Muis

Vorige week beschreef ik in mijn column hoe moeizaam het opkrabbelen kan zijn na de dood van een geliefde. Ik kreeg daar veel persoonlijke reacties op. Sommige lezers betoonden zich geschrokken, anderen wilden troosten, maar de meeste mensen die iets terugschreven, zeiden vooral: ja, zo moeilijk is het inderdaad.

Daar had ik eigenlijk nog het meest aan: te weten dat dit normaal is, ook al voelt het uitzonderlijk hard. Ineens werd de kitsch waarmee we verlies gewoonlijk overladen, me duidelijk. We zien zo graag moedig gedragen verdriet, en hopen op een spoedig herstel.

De werkelijkheid is anders. Geen zacht verdriet, niks weemoedige herfstbeelden, geen beschaafd weggepinkte tranen, en weg ook met die harmonieuze grijstonen. Rouw is aanzienlijk schriller dan dat, heftiger, en vooral: rauwer en langduriger.

Misschien is het goed om minder beschaafd en besmuikt te zijn over ons verdriet. Want dat weet ik van de maanden dat Christiane nog leefde, terwijl ze haar eigen nabije dood onder ogen moest zien: het hielp haar ontzettend om daar geregeld over te kunnen praten, zonder soesah, zonder poespas. Het was goed om er een alledaags onderwerp van te maken, op vergelijkbaar plan als de boodschappen en wat ze die avond wilde eten. Met harde grappen, met natte ogen, met een angstaanval hier en een lachbui daar, maar vooral: met heel veel mensen om haar heen, waren de dood en het verdriet beter te verdragen.

Want ze waren dan tenminste niet weggestopt.

Toch is dat precies wat ik nu doe: mezelf buiten ieders bereik houden, mezelf verstoppen.

De afgelopen twee weken had ik een commensaal. Mijn kat had een muis gevangen en had het diertje naar binnen gebracht – dat jaagt fijner, want het is háár terrein – maar het diertje wist aan haar klauwen te ontsnappen en schoot de berging in. Daar hield het muisje zich twee weken verscholen. Ik legde geregeld kaas op een schoteltje en zette vers water neer, en hield overdag de keukendeur open, zodat-ie weg kon. Maar de muis verzette geen poot. Hij had een eigen kamer in mijn huis en in daar was het veilig. Maar het was natuurlijk geen leven voor een muis, zo verstopt, ongeacht de kaas die hij dagelijks kreeg.

Dit weekend waagde hij zich eindelijk uit de berging. Via de gordijnen klom hij op de verwarmingsbuizen langs het plafond en liep daar heen en weer, zoekend naar een uitweg. Max, de kat, had ’m al snel in de gaten. Ik ook. De muis verstijfde, en verschool zich, erewoord waar, achter het portret van Christiane dat bovenop de kast staat. Achter de doden ben je veilig – maar niet vrij.

Een uur later wist ik hem eindelijk van de verwarmingsbuis af te pingelen, ploep een glazen vaas in. Op de daktuin liet ik hem los. De muis rende weg. Hij had zichzelf gered door zich te verstoppen, maar vond de vrijheid pas toen hij uit zijn hol durfde.

Dat moest ik ook maar ’s proberen. Er is vast een vriend die me zo nodig in een vaas kan opvangen.


Aantal reacties: 13

  1. Fion ≡ 28 May 2014 ≡ 16:28

    Wat een prachtige metafoor liet jouw muis zien.

    En ik weet zeker dat er vrienden zijn die al stonden te wachten wanneer ze mogen komen vangen.

    Dikke knuffel

  2. Margriet ≡ 28 May 2014 ≡ 16:43

    Die vaas is er al, gezien alle prachtige reacties, maar jij moet durven springen.
    Succes, je wordt opgevangen .

  3. brasikurtz ≡ 28 May 2014 ≡ 17:56

    Je mooie verhaal doet me aan de titel/regel uit een Cure song denken; In the Cave all Cats are grey…

  4. thian ≡ 28 May 2014 ≡ 20:25

    met vallen en opstaan is het he”

    zo ervaar ik het
    mag ik je vertellen dat mijn beeldend therapeut me vertelde dat ik heel wat doelen behaald heb en mischien verder in de werkelijke wereld verder.. vrijheid
    moet oefenen… …. eng… iehhhhh mag nog even denken en door..
    maar gaan met mijn behandelaar praten
    ik wil niet, …maar ergens ook wel… in alles wat je doet zal ze door klinken
    net als bij mij in alles het door komt

    volgende week donderdag voor mijn in de realiteit schilderen
    later met aangepaste penselen

    ((Karin))

  5. Rick ≡ 28 May 2014 ≡ 21:56

    Muizen lusten, overigens, veel liever koekjes en crackers dan kaas. Dat muizen kaas eten is een apocrief verhaal. Verder is er natuurlijk verder niks mis met een muis als commensaal, mits deze niet terecht komt in het trapportaal, of in het kanaal. Doch dit terzijde.

    Verder is het Leven niet eerlijk, en de dood nog minder. Houd U taai, dappere vrouw, het zal slijten, ooit. Tot die tijd is het gewoon even, eh, kut.

    Kus.

  6. Antonius ≡ 28 May 2014 ≡ 22:41

    Mooie vergelijking, die muis met je rouw. Goed dat je daar een dwarsverband in ziet en mooi voor ons beschrijft.

    Al een tijd geleden dat ik het woord “commensaal” gebruikt zag. De laatste keer was in het gelijknamige nummer van Drs. P. Dat loopt aanzienlijk slechter af dan bij de muiselijke commensaal bij je thuis. Nog niet eens zozeer voor de commensaal zelf, maar voor de mensen om hem heen.

    Ik wens je een stukken beter lot toe Karin.

    Drs. P. – De commensaal:
    https://www.youtube.com/watch?v=b9JF8GypGkk

  7. Spaink ≡ 29 May 2014 ≡ 00:08

    @Rick: ik heb ook kattenbrokjes en brood neergelegd, maar het enige dat-ie opat was de kaas. Dus daar hield ik het maar bij. Ik was allang blij dat-ie iets at.

    @Antonius: Ja, ‘commensaal’ is inderdaad een ouderwets woord, maar ik heb het altijd erg mooi gevonden. En zodra ik me realiseerde dat die muis eigenlijk een eigen kamer hier in huis had, plus kost, dacht ik weer aan dat woord :)

    @Thian: ja, veel vallen, Maar de truc is dat je weer moet -en wilt- opstaan… En dat doe jij als de beste. Zoen terug!

  8. Hannibal ≡ 29 May 2014 ≡ 17:25

    Tsja, “.. want met commensalen heb je altijd wat”.

    Wat betreft de verwerking, nergens is de uitspraak: “Je gaat het pas snappen als je het doorhebt” meer op van toepassing dan juist dit. Het is een prima seizoen om weer naar buiten te komen. Geniet ervan.

  9. thian ≡ 29 May 2014 ≡ 19:59

    de muis zag er best gevoed uit
    ze deed het goed op de kaas
    buiten zal het zwaarder zijn voor der
    de katten weer ontvluchten
    en voor der eigen kossie zorgen

  10. Arlette ≡ 08 Jun 2014 ≡ 08:15

    Hoi Karin, je eerlijkheid raakt me. Verdrietig dat je het zo voor je kiezen hebt. Ik leef met je mee ook al kan ik me niet verplaatsen in hoe het is om een partner te verliezen.
    Ik voel me gesteund door je woorden . Het is zonder opsmuk. Ik heb net een jaar borstkanker- behandelingen achter de rug.. En dat voelt zo rauw en rouw. De wereld vind me moedig dat ik mij erdoorheen heb geslagen.. Dat begrijp ik.. Alleen nu zit ik met een overweldigend gevoel van ‘ veel te veel’ hier alles te verwerken. Net als jij trek ik me ook teveel terug. Lastig om in een wereld waar stoer zijn beloond wordt..kwetsbaar te zijn.

  11. Douwe ≡ 08 Jun 2014 ≡ 12:35

    Mooie metafoor met die muis, ik zal hem onthouden. Goed dat je dat ook inziet. Je moet verder en de tijd die je nog gegeven is moet je wèl besteden. Ik bedoel dus op de juiste manier besteden en daar past niet al teveel zelfmedelijden in. Helaas. Het leven is mooi, maar zo nu en dan ook hard. Juist in die hardheid schuilt ook de schoonheid van het leven, zolang je er iets positiefs uit weet te halen ipv in bitterheid of constant zelfmedelijden te vervallen.

    Een andere metafoor, waar ik veel aan gehad heb, luidt als volgt: Een luis is een beestje dat hoge sprongen maakt. Sluit zo’n beestje op in een jampotje en hij zal steeds zijn hoofd stoten aan het deksel. Daardoor leert het beestje niet te hoog te springen om hoofdpijn (of hersenletsel) te voorkomen. Haal je vervolgens het deksel weg, dan zal de luis alsnog laag blijven springen om hoofdpijn te voorkomen.

    Er zijn nogal wat mensen die mij verdriet hebben aangedaan. Het logische gevolg zou kunnen zijn dat ik me terugtrek, in mijn schulp kruip. Ik wil niet nogmaals mijn hoofd stoten. Tegelijkertijd besef ik dat dat geen manier van leven is. Saai en doods. Maw ik wil niet die luis zijn die, bang voor de hoofdpijn, niet meer zo hoog springt als dat hij zou kunnen. Ik spring nog altijd even hoog als mij gegeven is en ben niet bevreesd voor eventuele hoofdpijn (of hersenletsel, verdriet of wat dan ook).

  12. Anne van Strien ≡ 22 Sep 2014 ≡ 01:44

    Ja Karin, het is rauw(er) en langduriger.

  13. Janus ≡ 07 Apr 2015 ≡ 09:58

    Mogelijk dat dit bij dat opkrabbelen ook kan helpen:

    http://www.nu.nl/lifestyle/4025876/eerste-kattencafe-van-nederland-opent-deuren.html

    Vooral ook leuk voor mensen die wel van katten houden, maar ze om watvoor reden dan ook thuis niet kunnen houden.

    J.

Trackbacks & Pingbacks 1

  1. From Muis | Sargasso on 29 May 2014 at 08:00

    […] column van Karin Spaink verscheen eerder in Het […]

Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *