Privacy poedels

Aanstaande zaterdag worden de Big Brother Awards uitgereikt: een poedelprijs voor personen, instanties en bedrijven die de privacy schenden.

“Maar als je toch niks te verbergen hebt…?” zeggen mensen vaak. Nu heb ik niks te verbergen, of nu ja, een paar dingen uiteraard, maar ik wil toch liever enige zeggenschap houden over wie wat van mij weet. Als ik zelf aan mijn ouders vertel dat ik wel eens xtc gebruik is dat mijn beslissing; het is heel anders indien iemand zulke dingen achter mijn rug om uitvist en die gegevens bewaart, voor derden opvraagbaar maakt of doorverkoopt. En juist over zulke zaken gaat die privacy-poedelprijs: om al die instanties en organisaties die – meestal zonder dat je dat doorhebt – gegevens over je verzamelen en daar dingen mee doen waarop je geen greep hebt. Het lastige is dat al die voorstellen en ontwikkelingen elkaar versterken, en als burger – ook een die niks te verbergen heeft voor de overheid – raak je zelf zowat opvraagbaar.

Neem Translink, een consortium van onder meer de NS en Connexxion. Die zijn bezig met de invoering van een chipkaart voor het openbaar vervoer in heel Nederland. Handig, zeggen ze, want dan hoef je niet meer te rommelen met gepast geld, en het is ook veiliger voor de chauffeur. Dat is allemaal waar. Maar op zo’n OV-chipkaart worden ook al je reisbewegingen vastgelegd: wanneer nam iemand welke trein, bus of tram; welke routes legt-ie gewoonlijk af, wanneer week hij van zijn normale parcours af? Translink kondigt aan dat ze zulke informatie zullen gebruiken voor marketingdoeleinden. Dat betekent: gebeld gaan worden tijdens het eten met de prangende vraag wat u van lijn 11 vindt, en spam ontvangen van bedrijven bij uw favoriete in- en uitstaphaltes.

Dat Translink zulke gegevens vastlegt en bewaart, betekent ook dat derden ze kunnen opvragen. De politie, bijvoorbeeld. Die mag (binnenkort zelfs zonder tussenkomst van de rechter-commissaris) opvragen welke reizigers er allemaal op dinsdagavond 7 oktober uitstapten op het Mercatorplein, en kan die mensen ontbieden als mogelijke getuigen of daders van de verkrachting die zich daar afspeelde. En of ze meteen even hun DNA willen afstaan, voor de zekerheid. Nee hoor, niet dat we u verdenken, maar we moeten de kring verdachten kleiner krijgen, ziet u. Heus, we weten wel dat u niets heeft te verbergen, maar toch, he.

Het principe dat iedereen onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen, verliest op die manier zijn waarde en betekenis. Ieders gangen kunnen – soms nog jaren na dato – worden nagetrokken. De explosie aan uitzoekwerk die zulke ontwikkelingen voor de politie heeft, worden nooit verdisconteerd in zulke plannen. De politie verzuipt straks in alle gegevens die ze tot haar beschikking heeft. En je krijgt rare dingen, we hebben ze al eerder gezien: toen de Duitse politie op zoek was naar verborgen RAF-leden werd iedereen wiens gas- en lichtrekening plotseling steeg, onder verhoogde attentie geplaatst. Wie de pech had in diezelfde periode plots te gaan samenwonen kon er donder op zeggen dat-ie gecheckt werd door de inlichtingendiensten. (Overigens werd geen enkel RAF-lid op die manier getraceerd.)

Translink denkt niet na over zulke consequenties van haar plannen. Bits of Freedom, de organisatie die de Big Brother Awards hier in het leven heeft geroepen, wel. Bits of Freedom is bevreesd dat onder het motto van veiligheid ieders rechten langzaam eroderen, en dat burgers steeds maar transparanter moeten worden – niks te verbergen, immers? – terwijl bedrijven en overheidsinstanties steeds minder verantwoording afleggen over wat ze nu precies met de aldus vergaarde informatie doen, en wat ze er feitelijk aan hebben waar het criminaliteitsbestrijding betreft.

Dat argument dat je toch zeker niks te verbergen hebt zou twee kanten moeten op gaan. Overheid en bedrijfsleven horen inzage te geven welke gegevens ze verzamelen, beheren, bij elkaar voegen, bewaren, doorverkopen en aan derden overhandigen; in de vraag met welk doel ze zulke gegevens bewaren; en zeker in de vraag hoe efficiënt of nuttig hun plundering van onze persoonsgegevens is. Waarom zouden we tappen makkelijker maken – zoals de overheid wil – indien diezelfde overheid weigert te vertellen hoe vaak telefoontaps nu eigenlijk behulpzaam zijn in het oplossen van een criminele zaak? Waarom moeten wij transparant worden, en hoeven overheid en bedrijfsleven dat niet te zijn?

Ondertussen verdient het bedrijfsleven aan onze (onschuldige) geheimen. KPN blijkt geheime telefoonnummers al jarenlang te verkopen aan marketingbureaus, zonder haar clientele dat verteld te hebben. Dat leverde KPN een nominatie voor de Big Brother Award op.

Zaterdag openbaar ik een geheim: wie die verdomde poedelprijs heeft gewonnen. Dat mag, want ik zit in de jury.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *