-serie gemaakt (uitgezonden door de NTR) waarin de lange weg naar dit bijzondere ballet is vastgelegd. De vier afleveringen zijn hier terug te zien:

Wie een exemplaar van De benenwagen wil kopen, mijn boek over de Canta, kan dat na de voorstelling doen. We bieden voor de gelegenheid een speciale, gebonden editie van het boek aan, en na beide voorstellingen zit ik klaar in mijn Canta om te signeren. (Dammit. Waarom klink ik altijd zo raar als ik reclame voor mezelf moet maken?)

Op 1 juli zendt de NTR een registratie van Het Nationale Canta Ballet uit.

Kijken komt na luisteren

Wanneer er op een tentoonstelling een koptelefoon naast een schilderij hangt, denk je meteen: ‘Oh nee, achtergrondinformatie.’ Niemand die zo’n ding oppakt, want dan zit je eraan vast. Zet je hem na twee seconden af, dan ben je alsnog een cultuurbarbaar, en welk gezicht trek je in hemelsnaam met die koptelefoon op? Moet je bedachtzaam naar het schilderij knikken, zo van ‘Goh, nu u het zegt, dat was me niet eerder opgevallen…’?

Deze keer was alles anders. Nadat de eerste bezoekers in de grote tentoonstelling van de Impressionisten in Hermitage hun schroom hadden overwonnen – daarbij heftig aangemoedigd door mij – stonden de kijkers in de rij voor die koptelefoon. Want ditmaal huist daarin geen droge uitleg. Zbigniew Wolny heeft een geluidslandschap gemaakt bij het schilderij dat voor ons hangt. We zien badende dames in Versailles. We horen klaterend water, ruisende bomen, fluitende vogels en flarden van conversaties.

Via een ingenieus systeem van sensors ‘weet’ de koptelefoon precies waar de kijker staat, waardoor het afgespeelde geluid afhankelijk is van je positie voor het schilderij. Wie heen en weer drentelt, hoort steeds het gesprek pal voor zich opklinken, terwijl de geluiden van links en rechts tot gemurmel wegzakken. Het resultaat: Wolny brengt het schilderij tot leven. (Zelf noemt hij het resultaat een sonic painting.)

Anderhalf uur lang heb ik staan kijken hoe mensen reageerden. Nu had ik daar persoonlijk belang bij: ik had namelijk de teksten mogen verzinnen van de gesprekken die op dat schilderij werden gevoerd, en was razend nieuwsgierig hoe mensen zouden reageren.

Het overtrof mijn stoutste verwachtingen. Sommige mensen zetten de koptelefoon geschokt af: het was ze te intiem, ze voelden zich plotseling een voyeur. Kijken naar die blote dames vonden ze geen probleem, maar naar ze luisteren was moeilijk te verteren. Anderen drentelden eindeloos heen en weer, in een poging om alle conversaties – die immers simultaan werden gevoerd – enigszins te volgen.

Bijna iedereen zei: ‘Ik ging anders kijken. Beter, vooral. Ik keek ineens niet naar de techniek of de compositie, maar naar het verhaal. Wie waren die mensen? Hoe leefden ze? En ik vroeg me steeds maar af: die vrouw daarachter, die zelfs nu nog stil bleef, wat zou zij hebben gezegd?’

Ik heb altijd geloofd dat mensen een stem geven, maakt dat je beter – en vaak: anders – naar hen gaat kijken. Zbigniew Wolny heeft die theorie prachtig bevestigd.

Tableau vivant

Gisteravond was de officiële opening van een grote tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam: Impressionisme – sensatie en inspiratie. Daar is ook werk van mij, uh, mee te maken :)

Zbigniew Wolny benaderde me een paar maanden geleden met een bijzonder verzoek: wilde ik een tekst schrijven bij een schilderij, of beter gezegd: gesprekken bedenken bij een schilderij? Hij zou die opnemen, allerlei omgevingsgeluiden erbij mixen en daarvan een geluidsinstallatie maken. Zodoende maakte hij er een sonic painting van. Afhankelijk van je positie voor het schilderij zou soms het ene, soms het andere gesprek luider opklinken, zodat je als het ware in het schilderij werd opgenomen. Het schilderij zou naar je uitreiken.

Ik vond het een fantastisch idee en deed graag mee. Het schilderij dat de Hermitage voor Zbigniews project had uitgekozen, was Bathing of Court Ladies in the 18th Century van Francois Flameng. Als voorbereiding bekeek ik een fikse stapel documentaires over het hof van Marie-Antoinette en las allerlei fragmenten uit de geschiedenis. Onderstaand mijn gesprekken. Hoofdpersonen: de twee hofdames linksachter de fontein, de twee jonge meisjes zittend rechts, en de liggende naakte vrouw rechtsvoor. [Een grotere versie van de afbeelding vindt u hier.]

Meisjes:
Thérèse (links, opgetogen): Mijn vader zei gisteren dat hij –
Virginie (rechts, onderbreekt haar): Och kijk nu Thérèse, daar komt Isabelle aan! Zij zou vandaag toch de Koningin vergezellen?
Thérèse: Hm. Men zegt dat Marie Antoinette haar niet kan uitstaan.

Hofdames:
Christine (staand): Madame Isabelle! U heeft besloten ons alsnog met uw aanwezigheid te vereren! Men zei dat u verhinderd zou zijn.
Isabelle (in koets): Ma chère Christine! Voor geen prijs zou ik het genoeglijke samenzijn hier missen.
Christine: En de Koningin? Wie heeft nu de eer om haar vandaag gezelschap te houden, als ik u vragen mag?
Isabelle: Hare Majesteit is vandaag helaas niet gedisponeerd.

Meisjes:
Virginie [giechelt]: Niemand kan haar uitstaan. Zelfs haar echtgenoot mijdt haar zo veel als hij kan.
Thérèse: Op mij maakt ze niettemin een prettige indruk, ik begrijp de aversie tegen haar niet goed.
Virginie: Men zegt dat ze heult met de libellisten.

Peinzende vrouw:
Heerlijk, de zon op mijn huid. En even geen kostuum aan, wat een opluchting. [..] Mijn korset knelt me meer dan normaal. [..] Ik zal toch niet zwanger zijn? God verhoede. Dit zijn geen tijden om een kind te krijgen. Het land roert zich, de Koning is besluiteloos, de Koningin verdrietig, en men betwist haar loyaliteit aan La France. ‘La Autrichienne’ noemen ze haar nu.

Hofdames:
Christine: Och, het spijt zeer me dat te horen… De arme, arme Koningin. Zelfs uw verkwikkende verschijning kon haar door zorgen geteisterde gemoed niet verlichten?
Isabelle: Zij liet mij weten dat ze troost hoopte te putten uit het gezelschap van haar kinderen. De gouvernante heeft ze zoeven naar de vertrekken van de Koningin begeleid.
Christine: Wij mogen God danken dat zij een tweede zoon heeft. Nu de Dauphin zo ernstig ziek is, is dat een grote troost voor haar en voor het volk. Wat zou er van Frankrijk worden zonder een troonopvolger?

Meisjes:
Thérèse: De libellisten?
Virginie: De schrijvers van die vuige pamfletten… Maar laat ons in hemelsnaam ons daarover niet bekommeren, politiek is zo’n vulgair onderwerp. Vertel me liever wat je vader zei.
Thérèse [begint te ratelen]: Je raadt het nooit. Ik ga trouwen! Papa nam me gisteren terzijde en vertelde me dat hij een kandidaat op het oog heeft. De onderhandelingen lopen voorspoedig, zei hij, hij verwacht eind deze week het contract te kunnen bezegelen. Stel je voor, Virginie, dan ben ik straks verloofd! Het is Eduard, een volle achterneef van de Koning.
Virginie: O! Dan kun je gelukkig hier in Versailles blijven!

Peinzende vrouw:
Men zegt dat de edelen binnenkort belasting zullen moeten gaan betalen. Alsof wij niet al voldoende kosten hebben, ik kan mijzelf nog amper een nieuwe jurk veroorloven… Als ik zwanger ben, zal ik heus een nieuw kostuum moeten aanschaffen. [is eventjes stil]
Hm! Kijk Madame Stéphanie daar dromerig zitten. Hoor ik het goed? Ze zingt zelfs een melodietje, het is lang geleden dat ik haar in zo’n goede stemming heb gezien. Zou ze eindelijk een minnaar hebben genomen? [..] Jammer dat Louis nooit een minnares heeft. Gebrek aan viriliteit schaadt de Koning. Een slappeling in bed is een slappeling daarbuiten.

Hofdames:
Isabelle: Was meneer uw echtgenoot gisteren ook aanwezig bij de vergadering van de Éstats Généraux? Men zegt dat de Communes besloten hebben om de Assemblée Constituante uit te roepen. Nadat de Koning de vergadering ophief, schijnt men dat bevel te hebben genegeerd.
Christine [afgemeten]: Madame, ik weet hoegenaamd niet wat mijn echtgenoot overdag uitvoert, en hijzelf is godzijdank zo verstandig om tijdens ons souper mijn eetlust niet met politiek gebabbel te bederven. Helaas is niet iedereen even delicaat als hij.
Isabelle [koeltjes]: Mijn oprechte excuses, ma chère. Ik verkeerde in de veronderstelling dat de toekomst van ons land op uw warme belangstelling mocht rekenen.

Meisjes:
Thérèse: Gisteravond passeerde ik hem toen we onze plaatsen innamen bij het grote diner, we waren maar een paar meter van elkaar af. Virginie, ik bezweer je dat hij me een smachtende blik toewierp! Ik kon geen hap meer door mijn keel krijgen.
Virginie: Eduard is een fiere man, recht van rug, en met sterk bloed. Jullie zullen zonder twijfel gelukkig worden…
Thérèse: O, ik ben nu al verliefd!

Peinzende vrouw:
En het hof maar roddelen over de lusten van de Koningin. Alsof haar hoofd naar affaires staat … Ik heb meelij met Marie Antoinette. Niemand vertrouwt haar, en straks sterft het enige dat ze Frankrijk heeft gegeven.

Hofdames:
Christine [vals liefjes]: Madame, de Koning is de toekomst van ons land. En de Dauphin. En u weet opperbest dat hun welzijn mij terdege aan het hart gaat.
Isabelle [idem]: Maar natuurlijk weet ik dat, Madame. U staat wijd en zijd bekend om uw grote hart.
Christine: U vleit mij, Madame.
Isabelle: Geen enkele vleierij doet u recht.

Meisjes:
Virginie: Krijg je een nieuwe jurk voor de verloving? En zal die nog wel op tijd gereed zijn, wanneer het contract mogelijk al deze week wordt gesloten?
Thérèse: Papa vertelde me dat de naaisters al aan het werk zijn gezet. Mama heeft hoogstpersoonlijk het dessin en de snit uitgekozen. Zachtgeel, met brede paniers aan weerszijden. Overmorgen ga ik hem passen! Wil je mee?
Virginie: Overmorgen? Dan kan ik niet… Mijn papa heeft, nu de Éstats Généraux ontbonden zijn, besloten een bezoek aan zijn neef in Italië te brengen. Mama en ik gaan mee. Hemel – ik besef nu pas dat ik dus niet op je verlovingsbal aanwezig kan zijn…
Thérèse: Nee toch! Ik had gehoopt dat je daar de kennismaking met mijn broer kon hernieuwen. Ik weet dat je een oogje op hem hebt.

Peinzende vrouw:
Hoor die meisjes toch… Haar papa wil een neef in Italië bezoeken? Me dunkt dat het niet om een simpele visite gaat. Ik vermoed dat haar papa voorlopig in Italië blijft. Dat zou een verstandig besluit zijn. Had ik maar familie in het buitenland…

Hofdames:
Christine: Kom Madame, ik zal u naar een geschikte plaats begeleiden.
Isabelle: Heel vriendelijk, u bent te goed!

Meisjes:
Virginie: Thérèse, ik ben zo verliefd…

Peinzende vrouw:
Ik hoop werkelijk dat ik niet zwanger ben.