Vrouwelijkheid is een product

“EIGENLIJK ZIJN ALLE VROUWEN travestieten, en zijn sommige mannen het ook,” zei Maarten ‘t Hart gistermiddag in De Balie, aan het eind van zijn lezing over travestie. Waarmee hij wilde zeggen dat mannen die voor vrouwen willen doorgaan daar vooral zo goed in slagen omdat vrouwen in de laatste decennia veel make-up zijn gaan gebruiken, waardoor het voor mannen op hun beurt doenlijk is geworden vrouwen na te bootsen door diezelfde strategie te volgen. Als vrouwelijkheid uitsluitend in het lichaam besloten zou liggen, zou er immers geen beginnen aan zijn haar te personifiëren voor wie als man geboren is.

‘t Hart definieerde ‘vrouwelijkheid’ daarmee terecht als een sociaal construct, als het resultaat van noeste arbeid en de vrucht van flink vijlen en schaven. En dus als een verschijningsvorm die door beide seksen aan te nemen is en die geen van beide seksen op voorhand gegeven is.

Vrouwelijkheid zoals wij die gedefinieerd hebben is geen natuur, het is een product. Vrouwen doen permanent hun best ‘vrouwelijk’ te zijn, te blijven of te worden, en sommige mannen houden er bijwijlen hetzelfde doel op na — maar alleen mannen die vrouwelijkheid nastreven krijgen het predikaat “travestiet” opgespeld. Misschien, zo plaagde ‘t Hart, is het eerlijker ook de inspanning die vrouwen zelf leveren op dezelfde manier te beschrijven: als travestie.

Het was een uiterst onderhoudende lezing, gelardeerd met intrigerende biologische weetjes en persoonlijke anekdotes. ‘t Hart was afwisselend intiem, verleidelijk, laconiek, koket en komisch; alle zorgelijkheid en kommer waarmee hij in de eerste jaren na zijn publieke coming-out als travestiet over zijn bestaan als dame sprak, waren verdwenen. En hij gaf hilarische doorkijkjes in de lessen die hij heeft geleerd. De gezichtsuitdrukking die vrijwel zonder mankeren een sterk vrouwelijke trek aan een mannengezicht gaf, zo instrueerde hij het publiek, was: verbaasd kijken. Ogen opengesperd, wenkbrauwen opgetild, een zweem van een glimlach — onnozelheid? onkunde? onbegrip? — rond de mondhoeken spelend: het werkt. En hij deed het voor. Verdomd. Hij werd op slag nog een paar graden vrouwelijker. Klassiek vrouwelijker, dan wel.

Want wat ik intrigerend vond, is dit: ‘t Hart geeft duidelijk aan een bepaald type vrouw na te streven: de wellevende, elegante Wassenaarse, een dame van stand, een toonbeeld van beschaving en verfijning, met soms licht wufte trekken. Maar nimmer rebels, obstinaat, doortastend of wat dies meer zij. Zijn beschrijving van vrouwengedrag maakte dat evident: vrouwen lopen altijd met de knieën dicht bij elkaar, zitten met over elkaar geslagen benen, maken hun lichaam klein, lopen de trap met één tree tegelijk op en zijn beschaafd. Maar wat dan te denken van vrouwen die — zoals ik, en veel van mijn vriendinnen — altijd wijdbeens zitten (zelfs indien gehuld in korte jurk), die even gretig versieren en verleiden als mannen dat doen, die sprintjes trekken en de trap met twee treden tegelijk nemen (ik deed dat allebei, toen ik nog goed ter been was, zelfs met naaldhakken aan), die de etiquette niet in acht nemen en die geen kapperskapsel dragen?

Ook zij zijn vanzelfsprekend vrouwen, geeft ‘t Hart desgevraagd ruimhartig toe, maar op hen baseert hij zich niet. Het resultaat is dat ik me nauwelijks kan herkennen in zijn vrouwbeeld: hij neemt alle lessen serieus ter harte die ik, soms opgelucht en soms na diep zelfonderzoek, heb afgelegd. Wat zou ik hem graag een paar feministische lessen bijbrengen… Al was het maar omdat nette meisjes weliswaar naar de hemel gaan, maar slechte vrouwen overal komen — en daarbij doorgaans meer plezier en avontuur beleven.

Want wie wil er nu een Wassenaarse zijn? Zulke dames zitten dag in, dag uit achter de sherry, zijn lid van de golfclub en een paar liefdadigheidscomitées, geven manliefs centen uit en vervelen zich stierlijk. Dan liever bedrijfsleidster zijn, of Bach-pianiste, of succesvol schrijfster die haar religieuze verleden van zich heeft afgeschud. Liever zelf de touwtjes in handen nemen.

“Maar ja, wie ben jij om dat te zeggen,” plaagt mijn lief me dan. “In het diepst van je denken ben jijzelf namelijk een man.” “Duh. Ik kleed me in elk geval beter dan de meeste van jullie,” antwoord ik dan, maar verder geef ik hem gelijk. En zo raakt ook mijn vrouwelijkheid gereduceerd tot verschijning. Niks geest, niks identiteit. Wat allemaal waar is, en ikzelf maal allang niet meer om wat ik nu ben qua m/v, zolang ‘t maar niet al te macho wordt.

Veel mensen brengen tegenwoordig allerlei eigenschappen die vroeger strikt voorbehouden waren aan hetzij de ene sekse, hetzij de andere, in hun persoon samen. Dat betekent in feite dat ze niet heel zwaar meer tillen aan standaarddefinities van mannelijkheid en vrouwelijkheid: dat ze het een zijn staat ze niet in de weg het andere ook te beleven.

Het grote raadsel van travestie ligt voor mij daarom nog altijd hier in besloten: dat sommige mensen een andere verschijningsvorm nodig hebben om aan de beperkingen van hun rol of opvoeding te ontsnappen, een wormgat te vinden dat ze aan de do’s and don’ts van hun sekse kan laten ontsnappen. Zo ook Maarten ‘t Hart. Een groot deel van het genoegen dat travestie hem verschaft, bestaat eruit dat hij anders kan zijn dan hij voelt als man te kunnen zijn: hij spreekt over andere onderwerpen, hij gedraagt zich anders (eleganter, koketter, koopzuchtiger, met meer aandacht voor uiterlijkheden), hij beweegt zich anders. Zijn travestie vormt de doorgang tussen twee werelden die hijzelf als diametraal tegenovergesteld heeft gedefinieerd: die van mannelijkheid en die van vrouwelijkheid.

Maar die werelden zijn heel goed buiten de klerenkast te verenigen. Het enige dat daarvoor vereist is, zijn dames met ballen en mannen met compassie. Of met verbaasd-geïntrigeerde ogen.


Aantal reacties: 3

  1. Laura An ≡ 14 Jan 2009 ≡ 23:01

    Een zeer goed artikel.
    Ik ga er zeker mee akkoord dat vrouwelijkheid (of mannelijkheid) meer iets verteld over de maatschappij dan over het geslacht.

    Groeten
    ik weet het, dit is al een vrije oude post waar nu nog reactie op komt ^_^

  2. Spaink ≡ 15 Jan 2009 ≡ 02:08

    Des te leuker, Laura – dat oude artikelen nog steeds de moeite waard zijn voor anderen is prettig om te merken :)

  3. Pietie ≡ 15 Jan 2009 ≡ 10:40

    Mooi stukje inderdaad. Leuk dat daar weer even de aandacht op gevestigd is, want het thema lijkt meer actueel dan ooit.

Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *