De blik van de dader

AL EEN JAAR OF ZES lees ik mee in de Internetgroepen over zelfmoord, de laatste maanden uitgebreider dan anders vanwege een boek waaraan ik werk. In de loop der jaren heb ik de meest akelige verhalen mijn scherm zien passeren en heb ik een aantal mensen enigszins leren kennen; ik schrik niet meer zo snel (waarbij ik in het midden laat of dat nu een goede zaak is of een slechte).

Waar ik maar niet aan kan wennen, is dit: de hoeveelheid mensen die suïcidaal is geworden vanwege misbruik en mishandeling die ze in hun jeugd hebben doorstaan. De verhalen zijn hemelschreiend. Je leest over vaders die hun dochter wekelijks verkrachtten en haar hebben afgericht om zich als een hond te gedragen. Over kinderen die vrijwel dagelijks door klasgenootjes in elkaar werden geslagen, en ouders die koeltjes zeiden dat ze dan maar beter voor zichzelf op moesten komen. Over kinderen die zich op twaalfjarige leeftijd al zo ongewenst en ongelukkig voelden dat ze zich steeds weer van de trap af gooiden, in de hoop dood te gaan of naar het ziekenhuis te mogen, omdat het ziekenhuis ze voorkwam als een paradijselijk respijt van hun ‘gewone’ leven.

Een groot deel van de gruwel van zulke verhalen is de harde wetenschap dat er mensen zijn die kinderen zo vreselijk in de steek kunnen laten en – in hun onnadenkendheid of in hun nietsontziend egoïsme – zo ernstig kunnen benadelen. Maar erger nog is het besef van de effecten van zulk gedrag. Veel van deze kinderen zijn opgegroeid tot kapotte volwassenen, mensen die ervan overtuigd zijn dat ze geen geluk verdienen en geen goed kunnen doen. Diep in hun hart zijn veel van hen gaan geloven dat zijzelf niet deugen, dat ze geen liefde waard zijn en dat ze die behandeling van vroeger eigenlijk verdiend hebben.

Hun tragiek is dat ze de blik van hun daders hebben overgenomen. Diep in hun hart blijft er een stem dooretteren die telkens maar herhaalt dat het hun eigen schuld is, een stem die de stem van de agressor is, en die stem vernielt hun zelfvertrouwen. Ze begrijpen wel waarom ze mishandeld werden, want ze wáren thuis inderdaad ongezeglijk of vielen uit de pas op school… ze verdienden slaag. Pappa kon er niet veel aan doen dat hij ze nam, dat gebeurde nu eenmaal zo en het was vooral hun fout dat ze het niet konden verdragen, ze hadden liever moeten zijn voor pappa. Ze werden terecht gestraft, want ze waren geen goede hond, ze morsten immers altijd bij het slobberen uit hun eetbakjes en maakten zo de vloer vies.

Je hart krimpt samen als je het leest.

De grenzeloze tragiek is dat veel van deze kinderen, toen en nu, hun angst en woede tegen zichzelf richten. Ze razen en tieren niet op de daders, maar kleineren in plaats daarvan zichzelf. Ze schreeuwen het niet uit over het onrecht hun aangedaan, maar snijden in hun eigen armen. Ze willen de boosdoeners van toen niet de kop inslaan, maar bedenken hoe ze zichzelf van kant kunnen maken. In plaats van de agressors van toen te haten, minachten ze zichzelf.

En toch, tegen de keer in, zie je regelmatig hoe gul en goed van vertrouwen zo iemand kan zijn. Hoe verrast als iemand ze echt aardig vindt, hoe vol van ongeloof als iemand moeite voor ze doet. Ze haken en hunkeren naar liefde, naar onvoorwaardelijke liefde, ze hebben een gat niet te stelpen zo groot.

Twee van deze mensen ken ik inmiddels vrij goed. Chris, die het eigenlijk een nieuwe mamma wil, en Sandra, die iemand nodig heeft die haar ditmaal niet in de steek laat. Sandra heeft vandaag een reis ondernomen om bij Chris op bezoek te gaan. Ze trilden allebei als een espenblad bij de gedachte de ander te zien en zijn als de dood dat ze elkaar tegenvallen. De verwachtingen zijn niet eens zo hoog gespannen: ze willen allebei vooral iemand die ze vasthoudt, die een beschermende arm om ze heenslaat, ze over hun hoofd streelt en zegt:”ik help wel op je te passen.”

Ik kan de gedachte aan Chris en Sandra vandaag niet van me afzetten. Ik zou wensen dat hun vertrouwen in elkaar de blik van de dader weg krijgt. Makkelijk is dat niet – ze proberen dat al hun hele leven.

(Bovenstaande column is in bewerkte vorm opgenomen in mijn boek De dood in doordrukstrip. Chris pleegde een paar dagen na deze ontmoeting zelfmoord.)


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *