Kitsch van de bovenste plank

still uit de filmTwee van de meest prestigieuze Oscars, die voor de beste film en de beste regie, gingen afgelopen weekend naar The Shape of Water. Onverwacht was dat niet: de film werd allerwegen geroemd. Nu is-ie werkelijk beeldschoon gemaakt, maar mens, wat verveelde ik me toen ik ’m zag.

De film grossiert in bordkartonnen karakters. Het team aan de goede kant bestaat uit een collectie mensen-die-het-ook-niet-makkelijk-hebben. Een homofiele, uitgerangeerde kunstenaar, die alleen soelaas vindt in musicals, zijn katten, en de vriendschap van zijn gehandicapte buurmeisje. Het buurmeisje zelf, dat niet praten kan maar welgemoed voor iedereen zorgt, terwijl ze vergeefs hunkert naar liefde en een kutbaantje als schoonmaakster heeft. Haar zwarte collega, die een minkukel als man heeft en optreedt als tolk voor het stomme meisje, omdat toch íemand de kijker duidelijk moet maken wat onze hoofdpersoon te zeggen heeft. De uitbater van een bioscoop die permanent failliet dreigt te gaan, maar intussen wel mooie klassiekers aan de zeldzame fijnproever opdist.

Het team aan de slechte kant: de inlichtingendiensten en het militair-industrieel complex, tezamen de status quo representerend, gepersonifieerd door iemand die niet alleen met zichtbaar genoegen martelt, maar in zijn lunchpauzes achteloos seksueel wangedrag begaat.

Het is alsof je De kleine zeemeermin en Het meisje met de zwavelstokjes kruist met Het boek Job.

De hele machinerie komt in beweging door een buitenstaander: in het militaire lab waar ons stommetje werkt, wordt een viswezen gevangen gehouden. Zij is de enige die hem niet vreest – outcasts onder elkaar, immers – en na anderhalve poging tot moeizaam contact zwijmelen de twee al diep in elkaars ogen. ‘Hij kan óók niet praten,’ verzucht ze gebarentalend tegen haar buurman, ‘voor hem ben ik niet afwijkend.’

Het is kitsch van de bovenste plank. De verschoppelingen die vanzelfsprekend samenspannen om een van hen te bevrijden, en zo – dat snapt de goede verstaander natuurlijk metéén – uiteindelijk ook zichzelf en elkaar. De anonieme macht die het onderspit delft zodra de onderliggers de handen ineen slaan.

Onderwijl moest ik steeds denken: waarom leert de visman wel haar gebaren, maar zij nooit zijn gorgeltaal? Waarom wordt van de norm afwijken in deze film consequent gelijkgesteld aan verlies, verdriet, armoe en ontbering, en vinden deze mensen uitsluitend soelaas bij elkaar? Waarom is hun enige vrijmakende perspectief de dood, of de vlucht?

Bovendien: als je een intrigerende film wilt maken over de last van het ‘anders’ zijn – iets waar deze film wijd en zijd om geroemd is – zijn er heden ten dage toch werkelijk interessanter perspectieven te bedenken dan die van een door een anonieme macht gevangen gezette vissengod?

Wat The Shape of Water doet, is weinig anders dan de terechte honger naar andere beelden en andere verhalen stillen met oude sprookjes.


Aantal reacties: 13