Orders van Hogerhand

MIJN PLOEG WAS IN KATWIJK AAN ZEE INGEPLAND. Aan de boulevard werd ons uniforms en rangnummers uitgereikt, we kregen jute zakken en een schep en konden aan de slag. We schepten de zakken vol met zand en stapelden ze op. Na wat dralen kwam een echtpaar naar ons toe. “Eh, als ik vragen mag, wat bent u aan het doen?”

Ik geef toe, het moet een vreemd gezicht zijn geweest. Vier mensen in rode legerpakken die op het strand een wal van zandzakken opbouwden en daarachter levensgrote houten soldaten opstelden.

Strandpatrouille aan het werk
(foto: Ron Peperkamp)

“Tja, een heel verhaal,” zei onze wachtmeester eerste klas. “Den Haag, het begint bij Den Haag. U weet misschien dat daar het Internationaal Strafhof wordt gevestigd, waar oorlogsmisdadigers zullen worden berecht?” Het echtpaar knikte. De wachtmeester vertelde dat bijna honderd landen dat strafhof accepteren, maar Amerika niet, wat de zin van zo’n hof enorm ondermijnt. Maar dat was niet alles. Amerika zegt dat als er ook maar één enkele Amerikaan voor deze rechtbank wordt gebracht, ze hem met man en macht zullen komen bevrijden. Ze hebben zelfs een invasiewet aangenomen om in dat geval Nederland binnen te vallen. Dat is nooit eerder in de geschiedenis vertoond. Amerika onttrekt zich daarmee niet alleen aan de internationale rechtsorde, ze schenden hem bovendien. “Vandaar dat we ons kleine landje en dat mooie internationale hof willen beschermen,” zei de wachtmeester. Het echtpaar bezag de zandzakkenwal ineens met andere ogen. Het kon wel eens oorlog worden.

Maar iets knaagde. “Helpt dit dan?” vroeg het echtpaar. “Nou nee,” zei de wachtmeester eerlijk, “maar we doen in elk geval iets. Dit leek ons beter dan de zoveelste demonstratie. En wij hier zijn niet de enigen: overal langs de kust zijn strandpatrouilles als aan het werk. Al die houten soldaatjes doen precies waartoe wij gewone mensen zijn veroordeeld: toekijken en afwachten wat er gebeurt.” Dat was inderdaad heel ernstig, vond het echtpaar, als gewone burger sta je machteloos tegenover de grote politiek. “Vandaar dat wij soldaat zijn geworden, het leger van Hogerhand,” besloot de wachtmeester. “Met een leger kun je wél wat.”

Al weken scheppen pelotons als het onze zandzakken vol en maken ze bolwerkjes langs de kustlijn. Elke keer komen burgers vragen wat er aan de hand is en krijgen die vriendelijk uitleg. Geregeld komt de lokale krant langs en schrijft daarna een stukje over Hogerhand, over de invasiewet en over het belang van het Internationale Strafhof. Geleidelijk wordt er een linie langs de kust opgebouwd en krijgt het protest vorm. Overal waar de strandpatrouilles van Hogerhand langs zijn geweest, staan groepjes mensen na te praten: wat ze nu toch hebben gezien en gehoord!

Alles gebeurt anoniem. De Hogerhanders kennen elkaar meestal niet. De rekruten en leiding gebruiken literaire pseudoniemen: de wachtmeesters heten Bull Super en Willem Brakman, de marsorders komen van Neeltje Maria Min – vermoedelijk onder het motto “voor wie ik liefheb, wil ik waken”. Hogerhand wil geen woordvoerders, geen leiders hebben.

Al doende wordt een nieuwe vorm van protest uitgedacht en geschapen. De organisatie is geheel via internet opgebouwd. Wekelijks melden zich nieuwe rekruten aan (de helft van mijn peloton was nieuw) en worden er tientallen fortificaties gemaakt. Honderden mensen sturen hun portret op voor de houten soldaatjes. Bezoekers van de website betalen zandzakken of proviand, verf of hout. Mensen geven tijd en materiaal. Thuis stellen mensen roosters op, regelen logistiek, wassen uniformen en overleggen in de virtuele kazerne. Wie het idee steunt, draagt bij wat hij kan en wil, en als niemand meer meedoet of iets geeft stort Hogerhand automatisch in, net zoals Hogerhand zich nu vanzelf lijkt uit te breiden. Hogerhand is een Linuxleger. Het wrange is dat, mocht Nederland – of een ander modern land – ooit behoefte krijgen aan een ondergrondse, dat zo’n beweging zich waarschijnlijk langs deze lijnen zal ontwikkelen. Dit is het verzet van de toekomst.

Spaink als recruut
(foto: Ron Peperkamp)

“Op dit moment worden er dagelijks door 2 of 3 patrouilles nieuwe fortificaties gebouwd. Verspreid over bijna 100 km strand tussen Hoek van Holland en Den Helder, oogt het allemaal nog heel nietig. Maar iedere dag komen er weer een paar bij en zo werken we stapje voor stapje toe naar een hecht front – misschien niet helemaal aaneengesloten, maar in ieder geval indringend genoeg om bij de juiste mensen de juiste vragen op te roepen,” schrijft Hogerhand op haar website. Daarbij hoort de vraag waarom wij voor acht miljard Joint Fight Strikers kopen van het land dat belooft ons binnen te vallen als zij zich niet aan de internationale rechtsorde hebben gehouden.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *