Dremelen

‘Waarvoor wil je zo’n ding precies gebruiken?’ vroeg iemand me.

Uhm, wist ik veel… Ik had immers maar net ontdekt dat de Dremel überhaupt bestond.

Dat zit zo: ik deed de laatste tijd allerlei dingen die anderen geregeld lieten uitroepen: ‘Spaink, jij hebt heus een Dremel nodig!’ Sindsdien vroeg ik me af of ik inderdaad een Dremel nodig had. Maar je moest mij niet vragen waarvoor precies: dat wisten anderen duidelijk stukken beter dan ikzelf.

Ik heb altijd veel geklust; mijn vader leerde me dat. Net als hij gebruik ik voornamelijk handgereedschap. Van hout- en ijzerzagen tot rattenstaart, van handboortjes tot bankschroef: het ligt hier allemaal voor het grijpen. Maar mijn enige elektrische gereedschap is een klopboor. Het lastige van elektrisch gereedschap is dat elke taak – zagen, schuren, slijpen of vijlen – meteen een aparte machine vergt: zwaar en groot spul van Black&Decker, of van Bosch. Daar heb je meteen een gereedschapsschuurtje, of liever nog een heuse man cave bij nodig. Want waar láát je dat spul tussentijds in hemelsnaam?

Na wekenlang dubben kocht ik, overmoedig geworden door een onverwachte kerstbonus, afgelopen week een Dremel. Tot mijn verbazing kan het ding van alles: boren, zagen, schuren, frezen, slijpen, polijsten en vijlen. Hoe meer bijgeleverde opzetstukken ik bekeek, hoe vaker er klussen aan mijn geestesoog voorbijtrokken die zoveel makkelijker hadden gekund. De tapijttegels die ik met een keukenschaar moeizaam op maat had geknipt, want er waren ingewikkelde hoekjes en inkepingen nodig eer ze pasten: ik had wekenlang blaren op mijn vingers. De Dremel heeft een freesje speciaal voor zulk werk. IJzerwerk doormidden zagen, de zijkanten ervan glad schuren: het had me laatst anderhalf uur gekost, plus trillende armen en zere schouders. De Dremel doet het met een makkelijk opzetstukje.

Het volledige overzicht van alle bijgeleverde accessoires stond alleen op de kartonnen doos waarin de Dremel was verpakt. Aangezien ik nog lang niet vertrouwd ben met al die verschillende opzetstukjes, wilde ik dat overzicht graag bewaren – maar niet die hele doos. ‘Jakkes,’ dacht ik, ‘dan moet ik dat printje dus uit het karton knippen. Heb ik straks wéér zere vingers.’ Twee tellen later dacht ik: ‘Wacht, ik kan dat overzicht natuurlijk ook uit de doos frezen. Ik heb nu immers een Dremel!’

Dat voelde behoorlijk meta: de Dremel die zelf zijn allereerste klusje veroorzaakte. Maar hij bewees meteen wel dat-ie waarlijk mijn nieuwe duizenddingendoekje is. Niks geen man cave bij nodig, trouwens: gewoon een plank in de berging plus een paar popperige doosjes voor alle opzetstukjes, en klaar was Spaink.

‘You don’t know what you got till it’s gone,’ zong glamrockband Cinderella ooit: pas door verlies ontdek je hoe belangrijk iets – of erger: iemand – voor je is. Kennelijk is het omgekeerde ook mogelijk. Voortaan noem ik dat ‘dremelen’: het geluk iets te vinden dat een voorheen onbekende lacune vult.

Ik wens u voor 2014 weinig verlies, en veel gedremel.


Aantal reacties: 8