De man die geen das wou zijn

Freimut Duve steekt keurig in het pak. Hij heeft woest grijs haar en een beminnelijke glimlach. En hij heeft een buitengewoon mooie maar moeilijke baan: hij staat aan het hoofd van het bureau Freedom of the Media van de OVSE.

(Nu moet ik uitleggen wat de OVSE is. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is een vrijwillige alliantie van 55 landen, meest Europese, plus een fors aantal landen in Centraal-Aziƫ en landen grenzend aan de Middellandse Zee. Maar ook Amerika is lid. Buiten de Verenigde Naties is de OVSE de enige supranationale instantie die het mandaat heeft om in te grijpen als ergens iets heel erg fout gaat. Buiten de wekelijke assemblee werkt de OVSE vooral via haar drie bureaus, de kroonjuwelen van de OVSE: minderheden, mensenrechten en persvrijheid. Duve staat al zes jaar aan het hoofd van dat laatste juweel.)

Duve gaat weg. Hij heeft er twee termijnen opzitten – meer mag niet – dus binnenkort komt er een ander in zijn plaats; wie is nog onduidelijk. Gisteravond was Duve in De Balie om zijn beleid toe te lichten en verantwoording af te leggen aan wie maar wilde vragen.

Dat deed hij met verve. Duve is zo’n klassieke sociaal-democraat die niet alleen nooit zijn principes heeft verloren maar daarnaast ook een overtuigende visie heeft, iemand die je zonder schaamte naast Willy Brandt en Joop den Uyl kan zetten: iemand die bevlogen is en mensen inspireert. En hij is – trouw aan zijn functie als bewaker en promotor van de persvrijheid – een man van het woord. Zijn wapen is (pluriform) debat, zijn werkwijze gebaseerd op overtuiging en kennis, en zijn inzet is de jeugd: ‘in defense of our future’.

Maar hij is nooit te beroerd om streng te wezen. Het bureau Freedom of the Media heeft – wellicht meer dan de andere twee kroonjuwelen van de OVSE – voor debat binnen de OVSE gezorgd en soms woedende reacties losgemaakt. (‘Als ik nu herbenoemd zou moeten worden werd ik zonder meer weggestemd,’ zei Duve, ‘en daar ben ik trots op. Het betekent dat ik mijn werk goed heb gedaan.’) Zijn standpunt is dat debatteren leuk en vooral heel zinnig is, maar dat woorden wegen. En woorden bestaan pas als ze worden uitgesproken. Stille diplomatie is niet zijn aanpak: op andere vlakken kan dat mogelijk wel werken, maar juist als het over persvrijheid gaat, is publiciteit primair.

Als ergens iets mis is stelt hij formele vragen aan zo’n land. Als zo’n land dan niet antwoordt, maakt hij een persbericht van zijn vragen en stelt ze nogmaals in de assemblee van de OVSE. En uiteindelijk gaat hij op bezoek in zo’n land – aangesloten OVSE-landen kunnen hem met goed fatsoen niet weigeren te ontvangen – en peutert dan regelmatig een gevangen genomen journalist los.

Het klinkt minimaal, maar het is vaak meer dan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken kan of wil. Duve is zich daarnaast buitengewoon bewust van de functie van beelden: nooit naar een land gaan waar het absoluut mis is (zoals Turkmenistan, Oezbechistan, Kyrgyzstan) ook al zijn die landen OVSE-lid, want je weet dat je daar misbruikt wordt na een bezoek. Zeker waneer je de Represenative for the Freedom of the Media bent: dan staan er daags na het bezoek van die promotiefoto’s in alle overheidskranten dat Duve op bezoek was, foro’s juist genomen als Duve zijn beminnelijke glimlach tentoon spreidt. ‘Ik wil hun etalage niet opsieren,’ zei Duve, en: ‘ze willen mij maar al te graag benutten als camouflage’. Duve vindt dat sommige keizers geen kleren aanhebben en weigert dan das voor hen te spelen. In zulke gevallen bewerkstelligt hij dat er rapporteurs op pad gaan maar laat hijzelf zich niet zien. Zijn das zou misbruikt worden.

Daarnaast is hij niet eenzijdig in zijn kritiek. De voormalige Oostbloklanden vormen een bron van zorg voor hem – na de val van de muur hebben ze hun hang naar democratie ingeruild voor onafhankelijkheid en afschaffing van staatsinstanties, zodat werkelijk alles er nu wordt geprivatiseerd – maar hij was ook de eerste die de persconcentratie onder Berlusconi bekritiseerde, en de EU dringend verzocht zich daarover uit te laten. De EU gaf echter niet thuis. Duve stond alleen.

Na afloop was er een kleine receptie. Er waren veel mensen die, ondanks hun kritiek, waren gevallen voor Duve. Hij is iemand aan wie je kunt optrekken, concludeerden we. Hij is een moderne held. Met mooi haar, en met een goeie das. Die hij weigert uit te lenen.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *