Glasvezeldromen

Dat de kabelbedrijven klagen over valse concurrentie nu Amsterdam met een aantal bedrijven voor driekwart miljard een glasvezelnet voor snel internet wil aanleggen, is tamelijk hypocriet. Diezelfde kabelbedrijven hebben immers jarenlang een grote voorsprong op andere internetaanbieders gehad omdat hun kabelnetwerk er al lag: vaak, zoals in Amsterdam, aangelegd op kosten van de lokale overheid, en nu privaat uitgebaat. Andere aanbieders mochten niet op die inmiddels geprivatiseerde kabel en zochten daarom naarstig naar alternatieven, zoals adsl. De drie bedrijven die in 2000 80% van de Nederlandse kabel in de hand hadden – UPC, Essent en Casema – weigerden andere internetaanbieders toe te laten. Tja, dan is KPN omgekeerd niet van zins hen op de glasvezel toe te laten, dat komt ervan.

Waarom we in hemelsnaam een glasvezelnet zouden willen, vind ik een veel interessanter vraag. Het project is gruwelijk duur en half Amsterdam moet er natuurlijk voor op de schop, terwijl de stad al een paar jaar hinderlijk open ligt en het geld goed elders kan gebruiken. Het is daarnaast hilarisch en wrang om, juist nu het parlement onderzoekt waarom de besluitvorming op en controle rond grote infrastucturele projecten zo vreselijk is misgelopen en hoe het komt dat immense budgetoverschrijdingen (driemaal de woordwaarde voor deze bijzin) daarbij aan de orde van de dag zijn, lokaal precies zo’n fijn nieuw plan te verzinnen. Als ik een Amsterdamse fractievoorzitter was, zou ik momenteel eerder aandringen op een vergelijkbaar onderzoek naar de kosten van de Noord-Zuidlijn dan op een vers glasvezelnet.

Glasvezelnet voor alle burgers en bedrijven. Maar ik snap het wel. De twee grote telefoonbedrijven die heel graag willen meevezelen in Amsterdam, KPN en Versatel, hebben zich vier jaar geleden zowat lam betaald aan UMTS. Dat umts moest het he-le-maal worden: dan kon je internetten en filmpjes zien via je mobieltje. De licenties voor umts die de staat veilde, brachten bij elkaar 2,7 miljard op en de deelnemende bedrijven hebben er nog niets van terugverdiend. (Een vriend rekende me deze week voor dat het voorlopig ook niks wordt: als je het NOS-journaal wilt zien via umts, betaal je voor één uitzending momenteel 75 euro.) Niet alleen moet dat geld terug in de portemonnee, uit de breedte of desnoods uit de lengte, de telefoniebedrijven zijn van de weeromstuit als de dood dat ze de volgende nieuwe klapper missen.

Het is nog maar de vraag of het glasvezelnet de volgende klapper gaat worden. Glasvezel is duur: je moet een vaste infrastructuur aanleggen, waar mannen met tentjes en graafmachines aan te pas komen. Dat gaat traag. En zo’n vaste structuur beperkt je flink in je flexibiliteit.

Moet je niet veel meer denken aan een mobiel internet? WiFi – draadloos internet – heeft een enorme opgang gemaakt in de afgelopen jaren, juist omdat je heel makkelijk een verbinding met meerdere mensen kunt delen, al dan niet tegen betaling of via een abonnement. WiFi is snel uitbreidbaar: met een eenvoudige serie geschakelde zenders bestrijk je al vlot een groot gebied, ook die waar vrijwel infrastructuur ontbreekt (reden waarom WiFi buitengewoon populair aan het worden is in minder goed geoutilleerde landen).

De opvolger van WiFi staat in de steigers: WiMax. Met tien WiMax-zenders kun je met gemak heel Amsterdam bestrijken en van snel internet voorzien, en dat zonder ingewikkelde infrastructuur. KPN en Amsterdam wedden, vrees ik, op het verkeerde paard.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *