M’n rug op!

SLAPELOZE NACHTEN heb ik ervan.

De WAO is nooit eenvoudig – terwijl je moet wennen aan het verlies van je gezondheid, aan het verlies van je werk, aan het teloorgaan van ambities, andere manieren moet zoeken om je leven in te richten, kortom: moet wennen aan wat zich als verraderlijk lichaam ontpopt heeft, dien je al te verdedigen dat je inderdaad niet meer kunt werken en afkeuring behoeft. Je moet tegenover vreemden bewijzen wat je zelf nog niet bewezen wilt zien. Dat je lichaam niet meer wil, het vlees te zwak bleek.

Diezelfde WAO kreeg de laatste maanden een sterk ethisch stempel: het werd afgekeurd dat wij afgekeurd waren. Wij WAO’ers immers dragen schuld, werd de teneur: wij verzwaren de collectieve lasten, wij zorgen voor torenhoge premies, voor gapende gaten in ‘s rijks schatkist. Wij dragen zoveel schuld dat wij bijkans een hernia oplopen.

Nu blijkt dat nationale tekort – onze schuld – in de ogen van ons aller kabinet dermate groot en angstaanjagend groeiend dat wij gestrafd dienen met een minimumbestaan. Het is niet alleen een morele misstap om in de WAO te belanden, sterker nog: daar blijven wordt verboden. Wij donderen als wij te lang doorleven collectief de bijstand in.

En zo werd ons onherstelbaar lichaam een strafbaar feit. Die WAO blijkt één grote valkuil. En ik val al zo makkelijk, met die MS-knieën van mij. Ik lig in een valkuil, zo diep als ons nationale tekort. Ik kan er niet meer uit, ik moet er uit, en ik klim zo slecht met die benen van mij. Slapeloze nachten heb ik ervan.

*

NATUURLIJK ZIJN ER oplossingen.

De afgelopen week hebben vijf vrienden en twee ouders bezworen dat ze wel een steunfonds voor me willen beginnen. Lief, geruststellend, bemoedigend, maar een privé-oplossing die anderen niet helpt. En ik had eigenlijk graag groot en zelfstandig willen worden, later. Bovendien komt het me voor dat het kabinet zo misbruik maakt van mijn vrienden.

Met een rijke mevrouw of meneer trouwen kan ook. Maar de spoeling zal dun worden, en ik blijk persoonlijk niet erg bestand tegen langdurige relaties. Misschien kunnen die rijke meneren en mevrouwen een pool vormen, dan kunnen wij WAO’ers ze onderling verdelen en soms eens ruilen van meneer of mevrouw.

De aanstaande legalisering van prostitutie biedt, in combinatie met het verruimen van de definitie van passende arbeid, ook soelaas. Op ons rug liggen kunnen wij immers allen nog. Of ik dat lang volhou weet ik niet, noch waar dat de heren WAO’ers laat – in de WW, waarschijnlijk. Naar heren is in dit vak immers weinig vraag.

Doorleven als nu kan ook, zij het tot mijn spaargeld op is. Ooit heb ik bedacht dat als ik te slecht word en niet meer genoeg kan leven, ik mij vastgord in mijn rolstoel en de Wittenburgergracht in zal rijden. Mijn levensverwachting, die statistisch gezien na het vaststellen van de diagnose nog zo’n dertig jaar is, wordt zo even drastisch geminimaliseerd als mijn uitkering. Zo’n vroege dood is trouwens wel romantisch. En geheid veel bezoek op de begrafenis. Maar van mijn vrienden mag ik niet de gracht in.

Rest nog één oplossing: staakt, vrienden, staakt! Huur allen een rolstoel, versper daarmee alle tunnels, vorm onafzienbare files, en rij Wim Kok over z’n tenen. Jut blindengeleidenhonden tegen het kabinet op. Sla Uw vakbondsbonzen met krukken op het rechte pad zodra ze de WAO willen verkwanselen voor die twee rotvakantiedagen. Bezet met wild overspannen ogen de burelen der regeringspartijen. En veel spreekkoren wil ik horen, zo van: hun schuld onze schuld – interfysieke solidariteit! Bij Uw gejoel zal ik eindelijk weer eens lekker slapen.

[Dit stukje, dat de Groene bij hoge uitzondering op de voorpagina plaatste, belandde later in Vallende vrouw als het hoofdstuk “Strafbaar en slapeloos”.]


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *