Vreemdelingen in de achtertuin

IN DE WINTER is er altijd wel een zwerver die zich in mijn tuin installeert. Ditmaal begon het al in de lente: een grote zwarte kat met felgroene ogen lag regelmatig op de tegels te zonnen. Hij was bijzonder schuw en maakte zich uit de voeten zodra ik buiten kwam. Toen een buurvrouw een emmer water over mijn zwarte kat leeggooide, in de veronderstelling dat Kimmijnkat die grote zwarte was die de vuilniszakken in de buurt kapot scheurde, realiseerde ik me dat de tuinlogé waarschijnlijk dakloos was en honger had. Ik begon buiten eten neer te zetten.

Hij besloop het eten alsof het nog doodgemaakt moest worden. Hij meed elk contact. Wel wachtte hij elke dag buiten tot er voer kwam en staarde me dan met intense ogen aan tot ik weg was. Een heus roofdier dat zijn omgeving nauwlettend in de gaten hield. Om zijn zelfbeeld te relativeren, noemde ik hem Tweety.

Na twee maanden kreeg hij gezelschap van een pluizige zwarte. Ze vochten om het eten, zodat ik voortaan twee bakjes buiten zette. Michael – zo doopte ik de tweede zwarte zwerver – herkende ik: die liep al een paar jaar geregeld over straat.

Tweety viel Michael regelmatig aan, zodat ik voortaan de wacht hield totdat Michael zijn eten op had en pas daarna naar binnen ging. Grenspatrouille spelen tussen etensbakjes en twee schrokkende katten. Soms stelde ik me in een hinderlaag achter de keukendeur op om Tweety te verrassen als hij dacht Michael stiekem een hens te kunnen geven.

Michael zocht mijn gezelschap, maar wilde ik hem aanraken dan deinsde hij paniekerig terug. Na een maand stal ik een aai: ik had hem gelokt door met een takje te spelen. Daarna begin hij me langzaam te vertrouwen. Tweety sloeg het schouwspel met van argwaan flikkerende ogen gade.

Kimmijnkat vond buiten ineens niks meer aan. Nu kwam ze daar toch al zelden – ze is erg oud en slaapt vooral, op bed en bij voorkeur op schoot – maar dat we aandacht besteedden aan die zwervers buiten, leidde tot schrille protesten.

“Maar lieverd,” zei ik dan troostend, “als jij dakloos was zou je toch ook graag willen dat er iemand voor je zorgde?”
“Sheesh,” zei Kimmijnkat dan, “‘t is niet voor niks dat zij dakloos zijn en ik niet. Ze zullen het er wel naar gemaakt hebben.”
“Nou zeg,” antwoordde ik dan, “jij hebt makkelijk praten. Jij wordt goed verzorgd.”
“Dat noem jij goed verzorgd?” kreet Kim, “ik kan niet eens meer mijn eigen tuin in!”
“Dat is waar,” zei ik verzoenend, “maar jij hebt een heel huis. En een schoot. En een bed.”
“Ja,” zei Kim, “en dat wou ik gráág zo houden.”

KimMijnKat in narrig gesprek met Zenon over ons vreemdelingenbeleid

Aangezien de keukendeur in de zomer meestal open staat, was dat laatste nog niet zo makkelijk. Zowel Tweety als Michael slopen geregeld naar binnen om Kims eten te stelen, waarna Kim me moedeloos aankeek. “Zie je wel, ik zei het toch. Jij geeft ze een vinger en ze pikken mijn hele hand.” Dan streelde ik haar, gaf iedereen wat extra eten en hoopte er maar het beste van.

Michael begon me buiten op te wachten. Als ik het huis uitkwam stak hij ter begroeting mauwend de straat over, en soms kwam hij op het geluid van mijn autootje af. Hoogst vertederend. Ik werd van de weeromstuit liever tegen Michael, wat zowel Tweety als Kimmijnkat met lede ogen aanzagen.

Toen het op een dag gruwelijk regende en ik mijn tuinmatras overhaast naar binnen sleepte, dook Michael de keuken in en installeerde zich erop. Ik had het hart niet hem in de stromende regen te zetten en liet hem begaan. Kim blies naar me. “Ik wed dat-ie nog luizen heeft ook,” snibde ze.

Kim (rechts) bekijkt Michael (links) vol argwaan

Michael was binnen. Daarna kon ik Tweety de toegang niet meer weigeren. Voor straf moest ik een maand lang in de keuken surveilleren als ik de menagerie eten had gegeven. En hoewel Kim de helft kleiner is dan zij, houden beide zwervers respectvol afstand en slaan ze alleen elkaar, nooit háár. Zij deelt af en toe stoer een mep uit om haar positie in de hiërarchie duidelijk te maken.

De zwervers acclimatiseren wonderbaarlijk goed. Michael rolt op zijn rug als ik langs loop, opdat ik zijn buik kan kroelen. Tweety leert aarzelend te snorren. Kim slaat soms racistische taal uit – “Ze ruiken ook zo raar!” – maar als ik haar veel aandacht geef, doet ze gewoon of ze de zwervers niet ziet.

Slapende katten blazen niet. Vlnr: Kim (die inderdaad heel
klein is), Michael, Tweety (een enorm grote kat)

In de keukendeur zit tegenwoordig een kattenluik. Ik vraag me af hoe mijn drie katten reageren als er straks een vreemdeling in de tuin zit.


Aantal reacties: 17