Mijn Amsterdam

Het Parool vraagt in zijn weekendbijlage steeds iemand wat volgens hem of haar het mooiste, liefste, meest verrassende of typerende van de stad is. Voor het interne medewerkerskrantje mocht ik mijn eigen editie daarvan schrijven. Bij deze!

Mijn buurt

Wittenburg, de parel van Centrum-Oost en bakermat van het Aardappeloproer. Omdat Wittenburg een schiereiland is, is er alleen bestemmingsverkeer, wat de buurt tot een oase van rust maakt. Op straat groeten veel mensen elkaar. Op zomeravonden hoor je de zeehondjes in Artis, overdag stikt het van de merels, meeuwen, halsbandparkieten en jochies op scooters. De beste haring en mooiste bloemen koop je hier, op de kop van Wittenburg. Alleen is het doodzonde dat de woningbouwvereniging elke leegkomende huurwoning subiet in de verkoop gooit. Alleen al in het portiek hier zijn inmiddels acht van de elf woningen aan het huurbestand onttrokken.

Dagelijkse boodschappen

In de brede omtrek zijn uitsluitend filialen van AH te vinden, dus er valt niets te kiezen. Gelukkig hebben wij wel het AH-filiaal met de allerliefste kassamevrouwen van de hele stad. Een ervan noemt me altijd ‘mop’.

Café

Saarein natuurlijk, de bruine, doch volledig gereviseerde kroeg voor de leukste dames en heren van Amsterdam. Met een mooie stamtafel, een overvolle kapstok, een happy hour met gratis vette hapjes op de vrijdagmiddag, en met meer herinneringen dan me lief is. Ze schenken een goede prosecco (hoezo is prosecco ‘uit’?) en ik kom er altijd wel wat kennissen tegen, met wie ik dan afspreek om weer eens af te spreken.

Restaurant

Choux, aan De Ruyterkade. Ze behandelen groente als een volwaardig gerecht en maken allersmakelijkste schotels met goudeerlijke ingrediënten waarvan je nog nooit hebt gehoord. De onvolprezen Hiske Versprille gaf Choux een 9-, maar mijn moeder overtroefde haar met gemak: die gaf zonder blikken of blozen een fooi van vijftig euro.

Met pek en veren de stad uit

Toeristenbussen, mensen die hun huis vaker airbnb’en dan ze het zelf bewonen, de bierfiets, stadsbestuurders die ontkennen dat de stad uitgewoond wordt door het toerisme, vrijgezellenpartygangers, mensen die hun vuilnis op straat dumpen. En de mussen had ik ook graag weer terug. De vlinders zijn we helaas al kwijt.

Museum

De Hortus, een levend museum van botanische wonderen. Aan het eind van de middag is de Hortus op z’n mooist: een verstilde plek vol geur en kleur. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet. En ik wil er altijd stekjes jatten. Of er desnoods als vrijwilliger komen werken.

Mooiste gevel

De ballengooiende jongens net onder de daklijsten ergens op de Ceintuurbaan. De eerste keer dat ik ze zag – vanuit een stilstaande tram die moest wachten tot de brug over de Amstel eindelijk dicht kon – waande ik me op de Efteling. ‘Papier hier,’ hoorde ik er eentje zeggen, eerlijk waar.

Dieren in Amsterdam

De leguanen die stilletjes, ongemerkt haast, uit het Kleine Gartmanplantsoen omhoog komen kruipen. Maar ook het kattenparadijs hier – de daktuin op de ondergrondse parkeergarage die middenin ons huizenblok ligt – scoort hoog. Twee zwervertjes zijn via dat paradijs langzaamaan bij mij ingetrokken, en de grote, valse, argwanende zwarte die oprecht niet wist wat snorren was en die totaal verstijfde toen hij zag hoe mijn oude kat mijn schoot koos – ‘Bovenop een méns gaan liggen? Wat?!? Ben je nu helemaal zot?!?’ – werd uiteindelijk de allerliefste kat die ik ooit heb meegemaakt. Na zijn dood heb ik twee dagen volcontinue gehuild. Hij ligt begraven in het kattenparadijs.

Begraafplaats

De Nieuwe Ooster. Rustig, mooi, lief, met prachtige bomen en versierde Hindoestaanse graven; met Allerheiligen branden overal kaarsjes. Het beste crematie-alternatief voor het kille lopendebandwerk dat Westergaarde heet. Er liggen veel schrijvers, en er is vast ergens een ballenjongen die hen ’s nachts stiekem pen en papier bezorgt. Of een kat die ze innige kopjes komt geven.

Verliefd in Amsterdam

Ja, daar is het hoog tijd voor. Alleen vind ik geen kandidaat.

Een avondje stappen met…?

Renate Rubinstein. En dan allebei door de stad karren: zij in haar Arola, ik in mijn Canta. Kijken wie het hartste kan, en wie de mooiste bochten kan maken. En daarna samen lichtelijk dronken worden.


Aantal reacties: 3

  1. url url'>Janus ≡ 28 May 2016 ≡ 12:32

    Je bedoelt het AardAppeloproer… (Dit kan weg.)

  2. url url'>Spaink ≡ 29 May 2016 ≡ 11:50

    Janus @ 1: Fixed, dankjewel.

  3. ≡ 17 May 2017 ≡ 22:58

    En Westgaarde (kan ook weg, zowel deze opmerking als de crematiekolos zelf).

Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *