De elementen

De klimaatverandering – die in de hoofden van veel mensen pas over vele jaren effect zal hebben – doet zich nu al stevig voelen, ook in ons veilig gewaande Europa. De schade van de overstromingen van afgelopen maand bedragen alleen al in Duitsland zo’n 30 miljard. In België zijn door de overstromingen negenduizend gezinnen dakloos geworden, duizenden andere hebben de komende maanden geen water, gas of elektriciteit, en de helft van het Waalse spoornet functioneert voorlopig niet.

In Zuid-Europa en Turkije kampen ze met vuur dat zich niet laat blussen Tienduizenden mensen zijn geëvacueerd, duizenden huizen afgefikt, honderdduizenden dieren levend verbrand, enorme lappen grond totaal verwoest. Ook gingen er zo tonnen CO2 extra in de lucht. Dat terwijl de uitstoot ervan in ons gewone doen al stijgt, hoe hard we ook roepen dat we die willen bedwingen.

In grote gebieden heerst droogte. Oogsten mislukken, de grondwaterspiegel daalt, de grond klinkt in en zorgt voor verzakkingen en schade aan huizen. Het zeewater warmt op; vissen en schelpdieren sterven massaal.

En de ene ‘natuurramp’ haalt de andere uit; door de droogte vat de boel makkelijker vuur, door de branden wordt de CO2-uitstoot hoger, door de CO2-uitstoot warmt de aarde sneller op, bij warme lucht zijn regenbuien heftiger en langduriger. We scheppen een angstig makende spiraal.

Het is een peuleschil, afgezet tegen wat ons te wachten staat als we niet verduveld snel bij zinnen komen. Het kan nog – het kan nog net. Niet dat we de schade die al is aangericht ongedaan kunnen maken. We kunnen haar wel stoppen, of afremmen, en zo onszelf wat tijd kopen. Maar de stikstof die we al hebben uitgestoten: nee, die krijgen we niet meer uit de atmosfeer. Zeker niet nu zelfs de Amazone meer uitstoot dan ze kan opnemen.

Op de tegenwerping dat klimaatmaatregelen zo duur zijn, is maar één antwoord: ze niet nemen, dat is pas duur – en kost nu al levens. Zie Duitsland: wat hadden ze daar niet kunnen doen met een investering van 30 miljard in schone energie, zuiniger verbruik en vergroening, duurzaam vervoer, biologisch boeren, watermanagement, de transitie van gas en kolen naar zon en wind? Nu is dat geld hard nodig om gaten te dichten en leed te stelpen: nu gebruik je het achteraf, omdat het kwaad al is geschied, niet om ellende te voorkomen.

Mogen we alsjeblieft een gevoel van urgentie krijgen. Laat ons alsjeblieft onze kinderen beschermen. Hef fikse belasting op alle vervuiling. Laat ons een verbod instellen op kolen, gas snel uitfaseren, en op alle daken van alle huizen, fabrieken en kantoren zonnepanelen leggen. Schaf de KLM af, en hijs de NS op haar troon: wie op vakantie wil, kan met de trein. Reserveer vliegtuigen voor het blussen van branden en voor urgent vervoer. Belast de vlees- en mestproductie, en stop monocultuur in de landbouw. En vooral: doe meer.

Want de aarde trekt ons gedrag niet meer.

[Beeld: via Maarten Reijnders, op Twitter]

Het taboe op intersekse

Er zijn allerlei lichamelijke condities die maken dat iemands anatomie, endocriene systeem en chromosomen niet samenvallen. Er zijn mensen die genetisch XXY zijn; mensen die anatomisch man zijn, maar niet reageren op testosteron, waardoor hun lichaam zich vrouwelijk ontwikkelt; mensen met het XX-chromosoom die een overvloed aan testosteron produceren; mensen met een gemengd XX/XX-chromosoom; mensen met XO-chromosomen; mensen met ambivalente geslachtsorganen.

Al die mensen worden ‘intersekse’ genoemd, hoewel de onderlinge verschillen groot kunnen zijn. In het ene geval heb je fysiek nergens last van, in het andere moet je je lichaam ondersteunen met hormonen, en soms zijn operaties nodig, bijvoorbeeld om goed te kunnen plassen. En bij mensen met het androgeen-ongevoeligheidssyndroom – genetisch mannelijk, anatomisch vrouwelijk, want ongevoelig voor androgeen – worden de testes, die niet indalen, meestal verwijderd vanwege een verhoogd risico op teelbalkanker.

Wat mij mateloos verbaast is hoe weinig bekend deze gevarieerde groep mensen is. Volgens behoudende berekeningen omvatten de acht meest bekende interseksuele condities bij elkaar zo’n 1,7 procent van alle mensen; brutaler schattingen lopen op tot 4 procent. Maar laten we het op die voorzichtige 1,7 procent houden.

Dat vindt u wellicht niet veel. Maar vergelijk het eens met andere chromosomale of genetische verschijnselen die als afwijking te boek staan, en bedenk hoeveel aandacht daarnaar uitgaat: per miljoen kinderen zijn er 4 Siamese tweelingen, 1000 met Down, 1400 met een hazenlip en 17 duizend zijn, in enigerlei vorm of mate, interseksueel.

Iedereen weet wat een Siamese tweeling is, al zijn die hoogst zeldzaam. Iedereen kent wel iemand met een hazenlip, of met Down. Maar intersekse mensen? We weten meestal niet eens van hun bestaan. Je hoort zelden van hen, je leest amper over hen, zwangerschapsboeken en -cursussen noemen hen nooit. Het besef dat mensenlichamen ambivalenter kunnen zijn dan jongetje of meisje, man of vrouw, lijkt volledig non-existent. Het lijkt warempel een taboe: iets dat de cultuur koste wat kost verzwijgt.

Kinderen die intersekse zijn, krijgen vaak al vroeg hormonen en worden geopereerd om hun lichaam ‘te corrigeren’. Vaak buiten hun weten: de Volkskrant had vorige week een gesprek met een vrouw die pas op haar 19e te horen kreeg dat ze intersekse was, die al die tijd stiekem hormonen kreeg toegediend (het waren ‘vitaminepillen’), en bij wie, zonder dat ze daarover werd ingelicht, tijdens de teelbalverwijdering op haar 25e ook haar clitoris werd weggehaald.

Iedereen die hecht aan het recht op lichamelijke integriteit, zou zich op zijn hoofd moeten krabben bij zulke verhalen. Veel volwassenen wier lichaam zonder hun medeweten, laat staan hun instemming, als kind is gecorrigeerd, houden daar de rest van hun leven last van. Ze worden gemangeld door ons taboe.

[Overigens besteedde ik in maart 1997, in de Annie Romein-Verschoorlezing, uitgebreid aandacht aan het brede gebied tussen man en vrouw, zowel wat betreft biologie als gender. Die lezing, getiteld ‘M/V: doorhalen wat niet van toepassing is’, staat op mijn website en werd in 1998 gepubliceerd in mijn gelijknamige essaybundel.]

[Beeld: Katholieke kerk Singapore]

Exportbeleid

Heel Europa kleurt voor Nederlanders groen of geel, we mogen van het kabinet weer overal naartoe, ongeacht de besmettingscijfers daar. De codes oranje en rood reserveren Rutte en De Jonge vanaf vandaag – van gebrek aan originele smoezen kun je onze regering oprecht niet betichten – uitsluitend voor landen waar een nieuwe coronavariant is opgedoken.

Of zij ons willen hebben, daar in de rest van Europa, staat nog te bezien. Zelf zijn we volgens gangbaarder regels alweer een tijdje diep donkerrood – zwart, bijna. Veel landen scherpen de regels voor Nederlanders daarom momenteel aan. Niet onbegrijpelijk: in Duitsland hadden ze vorige week 13 nieuwe besmettingen per 100.000 inwoners, in Nederland waren dat er liefst dertig keer zoveel: 388 op de 100.000.

Alleen wordt terugkomen van vakantie nog wel een dingetje: vanaf 8 augustus moeten Nederlanders die in een geel land verpoosd hebben, voor aanvang van de thuisreis kunnen bewijzen dat ze gevaccineerd zijn, of een negatieve test laten zien. Ze moeten testen voor thuiskomst.

Cynisch gezegd: het nieuwe beleid lijkt te zijn dat we corona niet mogen importeren, maar exporteren – prima joh, ga gerust je gang.

Met onze torenhoge besmettingsgraad lopen we overigens het risico zelf de bakermat van een nieuwe, nog venijniger variant te worden. Alle succesvolle mutaties zijn ontstaan in gebieden waar het virus vrij spel had. (Ik claim alvast de Griekse letter ι voor de Nederlandse variant: de jota – die staat voor ‘er niets van begrijpen’.) Dan hebben we weer een mooi exportproduct.

Het is soms om je de haren uit het hoofd te trekken. Sinds het nachtleven weer open mocht en minister De Jonge zonder blikken of blozen afkondigde dat iedereen die een prik van Janssen had gehaald, nog diezelfde avond een groen vinkje kreeg en officieel de hort op mocht, verloor hij alle geloofwaardigheid. Een vaccin werkt immers pas na een kleine twee weken; na tien uur heb je er nog geen sikkepit aan.

Dat wist de minister, maar hij moedigde jongeren niettemin met zoveel woorden aan om direct na hun prik naar feestjes te gaan. Daarna schoten de besmettingscijfers onder jongeren harder omhoog dan een raket van een multimiljardair met een cowboycomplex, en was de winst van maandenlang moeizaam inperkingsbeleid in één klap onderuit gehaald.

De jongeren die nu overwegen een proces tegen De Jonge aan te spannen, hebben daarom vermoedelijk een goede zaak. Wanneer zij in die dagen long covid hebben opgelopen, kunnen ze hem ernstige mishandeling verwijten. Daar is zelfs jurisprudentie voor. In de periode 2003-2007 heeft de Hoge Raad diverse arresten inzake hiv-besmetting gewezen. De Hoge Raad oordeelde dat wanneer je bewust voor lief neemt (‘voorwaardelijke opzet’) dat iemand door jouw toedoen een ‘aanmerkelijke kans’ heeft met iets ernstigs besmet te raken, je dat op veroordeling wegens het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan komen te staan.

[Beeld: Gerd Altmann via Pixabay]

Trein in de Maas

Een klassieke ethische hersenkraker is het trolleyprobleem. Stel dat je een stuurloos geworden trein ziet aanstormen op een spoor dat zich verderop in tweeën vertakt. Jij staat precies bij de wissel. Op het rechtdoor gaande spoor liggen vijf mensen gekneveld, als in een slechte western – ze kunnen niet weg. Rijdt de trein ongehinderd door, dan zal hij ze alle vijf doden.

Op het aftakkende spoor, dat alleen gebruikt kan worden wanneer jij de wissel omzet, ligt maar één iemand gekneveld. Er is geen tijd om de mensen verderop te bevrijden, je hebt maar een paar seconden.

Daar sta je. Wat doe je? Je kunt ingrijpen. Als je niets doet en verstijfd van schrik toekijkt, zullen er vijf mensen sterven. Kies je voor ingrijpen en voor the lesser evil, en probeer je te zorgen dat er maar één sterft?

In de loop der tijd zijn er allerlei varianten op dit gedachtenexperiment verzonnen. EenVandaag stuitte vorige week op de klimaatversie ervan: op het eerste spoor staat nu iemand die gewoon kan wegwandelen, maar dat koppig weigert, en die het spoor liever eigenhandig omgooit naardat waarop vijf geknevelden liggen.

Bij Kessel, aan de Maas, dreigde het water afgelopen vrijdag tot een hoogte van 20,5 meter te stijgen. In 1995 hadden ze daar de 19,75 meter gehaald, en toen had het water 30 cm op de weg achter de dijk gestaan, die pal voor de huizen loopt.

Bewoner Geert: ‘Deze dijk voldoet eigenlijk niet meer aan de waterwet, hij moest dus veel hoger worden. Wij hebben getracht dat tegen te houden als bewoners. Want ja, anders is je mega-uitzicht weg.’ Hij zweeg even, keek uit over de nieuwe watervlakte voor de dijk en de halfverdronken bomen die boven het Maaswater uitstaken, en zei voldaan: ‘En het is ons gelukt!’

Het land in rep en roer, kans op woeste overstromingen en hulptroepen die met gevaar voor eigen leven de bewoners en hun huizen moesten redden, maar Geert was gehecht aan zijn uitzicht. ‘Die dijk was dus bedoeld omdat het één keer in de driehonderd jaar zou overstromen. Nou goed, dat is nu dan. Maar die dijk, die willen we evengoed niet.’

De interviewer, verbaasd: ‘Ook nu niet?’ Geert, gedecideerd: ‘Ook nu niet. We zijn heel blij met de situatie.’ Er lag een brief van de gemeente: de bewoners moesten evacueren. ‘Dat gaan we niet doen, nee. Ook daar zijn we unaniem in, we blijven allemaal hier.’

Het liep – gelukkig voor Geert en zijn buren – ditmaal goed af. De trein stopte uit zichzelf, tegen alle verwachtingen in. Maar zijn relaas was exemplarisch voor de manier waarop veel mensen tegenwoordig tegen grote maatschappelijke problemen aankijken: neem mij niets af, vraag niets van mij, dan heb ik nergens last van – want ik heb het hier opperbest zo.

Corona bestrijden, meer doden en langdurig zieken voorkomen, en verdere klimaatveranderingen tegengaan zal offers vergen, van ons allemaal. Wie op een veilig plekje staat, kan zijn ogen niet sluiten voor het feit dat elders mensen sterven.

[Beeld: fragment van 9gag.com]

Wie het eerst boven is

De nieuwsberichten stonden terecht op dezelfde pagina in mijn ochtendkrant. Samen vormden ze het wrangste commentaar op de huidige wereld dat je je maar kunt voorstellen. Rechtsboven meldde de krant het besluit van de G20 om een wereldwijde winstbelasting voor multinationals in te stellen. Dat moest hun weergaloze belastingontduiking en vernuftige geschuif met bv’s ietwat tegengaan, en voorkomen dat het mega-grootkapitaal ’s werelds overheden en werknemers nog verder leegzoog.

Shell betaalt, zoals u weet, amper belasting in Nederland, maar eist wel op hoge toon investeringen, genoegdoeningen, compensaties en subsidies van de staat. En de gemiddelde Amazon-werknemer, die amper een minimumloon krijgt – en soms ook geen plaspauzes, zodat-ie in een fles moet pissen – betaalt verhoudingsgewijs meer belasting dan de baas van het bedrijf.

Daaronder stond een stuk over wat drie van de rijkste mannen ter wereld met hun achtergehouden geld doen: een wedstrijdje space race spelen. Wie het eerste boven is. Elon Musk (van PayPal en Tesla), Richard Branson (Virgin Records en Virgin Airlines) en Jeff Bezos (Amazon) streden om de eer, en dit weekend bleek dat Branson had gewonnen: hij was buiten de dampkring geweest en had vier minuten gewichtsloos in de cabine van zijn Unity kunnen zweven.

Branson wil te zijner tijd toeristenvluchten buiten de dampkring aanbieden, hij heeft al 600 kaartjes verkocht, à raison van 200 tot 250 duizend dollar. Musk plant intussen commerciële vluchten rond de aarde en om de maan. In een tijd dat we collectief moeten minderen met vliegen om als soort te kunnen overleven, is dit conspicuous consumerism gekruisd met toxic masculinity. Ik koop, ik koop, ik koop wat jij niet kunt, en wat alles wat voor jou overblijft, maak ik lekker kapot.

Dan liever de ex van Bezos, die na hun scheiding haar aandeel in hun werk opeiste en van de rechter in juni 2019 de lieve som van 38 miljard dollar kreeg toegewezen, pakweg een kwart van hun gezamenlijke vermogen (MacKenzie Scott is inmiddels naar schatting 57 miljard euro waard). Scott beloofde minstens de helft van haar vermogen weg te geven, en ging met verve aan de slag. In anderhalf jaar tijd heeft ze een slordige 10 miljard dollar gedoneerd aan voedselbanken en aantal organisaties die racisme bestrijden, gelijke rechten voor minderheden, vrouwen en LBTHQI’ers voorstaan, en die gezondheid en klimaatbeheersing promoten. Ze ‘probeert geld weg te geven dat is vergaard binnen een systeem dat dringend verandering behoeft’.

Het is prachtig dat Scott dat doet. Maar ook: ze kan het lijden, met zulk kapitaal achter de hand (en geheid dat ze de giften dubbel en dwars van de belasting kan aftrekken).

Maar dat de rijken steeds rijker worden en kapitaal zich – net als armoede – exponentieel uitbreidt, dat voorkom je er niet mee. Daar zijn eerlijker belastingen voor nodig.

Het is tijd om die drie mannen hun speeltjes af te pakken.

[Beeld: Sustainable Economies Law Center op Flickr]

Wie stikstof zaait, zal vuur oogsten

Ruim twee weken geleden lekte een concept uit van het nieuwe IPPC-rapport over de staat van het klimaat. De waarschuwingen daarin zijn heftig: we naderen het moment waarop de klimaatverandering onomkeerbaar wordt met rasse schreden. Anders dan alle ambitieuze plannen het doen voorkomen – zero-zus voor 2030, zero-zo voor 2050 – gebeurt er nu veel te weinig. Sterker, we lozen alleen maar meer rommel in de lucht, de aarde en het water. En Nederland doet het daarbij, ons geloof in onze eigen superioriteit ten spijt, bepaald slechter dan veel andere Europese landen.

Op 13 mei van dit jaar was het 27 graden in de Barentszee, 20 graden heter dan normaal was rond die tijd. De veenbranden in de Russische poolgebieden zijn ongewoon vroeg begonnen, het ijs op de Noordpool smelt nog weer een tikkie sneller. In het noordwesten van de VS en het zuidwesten van Canada liepen de temperaturen op tot tegen de 50 graden. Na de hitte kwam het vuur: het Canadese dorpje Lytton, dat al dagen met recordtemperaturen kampte, kreeg wildvuur te verduren en werd in de as gelegd. En tegenwoordig sterven er wereldwijd al meer mensen aan luchtvervuiling dan aan roken.

Vrijdag zag ik op Twitter water branden: in de Golf van Mexico was op grote diepte een boorpijp gebroken en de zee stond in de hens. Het duurde uren eer blusschepen het vuur wisten te doven.

We kunnen niet terug naar ‘normaal’, de klimaatverandering is immers al in volle gang. Met windmolens en zonnepanelen alleen komen we er niet – tenminste, niet wanneer we over een jaar of vijftien nog een leefbare planeet willen hebben, en toekomstige generaties een veilig leven willen bieden. De luchtvaart moet sterk minderen, we moeten van een boel chemicaliën af, de vlees- en zuivelproductie moet fors omlaag, we moeten wat er nog aan natuur is bewaren, en ja, het wordt de hoogste tijd om vegetarisch te gaan eten.

En wat doen wij? Nederland schaft plastic wattenstaafjes, rietjes en bestek af, en heft (eindelijk) statiegeld op plastic flesjes. Wat een heldenstap.

Intussen houdt de overheid met ons belastinggeld Schiphol en de KLM in de lucht, en moet Milieudefensie eraan te pas komen om Shell milieu-eisen op te leggen, zoals eerder Urgenda via de rechter de regering aan haar eigen klimaatbeloftes moest houden. Tata Steel verontreinigt zich een slag in de rondte, terwijl de GGD uit de stukken probeert te houden dat er specifiek in die regio wel erg veel gevallen van longkanker zijn. Zelfs van een structurele aanpak van milieucriminaliteit is geen sprake: de Algemene Rekenkamer constateerde vorige week geschokt dat juist de veelplegers van milieucriminaliteit amper worden gecontroleerd. De vervuiler vervuilt, desnoods crimineel; burgers en het milieu betalen de prijs.

We negeren onszelf collectief de klimaatcrisis in.

[Beeld: sceenshot uit video brand in de Golf van Mexico]

Pretbederver

De summer of love komt eraan, voorspellen kranten en tv-programma’s: we mogen weer los, en dat zullen we doen ook. Ik heb ’t inmiddels al zo vaak gelezen dat de vraag opkwam of het verslaggeving was, of aanmoediging.

Ook het kabinet is optimistisch. De mondkapjes kunnen binnenkort af, we mogen weer naar het werk (wat een onuitgesproken dedain: alsof honderdduizenden niet al die tijd op de werkvloer hebben gebikkeld: van pakjesbezorgers, vakkenvullers en kassières tot bouwvakkers, agenten en medisch personeel). We mogen weer naar cafés, restaurants, bioscopen en theaters. Alleen afstand houden, handen wassen en testen bij klachten houden we er voorlopig in – de rest laten we binnenkort varen.

Maar wat het kabinet mist, is een plan, net zoals bij het eind van de vorige lockdown, in juni 2020. Toen deden we ook maar wat: we gingen van nul naar negentig, in een paar weken tijd. We gooiden de teugels los, en koersten daardoor linea recta af op een heviger en langduriger golf dan we ons hadden kunnen voorstellen.

Met die dans zit het wel snor, maar de hamer – die vergeten we opnieuw. Is er een containment plan? Heeft de GGD nu voldoende capaciteit om alle geïdentificeerde besmettingen nauwgezet te traceren? Weet de GGD eigenlijk vroeg genoeg waar besmettingshaarden zitten en hoe die zich ontwikkelen, nu we steeds meer afgaan op zelftesten en sneltesten? En er zijn nog steeds geen goede regels voor reizigers die terugkomen uit landen met een hoog risico: ze worden vriendelijk verzocht na thuiskomst in quarantaine te gaan, en dat was het.

Het kabinet zet alles in op een enkele kaart: vaccinaties. Maar dat komt neer op quitte of dubbel spelen, en we doen dat – zoals dat gaat bij een nieuw, vlot muterend virus – geblinddoekt. We hebben geen idee hoe lang de vaccins bescherming bieden: dat moet de ervaring leren, en dat kan met pech een harde les worden.

Daarnaast baart de Delta-mutant epidemiologen en virologen grote zorgen. In Rusland, het Verenigd Koninkrijk en Portugal blijken inmiddels vrijwel alle nieuwe besmettingen die aan een sequentietest zijn onderwerpen, het gevolg van de Delta-variant te zijn. In het VK en Israël, allebei goed gevaccineerde landen, zijn nieuwe uitbraken. Onderzoek laat zien dat in het VK de eerste weken van juni zelfs mensen die hun tweede vaccinatieshot al ruimschoots voor hun besmetting met Delta binnen hadden, er ernstig ziek van kunnen worden en er zelfs aan kunnen overlijden. Erger: een derde van alle mensen die in de eerste twee weken van juni aan Delta stierven, was al minstens een paar weken volledig gevaccineerd.

Nu ‘pakt’ niet elk vaccin bij iedereen even goed, hebben sommige mensen sowieso een haperend immuunsysteem, en levert geen enkel vaccin volledige bescherming – maar dit zijn hogere cijfers dan we eerder hebben gezien.

Voorlopig lijkt het me wat vroeg voor uitspattingen – tenzij je het virus een nieuwe kans wilt geven om mee te feesten.

[Beeld: avatar van De Pretbederver op Twtter]

Tijd voor nieuwe verkiezingen?

Die formatie duurt maar, en schiet geen sikkepit op. Alle eerder bedachte coalities worden alleen maar onmogelijker nu het CDA – dat sinds dik 40 zetels onder Balkenende is teruggevallen naar 14 zetels nu – implodeert onder alle schandalen en het gif er tegen de plinten klotst.

Belangrijker is dat het demissionaire kabinet er in toenemende mate een zooi van maakt. De voorzitter van de Algemene Rekenkamer hield vorige maand een donderspeech nadat bleek dat, ondanks zijn eerdere waarschuwingen, een aantal departementen de boel in het geheel niet op orde had. Hij constateerde dat het kabinet in 2020 voor 9,1 miljard aan verplichtingen en 4,3 miljard aan uitgaven niet kon verantwoorden. VWS had, zo meldde de Rekenkamer, zelfs moeite met het opstellen van een jaarrekening.

Voorts had de regering het budgetrecht van de Kamer geschonden door grote verplichtingen aan te gaan zonder de Kamer daarover – zoals het hoort – op voorhand te informeren. (Dat had minister Hoekstra al eerder geflikt, toen hij achter de rug van de Kamer om aandelen Air France kocht, waarvoor hij in 2020 al op z’n kop kreeg van diezelfde Rekenkamer: het is een wetsovertreding.)

Alleen al de laatste maanden zijn daar een aantal schandvlekken bijgekomen: VWS trok circa 1 miljard uit voor ‘Testen voor toegang’ zonder een aanbesteding te doen (wat verplicht is). Het negeerde de bestaande teststraten daarbij, zodat er nu circa 76 nieuwe teststraten zijn bijgebouwd waar amper iemand komt, terwijl de uitbaters niettemin een gegarandeerde omzet krijgen. Ook worden aangenomen moties genegeerd. En dan laat ik de CDA-prominent nog ongenoemd die nutteloze mondkapjes mocht leveren en die deal met minstens 20 miljoen winst afsloot.

Daarnaast kampen we met een demissionair premier die zijn geheugen nog steeds kwijt is en een departement dat op een berg verloren gewaande brieven en memo’s zit. En als kers op de taart zijn de slachtoffers van de toeslagenaffaire nog altijd niet geholpen en stikken ze in hun schulden. Intussen denkt Rutte goede sier te maken met afgekloven ideeën over macht en tegenmacht.

Het vertrouwen in de politiek daalt zienderogen, en dat valt dit kabinet aan te rekenen. En het erge is: dingen afbreken gaat altijd stukken sneller dan ze weer in elkaar metselen.

Als het Kaag menens was, met haar campagne over een eerlijker politiek, pleit ze nu voor nieuwe verkiezingen: doormodderen begint intussen gevaarlijk te worden, en maakt meer kapot dan ons lief is – temeer daar de huidige regeringspartijen zich laten gijzelen door de hoop op een plaatsje in een nieuw kabinet.

En laat de Kamer in hemelsnaam haar eigen macht ter hand nemen en dit kabinet het vuur aan de schenen leggen: ook demissionaire ministers kunnen tot aftreden worden verplicht; ongeacht of ze Hoekstra of De Jonge heten. En weet: een demissionair kabinet kan verkiezingen uitschrijven – of daartoe door de Kamer worden gedwongen.

[Beeld (fragment): Zairon op Wikimedia, CC0]

‘Daar kun je het publiek niet aan blootstellen’

In opdracht van de gemeente Amsterdam heb ik de werkwijze van de Amsterdamse Beoordelingscommissie ‘Goede Zeden’ onderzocht. Dat was een gezelschap van mensen uit de reclassering, die – samen met directeuren van gemeentelijke diensten en afgevaardigden uit het bedrijfsleven – de antecendenten van sollicitanten besprak. Zij besloten of iemand al dan niet een verklaring van goed gedrag verdiende, en dus: of hij in aanmerking kwam voor een baan.

De commissie is voortgekomen uit de nobele gedachte dat mensen met een vlekje – lees: een veroordeling  op hun naam – niet voor de rest van hun leven uitgesloten moesten worden van een betrekking bij de overheid. Wel moest je een beetje opletten waar je zo iemand kon plaatsten: een oplichter die net weer uit de bak was, zou je niet snel aanstellen als boekhouder, maar misschien kon hij wel trambestuurder worden.

De Commissie Goede Zeden werd opgericht in februari 1912 en was de eerste in haar soort. Al snel beoordeelde de Commissie niet alleen sollicitanten die bij de gemeente wilden werken, maar ook mensen die bij semioverheidsinstellingen of commerciële bedrijven aan de bak wilden: van de NS en de PTT tot Fokker, Wagons-Lits en chemiebedrijf  Ketjen. De Commissie werd in 1958 vervangen.

De notulen van de vergaderingen tussen 1942 en 1958 zijn bewaard gebleven. Daar ontstond enige commotie over, nadat Trouw in 2017 op grond van een steeekproef schreef dat  de Commissie homoseksuelen systematisch een bewijs van goed gedrag had onthouden. Er werd om onderzoek gevraagd; dat mocht ik dus uitvoeren, samen met Gregor Walz en Jurriaan Omlo (zij maakten een cijfermatige analyse).

Deze week is het rapport gepubliceerd, samen met een brief van het college van burgemeester en wethouders.

Voor wie meer wil lezen:

Patrick Meershoek schreef voor Het Parool een prachtig artikel over de rapporten, waarin hij vooral ingaat op mijn onderzoek.

Passage uit de notulen van de Commissie

Een bloemlezing uit het eerste hoofdstuk van mijn rapport:

Maar sommige aanvragen voor zo’n verklaring van goed bewijs gingen de Commissie bepaald te ver. Kort gezegd: de Commissie faciliteerde sommige aanvragen makkelijker dan andere, bijvoorbeeld door verschoningsgronden of verzachtende omstandigheden aan te voeren. Diefstal, heling en verduistering kon zij goed plaatsen (en vergeven), evenals jeugdzonden en oorlogsdelicten.

De Commissie was echter zeer schuw om sollicitanten die bij de politie bekend stonden als homoseksueel of prostituée een bewijs van goed gedrag te verstrekken, zelfs als deze mensen geen enkel vonnis of proces-verbaal op hun naam hadden staan. Want, zo redeneerde de Commissie, de overheidsdienst vertegenwoordigde toch een bepaalde waarde, en aan mensen met een zedelijk zo discutabele achtergrond kon je het publiek toch niet blootstellen?

Seksualiteit werd zodoende een grond om iemand een bewijs van zedelijk gedrag te onthouden, en dus: uit overheidsdienst te weren. Zo blijkt de Commissie zich – helaas met succes – in 1950-51 te hebben ingespannen om iemand die al sinds 1945 naar ieders tevredenheid bij de afdeling Sociale Zaken van de gemeente werkte, daar in diskrediet te brengen.

De Commissie, die bitter weinig moest hebben van zowat elke vorm van ‘onzedelijk gedrag’, streek op het vlak van homoseksualiteit niettemin wel eens de hand over het hart. De Commissie wist terdege dat homoseksualiteit voor de buitenwereld vaak moeilijk lag, en schipperde daar in de praktijk geregeld mee. De Commissie verstrekte homoseksuelen zo’n bewijs als zij meende dat het een betrekking betrof waarin zij volgens haar ‘niet veel kwaad konden’. Maar zodra iemand volgens de Commissie met zijn homoseksualiteit ‘te koop’ liep, al was het maar door hun voorkeur niet te verstoppen, was de boot aan: dat was reden om een bewijs van goed gedrag af te wijzen.

De Commissie koesterde meer vooroordelen. Zo kon je als man beter ontucht plegen met een minderjarige of zelfs je eigen dochter verkrachten, dan als vrouw je geld met prostitutie verdienen. Het eerste delict verjaarde uiteindelijk altijd, en de Commissie zag zoiets graag als een gelegenheidsmisdrijf, een misstap uit nood (‘inmiddels is hij gelukkig getrouwd’ geldt steevast als bezwering voor de toekomst: eerder had hij geen vrouw, of een slecht huwelijk, vandaar dat de aanvrager zijn ‘recht’ op seks elders had verzilverd).

Maar wie ooit als prostituée werkte, is volgens de Commissie nadien eigenlijk nooit meer geschikt voor gemeentedienst, zelfs niet als schoonmaakster: zo iemand blijft altijd een smet voor de stad. Souteneurschap daarentegen is eerder een economisch dan een moreel delict: daarvan kun je je volgens de Commissie wel goed rehabiliteren.

Vanaf 1951 geeft ook de politie advies aan de Commissie over voorliggende gevallen. Klein probleem: de politie beperkt zich daarbij niet tot het lichten van iemands strafrechtelijke doopceel, maar gooit ook al haar onbewezen verdenkingen en vermoedens over de schutting, en presenteert die geregeld als feit, vaak zonder onderbouwing.

Langs deze weg spuide de politie een stortvloed aan morele oordelen. Niet: wie verzaakte de wet, maar: wie houden we in de gaten, wie voldoet niet aan onze normen; dit alles geregeld zonder het strafrecht daarbij te wegen, zodat een verdenking al snel de geur van illegaliteit of overtreding krijgt. De politie gedraagt zich kortom als een roddeltante: ze zaait wantrouwen over kandidaten bij de Commissie, geeft vaak geen onderbouwing voor haar verdachtmakingen (buiten wat al via het strafregister bekend was), maar doet daar wel stellig over, en presenteert deze non-strafrechtelijke informatie als zeer gewichtig

Naast de vele verjaarde zaken die de Commissie steevast meeweegt – ook al was er al jarenlang wetgeving in voorbereiding om zulks expliciet te verhinderen, iets waarvan de Commissie terdege op de hoogte was, getuige haar besprekingen van het wetsvoorstel – vallen ook de ethische en sociale dimensies van haar werkterrein en de achtergrond van haar beslissingen op, en de verschuivingen daarin.

Zo verstrekt de Commissie tijdens de Duitse bezetting zonder blikken of blozen bewijzen van goed gedrag voor mensen die bij de Weermacht willen werken. Een jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zakt het aandeel van aanvragen van vrouwen zienderogen, terwijl op het ambtelijk arbeidsverbod voor getrouwde vrouwen tijdens de oorlog eigenlijk weinig werd gelet – er heerste tijdens de bezettingsjaren een groot tekort aan werknemers, aangezien veel mannen naar werkkampen waren afgevoerd. Rond 1948 spelen veel zaken van deserteurs die aan uitzending naar Indië wilden ontkomen, maar aan hun strafblad tilt werkelijk niemand in de Commissie: het was kennelijk geen populaire oorlog, en een vonnis wegens desertie werd afgedaan als een verwaarloosbaar feit.

Onze bureaucratie is failliet

Onze bureaucratie woekert maar door.

We hebben zo’n 25 GGD’en in Nederland, elk met een eigen registratiesysteem, wat nogal lastig bleek te zijn toen medewerkers van callcenters er afspraken voor coronatesten en de uitkomsten daarvan in moesten registreren. Ze waren veel tijd kwijt met het uitzoeken hoe elke GGD de gegevens gebruikte. Ook bleek het systeem lek.

We hebben tegenwoordig circa 19 manieren om vast te leggen of iemand al tegen corona is gevaccineerd, en zo ja, waarmee en wanneer. Terwijl we ongeveer weten hoeveel mensen er in Nederland zijn gevaccineerd, is er op centraal niveau geen enkel zicht wie dat zijn, zodat het plan voor een coronapaspoort in duigen viel. Daarop kwam men op het idee het oude vaccinatieboekje te gebruiken, maar sommige regio’s waren daar aanvankelijk dan weer op tegen.

Bij de Jeugdbescherming zijn grote wachtlijsten. Hoeveel kinderen en gezinnen daar in totaal wachten totdat ze iemand krijgen toegewezen, weet niemand: er is geen centrale registratie, en elke regionale jeugdbeschermingsorganisatie pakt de wachtlijstenregistratie anders aan.

Tegelijkertijd wordt het beleid noch de uitvoering ervan beter van al die bureaucratie. In tegendeel.

Voor het aanvragen van zorg voor zulke kinderen heeft elke gemeente weer andere systemen ingericht. Ik leerde afgelopen weekend dat jeugdbeschermers onderling appgroepjes hebben waarin ze elkaar helpen uitzoeken voor welke hulp in welke gemeente ze welk aanvraagformulier moeten gebruiken. Overal moet dat namelijk anders. Het kost ze handenvol tijd – en ze hebben maar twee uur per week, per gezin. Dan is hun budget op.

Gemeenten klagen dat ze te veel geld kwijt zijn aan de jeugdzorg, maar weten niet te vertellen welke bedragen ze aan welk zorgbedrijf hebben betaald; daar hebben ze geen goede overzichten van.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het afgelopen jaar 5,1 miljard uitgegeven die het niet kan verantwoorden: er zijn gewoonweg geen bonnetjes van. Soms is niet eens duidelijk of er wel iets is geleverd boor het betaalde geld. Dat probleem komt niet alleen door corona: het speelt al twintig jaar bij VWS, legde de president van de Algemene Rekenkamer afgelopen weekend in NRC Handelsblad uit. 5,1 miljard: dat komt aardig in de buurt van de begroting van heel Amsterdam.

En intussen is de bureaucratie leidend geworden voor hoe burgers worden bejegend. We lijden onder die bureaucratie, vooral wie minder geld heeft of minder goede connecties. Mensen worden er makkelijk op afgerekend wanneer ze een overheidsformulier verkeerd invullen. Of ze worden vanwege een algoritmische beslissing verdacht gemaakt, en vervolgens plant het label dat ze fraudeurs zouden zijn zich ongecontroleerd voort, door alle systemen heen – zelfs in die mate dat de overheid niet meer weet hoe die valselijk beschuldigde mensen nog van dat onheuse label kunnen worden afgeholpen.

Iets meer centrale regie, iets minder bureaucratie – het zou geen slecht idee zijn.

[Beeld (fragment): Mariann Szöke / Pixabay]