Alleen al om tactische redenen is de Turkse toetreding tot de Europese Unie wenselijk. Een islamitisch lid helpt om het groeiende wantrouwen tussen Westerse en islamitische landen te slechten – aanzienlijk meer dan een discussie over waarden en normen, het zoveelste boek van Ayaan Hirsi Ali of een interview van Andries Knevel. Binnen de NAVO, waar Turkije overigens al sinds 1952 lid van is, vervult het land vaak diezelfde geografische en politieke brugfunctie, en niemand heeft daar nog spijt van gehad.
Juist wie de groei van moslimfundamentalisme vreest, zou de Turkse toetreding moeten toejuichen: Turkije is bekender met dat gevecht dan elk ander Europees land en spreekt daarover met meer kennis van zaken dan menig ander, mogelijk met uitzondering van Marokko. (Wanneer realiseren Westerse landen zich eindelijk dat moslimfundamentalisme en -terrorisme aanzienlijk meer slachtoffers heeft gemaakt in islamitische landen dan in Amerika, Spanje of Nederland?) Premier Erdogan zit geregeld knel tussen de seculiere en de religieuze stromingen in zijn land, en door zijn inspanningen om het land naar opener en democratischer richting te sturen te ‘belonen’ met een EU-lidmaatschap geven we zijn inzet een steuntje in de rug. Europa toont met een dergelijke acceptatie bovendien dat het Turkije serieus neemt en voor vol aanziet, en dat is een gebaar van onschatbare waarde.
Maar de mensenrechten dan? Die verbeteren er. Juist met het oog op toetreding heeft Turkije haar strafrecht en -praktijk aangepast. Niet dat alles er nu koek en ei is, maar als dat werkelijk het criterium is, zijn er meer landen wier lidmaatschap nodig eens ter discussie moet komen te staan. Over Spanje verschijnen bijvoorbeeld al jarenlang grimmige rapporten van Amnesty International en van de VN-commissie voor mensenrechten waarin onomstotelijk aangetoond wordt dat Spanje geregeld gevangenen martelt, en Europa ligt daar zelden van wakker. Amnesty wees er vorige week nog op dat de Europese Raad en de Europese Commissie zulke rapporten systematisch negeert.
Dat de EU zich plotseling wel zorgen over mensenrechten maakt als het Turkije betreft, acht ik dan ook een gelegenheidsargument, geen principiële kwestie – helaas, want ik had liever dat de EU mensenrechten wel uiterst serieus nam, vooral in eigen huis. We vinden onszelf vaak voorbeeldiger dan bij nadere beschouwing gerechtvaardigd is.
Vers bloed in de EU kan daarnaast helemaal geen kwaad, zoals het optreden van Nederland in de afgelopen maanden bewees. Als EU-voorzitter bruuskeerde Nederland niet alleen het ons eigen parlement in de kwestie rond software-patenten, maar ook – en dat is pijnlijker – het Europese Parlement en diverse lidstaten. Het Europees Parlement had al eerder serieuze kritiek op het voorstel geformuleerd, maar in herziene versies had de Raad hun amendementen grotendeels terzijde geschoven. Tal van landen en instanties uitten ook daarna grote bezwaren maar Nederland wilde het voorstel er per se doordrukken. Amendementen van Luxemburg en Duitsland werden botweg genegeerd: Nederland zette het voorstel als hamerstuk op een vergadering van (nota bene) de Europese Landbouwraad.
Totdat het kersverse EU-lid Polen roet in het eten gooide. De Poolse staatssecretaris van informatica reisde halsoverkop naar Brussel af en eiste discussie. Hamerstuk afgevoerd, goddank. En tenminste iets van de democratie gered – dankzij de Polen, die immers nog niet helemaal gewend zijn aan het eindeloze masseren en passeren dat wij internationale consultatie noemen.
Je zou meer van dergelijke landen in de EU wensen.
Hirsi Ali – het gaat haar goed, ze is ondanks de bedreigingen aan haar adres onverdroten strijdbaar, liet ze laatst per brief aan het VVD-congres en per interview in NRC Handelsblad weten – werkt momenteel aan Submission 2 en aan een nieuw boek, waarin ze zal aantonen dat de islam vrouwen onderdrukt. Haar afwezigheid uit de kamer, zo liet ze volk en partij tezelfdertijd weten, is ‘uit vrije wil’.
TV-kijken werd weer leuk toen ik een groter toestel kreeg. Eerder had ik door mijn slechte ogen – blinde vlekken vanwege de ms – vaak moeite te zien wat ik zag. Prompt raakte ik verslingerd aan Sex & the City. Dat was rijkelijk laat, de serie begon net aan zijn vijfde seizoen, en heel toepasselijk: ik had net besloten dat mijn vriendje zijn zesde seizoen niet mocht afmaken.
Natuurlijk waren de hoofdrolspeelsters licht overtrokken: Samantha leek werkelijk aan niets dan seks te denken (maar wist ondertussen een goedlopend PR-bedrijf op de been te houden), Carrie vond ik te meisjesachtig met teveel poppenkleertjes, Charlotte was al te romantisch en snobistisch. In Miranda kon ik me nog het meest vinden, minus kind dan: licht cynisch, adrem en professioneel. Met die vier karakters kon je elke situatie vanuit verschillende standpunten bekijken.
Maar dan nog kun je een flauwe serie maken. De kracht van Sex & the City was juist dat ze alle heimelijkheden op tafel legden, niet alleen seksuele kwesties. Zoals Miranda die zich wekenlang te buiten ging aan taart eten toen ze zich rot voelde, de zoetigheid uiteindelijk wanhopig maar manmoedig in de vuilnisbak flikkerde en toen zo laag zakte dat ze uit de vuilnisbak vrat. (Bevrijdende lach aan mijn kant: oh god ja been there done that, ineens slaat oude gêne over in zelfleedvermaak, wat veel gezonder is.) Charlottes gedoe met een echtgenoot die impotent blijkt, en haar aanvankelijke pogingen de schone schijn van een gelukkig huwelijk op te houden. Samantha die zich soms afvraagt hoe dat nu moet met haar versierdrift als ze oud wordt (want oudere mannen zijn aanzienlijk meer in tel dan oudere vrouwen).
En tussendoor steeds weer die belangrijke vragen, die nooit sluitend beantwoord kunnen worden en zich telkens opnieuw aandienen: wat wil ik in een verhouding, tot waar ga ik om iemand te houden, waar slaat liefde om in gewenning en kun je daartegen, wat geef je op als je iemand de bons geeft, kun je liefde en vrijheid combineren? Het prettige was dat al die vragen gesteld werden tegen de achtergrond van een volkomen vanzelfsprekendheid van werken en blijven werken (dat ze allemaal zulke riante inkomens hadden was minder realistisch, maar in de context vergeeflijk) en in het besef dat vriendschap de enige constante is in een wereld waar liefdes komen en gaan. In die zin was Sex & the City een glamourversie van het feminisme: wees financieel onafhankelijk, slik niet alles, zorg voor jezelf, neem je eigen motieven onder de loep en blijf slim.
Bij de aanstaande Amerikaanse verkiezingen telt elke stem. Maar niet iedereen mag stemmen: je moet je eerst registeren, en in sommige staten wordt iedereen die ooit in de gevangenis heeft gezeten, uitgesloten van stemming. Die uitsluiting gebeurt niet altijd secuur: in Florida werd de vorige keer ten onrechte een groep van 22.000 mensen uitgesloten.
Hoeveel is er nodig om een tekst van internet te laten verdwijnen? De wet stelt dat als providers in kennis worden gesteld van een onmiskenbare auteursrechtschending die via hun systemen plaatsvindt, ze zijn gehouden om in te grijpen (lees: die tekst te verwijderen). Hoe zorgvuldig springen providers met die plicht om?
Internet bestond nog niet echt. Er was één netwerk dat zowel militaire als wetenschappelijke computers in de Verenigde Staten met elkaar verbond. Mail en nieuws ophalen ging langzaam: data kwam met 120 tekens per seconde binnen. De ruggengraat van het netwerk had een maximale snelheid van 56 Kb. Die snelheid haal je tegenwoordig wanneer je inbelt naar je provider; toen was dat de capaciteit van het hele netwerk. We schrijven 1981.
Dat de kabelbedrijven klagen over valse concurrentie nu Amsterdam met een aantal bedrijven voor driekwart miljard een glasvezelnet voor snel internet wil aanleggen, is tamelijk hypocriet. Diezelfde kabelbedrijven hebben immers jarenlang een grote voorsprong op andere internetaanbieders gehad omdat hun kabelnetwerk er al lag: vaak, zoals in Amsterdam, aangelegd op kosten van de lokale overheid, en nu privaat uitgebaat. Andere aanbieders mochten niet op die inmiddels geprivatiseerde kabel en zochten daarom naarstig naar alternatieven, zoals adsl. De drie bedrijven die in 2000 80% van de Nederlandse kabel in de hand hadden – UPC, Essent en Casema – weigerden andere internetaanbieders toe te laten. Tja, dan is KPN omgekeerd niet van zins hen op de glasvezel toe te laten, dat komt ervan.
Soms kun je makkelijk vaststellen dat een land vrijheid van meningsuiting ontbeert: als kranten worden gedwarsboomd, er forse represailles op kritiek staan en televisiezenders niet onafhankelijk zijn, is het foute boel. Zo eenduidig liggen de zaken zelden. Kritische kranten mogen gerust bestaan, stelt een regering dan, maar alleen staatsdrukkerijen mogen ze drukken en toevallig hebben die echt, ja heel jammer hoor, he-le-maal geen ruimte meer. En toevallig evenaart de prijs van het papier die van goud. Of uitzendfrequenties worden bij opbod verkocht en de veiling ervan wordt pas daags tevoor aangekondigd.
‘Hoop is eng,’ schreef ik