Verdomd: verdoemd

O HEMEL. HEB IK mij jarenlang verre proberen te houden van welke vorm van religie ook, word ik opeens nolens volens zij aan zij gezet met priesters. Tot hun collega gebombardeerd.

Zal ik gewoon maar meteen aanschuiven aan het avondmaal en all the way meedoen, in de kerstvakantie de bijbel uit mijn hoofd leren en full-time priester worden na mijn examen zo rond Pasen? Zou het paars van kerkelijke hoogtijdagen me staan? Ik vrees van niet, maar zo’n zwarte robe voor daags lijkt me wel gedistingeerd. En als priester heb ik tenminste een fijn aureool van herderlijkheid, is mijn abstinentie zelfgekozen en een geldig toelatingsbewijs voor de hemelse deurwaarder bovendien. Ach nee, dat helpt ook al niet – los van het feit dat ik die altaartrappen waarschijnlijk niet opkom met mijn stoel – want ik ben nog mevrouw ook en dan schijn je het celibaat niet professioneel te mogen bedrijven. Op pauselijk bevel veroordeeld tot de seksuele blessurebank, zonder maandelijkse overschrijving wegens het hoeden der schapen. Ik moet abstineren vanwege zijn. Ik mag niet meer, ik moet net als de clerus verplicht celibatair.

Heeft U het niet gelezen soms? ‘Gehandicapten die niet in staat zijn een gezin te stichten en te onderhouden, mogen ook geen seksueel verkeer hebben. [..] Het verbod op seksualiteit voor onhuwbare gehandicapten vloeit voort uit de koppeling tussen seksualiteit en huwelijk.’ Aldus, volgens de Volkskrant, de moraal-theoloog Bonifazio Honings van de pauselijke Lateranen-Universiteit. Bonifazio Honings, welk een zoete naam; Bonifazio Honings, welk een wrede woorden.

Geen seksueel verkeer voor onhuwbare gehandicapten. O jé, dacht ik aanvankelijk. Maar toen ik er serieus over begon na te denken viel het eigenlijk verschrikkelijk mee.

Want ik wi­l bijvoorbeeld helemaal niet trouwen. Geen mislukter prothese dan de echt, en mijn huwelijksring zou vast even snel doorslijten op mijn wielen als de handschoenen waarmee ik mijn handen tegen bandeneelt poog te beschermen, aangezien mijn hart de stabiliteit van de wereldpolitiek evenaart. Telkens weer nieuwe en verrassende coalities of brandhaarden. En als ik dat hart nu in de handen van een ander leg, wil dat niet zeggen dat het a) daar tot in lengte mijner dagen blijft kloppen, b) dat hij of zij mi­j om persoonlijke of politieke redenen huwen wil of kan, laat staan dat dat van mij mag, noch dat c) zulks wenselijk zou zijn omwille van politieke of persoonlijke motieven. Dus die viel al af. Onhuwbaar wil ik juist graag zijn, onhuwbaar is my middle name.

Voorts roept de term ‘verkeer’, in deze context geplaatst, bij mij altijd de meest bizarre associaties op met filevorming, uitlaatgassen, politie-agenten te paard en patserige Ferrari’s; met stoplichten en zebrapaden, met snel- en ventwegen, met piepende remmen en onschuldig overreden fietsers. Ik moet dan altijd opeens verschrikkelijk aan de ANWB en aan de NVSH denken, en dat dan nog bloot ook… Nee merci. Seksueel verkeer hoef ik dus ook al niet. Ik wil alleen maar kozen en minnen met degeen die mijn hart vasthoudt, of gewoon samen midzomernachtelijk de stad op stelten zetten. Houden van en dat dan reciprook, dat wil ik, voor mijn part in een autoluwe stad.

Een gezin stichten en dat bovendien onderhouden: ajasses nee. Kinderen hoef ik niet, aan mijn kat heb ik mijn handen al meer dan vol. Mijzelf en mijn tuin onderhouden lukt met enige discipline nog net, ook al heb ik daarbij tegenwoordig iemand nodig die het huis voor me schoonboent benevens veel formulieren van het GAK en de GMD om mij tenminste financieel een beetje op de been te houden. Ik ben moreel, fysiek noch psychologisch opgewassen tegen een gezin; niet nu ik gehandicapt ben, niet voor ik gehandicapt raakte. Een gezin heeft zich voor mij altijd eerder in de regionen van enge nachtmerries bevonden dan in de contreien van wenkende perspectieven.

Samengevat: ik was in de ogen van de paus allang invalide, zelfs toen ik – al was het maar theoretisch – de honderd meter in anderhalve seconde kon lopen. Dus dat hij mij, bij monde van Bonifazio Honings, officieel buiten de orde plaatst is alleen maar prettig; daar sta ik graag. Goed gedaan, Bonifazio! Eindelijk verdoemd, met stempels en lakzegels, via een omweg alsnog van hogerhand goedgekeurd als kwalijk exemplaar van het specimen. Leve het verderf!

Alleen moet hij wel oppassen, die Paus. Homosuelen mogen wel zijn maar niet doen. Echtelieden mogen wel trouwen maar niet her. Vrijgezellen mogen wel kijken maar niet aanraken. Priesters mogen wel dromen maar niet doen. Echtelieden mogen wel doen maar niet behoeden. Dames mogen wel geloven maar niet zegenen. Gehandicapten mogen wel bestaan maar niet verkeren.

Steeds minder mensen mogen wat ze wel doen. Voor je het weet komen daar vreemde coalities uit voort. Met brandhaarden, en handenvol lege kerken. En dat allemaal op pauselijk bevel.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *