Tussen Freud en Flexa

Twee dagen nadat mijn lief nogal abrupt mijn ex was geworden, ging de telefoon. Een oudere ex van hem, dat wil zeggen: ze werd zijn ex lang voor mij, een van zijn eerste.

Ooit las ik in een roman de theorie dat er feitelijk altijd maar één actuele ex is, namelijk de laatste. Zodra er een nieuwe ex geboren wordt verschuift iedereen een plaats in de emotionele rangorde en verwordt de ex van daarweervoor gewoon tot ‘een vroeger lief’ – een soort emotioneel wegpromoveren – en is wie net nog ‘mijn lief’ was de echte Ex. De laatste ex is kortom altijd de Ware Ex, zoals-ie eerder de Ware Liefde was.

Wat er allemaal gebeurd was, vroeg Eerste Ex. Ik legde dat kort uit, met wat tranen erbij, maar voorts ook voor mezelf verrassend kalm. ‘Maar om een incident maak je een verhouding van ruim vijf jaar toch niet uit?’ wierp ze tegen. Dat klopt, dus legde ik meer uit.

Waarna ik een lange reprimande kreeg. Ik moest begrijpen dat de vroege dood van zijn moeder traumatisch was geweest, wat er des te harder had ingehakt omdat moeders altijd sterk moeten zijn voor kinderen en hij haar zwakte niet had kunnen aanzien. Dus als iemand zwak werd vreesde hij altijd dat ze dood zouden gaan. Maar omdat hij dat trauma inmiddels zo vaak had herbeleefd lukte het hem gaandeweg er beter mee om te gaan, dat scheelde. Daarnaast, vervolgde Eerste Ex, was het evident dat werk de vader representeert, en aangezien hij al zijn liefde en inzet aan zijn werk had gegeven had hij uiteraard respect in retour verwacht; feitelijk was hij derhalve opnieuw door zijn vader afgewezen. Voorts had hij gezien de situatie uiteraard last van castratie-angst, en tenslotte: als hij depressief was werd hij altijd destructief, zo werkte dat nu eenmaal bij hem. Het beste dat ik kon doen was hem bellen en hem vragen of-ie alsjeblieft terug wou komen, adviseerde Eerste Ex.

Een prachtige, op-en-top Freudiaanse analyse. (Eerste Ex is psychoanalytica, ik schrok van haar ouderwetsigheid.) Ik wist onderwijl niet of ik moest giechelen of gewoon maar ophangen, en hoorde Eerste Ex gelaten aan, hier en daar een tegenwerping plaatsend: leuk dat ik hem moest begrijpen, maat hoe zat het dan met het andersomse begrip, namelijk het zijne voor mij? En dat ik geen zin had zijn moeder of zijn therapeut te zijn.

Daar ging het niet om, zei Eerste Ex, ik hield toch van hem? Ja, zei ik, en: zo zijn mannen nu eenmaal, zei zij, en toen zaten we vast. Want zij vond dat ik moest inschikken en ik zei: ‘Deze keer niet.’ En dacht stiekem, en Freudiaans, ‘volgens mij probeer je nu via mij te doen wat je zelf indertijd niet kon en moet ik nu ook jullie geschiedenis goedmaken.’ ‘Je bent te trots,’ zei ze, en ik antwoordde: ‘Vast. Maar zonder trots was ik mij niet. En ik wil niet hem terugnemen door mezelf weg te doen.’

Toen het gesprek was afgelopen realiseerde ik me dat de kardinale fout in zo’n Freudiaanse verklaring is dat alles in termen van iemands hoogstpersoonlijke psychologie wordt beschreven en anderen daarmee tot decorstukken worden gedegradeerd waartegen dat interne drama wordt opgevoerd. Maar andere mensen zijn geen bijrollen of requisieten, zeker niet voor zichzelf. Iedereen is z’n eigen drama. Waar blijf je met je Freud als die andere persoon in een verhouding d’r eigen makke heeft?

Nadat ik dat allemaal had bedacht, klauterde ik het keukentrapje weer op. Mijn huis was gedurende de verhouding nogal verslonst geraakt en ik vond het daags na de breuk de hoogste tijd om schoon schip te maken en iets van orde te herstellen. Allemaal sublimatie zou Eerste Ex hebben gezegd, had ze me gezien. Maar verven met adrenaline gaat goed: de douche was in twee dagen klaar.

Tegen de buitengewoon vriendelijke mevrouw van de doe-het-zelfwinkel biechtte ik bij mijn tweede bezoek van die week op dat ik iets aan het afreageren was: ik had net een verhouding verbroken. Ze knikte wetend, therapeutisch verven, dat doen alle vrouwen. Toen zij haar vorige verhouding had verbroken, had ze het hele huis onderhanden genomen, tot op de laatste spijker.

Mijn vader wou, toen hij hoorde van de breuk en het verven, meteen komen helpen, een aanbod dat ik – vast heel oedipaal – ogenblikkelijk aannam (maar ik wil helemaal niet trouwen, ook niet met hem). Ik heb liever Flexa dan Freud. Maar er gaat niets boven sublimatie.