Straatverbod

Gabi van Driem, foto: Mark van der ZouwIn 2003 stuitte ik op een man die op internet ijzerenheinig een discussie over polygamie voerde. Gaandeweg bleek zijn opvatting van polygamie nogal afwijkend te zijn: hij vond dat vrouwen – of eigenlijk, één vrouw in het bijzonder, laat ik haar M noemen – hem geen seks mochten weigeren, al hadden ze al jaren een relatie met een ander en taalden ze niet naar hem. Sterker, hij vond dat hij de vrouw in kwestie gerust zwanger mocht maken. Het was oneerlijk dat ze hem negeerde: als brugpieper was hij immers al verliefd op haar geweest, dat gaf hem toch rechten?

Hoe meer hij vertelde, hoe bezorgder ik werd. Hij leek een obsessieve stalker en meldde geregeld dat hij uit pure frustratie over M’s afstandelijkheid de boel bij hem thuis aan gort had geslagen. Toen hij zijn onwillige liefdesobject bij haar volle naam noemde, zocht ik uit wie ze was: gelukkig was haar naam ongewoon, en wist ik inmiddels waar ze woonde. Met enige schroom belde ik M op.

En óf ze die man kende! Hij had haar meermalen en gedurende lange tijd gestalkt, zodat werkgevers, buren, collega’s en vrienden inmiddels instructies hadden om haar af te schermen. Ik vertelde M wat haar stalker publiekelijk over haar schreef; ze schrok zich suf. Hij had vorige week nog aan de deur gestaan. We deden allebei aangifte. De politie nam ons bloedserieus en ontbood de man op het bureau. Veel konden ze niet uitrichten: hij had M immers niets aangedaan. ‘Nog niet,’ dachten M en ik in koor.

Er kwam pas schot in de zaak toen ik aan Gabi van Driem dacht. Afgelopen weekend stond er een interview met haar in PS: Van Driem, de eerste feministische advocaat van ons land, is de bedenker van het straatverbod voor stalkers, een juridische constructie die stalkers verbiedt zich in de nabijheid van hun slachtoffers te begeven.

Van Driem begon namens M een civiele zaak tegen de man. Daarbij ligt de juridische bewijslast lager dan in een strafzaak; zodoende hoefde M niet te wachten tot haar belager haar metterdaad iets zou aandoen. Met mijn uitdraaien van zijn relaas op internet en M’s gedocumenteerde verhaal wist Van Driem bij de rechter in mum van tijd een contact- en gebiedsverbod voor de stalker af te dwingen.

Toen de man die uitspraak meermalen schond, kon het OM vervolgens alsnog ingrijpen: hij werd opgepakt, in voorarrest gezet, moest voorkomen en werd ontoerekeningsvatbaar verklaard. Hij heeft uiteindelijk enige jaren vastgezeten. Psychotisch, obsessief, manisch, totaal op M gefixeerd, en bij vlagen bloedje agressief.

Van Driem had de koninklijke weg gevonden voor het lastige parket waarin M zich bevond: door een civiele procedure tegen de man te beginnen, had ze – toen hij die rechterlijke uitspraak keer op keer schond – het OM voldoende motief gegeven om alsnog een strafzaak tegen hem te instigeren.

Van Driem is haar gewicht in goud waard. Heeft ze eigenlijk al een lintje?

Moslims in het blauw

Moslima bij Britse politieWanneer ik problemen met de vermeende neutraliteit van de politie had? Ergens in de jaren jaren tachtig, toen de politie fors had uitgebreid en elke onervaren gup, nog schonkig in zijn uniform, zichzelf een snor aanmat, hopend dat hem daarmee de begeerde autoriteit zou toevallen. Het bangelijke machismo droop van ze af en vertrouwen boezemden ze me echt niet in. Zulke agenten meed ik als de pest.

Mijn vertrouwen in de politie steeg met elke stap naar diversiteit. Meer vrouwen in de gelederen hielp enorm om de politie ook tot mijn vriend te maken. Een beter homobeleid (‘roze in het blauw’) scheelde eveneens: dat verzekerde me ervan dat er agenten waren die zulke dingen snapten. Om diezelfde reden is een korps dat moslims in de gelederen telt, een uitstekend plan. En wil je ook moslima’s in het korps hebben – en dat wil je – dan sta je voortaan een hoofddoekje onder de uniformpet toe.

Kom niet aan met onzin als ‘alweer gewetensbezwaarden’. De trouwambtenaren die indertijd weigerden huwelijken van een mannen- of vrouwenkoppel te voltrekken, wilden hun taak alleen selectief uitoefenen: namelijk wanneer het hen uitkwam. Ze onttrokken zich daarmee aan de wet. Momenteel hebben we het over moslimvrouwen die een eed willen zweren om de rechtstaat – de héle rechtstaat – te zullen naleven en de wet – de héle wet – te willen eren.

Begin evenmin over ‘religieuze uitzondering’. Mij zegt religie niets, maar net zoals ik voor sommige dingen liever een vrouwelijke agent spreek, begrijp ik terdege dat anderen hopen dat een agent enig besef van hún achtergrond heeft. Ambtenaren horen trouwens ook neutraal te zijn, en zij mogen hoofddoekjes dragen. Waarom agenten dan niet?

Een korps dat hoofdzakelijk uit mannen bestaat, is niet neutraal. Een korps dat hoofdzakelijk uit witte mensen bestaat, is niet neutraal. Een korps dat alleen uit christenen of atheïsten bestaat, is niet neutraal. Alleen een divers korps is neutraal: want alleen diversiteit in de gelederen biedt elke burger het gevoel dat ook zij door de dienst worden gerepresenteerd, en dat de politie hun zorgen of problemen kan begrijpen. Diversiteit maakt dat iedereen duidelijk dat de politie er ook voor hen is.

En nee, religie hoeft voor mij niet – bij de politie niet, bij de overheid niet, nergens niet. Maar eisen dat juist moslims hun religie om reden van onhaalbare neutraliteit wegmoffelen, is vals. Want zowat iedere witte Nederlander heeft, bij gratie van zijn of haar opvoeding, een tik van de christelijke molen meegekregen. Mijn opvoeding was atheïstisch, maar de cultuur waarin ik opgroeide was door en door protestants. Ik weet meer van de bijbel dan me lief is.

Juist dat maakt het verbod op ‘opzichtige’ religieuze symbolen bij de politie zo intens on-neutraal: het bevooroordeelt de christelijke ideologie, en zet elke moslima die bij de politie wil solliciteren, op achterstand. Hoofdoekjes zijn de grote gelijkmaker.

Alleen het tempo is ongeëvenaard

Eerst moesten de feiten het ontgelden. Trump beweerde dat de opkomst bij zijn inhuldiging de grootste ooit was, ondanks foto’s die het tegendeel bewezen. Daarna zei hij dat er sprake was geweest van grootschalige stemfraude, en dat al die ‘valse’ stemmen naar Clinton waren gegaan – al hadden zijn advocaten eerder geen bewijs van dergelijke fraude gevonden. Toch hield Trump hartstochtelijk vol dat hij, goed beschouwd, wel degelijk ‘the popular vote’ had gewonnen. Zijn woordvoerder noemde dat een ‘alternatief feit’.

Daarna was de beurt aan de wetenschap. De klimaatwebsite van het Witte Huis werd allerijl verwijderd, en voortaan moeten alle studies en onderzoeksgegevens van de EPA, de milieutak van de overheid, eerst door Trumps mensen worden goedgekeurd voordat ze mogen worden gepubliceerd. Naast alternatieve feiten krijgen we ook alternatieve wetenschap – wetenschap is alleen ‘waar’ wanneer die in Trumps straatje past. Ook andere overheidsinstellingen kregen te horen dat ze voortaan niets naar buiten mogen brengen zonder presidentiële goedkeuring vooraf. Censuur, noemen we zoiets in de gewone wereld.

Trumps kabinet zette onderwijl de aanval op de pers voort. ‘Journalisten behoren tot de meest leugenachtige mensen ter wereld,’ herhaalde Trump afgelopen week nog maar eens. Zijn perschef meldde dat de pers bezig was Trump onderuit te halen. ‘en dat laten we niet over onze kant gaan’. Daags daarna betitelde Steve Bannon – hij runde eerder Breitbart News, de verzamelplaats van neonazi’s en bron van veel nepnieuws, en is nu aangesteld als Trumps belangrijkste strateeg – de media openlijk als ‘de tegenstander’. Feiten checken en navraag doen staat kennelijk gelijk aan vijandig gedrag.

Vervolgens kregen we de MuslimBan: vluchtelingen mogen voorlopig het land niet in, evenmin als mensen uit zeven ‘verdachte’ landen – zelfs niet wanneer ze al jarenlang een werkvergunning voor de VS hebben. Het decreet overviel iedereen, ook de instanties die het moesten uitvoeren. Het hoofd van het Department of Homeland Security hoorde op televisie over de maatregel.

De openbaar aanklagers van zestien staten noemden het decreet onwettig en vier rechtbanken vonnisten dat de maatregel bevroren moest worden. Trump negeerde dat. Een woordvoerder van Trump deed een van de vonnissen af met de opmerking dat de rechter in kwestie was aangesteld door Obama, en dat de uitspraak ‘dus’ partijdig en niet relevant was. De andere vonnissen werden genegeerd omdat een presidentieel decreet volgens het kabinet ‘nooit onwettig’ kan zijn.

De pers belachelijk maken. De media afschilderen als inherent leugenachtig. Verzonnen verhalen als waarheid presenteren. Wetenschappers muilkorven. Rechterlijke uitspraken negeren. Mensen plotseling hun rechten ontnemen.

Het klinkt akelig bekend. Alleen het tempo is ongeëvenaard: nooit geweten dat je een land in tien dagen tijd zo kapot kunt maken.

 
Noot 5 feb: Door een fout is deze column in de loop van zondag 5 feb. per ongeluk gewist. Alle reacties zijn daarmee helaas ook verdwenen…

Bijltjesdag

Terwijl Trump belooft Amerika weer groot te maken, valt de Republikeinse partij door zijn toedoen inmiddels luidruchtig uiteen. Tal van kopstukken wenden zich publiekelijk van Trump af, waaronder vooraanstaande leden als Mitt Romney, John McCain, Condoleezza Rice, John Kasich en Paul Ryan. Kranten die altijd zonder aarzeling hun steun aan de Republikeinse presidentskandidaten hebben gegeven, komen nu met een onomwonden negatief stemadvies.

De Republikeinen vrezen zelfs dat ze in november hun meerderheid in het parlement – verkiezingen die samenvallen met die voor de president –zullen verliezen. Hun nervositeit stijgt met de dag.

Team Trump houdt de lijst van afvallige Republikeinen intussen nauwkeurig bij. Rudy Giuliani, voormalig burgemeester van New York, memoreerde gisteren koeltjes dat Trump ‘niet zal vergeten’ wie achter hem is blijven staan en wie niet.

Met Clinton zelf heeft Trump bepaald snode plannen. ‘Als ik tot president word gekozen,’ zei Trump zondagavond in het debat met haar, ‘zorg ik ervoor dat jij in de gevangenis belandt.’ Dat leidde tot een protestkoor van Republikeinse openbaar aanklagers, die betoogden dat zoiets tegen alle principes van de rechtsstaat indruist en dat ze een dergelijk dienstbevel nooit zouden uitvoeren. Zij staan nu vast ook op Trumps lijst.

Een presidentskandidaat die openlijk een bijltjesdag belooft? Wat is er in godesnaam aan de hand daar?

Op sommige momenten in het debat van afgelopen zondag viel mijn mond gewoonweg open. Toen moderator Anderson Cooper aan Trump de vraag stelde of zijn dat weekend opgedoken opmerking over ‘vrouwen bij hun kut grijpen’ niet neerkwam op seksuele intimidatie, begon Trump eerst over ISIS en benadrukte daarna dat hij Amerika ‘weer veilig’ wilde maken. Veilig voor wie precies?

Niet voor Hillary Clinton. Want die moest volgens Trump de gevangenis in, terwijl hij de rechtsstaat onder ieders voeten wegtrok, en steeds hinderlijk dichtbij haar ging staan, alsof-ie elk moment los kon gaan.

Niet voor moslims, die hij valselijk verantwoordelijk stelde voor het niet tijdig opmerken van geradicaliseerde extremisten. Niet voor vrouwen, want door hem is het weer quasi-normaal geworden om verhalen over vrouwen bij hun kut grijpen af te doen als onschuldige grappen van ‘mannen onder elkaar’. Niet voor arme mensen, die evident te dom zijn om hun belastingaangiftes slim in te richten.

Zelfs de feiten zijn niet veilig voor Trump. Hij verkracht ze waar je bij staat, hij liegt en verdraait, de feiten gaan pardoes voor de bijl.

Wat me het meest bevreemdt is dit: het kan zijn aanhangers geen sikkepit schelen. Zelfs als ze terdege weten dat hij liegt, juichen ze voor hem. Soms denk ik: ze juichen voor hem, juist omdat hij liegt.

Kan iemand me alsjeblieft uitleggen wat maakt dat iemand de toekomst van zijn land in de handen wil leggen van zo’n man?

Rupsje Nooitgenoeg

Kijk hem staan. Ietwat slobberig in het pak – de armen te iel voor de mouwen –, zijn helderblauwe ogen priemend, de mondhoeken misprijzend naar beneden, de vuisten gebald. Rob Bertholee, hoofd van de AIVD. Zijn grootste vijand: terreurorganisaties. Zijn op een na grootste vijand: ons aller privacy. Om de eerste vijand te verslaan, moeten wij burgers het tweede opgeven, vindt hij.

‘Ik vind privacy ook uiterst belangrijk,’ begint hij. Ja, wat moet hij anders: zeggen dat je privacy onzin vindt is voor een hoge ambtenaar onaanvaardbaar, het is immers een grondrecht? Maar verder moet hij er eigenlijk niets van hebben.

Bertholee deelt het volk fijntjes mee, toevallig precies in de week waarin het boek van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis over alle privacy-vermalende beleidsmaatregelen die overheid en bedrijfsleven het afgelopen decennium hebben genomen, insloeg als een bom, dat privacy-voorvechters hartstikke gevaarlijk zijn. ‘Zouden mensen die privacy als hoogste doel hebben dat net zo enthousiast nastreven als zij slachtoffers zijn van een aanslag? Als zij weten dat zij hebben toegestaan dat zoiets gebeurt?’

Hoe vals van Bertholee: alsof er aanslagen plaatsvinden omdat er teveel privacy is. Alle terroristische aanslagen zijn uitgevoerd door mensen die al bekend waren bij de AIVD of hun internationale collega’s. Die verdachten verloren de veiligheidsdiensten echter uit het oog door een overmaat aan bureaucratie, door gebrekkige onderlinge samenwerking en door de door henzelf gecreëerde overmaat aan signalen – immers: hoe meer triggers, hoe meer loze meldingen, en hoe meer nutteloos werk. De AIVD kan simpelweg niet uit de voeten met de grote hoeveelheid door henzelf geplante vlaggetjes.

Bertholee wijdt er geen woord aan, ook al is dat probleem inmiddels in zowat alle westerse landen breed uitgemeten. Hij pleit voor meer bevoegdheden en minder privacy, en zet nu zelfs de mensen die het luttele beetje privé verdedigen dat ons rest in de schandhoek: voor hem zijn al wie dat grondrecht te berde brengen, weinig meer dan handlangers en medeschuldigen aan terreur.

Sinds 9/11 zijn onze grondrechten drastisch ingeperkt, jaar op jaar. Maar de AIVD is Rupsje Nooitgenoeg: er kan altijd gerust nóg een beetje van onze privacy worden afgebikt, vinden ze.

Bertholee vecht nu het recht op encryptie van berichten aan. De ellende van het opgeven van dat recht betekent dat iedereen daardoor akelig kwetsbaar wordt voor hackers, en voor bank- of identiteitsfraude. Wat heb je er in hemelsnaam aan om een eventuele terrorist te kunnen onderscheppen wanneer dat betekent dat het reilen en zeilen van de hele bevolking op werkelijk alle dagelijkse fronten aanzienlijk kwetsbaarder wordt?

Meneer Bertholee: voer al uw persoonlijke transacties een maandje uit op een onbeschermd netwerk, zonder enige encryptie. Daarna praten we verder over wat veiligheid behelst.

Mondsnoering

We maken ons –terecht- nogal druk over mannetjesputter Erdogan, die meent zijn gekrenkte ego juridisch te moeten helen door journalisten, criticasters en satirici systematisch voor de rechter te dagen, zelfs wanneer ze niet onder zijn jurisdictie vallen. Vrijheid van meningsuiting? Lap aan je laars. Ander land, andere wetten? Dondert niet. Erdogan duldt geen tegenspraak, ook niet van buitenlanders. Kan hij je niet oppakken, simpelweg omdat je je elders bevindt: dan vervolgt hij je in je eigen land en tracht je eigen rechtssysteem naar zijn hand in te zetten.

Gelukkig trappen niet alle rechters erin, maar Erdogan is helaas niet de enige machthebber die deze nieuwe strategie beproeft. Buitenlandse critici de mond snoeren via hun lokale rechter lijkt opgang te maken.

The Economist publiceerde afgelopen weekend een stuitend overzicht van moderne methodes tot mondsnoering. In Rusland, China en veel Arabische landen zijn de wetten strenger dan ooit, vaak na een korte opleving van vrijheid: na de Glasnost en de Arabische Lente zijn de nieuwe bewindvoerders dusdanig gespitst op het promoten van hun eigen glorieuze reputatie dat ze volkomen onbehouwen te werk gaan.

Sommige heersers, zo memoreert The Economist, gaan zelfs zover dat critici botweg worden vermoord. Poetin heeft al een aantal journalisten op zijn kerfstok staan, maar ook in Mexico vallen kritische journalisten bij bosjes, en in Bangladesh worden onafhankelijke bloggers geregeld letterlijk in stukken gesneden.

In Westerse landen is de censuur subtieler, maar niet minder perfide. Het vermeende recht om niet te worden gekwetst wordt daar als smeermiddel ingezet. ‘Uw opinie discrimineert mijn gevoelens’ is het motto, maar de praktijk wijst uit dat dit neerkomt op: uw opinie schaadt mijn belangen, uw opinie behaagt mij niet – en dus mag u hem niet uiten.

De fatwa die over Salmon Rusdie werd uitgesproken, zette deze trend in het Westen in, maar inmiddels is hij wijd verbreid. Kwetsen moet juridisch worden verboden.

En nu zitten we in de situatie dat mensen die pleiten voor een boycot van Israël, wegens derlui abjecte beleid jegens Palestijnen en de bezette gebieden, in steeds meer landen bloot staan aan juridische vervolging. The Economist heeft een schandalig lijstje van landen en instanties die mensen criminaliseren die zo’n boycot promoten. De vlag waaronder dat gebeurt? Antisemitisme. Alsof het beleid van een natie bekritiseren gelijk staat aan discriminatie.

Erdogan bekritiseren is geen vertoon van moslimhaat, Netanyahu’s beleid bekritiseren geen jodenhaat. En verwijten van blasfemie horen al helemaal niet thuis in zo’n debat: elke god mag te allen tijde worden ondervraagd, elk geloof mag worden betwijfeld.

Niets is heilig, behalve het debat zelf. Al wie dat in de kiem wil smoren, is verdacht. Al helemaal wanneer hij daarvoor een rechter inzet, in plaats van argumenten.

Gewapende spullen

In een zaak vergelijkbaar met de San Bernardino rechtszaak, waar de FBI van Apple eist dat zij een gelockte iPhone van nieuwe software voorzien opdat de FBI op haar gemak kan proberen het mobieltje te hacken, heeft de overheid gisteren flink het lid op de neus gekregen. Het ging in deze zaak om de gelockte iPhone van een man die wegens drugshandel was opgepakt (hij heeft overigens bekend en is veroordeeld); ook daar weigerde Apple zijn medewerking.

Rechter James Orenstein veegde in New York de vloer aan met de argumenten van de staat. Apple heeft een wettelijk toegestaan product verkocht, en is zelf niet betrokken bij het misdrijf; Apple kan derhalve geen enkele vorm van medeplichtigheid worden aangewreven. Er is simpelweg geen wettelijke grond om medewerking van het bedrijf af te dwingen.

De rechter rekent het de staat voorts zwaar aan dat die de zaak liefst in het geheim wilden voeren, buiten het oog van pers en publiek om, en dat – anders dan ze steeds suggereren – deze zaak niet op zich staat. Er zijn al zeker 70 gevallen bekend waarin de DEA of de FBI van Apple eiste dat het bedrijf voor hen een iPhone van een verdachte zou unlocken.

Uit de stukken kon de rechter niets anders dan opmaken dat de staat aanstuurt op een algemene uitspraak die bedrijven oplegt dat zij altijd, zodra de FBI daarom vraagt, hun medewerking moeten verlenen om privéapparatuur van verdachten te ontsleutelen, of die anderszins voor de inlichtingendiensten toegankelijk te maken. Dat is een zodanig vergaande eis, vonniste de rechter, dat die pertinent niet ad hoc kan worden ingewilligd; daar is wetgeving door het Congres voor nodig. Zelfs dan is het nog de vraag of een daartoe ontworpen wet toetsing aan de grondwet zou doorstaan.

De Newyorkse zaak biedt prachtige aanknopingspunten voor de San Bernardinozaak. Wat de FBI daar eist, gaat verder dan wat de DEA in deze zaak wilde. Om het mobieltje van de San Bernardino terroristen te ontsleutelen, zou Apple een nieuw besturingssysteem moeten schrijven, naar de specificaties van de FBI, en die via de achterdeur op de bewuste telefoon moeten uploaden. Dat mechanisme – waarbij een fabrikant malicieuze code schrijft en van haar eigen sleutel voorziet opdat zo’n telefoontje de ‘update’ zonder vragen accepteert, is een buitengewoon riskant pad.

In een opiniestuk voor de Washington Post legde Christopher Soghoian van burgerrechtenorganisatie ACLU gisteren uit wat dat pad behelst: dat alle technologiebedrijven kunnen worden verplicht op instigatie van veiligheidsdiensten gecompromitteerde updates naar klanten en gebruikers te sturen. En dan is niets meer veilig: elk mobieltje, elke browser, elke zelfsturende auto en slimme tv kan zomaar een verlengstuk van de overheid worden.

Dan wordt technologie een wapen van de staat tegen haar burgers.

Robuuste rechters

De rechter die in 2013 het grootschalige, ongerichte bijhouden door de NSA van alle telefoongesprekken van de bevolking afwees, maakte gisteren korte metten met de afluisterstaat. Indertijd oordeelde Richard Leon dat zonder aanzien des persoons bijhouden wie wanneer, hoelang en vanaf welke locatie met wie belt, ongrondwettig was – en griezelig Orwelliaans. Niettemin bood hij in zijn uitspraak de NSA alle ruimte om de boel te repareren.

Maar iedereen pleegde obstructie. Individuen uitsluiten van massasurveillance kon écht niet, dat zou het hele systeem ondermijnen, zei de NSA. ‘Er komen binnenkort betere wetten,’ zei de Amerikaanse overheid. ‘Wij hebben toch toestemming gegeven? Dan mag het dus wél!’ zei het Congres.

Deze week – twee jaar later – was rechter Leon het beu. Volkomen beu. Hij vonniste gisteren dat de NSA per direct moet stoppen de metagegevens bij te houden van de telefoongesprekken die de eiser voert. Kan de NSA niet één enkele persoon uitzonderen van haar surveillance? Jammer voor de NSA: dan maar helemaal stoppen met het bijhouden van zulke gegevens van totaal onverdachte burgers. Leon: ‘De regering vraagt mij de facto om goed te keuren dat ze een sleepnet van ongekende proporties over alle burgers uitwerpt.’

Had het Amerikaanse Congres ingestemd met deze grootschalige privacy-inbreuk? Doet er niet toe, sneerde Leon. Immers: het Congres mág helemaal geen toestemming geven voor wetten en praktijken die ongrondwettelijk zijn. ‘Het intrinsieke doel van het grondwettelijke recht op privacy zou volledig worden ondermijnd wanneer dit hof zich neerlegt bij de overtuiging van het Congres dat ieders persoonlijke vrijheid opgeofferd dient te worden in de strijd tegen hedendaags kwaad.’

Leons vonnis boet enigszins aan fermheid in wanneer je weet dat de bewuste afluistermaatregel over drie weken sowieso afloopt, en vervangen wordt door een nieuwe wet. Niettemin zet hij een nieuwe toon: massaal onverdachte mensen volgen, is serieus ongrondwettelijk, en gelegenheidswetgeving doet niets aan dat principe af.

Vorige maand was er hier een vergelijkbare overwinning: de langlopende rechtszaak die de Oostenrijker Max Schrems tegen Facebook voerde, en die nu eindelijk op Europees niveau wordt uitgevochten, leidde tot de uitspraak dat persoonlijke gegevens van Europese burgers niet op Amerikaans grondgebied mogen worden bewaard – waar ze feitelijk vogelvrij zijn, want wij vallen niet onder Amerikaans recht – en een deugdelijke Europese bescherming vereisen.

Als toetje oordeelde de Brusselse rechter gisteren dat Facebook niet langer gegevens mag bijhouden van bezoekers en passanten die zelf geen Facebooklid zijn. Per vandaag moet Facebook daarmee ophouden, op straffe van een boete van een kwart miljoen euro per dag.

Wie zijn rechten lief heeft, moet tegenwoordig bij het gerechtshof zijn – niet bij de politiek. Vandaag vierde ik een feestje voor de rechtstaat. En voor robuuste rechters.

Felipe op de BBA2015

Bij de Big Brother Awards 2015 sprak ik onderstaand in memoriam uit voor vriend en internetpionier Felipe Rodriguez.

Meteen na mijn speech kondigde Hans de Zwart, de directeur van Bits of Freedom, aan dat de positive prijs die regelmatig tijdens de BBA wordt uitgereikt, wordt hernoemd: die heet nu niet langer de Winston Award, maar de Felipe Rodriguez Award. Een prachtige geste.

***

In Memoriam Felipe Rodriguez

Zonder hem geen XS4all. Zonder hem geen DDS. Zonder hem geen Meldpunt Kinderporno. En zonder hem geen Bits of Freedom.

Eerder deze maand overleed Felipe Rodriguez. Hij was pas 46 en was al een jaar of zes uit het publieke leven verdwenen, maar had op zijn veertigste al een CV dat menig tachtigjarige jaloers zou maken.

Felipe was een van de vele Nederlandse hackers die sinds eind jaren tachtig op bulletin boards rondhingen. Hij had zijn eigen BBS, Utopia, en via een bevriende sysadmin bij de Universiteit van Amsterdam hadden hij en zijn maten toegang tot internet. Op een nacht ontdekte hij, zoals zijn vriend Rop Gonggrijp het uitdrukte, dat alcohol en internet vaak niet goed samengaan. Het gevolg: Utopia en HackTic verloren hun gedoogde toegang tot internet.

Zoals alle hackers was Felipe inventief. Op de achterkant van een bierviltje becijferde hij dat als ze nu een bedrijfje werden en zélf een huurlijn naar NLnet inkochten en die verbinding met 500 mensen deelden, ze quitte zouden spelen. Felipe legde het geld op tafel, bestelde de huurlijn, servers en modems, en zo ontstond XS4all: de eerste publieke internet provider in Nederland, betaald uit de opbrengst van Felipes Spaanse restaurant. XS4all, de enige provider ter wereld die haar beginkapitaal vond in pulpo, paella en patatas bravas.

Tijdens een lange avond op Hacking at the End of the Universe, in 1993, verzonnen Felipe en Marleen Stikker samen De Digitale Stad, een gratis ISP gemodelleerd naar het concept van een stad, compleet met gemeentehuis, postkantoor, kiosk, huizen, pleinen, cafés en rosse buurt. Het werd een model dat overal ter wereld werd gekopieerd.

Felipe blonk uit in tactisch, nuchter nadenken. Waren er conflicten of ruzies, dan was hij altijd de eerste om mensen de hand te reiken: hij nodigde tegenstanders uit voor een kop koffie of voor een maaltijd in zijn restaurant Centra. Hij was een meester in de-escaleren, hij krabde alle eelt en ideologie van meningsverschillen af.

Presten politici om censuur van internet – terroristen! kinderporno! – dan kalmeerde hij ze. Censuur helpt niet, je schaadt altijd meer dan je redt, en bovendien verlies je zo het zicht op wat er gebeurt. Beter was het om goede procedures voor meldingen van overlast en misdaad te scheppen, rechercheurs op te leiden, sporenonderzoek te doen en gebruikers op te voeden.

En Felipe realiseerde zich al vroeg dat internet alleen sterk kan blijven wanneer niet alleen bedrijven en aanbieders zich organiseren. Ook de gebruikers van internet hebben hun eigen organisatie nodig: het verdedigen van digitale burgerrechten kun je qualitate qua niet overlaten aan ISP’s. Alleen wanneer ook de belangen van burgers worden vertegenwoordigd, kun je hopen op een waarlijk robuust internet.

Dat was het begin van Bits of Freedom. De eerste jaren was het heel hard werken, met weinig geld. En elke keer dat Bits of Freedom weer eens dreigde om te vallen, gaf Felipe gul.

Felipe was het hart van ons internet. Zonder hem geen XS4all, geen DDS, geen Meldpunt Kinderporno. En zonder hem geen Bits of Freedom.

Felipe: het was een eer je te hebben gekend.

Schijn en systeem

Het heeft er alle schijn van dat de politiek inmiddels grondig kapot is – en daarmee ook democracy as we knew it. Dat de parameters van beleid tegenwoordig vaker op internationaal niveau worden bepaald dan in nationale parlementen, is op zich geen ramp. Dat burgers slechts zijdelings betrokken zijn bij de samenstelling van die internationale organisaties en zowel zij als NGO’s amper invloed kunnen uitoefenen op de agenda’s, standpunten, procedures en besluitvorming daar, is dat wél. Evenals dat burgers en NGO’s hun eigen zorgen er zo belazerd weinig terugzien.

Dat steekt des te meer daar dat bedrijven wel lukt, en zij een willig oor vinden. Van de zoveelste verlenging van het auteursrecht of de uitbreiding van de reikwijdte van patenten; van intellectueel eigendom dat zo is opgerekt dat je ineens geen eigenaar meer bent van spullen die je toch heus eerlijk hebt gekocht – allemaal vérstrekkende veranderingen waar burgers niets en parlementen amper iets over te zeggen hebben gehad.

Daarnaast vormen en kleuren bedrijven ons dagelijkse leven zwaar, zonder dat burgers daar veel invloed op kunnen uitoefenen. Schaalvergroting, goedkoper fabriceren, werk uitbesteden aan rechteloze groepen, weigeren na te denken wat de rol van arbeid en loon nog is in een steeds verder geautomatiseerde wereld, is een vorm van korte-termijndenken die niet lang meer houdbaar is. Want wat moet er gebeuren met al die werklozen, al die uitgerangeerde mensen, zeker nu de staat zich ook steeds meer terugtrekt?

Hoe kan het dat het bedrijfsleven de winsten voor zichzelf houdt, terwijl ze de verliezen meestal behendig op de maatschappij weet af te wentelen?

En dan hebben we daar bovenop nog TIPP, NAFTA, CETA en andere handelsverdragen, die allemaal draaien om ISDS: the Investor-State Dispute Settlement. Een soortement van rechtbank waar buitenlandse bedrijven een land kunnen aanklagen wanneer dat beleid invoert dat hun ‘winstverwachting’ dwarsboomt. Een ‘hof’ dat bindende uitspraken doet, zonder de plicht die te publiceren, zonder dat burgers worden gehoord, en zonder mogelijkheid tot beroep. Dat hof heeft nationale regeringen al meermalen tot miljardenclaims veroordeeld, zuiver omdat zij door haar eigen burgers geëntameerde en uiteindelijk nationaal gesteunde beleidsveranderingen doorvoerden.

We zien het allemaal gebeuren, en niemand die een fatsoenlijk antwoord op deze ontwikkelingen weet te formuleren. Hou me ten goede – ik ook niet.

Wel ga ik steeds meer geloven dat het weinig zinnig is om politici individueel verantwoordelijk te stellen voor falend beleid. Want natuurlijk breekt elke politicus z’n verkiezingsbeloften binnen deze context. Het is allang niet meer de mens die het systeem faalt: het systeem faalt de mensen, politici incluis.

Wel mag je van politici eisen dat ze het falen van het systeem niet langer weglachen.