Een achterdeur in Whatsapp

Mensen doen soms een envelop om hun e-mailtje of hun appje, zodat alleen zijzelf en de geadresseerden dat kunnen lezen. Omdat inbraken op andermens’ berichtenverkeer akelige consequenties kunnen hebben en mensen aan hun privacy hechten, bouwen applicatiebouwers zulke versleuteling vaker in. Whatsapp versleutelt automatisch alle berichten, net als Signal en Telegram; ook Facebook Messenger wil versleuteling tot standaard verheffen.

Evenredig aan de behoefte van gebruikers aan veiligheid en versleuteling groeit de wens van overheden om achterdeurtjes in te bouwen: wegen om die encryptie te breken. Zonder die achterdeurtjes zou de overheid machteloos staan tegen criminelen, is het verhaal. Al in 1988 fileerde Intel-techneut Timothy C. May die retoriek: hij destilleerde de doembeelden van toen en noemde die, met een klassieke verwijzing, de Vier Ruiters van de Infocalyps: terroristen, pedofielen, drugsdealers en witwassers.

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid bepleitte onlangs in navolging van zijn Amerikaanse collega William Barr dat internetplatforms de sleutels van hun gebruikers aan justitie moesten kunnen overhandigen, om opsporingsdiensten toegang te verschaffen tot berichten- en chatverkeer. Heel Bijbelvast legde Grapperhaus de nadruk op kinderporno als argument om zijn ‘sleutelrecht’ op te eisen: ‘Wat ik graag zou willen is met grote internetpartijen om de tafel en zeggen: luister, we gaan het nu zo regelen dat wij in ieder geval als er sprake is van verdacht verkeer toch een toegang kunnen krijgen om te kunnen zien wat zich er precies afspeelt.’

Hoe Grapperhaus zich dat precies voorstelde, zei hij er niet bij, maar achterdeurtjes in de software van die ‘grote internetpartijen’ lijken de logische optie. Immers: als encryptie automatisch geregeld wordt, is er sowieso geen sleutel die je bij gebruikers kunt opeisen, nog los van het feit dat de grondwet bepaalt dat mensen nooit aan hun eigen veroordeling hoeven mee te werken en zwijgrecht hebben.

Grapperhaus is naïef. Zodra softwarebedrijven van iedere gebruiker een ‘masterkey’ moeten bijhouden, maakt dat hun platform een magneet voor hackers, en dus: onbetrouwbaar voor gebruikers en riskant voor investeerders. Begin 2016 erkende het kabinet zelfs dat sterke encryptie van groot belang was voor de veiligheid en soliditeit van internet. Het slot op mijn deur (en mijn communicatie) is bedoeld om iedereen buitenshuis te houden, overheid en criminelen gelijk: dat is juist het nut van een deur met een slot erop.

Dat zo’n slot opsporing bemoeilijkt, is geen doorslaggevend argument: opsporing is altijd moeilijk, en hoort dat in zekere zin zelfs te zijn. Want transparantie eisen van burgers, en eenvoudige toegang tot hun communicatie, is aanzienlijk enger. Grapperhaus kan beter een voorbeeld nemen aan zijn partijgenoot Hans Franken: die beschouwde encryptie als de moderne variant van het aloude briefgeheim, en dus als grondwettelijk recht.

[Beeld: Needpix]


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *