Over fictie

[Voor Surplus.]

Hoe men zichzelf toch om de tuin kan leiden. Al maanden loop ik op een nieuw boek te broeden, een roman: ik heb een titel, een thema, losse snippers, onaffe verhalen, kladblaadjes met mooie zinnen en een vaag idee over opbouw, ontwikkeling en ontknoping. Hoe hij precies in elkaar gaat zitten weet ik nog niet, maar dat is nu juist een belangrijk argument om hem te willen schrijven. Als-ie af is, begrijp ik namelijk eindelijk wat ik ermee wilde.

Maar beginnen te schrijven: ho maar.

Elk argument dat zich aandient grijp ik aan om dat boek-in-spe te ontwijken. Een lezing hier, een column daar, een artikel zus en een eerlijk verdiende luie dag zo, Internetten en e-mailen, en hemel ik wilde nog uit ook en jee wat verwaarloos ik mijn vrienden toch. Ik heb het druk en ik houd het doelbewust druk. Al maanden zeg ik streng tegen mezelf dat ik volgende maand heus zal beginnen en mezelf zal afsnijden van de wereld teneinde me op te sluiten in wat ooit een boek moet gaan worden. Maar ik wil niet. Ik durf niet.

Wat lastig is aan een verhaal of een roman, is dat die zo vreselijk op eigen benen staat. Voor een column of artikel is een extern argument voorhanden, buiten de deadline; als zo’n stuk nu niet geschreven wordt schrijft een ander het, en iemand vroeg het aan mij, dus welaan: doorbijten, kop in de wind, er was nog zoiets als ijdelheid alsmede werkdrift, aan de slag! en warempel, er komt weer iets uit, al weet ik op voorhand niet altijd precies wat. Bovendien zijn er bij non-fictie objectieve aanknopingspunten. Een discussie die mal loopt, een argument dat iedereen over het hoofd schijnt te zien (denk ik dan in mijn megalomanie), een invalshoek die meer aandacht verdient of soms het feit dat er geen discussie is. Zodat ik mijn mouwen maar weer ‘s opstroop en mijn muis in de aanslag breng.

Maar is een roman ooit urgent? Onkruid vergaat niet, en er bestaat geen nu of nooit. De actualiteit lijkt altijd dringender en aan smoezen heb ik geen gebrek. Dus laat ik de vrijgehouden tijd weer volslibben met e-mail, met een stukkie hier en een optreden daar en o ja ik moest ook nog bijkomen want eigenlijk ben ik erg moe. Bovendien schijnt ineens de zon en heb ik de laatste maanden te weinig boeken gelezen, dus nu ja… volgende week, dan maar?

Het voordeel van schrijven is tevens het nadeel ervan: ik verdwijn in de tekst die tot stand moet komen. Het lastige van fictie is dat het, veel meer dan een essay of column ooit vermag, me tot in mijn voegen raakt. Mijn stemmingen raken gekleurd door mijn personages en op het laatst kan ik geen onderscheid meer maken tussen wat ik denk & voel en tussen wat ik mijn personages toeschrijf – ben ik nu chagrijnig, verliefd, wraakzuchtig of verstrooid, of zijn zij dat?


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *