Rompslomp

We moeten vooral praktisch zijn. Niet te lang doorpraten over aarzelingen of bezwaren. De principes die in stelling worden gebracht zijn op zich natuurlijk heel loffelijk, uiteraard staan we daar van harte achter, maar we staan nu voor een serieus probleem en dat vergt een meer pragmatische aanpak. Als we ons laten belemmeren door zulke overwegingen komen we nooit een stap verder, en dat is juist in deze situatie cruciaal.

Ik kan zulke discussies inmiddels uittekenen, je hoort ze overal. Bij het bedrijf dat privacy hoog in het vaandel heeft staan maar toch haar klanten wil gaan volgen, bellen, aanschrijven en ze anderszins beter in kaart wil brengen. Bij de overheid die stelt dat inspraak en transparantie een integraal onderdeel van ons stelsel is, maar wetten steeds meer vervangt door algemene maatregelen van bestuur, die – heel handig – nooit in de Kamer hoeven te worden besproken. Bij politieagenten die de rechtstaat verdedigen maar advocaten een onhandige uitvinding achten. Bij burgers die zichzelf democraat vinden, maar die toch menen dat verdachten minder rechten horen te hebben.

In zulke betogen weegt iemand een abstract grondrecht af tegen een concreet belang: meer omzet maken, misdaad sneller aanpakken, beslissingen vlotter regelen. Dikke kans dat het concrete belang wint.

De fout zit ‘m in de afweging, die is er een van ongelijke grootheden. Wie zo’n probleem neerzet als dat van een lastig principe versus een voor het grijpen liggend succes, wint de discussie vrijwel zeker, maar heeft dat gedaan door dat succes heel armetierig te definiëren en niet te kijken naar de maatschappelijke kosten ervan. Want dat principe, dat brokkelt al doende af. Principes kunnen alleen overleven als er heel zelden en slechts met buitengewoon goede redenen inbreuk op wordt gemaakt.

Elke keer dat we zeggen: ‘in principe wel, maar nu even niet’ hollen we ons precaire systeem van grondrechten en morele uitgangspunten kaasschaafsgewijs uit.; we snijden in ons eigen en elkaars vlees.

Of iets praktisch of efficiënt is, is daarbij wel het allerslechtst denkbare argument. De democratie zélf is niet praktisch. Ze is traag, zit vol rompslomp en omhaal, maar ze is dat juist omdat alleen veel overleg en bijsturen er zorg voor dragen dat er met veel verschillende belangen tegelijkertijd gejongleerd kan worden en aan iedereen zo veel mogelijk recht kan worden gedaan.

U wilt praktisch zijn? Geen verkiezingen houden is veel efficiënter. Voortaan laten we Maurice de Hond een poll doen en klaar zijn we. Geen gedoe met stembureaus in alle scholen, met stemhokjes die opgebouwd en biljetten die geteld moeten worden. U wilt snelle beslissingen? Geen inspraak is veel handiger, scheelt ook veel papier.

Democratie is rompslomp. Die rompslomp dient een hoger doel: te zorgen dat onze rechten worden gewaarborgd; dat wij worden gehoord, ook als we tegendraadse meningen hebben of zelfs we verdacht zijn; dat wij – noch als klant, noch als burger, noch als werknemer – overgeleverd hoeven te zijn aan degenen die ons een valse afweging voorschotelt.

Bij het Amsterdamse Tropenmuseum stond een paar weken lang een groot bord met daarop een uitspraak van Wibaut: ‘Van democratie niets dan goed. Maar als tijdsbesparing is ze kennelijk niet bedoeld.’ Wibaut doet het een beetje sneu voorkomen, ik had het graag krachtiger gezien: ‘Van democratie niets dan goed. Maar als tijdsbesparing is ze niet bedoeld.’


Aantal reacties: 9