Vingeroefening

De langste hittegolf, de heetste dag, de droogste zomer, de grootste afkalving van de ijsbergen, de hevigste stortbuien – het hagelt records, dit jaar, maar geen van allen verdienen ze gejuich.

In Californië werd het afgelopen week 44 graden (*), en er woekerde een heuse firenado: een tornado van vuur. De ijskap van Groenland smelt sneller dan we in 2019 dachten, en toen vonden we al dat het tempo waarin hij afkalfde ‘moordend’ was. De uitstoot van methaan, een van de krachtigste broeigassen, is nooit zo hoog als nu geweest. De permafrost dooit zo snel dat er sink holes in de bodem ontstaan. Oogsten leveren minder op doordat bijenvolken sterven. De sprinkhanenplaag in de Hoorn van Afrika is van een niet eerder vertoonde omvang.

Klimaatexperts waarschuwden dat de opwarming van de aarde vooral voor extremer weer zou zorgen, dat de extremen elkaar steeds sneller zullen opvolgen, en dat de het ene exces het andere uithaalt. Ze krijgen gelijk. Klimaatexperts vrezen dat het point of no return steeds sneller nadert. Ik hoop dat ze geen gelijk hebben, maar daarop vertrouwen durf ik niet.

En wij maar ventilators kopen, daarmee het energieverbruik nog eens opjagend. Wij maar opblaaszwembadjes neerzetten en die dagelijks opnieuw volgooien, like there is no tomorrow. Eigen koelte eerst.

Kun je bij de coronacrisis nog hopen dat we binnenkort misschien terug kunnen naar het oude normaal, bij de klimaatcrisis lukt dat niet. Het moet permanent anders. Alles moet anders: minder consumeren, minder vliegen, minder verspillen, minder verpakken, minder vlees eten, minder melk drinken, minder monocultuur, minder raffineren, minder vervoeren, minder bemesten, minder intensivering, minder efficiëntie. en vooral: minder energie verstoken. En dat moet allemaal heel, heel rap. Meer lokaal, meer lopen, meer fietsen, meer bloemen, meer bijen, meer vlinders, en meer kleinschalig verbouwen en handelen,

Roepen dat je er ‘nu wel klaar mee bent’ is er met de klimaatcrisis niet bij. Bij corona kun je nog denken dat het jou niet aangaat: je bent jong, je denkt immuun te zijn, je bent het afstand houden moe. Kortzichtig, maar soit. (Wie heeft overigens ooit gedacht: ‘Ach, ik heb al tien jaar opgelet op de snelweg, nu is het mooi geweest. Weg met die verkeersregels!’, en dacht daar furore mee te kunnen maken?)

Met de klimaatcrisis werkt die kop-in-het-zand strategie zeker niet. En als ik kijk naar Nederland, dan boezemt die klimaatcrisis me extra zorgen in. We zijn een land van watjes: al moe na drie uur een mondmasker op, al gesloopt na een paar weken soepele quarantaine. En steeds maar denken dat ‘wij hier’ het beter doen of doorhebben dan de rest van de wereld, terwijl we – zowel op het vlak van het klimaat als dat van de coronabestrijding – het er uiteindelijk stukken slechter vanaf brengen dan veel andere ‘ontwikkelde’ landen.

We zakken voor deze vingeroefening, terwijl we ons rijk rekenen en onszelf veilig wanen. Maak je borst maar nat. En geef de KLM nog wat staatsteun. Want vliegen zullen we!

 

(*) In een woestijn in die staat, in Death Vallley, was het afgelopen zondag zelfs 54,5 graden: een van de hoogste temperaturen ooit gemeten.

[Beeld: Still uit een video van Chris Tangey van een firenado in Australië (2013).]

Gooi maar over de schutting

Beeld: jorono, op PixabayAfgelopen donderdag hield het kabinet weer een persconferentie over corona, en kondigde aan dat mensen met ingang van deze week voortaan bij horecabezoek hun contactgegevens moeten achterlaten. Dit om te zorgen dat, mocht een bezoeker (of medewerker) later besmet blijken te zijn, andere mensen gewaarschuwd kunnen worden.

De horeca kloeg steen en been, bij monde van de branchevereniging. Het klonk vooral verongelijkt. ‘De aandacht voor corona en horeca is buiten proportie.’ Mij lijkt dat elke plek waar mensen gedurende langere tijd redelijk dicht bij elkaar zitten, zonder mondmaskers op, terwijl ze veel lachen en praten, onze volle aandacht verdient.

Maar de branchevereniging had volkomen gelijk dat het kabinet akelig summier was geweest. ‘We willen weten hoe lang gegevens bewaard moeten worden. Moet dat digitaal? Op papier? Wie mag het opvragen, voor welke doeleinden?’ Met zulke vage instructies kon je de horeca toch moeilijk opzadelen, vond de branche. En even later: ‘De gast mag ook niet geweigerd worden als hij niet meewerkt.’

Dat laatste mag waarschijnlijk wel, net zoals je een klant die lazarus is, die andere gasten lastigvalt of die zich niet volgens je regels kleden, de toegang kunt ontzeggen dan wel uit je etablissement mag verwijderen. Een notitie waarin het kabinet vastlegt hoe en op welke grond zulke gegevens kunnen worden verzameld, was verstandig geweest. De regering hamert echter liever op ieders persoonlijke verantwoordelijkheid en laat momenteel alles aan ‘de mensen’ over.

Privacy-jurist Jeroen Terstegge boog zich erover, en bedacht een handzaam setje regels. Houd het bij papier, dat schept het minste risico op oneigenlijk gebruik, en vergt weinig omhaal (en het bespaart ons de zoveelste app). Laat geen lijsten rondgaan, want dan zie je als nieuwe invuller de gegevens van de mensen die je voor gingen. Vraag per setje gasten één van hen om naam en contactgegevens te noteren, geef ze een papiertje als je ze hun tafel wijst, en neem dat in zodra je de eerste bestelling aflevert. Bewaar de formuliertjes achter slot en grendel, en vernietig ze na twee of drie weken: daarna zijn ze immers niet meer relevant. En vooral: die gegevens uitsluitend overhandigen aan de GGD, nadat van een bezoeker bekend is geworden dat hij of zij besmet is.

Zoals Terstegge laconiek schreef: ‘Het is geen rocket science.’

Maar nee. Het kabinet wil iets – registratie van bezoekers aan de deur – legt niet uit hoe dat moet, en trekt vervolgens de deur achter zich dicht. Zoekt u zelf maar uit op welke wet u zich moet baseren, hoe u de zaak aanpakt – wij hebben gezegd wat wij willen wat u doet, en de rest is niet ons pakkie-an.

Het getuigt van een hemeltergende labbekakkerigheid. Gooi maar over de schutting, laat de mensen het zelf maar oplossen. Dat laat een toch al pruttelende branche alle ruimte om flauwe gelegenheidsargumenten uit de kast te halen – ‘Moet het op papier, of digitaal?’ – en getuigt niet echt van een gevoel van urgentie. Het kabinet deed een plas, en alles bleef zoals het was.

[Beeld: jorono op Pixabay]

Misplaatst optimisme

Eric Yahnher, ‘Pandemic Lovers (after Magritte)’, 2020Ook mij hangt het de keel uit. Ik wil argeloos de schouder van een collega kunnen beetpakken, iemand vanzelfsprekend omhelzen, hartelijk handen schudden, tegen een vertrouweling aanleunen, een vriend stevig vastpakken. Ik kan gelukkig thuis werken, zonder financiële consequenties, maar ik mis de dagelijkse omgang met collega’s vreselijk. Vooral dat je nu voor zowat alles een formele videomeeting moet beleggen hindert me – alle terloopsheid, alle natuurlijkheid is kwijt.

Inmiddels haat ik dat opgelegde optimisme van Rutte, zijn jubelend-bezwerende ‘Jongens, we doen het goed!’ Want we doen het helemaal niet goed: we zijn er collectief slecht aan toe.

Er zijn duizenden mensen vroegtijdig overleden, tienduizenden zijn ernstig ziek geweest, soms met langdurige consequenties, we zijn allemaal bang geweest dat wij of onze geliefden besmet zouden raken, en we hebben in een paar maanden tijd onze zorgverleners volledig uitgewoond. Soms parasitaire maar rijke bedrijven als Uber, Booking en Tesla hebben miljoenen overheidssteun geïncasseerd, terwijl kunstenaars, muzikanten, theatermakers en acteurs de pest konden krijgen en kleine podia stilletjes omvallen. Kinderen en jongeren hebben maandenlang school gemist en kregen inderhaast in elkaar geklust onderwijs-op-afstand. De werkloosheid stijgt schrikbarend, en veel bedrijfjes gaan failliet.

Intussen neemt de besmettingsgraad weer toe, nu ook onder jongeren, en Rutte steekt zijn duimen maar weer eens omhoog. Hij deelt complimentjes aan het volk uit, als was het strooigoed.

Ik wil geen snoepjes van het kabinet, geen lolly als een kusje als troost voor onze collectieve kapotte knie. Ik wil een regering die de huidige stijging van de besmettingsgraad bloedserieus neemt, die onze zorgen erkent in plaats van die met opgestoken duim weg te wuiven. ‘Jullie doen het super hoor, ga zo door!’

Ik snak naar bewindslieden die hardop durven zeggen dat sommige bedrijven – nertsfokkers, slachtbedrijven, uitzendbureaus die arbeidsmigranten in krappe behuizingen en volle bussen proppen – er een rotzooi van maken, en dat Booking zelf maar zijn broek moet ophouden. Naar bewindslieden die, zoals burgemeester Aboutaleb, zeggen dat sommige gedragingen zo onverstandig zijn dat ze vanwege het gevaar waarmee ze anderen opzadelen, niet kunnen worden getolereerd, en die heldere lijnen vaststellen: afstand houden, of anders een masker op.

Ik snak naar talkshow-items en krantenartikelen waarin oprecht wordt verkend wat we de afgelopen maanden hebben verloren en hebben moeten inleveren, en hoe we onder deze omstandigheden verder kunnen, zonder meteen in de reflex te schieten dat we de maatregelen ‘dus’ beter kunnen afschaffen.

Zolang niemand onze pijn, angst, zorgen en ellende publiekelijk serieus neemt, zijn de enigen die ogenschijnlijk soelaas bieden degenen die er ostentatief de brui aan geven. Van jongeren die illegale feesten organiseren en vakantiegangers die in kuddes stranden en parken opzoeken, tot mensen die het virus tot hype of hoax degraderen en het beschouwen als een snode poging van onze overlords om het volk aan banden te leggen.

Wie geen perspectief biedt, drijft mensen naar de gekkies, waar een mondmasker afwijzen ‘vrijheidsstrijd’ heet en knuffelen wordt geframed als verzetsdaad. Ruttes ongefundeerde optimisme stuwt mensen in de armen van de viruswaanzin – en beiden ontkennen de harde realiteit: we zijn nog lang niet van dat virus af.

• . •

Noot: ik had Action genoemd als een van de bedrijven die steun hadden aangevraagd, maar dat was ten onrechte: Action heeft geen steun aangevraagd.

[Beeld: Eric Yahnker (website en op Tumblr) – ‘Pandemic Lovers (after Magritte)’, 2020, Oil on canvas, 27.5 x 36 inches, 70 x 91 cm. Een van de kunstwerken in de tentoonstelling ‘Second smile’ bij galerie The Hole (New York). Wegens de coronacrisis kon de expositie alleen digitaal worden bezocht; die is hier nog te zien.]

Oude angsten

Haar zinnen maakt ze nog zelden af, en ze praat zacht. Meestal komt er weinig meer dan wat flarden uit haar mond, een gebroken ketting van woorden.

‘…zo bang…’

Ze knijpt krampachtig in mijn hand, haar knokkels worden er wit van. Met mijn vrije hand streel ik haar arm.

‘Kun je me vertellen waar je bang voor bent?’ vraag ik. Ze kijkt me niet-begrijpend aan. Die zin is te ingewikkeld. Nieuwe poging. ‘Waar ben je bang voor?’

‘Dat ik…’ Haar stem stokt, ze snikt kort, haalt oppervlakkig adem. ‘Dat ik … verkeerd doe.’

‘Wat doe je dan verkeerd?

‘Weet niet.’

Even later heeft ze het over ‘slaan’. Dan: ‘slagen’.

Ineens gaat me een licht op. ‘Ben je bang voor je vader?’ vraag ik.

Ze kijkt me aan en knikt.

Haar vader is ruim veertig jaar dood, misschien al vijftig jaar. Jo Stolk was een arrogante, bombastische man die zijn vrouw bedroog en het huishouden tiranniseerde. Hij jatte het vlees van mijn moeders bord, prikte met een vork in haar arm als ze hem tegensprak, sloeg meerdere Spaanse rietjes kapot op haar rug en haar billen, sloot haar op in de bezemkast en zette haar een keer in de winter ’s nachts op straat, terwijl ze niet meer aanhad dan ondergoed en een dun jasje.

‘Och meisje toch,’ zeg ik tegen haar. ‘Weet je: hij mag hier niet binnenkomen. Ik zal de zusters waarschuwen dat ze je vader nooit mogen binnenlaten. We zullen je beschermen.’

Ze knijpt in mijn hand. Even later loop ik naar de verpleging om ze te zeggen dat mijn moeders angst, tenminste soms, haar dode vader geldt. Iemand maakt subiet een aantekening in haar dossier: ‘Tegen mevrouw zeggen dat haar vader hier niet kan komen.’

Even later stijgt de paniek weer. ‘Wat moet ik nou,’ mompelt ze verslagen.

‘Volhouden,’ zeg ik, ‘en veel toetjes eten.’ Ze is tegenwoordig dol op toetjes.

‘Dat is toch duur!’ zegt ze, bijna verontwaardigd, met wat voor haar doen een volzin is.

‘Ik betaal,’ stel ik haar gerust. ‘Heus, ik verdien genoeg voor extra toetjes.’ Ze moet lachen.

De volgende dag zit ze vast in een akelige groef. Ze zegt weinig anders dan ‘Ik wil naar huis’ en ‘Ik wil hier weg’, afgewisseld met kort gesnik. Met haar rechtervoet schuift ze dwangmatig over de vloer. Wil-weg (snik) naar-huis (schuif).

Na een kwartiertje geven mijn vader en ik het op, we dringen niet tot haar door, en onze aanwezigheid lijkt haar alleen maar ongelukkiger te maken. Als we buiten staan, zegt mijn vader: ‘Ik weet me soms geen raad.’

Ze wil dood, weten we. Maar dat mag niet, dat kan niet. Ze heeft euthanasiepapieren, maar ze heeft niets getekend dat van toepassing is bij dementie. Ze kan haar wil niet meer kenbaar maken, behalve met gesnik of met wanhoop.

Nooit geweten dat je iemand van wie je houdt, zo innig de dood kan toewensen.

[Beeld: PicRepo, public domain]

‘We zijn er klaar mee’

Logo van Facebook-groep‘We zijn er nu wel klaar mee, met dat virus,’ zei ene Henk. Hij was een van de circa 500 mensen die vorige maand een nachtelijke rave in het Amsterdamse Bos hielden. Afgelopen weekend was daar weer zo’n feest. Ditmaal hadden ze een muziekinstallatie, er was lachgas te koop, en ze hadden entree betaald. Ze hielden geen afstand tot elkaar, en droegen uiteraard geen mondmaskers. Beide keren brak de politie het feestje op, en beide keren slingerde die helaas niemand op de bon.

Er is inmiddels een Facebook-groep opgericht die datzelfde motto als naam draagt: ‘We zijn er klaar mee’. Het is een groep barstensvol complottheorieën: Rutte liegt over het virus, zo beweert de banner die die groep siert, en er staan berichten met titels als ‘There is no pandemic’ en ‘Alleen samen kunnen wij corona leugens verslaan’.

Voor hen hoeft het niet meer, al die bescherming en al die voorzorgsmaatregelen. Ze zijn er he-le-maal klaar mee. Ach ja, Je hebt al tien keer een condoom gebruikt toen je met iemand neukte en steeds opnieuw bleek er niets mis te gaan: geen soa opgedaan, niemand zwanger geworden. Volkomen logisch dat je nu wel ‘klaar’ bent met die condooms. Hoppa, weg met al die bescherming. Hoog tijd voor het vrije leven!

Groepen Nederlandse jongeren met eenzelfde ‘fiere’ inzet teisteren ook het Portugese Albufeira en het Belgische Knokke. Ze zochten zelfs de confrontatie met de politie ter plaatse. Die wist gelukkig wel raad met ze, en deelde boetes en nachten in het cachot uit. Dat ontlokte een van de feestgangers een schaamteloze verklaring: ‘Weet je, het is gewoon racisme, die Belgen haten ons,’ wist ene Bart, die de Volkskrant genadiglijk te woord stond. (Bart wilde niet op de foto, ‘omdat hij later nog “bedrijven en aandelen” van zijn familie moet overnemen’.) Bart beweerde met droge ogen: ‘Die agenten van ze meppen gewoon met knuppels op ons in. Natuurlijk ga je dan als Nederlander voor je eigen volk opkomen.’

Bart grijpt elk excuus aan, hoe flinterdun ook. Bart speelt zelfs de racismekaart. Het kwam geen seconde bij Bart op dat regels ook voor hem gelden, want hij wilde graag feest vieren en is met een gouden lepel in zijn bek geboren. Evenmin als Bart kennelijk bedacht dat hij – mocht hij besmet raken – misschien zelf geen grote kans liep eraan dood te gaan, maar zijn ouders wel. Ach soit: dan vielen die aandelen hem gewoon wat eerder toe.

Het egoïsme is stuitend. ‘Ik heb last van de regels, dus fuck it: ik houd me er niet aan.’ De rest kan stikken, desnoods letterlijk, wegens fatale ademhalingsproblemen.

Intussen stijgt het aantal besmettingen in de Verenigde Staten angstaanjagend. Daar komen er nu elke dag zo’n 60.000 mensen bij, en bedraagt het dodental liefst een kwart van alle geregistreerde coronadoden ter wereld.  Want ook in de VS waren ze he-le-maal klaar met dat virus, zodat gouverneurs alle voorzorgsmaatregelen afschaften. You only live once, toch?

De dikke vinger van de KLM

Volgens mij ging het fout bij de luchtvaart: daar mochten ze ineens alles weer van het kabinet, zonder enige rem op de capaciteit. De cabines konden hutjemutje vol, afstand houden was niet nodig, ‘want anders is het economisch niet rendabel’. Hopla, alle principes en afspraken die Rutte het volk maandenlang had ingeprent, gingen in één klap overboord – maar uitsluitend voor die ene sector.

‘Fuck,’ dachten de café- en restauranthouders, de film- en theaterzalen, de concert- en poppodia, de bus- en de treinbedrijven terecht. ‘En wij dan? Wij houden ons hoofd ook niet boven water als die anderhalvemeterregel gehandhaafd blijft.’ Waarom werd de luchtvaart als enige uitgezonderd, terwijl de KLM bovendien miljardensteun en -garanties kreeg?

Het effect: het draagvlak voor de afstandsregel stortte prompt overal ineen. Niks gelijke monniken, gelijke kappen, niks ‘alleen samen komen we hier doorheen’. Hier werd één sector voorgetrokken en uitgezonderd. Daardoor klonk elke voorzorgsmaatregel – die we tot dan toe voor het hogere doel zo goed en zo kwaad als mogelijk hadden nageleefd – plotseling als willekeur, als pure hypocrisie, en voelde het voor alle andere sectoren als: ‘ze moeten ons hebben’, en ‘naar ons luisteren ze niet’. Zo voedde het kabinet het ressentiment tegen hun eigen beleid.

Wat de kwestie extra akelig maakt: de luchtvaart wordt al ontzaglijk bevoordeeld: er wordt geen btw geheven over vliegtickets, en kerosine is vrijgesteld van belasting. Ook trekt de luchtvaart zich amper iets aan van klimaatbeleid. En juist deze sector werd vrijgesteld van maatregelen die er elders zo enorm inhakken?

Intussen heeft de NS grote problemen. De afgelopen maanden hadden de Spoorwegen weinig passagiers, wat door het thuiswerken maar mondjesmaat bijtrekt. Het bedrijf moet op korte termijn 1,4 miljard bezuinigen en er staan 2300 banen op de tocht. Alle vervoersbedrijven samen kregen van het kabinet een noodpakket van 1,5 miljard; dat haalt op geen stukken na wat voor de KLM wordt uitgetrokken. Terwijl openbaar vervoer bepaald essentiëler is voor de maatschappij dan stedentripjes naar Barcelona of zonvakanties naar Turkije.

Nu blijkt de minister ook nog te hebben gelogen: Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) meldde de Tweede Kamer eerder dat vliegtuigen een uniek ventilatiesysteem hebben, waardoor de binnenlucht elke drie minuten wordt ververst. ‘De HEPA-filters vangen het virus voldoende af,’ zei ze. Gisteren moest diezelfde minister in een Kamerbrief toegeven dat dergelijk onderzoek helemaal niet bestaat, noch dat daarin ‘op korte termijn [is] voorzien’.

Voortrekkerij, een smak geld en leugens – geen zee gaat het kabinet kennelijk te hoog om de KLM te beschermen. Zelfs het maatschappelijk draagvlak voor de bestrijding van een dodelijke ziekte mag daaronder lijden.

[Beeld: public domain pictures]

Waanzin

logo ViruswaanzinTom Zwitser, de man achter uitgeverij De Blauwe Tijger en geestverwant van Thierry Baudet, beweerde half maart nog dat de overheid veel te weinig deed tegen corona. Volgens hem zag de regering het nieuwe virus als een uitstekende methode ‘om van oude, dure zorgpatiënten af te komen, en om de farmaceutische industrie aan een flinke duit te helpen’. Zwitser riep daarom op tot een ‘totale’ lockdown. Niemand de deur uit!

Niets veranderlijker – of opportunistischer – dan altright, want afgelopen zondag zou diezelfde Tom Zwitser op het podium hebben gestaan bij een demonstratie tegen de lockdown en voor de afschaffing van de anderhalvemeterregel.

Die demonstratie was georganiseerd door Viruswaanzin. De groep, die zich inmiddels afficheert als politieke organisatie, is opgericht door Willem Engel. Die stelt onder meer te ‘vermoeden dat het RIVM onderzoeksresultaten heeft vervalst en Van Dissel de Tweede Kamer mogelijk onjuist voorlichtte’. Covid-19 was ‘een vals alarm’, dit is ‘een gewone griepgolf’.

Samen met jurist Jeroen Pols heeft Engel de staat gedaagd om de lockdown te doen beëindigen. Volgens Engel is er sprake van massahysterie en zijn we bovendien allang immuun. Ook gaan de meeste mensen niet dood aan, maar met corona. In de dagvaarding stelt hij dat in Italië ‘naar schatting’ minder dan 300 mensen zijn overleden aan covid-19, en in Nederland ‘was slechts in 62 gevallen covid-19 de hoofdoorzaak voor het overlijden’.

Op het podium zou ook Eva van Zeeland staan. Ze noemt zichzelf ‘truth seeker’ en beloofde de eerste 100 vrouwen die zich niet zouden laten vaccineren tijdens hun zwangerschap een blender ter waarde van bijna 400 euro. De volgende gast: Bas Filippini, voorzitter van Privacy First, die zich hartelijk achter de recente rechtszaak tegen 5G schaarde omdat de ‘schadelijkheid ervan niet afdoende afgedekt’ zou zijn. Ook ingepland: Frank Ruesink, die vergeefs tegen de BMR-vaccinatie strijdt en daartoe een rechtszaak wil voeren tegen VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff.

De demonstratie werd ‘geheel belangeloos’ gesteund door een ris horeca- en evenementenbedrijven, waaronder horecabaas en multimiljonair Won Yip. Over de vraag hoe belangeloos die steun was – immers, de kern van de demonstratie was het verzet tegen de anderhalvemeterregel, de achilleshiel van beide branches – valt te discussiëren. Dat ze belangeloos betaalden, lijkt evident: er waren voor de demo 110 ordehandhavers, een podium, wc-hokjes, muzikanten en DJ’s ingehuurd.

‘Dan is het een evenement,’ oordeelde de gemeente. Bovendien zouden er te veel mensen komen: tussen de 10 en 15 duizend, te veel om afstand te kunnen houden.

Waarna de demonstratie werd afgelast en er alsnog een paar duizend mensen kwamen opdagen, die geen afstand hielden en geen mondkapjes droegen. Vervolgens stortte een deel van hen zich in een honderdkoppige group hug, als deden ze een collectieve gooi naar het Guinness World Record voor de Darwin Awards.

Waanzin, dacht ik – waanzin.

Meisje achter de schutting

Ze weet steeds minder, daardoor wennen de dingen hopelijk makkelijker. Wat er vanmorgen is gebeurd, is ’s middags al weggezakt in een onbereikbaar ver verleden. Soms lijkt ze een eend met een dik verenpak, waar alles ongemerkt vanaf glijdt: water, blijdschap, opluchting, verdriet. Ze kan plotseling snikken en twee minuten later zit ze star voor zich uit te kijken, of zakt ze zoetjes terug in slaap. Je weet niet of het verdriet was, of dat haar lichaam een manier zocht om spanning te ontladen, nu ze verder schier bewegingsloos is. Ik hoop altijd dat zo’n snik weinig anders is dan een boertje: een ontsnapte oprisping.

Al een week voordat de verpleegtehuizen verplicht op slot gingen, besloten ze bij haar de boel dicht te gooien. Dat vonden mijn vader en ik pijnlijk, maar verstandig. Je kunt zo’n afdeling vol dwalende en soms dwarse demente mensen niet aan de anderhalve meter afstand houden, en als er één ziek wordt, vallen ze geheid allemaal om. Mijn vader was benauwd dat ze hem dan over een paar weken niet meer zou herkennen, maar hij zit in haar hart gegrift, hem vergeet ze nooit.

Nu staat hij al bijna anderhalve maand elke middag bij de schutting die het terras achter haar afdeling omzoomt. Hij kan net over de omheining kijken. Hij waarschuwt de verpleging als hij er staat, dan rijden ze zijn lief naar buiten. Als ze hem ziet, klaart haar gezicht bij toverslag op. ‘Dag meisje,’ zegt mijn vader. ‘Dag man van me,’ zegt mijn moeder dan, trekt een halve glimlach (haar andere mondhoek wil niet meer meedoen) en sukkelt weer in slaap.

Er valt weinig te converseren. Ze praat te zacht en er komen geen zinnen meer uit haar mond, alleen losse woorden en flarden. Maar ‘man van me’ – dat weet ze nog. Sommige dingen vergeet je nooit, zelfs niet als je hersenen bijna zijn verdwenen. Zulke woorden huizen niet in je brein, maar in je zintuigen en al je vezels.

Er valt weinig te zeggen. Ze reageert amper. Soms zegt mijn vader vier keer hetzelfde, om de tijd te vullen. Daar merkt ze toch niets van: haar kortetermijngeheugen is immers erg kort. En ze is blij als hij iets tegen haar zegt, zelfs al wordt ze er niet altijd wakker van, want aandacht – dat merkt ze wel. Na vijf minuten gaat mijn vader weer weg. ‘Tot morgen, meisje.’

Ze wordt opperbest verzorgd. De verpleging föhnt haar haar, brengt haar lippenstift op, en lakt zelfs haar nagels. Daar slaapt ze gewoon doorheen, maar ze voelt zich er later wel prettiger van, denk ik. Mijn vader in elk geval wel: ze oogt dan een beetje meer als de vrouw die ze was. Zijn meisje.

Hij mag nu officieel op bezoek, als hij een mondkapje voordoet en beschermende kleding aantrekt, maar dat wil hij niet. Hij is bang dat ze dan van hem schrikt. Of hem niet herkent.

Hij wacht op het moment dat hij haar hand weer kan vasthouden, haar een kusje mag geven, en kan zeggen: ‘Dag meisje van me.’

 

[In betere tijden: 1990. Foto: Gon Buurman]

Privacy als stropop

Minister de Jonge wil dat de telecomproviders de locatiegegevens van hun klanten aan het RIVM geven. Dat kan dan bestuderen waar mensen zich bevinden en hoe ze zich verplaatsen; dat zou helpen het virus onder controle te krijgen. Om dat mogelijk te maken, wil De Jonge de wet aanpassen; de telco’s mogen zulke data nu niet doorgeven.

Maar het is niet nodig. Er zijn al hoogst informatieve kaarten gemaakt die op grond van algemeen toegankelijke mobiele data laten zien hoe en wanneer mensen zich verplaatsen, en welke trajecten ze daarbij afleggen. Op grond daarvan kon The New York Times begin april laten zien dat thuiswerken – en dus: jezelf afschermen van besmetting – een privilege is: vooral mensen met slecht betaald werk bleven reizen, omdat hun werk meestal niet op afstand kan worden uitgevoerd.

Voor het Nederlands Dagblad maakte Sjoerd Mouissie een prachtige infographic die onder meer liet zien dat er, pal na de aankondiging van de lockdown, een run op de supermarkten ontstond. Mouissie deed dat gewoon op basis van Googles dagelijkse community mobility reports.

De Jonge wil kortom de wet veranderen om iets te doen dat allang kan. Bovenal is het de verkeerde aanpak: met locatiedata volg je mensen, terwijl je het virus wilt volgen. Daarvoor is uitgebreid testen en degelijk contactonderzoek nodig. Maar De Jonge wil kennelijk goedkoop scoren, en schendt liever ieders privacy op grond van een kulargument.

Ook veel bedrijven en poppodia flirten met een slecht idee. Zij willen werknemers en bezoekers aan de poort op hun temperatuur kunnen controleren; wie verhoging heeft, komt er niet in, want die is mogelijk besmet. De Autoriteit Persoonsgegevens is mordicus tegen: werkgevers mogen zulke gegevens niet over hun werknemers verzamelen. Bedrijven en poppodia piepten prompt: ja, maar onze bedrijfsvoering dan? Wij willen open, en daarvoor moet jullie privacy wijken.

Ook dat is een stropop. Temperatuur zegt bitter weinig. Uit een uiterst goed gecontroleerde test in Italië – in het dorpje Vo’, dat geheel van de buitenwereld is afgesloten en waar de bewoners op vrijwillige basis als levend experiment fungeren – blijkt dat liefst 40 procent van de mensen die positief testen op corona, geen enkel symptoom vertonen (Nieuwsuur, 14 mei). Desondanks konden ze wel anderen besmetten.

Alleen koorts als graadmeter nemen is nog onbetrouwbaarder. Een studie die eind april in het gerenommeerde medische tijdschrift JAMA werd gepubliceerd, bewees dat van 5700 bevestigde patiënten die in het ziekenhuis waren beland, bijna 70 procent geen verhoging heeft gehad. Dus waar test je dan in hemelsnaam op, aan de poort met je thermometer of je warmtecamera, als liefst driekwart van de besmettingen je op die manier ontgaat?

Al die halfbakken plannetjes schenden de privacy – en doen dat bovendien met drogredenen. Met stropoppen optuigen bestrijd je geen virus: je ontneemt mensen er slechts hun rechten mee – voor niets.

[Beeld: Wicker Man, Jim Champion / https://www.flickr.com/photos/treehouse1977/486418941]

Sociale voorbehoedsmiddelen

Foto: Engin AkyurtNu de lockdown is versoepeld, is het tijd om systematisch na te denken over alledaagser voorzorgsmaatregelen. Afstand houden is moeilijker naarmate er meer mensen op de been zijn, en er zijn veel beroepen waarin dat eigenlijk niet kan. Thuis (blijven) werken is een privilege, net als reizen in je eigen, veilig afgesloten vervoer – een auto. Voor veel mensen zijn beide opties onmogelijk, waardoor zij al weken meer risico lopen.

Maar wat dan? Hoogleraar epidemiologie Julia Marcus schreef daarover een verhelderend opinieartikel in The Atlantic. Zij stelt dat onszelf langdurig onthouden van sociaal verkeer en van andermens’ nabijheid ondoenlijk is: we worden er verdrietig van, bang, en overladen onszelf met schuldgevoel als het ons niet lukt. Maar vooral: we moeten leren leven met het virus. Het kan gerust een jaar duren eer een goedwerkend vaccin beschikbaar is. In die omstandigheden, stelt Marcus, is hameren op ‘onthouding’ een slecht idee.

Onthouding gaat uit van een dichotomie: het is alles of niets. Dat is precies wat je mensen nu ziet doen: de lockdown wordt versoepeld, dus menen ze dat eigenlijk alles weer mag. Vandaag op naar het strand, straks fijn een tuinfeestje, morgen naar de kapper, en volgende week opgedoft naar de kroeg.

Marcus wijst erop dat abstinentie hooguit op de korte termijn werkt, maar op de lange duur altijd slechter uitpakt dan een gulden middenweg zoeken. Tienerzwangerschappen komen frequenter voor bij jongeren die nooit seksuele voorlichting kregen of geen toegang hebben tot voorbehoedsmiddelen; jongeren die denken dat je al zwanger raakt van zoenen zijn slechter toegerust om ongewenste zwangerschappen te vermijden dan jongeren die adequaat zijn voorgelicht. Hiv-besmettingen gingen pas naar beneden toen er werd gehamerd op condoomgebruik en sterkere condooms voor homoseksueel verkeer werden ontwikkeld: roepen dat homo’s ‘gewoon’ maar niet meer moesten neuken, bleek een belazerd slechte strategie.

Geen enkel sociaal voorbehoedsmiddel kan ons volledig beschermen, maar we kunnen vast een breder scala bedenken dan onderling afstand houden en frequent handen wassen alleen. Er ontstaan nu al nieuwe gewoontes: denk aan winkels die flessen desinfecterende handgel klaarzetten voor de klandizie. Misschien kunnen we overwegen plastic handschoenen in de supermarkt te dragen. Op het werk kunnen we nadenken over ventilatie: op de tocht zitten verkleint het risico op besmetting. Niet eerder was zo evident dat sick buildings inderdaad ziekmakend zijn. Binnenshuis moeten we vermijden elkaars bestek en serviesgoed aan te raken.

Buitenshuis moeten we, zeker op plaatsen waar het druk kan zijn, mondmaskers gebruiken. Dat we de regels daarvoor nog niet goed kennen, is een bar slechte tegenwerping. Maak de instructies duidelijk. Niemand is geboren met de kennis hoe een condoom te gebruiken – maar ook dat hebben we geleerd, en het gaat ons inmiddels redelijk goed af.

[Beeld: fragment van een foto van Engin Akyurt]