Prikkels

De bezuinigingen die het kabinet in spe voorbereidt, zijn immens. Het gaat om 15 miljard euro, en Zalm wil daar sinds deze week nog anderhalf miljard extra aan besparingen bij verzinnen. Wie zoals ik nog steeds euro’s terugrekent naar guldens, realiseert zich dat dit de grootste bezuigingsoperatie moet worden die een Nederlands kabinet ooit heeft voorgesteld: bij elkaar gaat het om bijna 34 miljard gulden, en Zalm is – zo valt te vrezen – nog lang niet klaar.

Een van voorstellen is om mensen met een uitkering ‘financieel te prikkelen’ om aan het werk te gaan. De premisse die daarin besloten ligt, is dat de hoofdoorzaak van werkloosheid luiheid is, of positiever gesteld: inertie. Vastgelopen geraakt in niets meer doen en vervolgens de fut ontberen ergens aan de slag te gaan, of zo gewoon zijn geraakt aan een arbeidsloos dagritme dat de discipline om te solliciteren weggevallen is. En bovendien, zo vervolgt de redenering, ontbreekt ook de aanmoediging. Die uitkering komt immers elke maand vanzelf binnen. Hoef je niks voor te doen. Kun je rustig bij blijven zitten.

Werkloos zijn klinkt in zo’n toonzetting bijna paradijselijk, maar de realiteit is harder. De uitkeringen zijn in de loop der jaren fors verlaagd en de uitkerende instanties zijn aanmerkelijk strenger geworden, maar prikkelen alleen volstaat niet. Nog maar kort geleden heeft Amsterdam haar Mega-Banenmarkt afgesloten, ook zo’n leuk prikkelprojekt: wie niet naar die banenmarkt kwam, verloor zonder pardon z’n uitkering. Duizenden mensen kwamen verplicht opdraven. De operatie betekende uiteindelijk vooral een opschoning van de bestanden van de Sociale Dienst en deed weinig qua werkverschaffing. Slechts een paar honderd mensen zijn er daadwerkelijk door aan een baan geholpen, meest mensen die nog maar kort werkloos waren en ook zonder Mega-Banenmarkt al een redelijke kans van slagen hadden. De rest moest onverrichter zake naar huis: er was onvoldoende werk.

Mij lijkt dat wie werklozen een duwtje in de rug wil geven om aan de slag te gaan, zichzelf daarmee verplicht hen daartoe ook een serieuze kans te bieden. Zonder reëel alternatief kun je iemand prikkelen tot zowel jij als hij een ons wegen, maar het zal niemand helpen. Het enige resultaat is frustratie bij de prikkelaar en getergdheid bij de geprikkelde: die kan immers geen kant op, hoe hard hij ook in de rug wordt gestoten.

Die serieuze kans is precies waar het aan schort. De economie raakte sowieso al in het slop – die zou je nu juist moeten prikkelen, maar dat is vloeken in het kabinet – en dat proces is na de beurscrashes, na september 2001, na de invoering van de euro en na het démasqué van teveel multinationals die financieel wanbeleid en bedrog gepleegd hadden, alleen maar versneld. Overal vallen massa-ontslagen en de aanstaande regering meent dat werklozen moeten worden geprikkeld om aan een baan te geraken?

Voorts zou juist een kabinet van VVD en CDA beter dan elke andere regering kunnen weten dat het ‘prikkelen’ van uitkeringsgerechtigden alleen niet helpt. Het kabinet Van Agt-Wiegel voerde indertijd met Bestek ’82 voor die tijd buitengewoon strenge bezuinigingen door en sneedt – precies zoals de huidige incarnatie dat wil – fors in de uitkeringen en in de begrotingen. Krappere en kortere uitkeringen bereikten ze, dat zeker. Prikkels zat. Maar sociaal en economisch gezien was het een dieptepunt. Bestek ’82 bracht de hoogste werkloosheidscijfers sinds de Tweede Wereldoorlog voort, en voor het eerst in decennia was er weer echte armoede in Nederland.

Het domste van de prikkeltheorie is de veronderstelling dat je kunt bepalen welke kant mensen oprennen als ze venijnig geprikt worden. Als je iemands uitkering voldoende verlaagt, zal hij heus wel iets gaan doen. Je weet echter niet wat. Ja, hij kan schoonmaker worden – maar ook de werkgelegenheid in die sector is eindig, en tegen de tijd dat alle hoger opgeleiden de lager opgeleiden uit de markt hebben geprijsd, zit de zaak potdicht en zit die werkloze nog steeds geprikkeld te wezen, zonder geld en zonder uitzicht. Wie weet springt hij wel voor de trein. Maar je hebt er ook rekening mee te houden – zeker in een maatschappij waar de rijkdom steeds ongelijker verdeeld raakt en de rijken s teeds meer pronken – dat zo iemand gaat stelen: oude mensen beroven, of juwelierszaken.

Abram de Swaan zei jaren gelden al dat de rijken, om hun eigen goed en veiligheid te beschermen, baat hebben bij een solide sociale zekerheid. Je moet kansloze mensen niet teveel prikkelen, al was het maar uit welbegrepen eigenbelang. Want wie niets meer te verliezen heeft, kan alleen nog maar winnen.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *