Meisje Max

Als Max iets wil, zal ze dat laten merken ook: resistance is rather futile. Michael moet nog steeds weinig van haar hebben, maar Max blijft buitengewoon geïnteresseerd in Michael. Soms laat ik haar in de keuken of Michael eruit, in de hoop dat ze zo wat wennen. Max hupst dan gewoonlijk op Michael af en vlijt zich tegen hem aan, Michael snuffelt wat en loopt dan geërgerd weg.

Laatst had Michael zich gebelgd op de keukenstoel teruggetrokken. Die stoel is hoog, hij was ooit bedoeld opdat ik zittend dingen bij het aanrecht kon doen; juist de hoogte ervan maakte dat Michael jaren geleden besloot de stoel in bezit te nemen. Tussen hem en Tweety was de stoel altijd Michaels buut-vrij: de plek waar geen kat hem meer lastig viel.

Max wou naar Michael en dus op de stoel, die voor haar (nu nog) te hoog was om erop te kunnen springen. ‘Als je slim bent,’ dacht ik, ‘klim je eerst in in mijn been en spring je dan op die stoel.’ Max bleek slim.

Rits-rats omhoog ging ze, nog een klein sprongetje zijwaarts. Hopla: doel bereikt! Michael was geloof ik vooral verbouwereerd en Max ging neutraal de andere kant op zitten kijken: ‘Goh wat woon je hier leuk! Oh let vooral niet op mij, hoor.’ Michael snuffelde, en gaf toen tot mijn verbazing een paar likjes over Max d’r hoofd. Het ging niet van harte, ‘t was meer een instinct dat ongewild de kop opstak. Iets later gaf Michael Max een mep en toen donderde die kleine de keukenstoel af. Maar inmiddels kan ze d’r al helemaal zelf op klimmen.

Met eten betoont ze zich een enorme dwingeland. Er staat altijd droogvoer, dus honger heeft ze nooit. Maar zodra ze kaas of rosbief ruikt – mijn favoriete soorten broodbeleg – zet ze een enorme keel op en is ze haast niet te houden. Die kleine met één hand van mijn bord wegduwen en met mijn andere hand eten is nog een heel gevecht, zodat ik serieus overweeg haar in zulke gevallen voorlopig in de badkamer op te sluiten. Mijn eigen eten moeten verdedigen tegen zo’n opdondertje gaat wat ver, en alles wat ze nu leert krijg ik er later niet meer uit. Beter nu iets strenger zijn dan ik wil en later de teugels wat laten vieren.

(Michael blèrde vroeger ook zo als-ie eten kreeg en schrokte vervolgens alles in noodtempo op. Dat zal een gevolg van z’n zwerversverleden zijn geweest: een straatkat weet nooit wanneer-ie weer iets eetbaars vindt. Gaandeweg heeft Michael geleerd erop te vertrouwen dat er een gestage aanvoer van eten is: hij schreeuwt nu aanzienlijk zachter en eet in een normaler tempo.)

Ze dribbelt soms als een hondje achter me aan, legt d’r kopje vertederend op mijn arm, of kijkt me ineens met van lekkerte toegeknepen oogjes aan en zet haar snormachine daarbij in de luidste stand. Ze kan ook heel aandoenlijk over het bed hupsen of er een staart vinden (hier op Youtube) en om te bewijzen dat ze niet van de straat is, luistert ze gefascineerd naar een politiek debat over kernwapenreductie (hier op Youtube). Kortom, Max windt me met allure om haar voorpoot.


Aantal reacties: 11