Kan mijn kat ongelijk hebben?

ALS OPZIJLEZERES HEEFT u vast een kat. Hoe behandelt u die? Veel aaien, kroelen, af en toe een spelletje met een touwtje of een namaakmuis, en ‘s avonds tweestemmig snorrend in bed? Als oprecht kattenliefhebber zal het volgende u dan tegen de borst stuiten, maar verschillende katten in mijn omgeving blijken te floreren bij een straffer aanpak: gooi- en smijtwerk, een flink pak slaag, en liefdevol jennen. De mijne is sinds kort verslingerd aan meppen. Liefst met de vlakke hand in een stevig ritme op haar achterwerk, net iets boven haar staart. Ze mauwt klagelijk bij elke onderbreking: of je zo vriendelijk wilt zijn om door te gaan. Sindsdien mep ik er regelmatig lustig op los. De kat geniet. Ook van aaien, trouwens.

De schok die in de vrouwenbeweging ontstond toen een aantal dames zich bekend maakte als feministische SM-ers was wellicht groter, maar van dezelfde orde. Feminisme en sadomasochisme leken even onverenigbaar als katten en slaan – dat deed je niet.

Dracula versus de buren

VEEL VERWARRING ONTSTAAT doordat onduidelijk is wat SM inhoudt; associaties met mishandeling of nazistische taferelen zijn snel gelegd, maar niet terecht. SM is niets meer, niets minder dan het plagen, tarten, beknotten en soms bezeren van een partner met diens uitdrukkelijke toestemming, met de bedoeling dat beiden daar opgewonden van worden. Daar is geen folterkamer of krakend militair schoeisel voor nodig. Dergelijke misvattingen zijn alleen de wereld uit te helpen door te benadrukken dat bij SM vrijwilligheid een voorwaarde is. De druk of dwang die erbij te pas kan komen, is relatief: als een SM-er ‘nee’ zegt, is het nee.

Dat maakt de vraag naar een morele uitspraak over SM dan ook lichtelijk belachelijk. Niemand heeft het recht om te oordelen over wat twee mensen binnenskamers in vrijwilligheid doen, of dat nu klaverjassen of elkaar vastbinden is. Als buitenstaander kun je alleen zeggen of het jou wat lijkt of niet. Van die twee mensen heb je af te blijven, net zoals het onbehoorlijk is om een willekeurige huisvrouw aan te vallen op haar manier van leven. Een diskussie erover voer je in mijn ogen over het verschijnsel, over de manier waarop een en ander voorgesteld wordt, niet om moreel te oordelen over mensen.

Klimaatsverbetering, zorgen dat de wenkbrauwen zich niet langer zorgelijk of afkeurend fronsen: oftewel de emancipatie van SM van gewantrouwde perversiteit tot geaccepteerde seksuele variant. Die taak stelt de SM-beweging zich, en niet voor niets. De doorsnee-reactie op SM is van dien aard dat mensen zich wel tien keer bedenken voor ze anderen laten weten SM te beoefenen. Er bestaat bovendien onder SM-ers een duidelijke behoefte aan een plek waar ze vrijelijk kunnen spreken en contacten kunnen leggen, zonder zich zorgen te hoeven maken over eventuele consequenties. Voor sadomasochisten heeft de VSSM, de Vereniging Studiegroep Sadomasochisme, een vergelijkbare betekenis als het COC vroeger voor homoseksuelen: een baken in een onverschillige, soms zelfs vijandige buitenwereld. De VSSM organiseert ontmoetingsdagen, geeft een blad uit (Kerfstok), houdt voorlichtingsbijeenkomsten en poogt de beeldvorming rond SM bij te schaven.

De SM-beweging benadrukt dat het absoluut niet ongewoon is dat enige mate van dwang of van pijn als opwindend wordt ervaren, en dat zoiets mensen niet tot abnormaal bestempelt. Sadomasochisme is eerder iets dat ook je buren doen dan Frankensteins favoriete tijdverdrijf.

Vreemd genoeg treedt er op dat punt een merkwaardige paradox aan het licht. Een belangrijk element van SM – de reden ook dat mensen nieuwsgierig op bijeenkomsten over SM afkomen of zich giechelig afvragen hoe het zou zijn om hét te doen – is dat het als anders ervaren wordt. Juist daardoor prikkelt het de fantasie gigantisch. Het is de vraag of SM, ondanks de inspanningen van onder andere de VSSM, ooit echt ingeburgerd zal raken en als volstrekt ‘normaal’ zal worden ervaren. Meer nog is het de vraag of SM-ers zelf uiteindelijk dat aura van geheimenis en spanning wel willen opheffen. Het normaliseren van SM betekent dat die intrigerende kern vervalt; en ook al wil je dan niet voor Frankenstein aangezien worden, Dracula is en blijft een stuk prikkelender dan de buren.

Coupe Royale

DE VERKLARING DIE de VSSM geeft voor het intrigerende karakter van SM, steunt vooral op de entourage die erbij te pas komt. De zweepjes, de kettingen, de kledij en de enscenering zijn cruciaal. De definitie van SM wordt op die manier sterk afhankelijk van het gebruik van attributen. Regelmatig bekruipt me overigens het gevoel dat niet alleen de SM-beweging maar ook haar opposanten in dezelfde valkuil vallen: een overmatige aandacht voor de gebruikte attributen. Zo valt regelmatig het verwijt te horen dat SM-ers, juist vanwege hun uitdossing, associaties met nazistische terreur en martelpraktijken zouden oproepen. Precies datzelfde verwijt kan echter gericht worden aan delen van de kraakbeweging of van de homobeweging, of aan motorfanaten en legerofficieren. Opmerkelijk toch, dat alleen de SM-praktisanten om die reden aan de schandpaal worden genageld. Misschien omdat zij als groep minder geaccepteerd zijn?

Het is de vraag of het terecht is om de definitie van SM zo te laten bepalen door de gebruikte attributen. Ik denk dat de grens aanmerkelijk vager is. Een voorbeeld: als je partner ervan geniet om overgeleverd te zijn, kun je dat ‘afdwingen’ door hem of haar aan het bed te binden met touwen of een riem. Maar eenzelfde effect van machteloosheid kun je teweegbrengen door met enige kracht een knie op een opengedraaide dij te zetten – geen ontkomen aan. In het eerste geval zal het SM genoemd worden, in het tweede niet; puur vanwege het ontbreken van uiterlijk vertoon. Ook machtsspelletjes kun je uitstekend af zonder leren pakken of verpleegstersuniform; met woorden en lichaamstaal kom je heel ver.

Natuurlijk zijn er genoeg situaties waarbij attributen niet zomaar weggelaten kunnen worden; je moet verdomd lange haren hebben om daarmee een tik met een zweep te kunnen imiteren. Maar wat ik duidelijk wil maken is dat de sterke nadruk die de Vereniging legt op de entourage van SM een vertekening oplevert. Het zijn niet de attributen de ‘speciale’ spanning van SM oproepen; dat is meer een kwestie van vormgeving. Het gaat bij SM in essentie om de wetenschap over en weer dat je elkaar uitdaagt en opwindt tot het uiterste, en dat lekker vindt. Is dat besef er niet, dan helpt een zweep ook niet. Die veroorzaakt dan maar lachbuien of verschrikte gezichten.

De terminologie die in de SM-beweging in zwang is geraakt, is niet bepaald geschikt om dat laatste, vrij essentiële punt te verduidelijken. Integendeel. De vrouwen die zich met SM – soms ook harde of stevige seks genoemd – bezighielden, zochten een omschrijving voor alles wat niet SM was en plakten daar uiteindelijk, enigszins denigrerend, het etiket ‘vanilleseks’ op. Vanille, het woord zegt het al: lief, zoet en plakkerig. Bah. En daardoor leek het in één klap alsof spanning en sensatie aan seks met zweepjes was voorbehouden, en de rest als achtergebleven gebied moest worden beschouwd; hopeloos ouderwets in vergelijking met zoiets intrigerends als SM. Die schijnbare tegenstelling is inmiddels gemeengoed geworden in de SM-beweging. En daarmee bereikt ze precies datgene wat de SM-beweging niet (en misschien eigenlijk ook weer wel) wil: een strakke scheiding tussen SM en de rest.

Hokjesgewijs

ZO LAVEERT DE SM-beweging tussen ‘eigenlijk heel gewoon’ en ‘toch wel heel bijzonder’. Dat dilemma, SM als normaal geaccepteerd willen zien zonder tegelijkertijd de exclusiviteit ervan te hoeven prijsgeven, is op dit moment niet op te lossen. Dat hangt samen met de manier waarop de Vereniging SM ziet: als een afgeronde, complete seksuele identiteit. Je doet niet aan SM, nee, je bent SM-er. Dat is het verschil tussen zeggen dat je een stuk schrijft of zeggen dat je schrijver bent; het verschil tussen ‘dat is me mislukt’ en ‘ik ben mislukt’. Je benoemt niet je handelingen, maar jezelf.

Vreemd is dat niet; het is eerder gewoonte dan uitzondering dat mensen hun seksuele gewoontes als kenmerkend onderdeel zien van hun ik, en zichzelf en anderen definiëren aan de hand van de vraag met wie of hoe ze het doen. Dat heeft nogal wat consequenties. Het suggereert dat je daarmee een uitputtende beschrijving van iemands (seksuele) karakter geeft, alles wat erin zit hebt opgesomd. Dat maakt ook dat het jezelf toemeten van zo’n etiket de betekenis van een bekentenis heeft gekregen: je openbaart daarmee je diepste ik, je geeft je kern bloot, hebt alles gezegd wat er te zeggen valt over dat onderwerp. Zulke identiteiten sluiten elkaar bovendien uit – je bent óf heteroseksueel óf homoseksueel, alletwee kan niet, en voor noodgevallen hebben we een speciaal hokje ingeruimd dat biseksualiteit heet. Het lijkt warempel wel alsof je in het stemhokje staat: kies, kies! klinkt het, en in drie partijen tegelijk wel iets zien is verboden op straffe van het ongeldig verklaren van je stem.

Nu geloof ik absoluut niet dat mensen zo in elkaar zitten; ik hang wat ik gemakshalve de cocktailtheorie noem aan, en ben er van overtuigd dat mensen alles wat er aan seksuele mogelijkheden te bedenken valt, in huis hebben. De mix kan van persoon tot persoon verschillen, en welk ingrediënt de overhand heeft staat nooit definitief vast. Seksualiteit is in mijn ogen geen afgerond en vaststaand iets dat al dan niet geheel tot ontplooiïng wordt gebracht, en van opgelopen deuken of vals bewustzijn moet worden ontdaan. Eerder is het een complex van gevoelens, ideeën en mogelijkheden die letterlijk al doende (en lerende) ontstaan, en die eindeloos veranderd en verder ontwikkeld kunnen worden, en gedeeltelijk afhankelijk zijn van de sociale omgeving waarin mensen leven.

Het COC – om het even bij het vorige voorbeeld te houden – komt steeds meer tot een vergelijkbare conclusie. Die moest bijvoorbeeld constateren dat van haar oude doelstelling, de integratie van homoseksualiteit, niet veel terecht komt. Wat wel lukt, zij het mondjesmaat, is de integratie van homoseksuelen – wat heel iets anders is. Integratie van homoseksualiteit zou immers betekenen dat homoseksuele handelingen als normaal onderdeel van ieders seksueel gedrag wordt opgevat, en daar is absoluut geen sprake van. Homoseksualiteit is weggeduwd in een hokje, veilig ondergebracht bij ‘de anderen’, en de grens tussen wij en zij is steviger dan ooit.

De VSSM loopt, als ze niet goed op haar tellen past, het risico in dezelfde valkuil te belanden. Ze spreekt over ‘sadomasochisten’, alsof dat een aparte categorie mensen is, en neemt daarmee al te makkelijk de etiketten over die de buitenwereld hen opplakt. De buitenwereld ziet het hokje als eng, de VSSM als anders – maar het is en blijft een hokje. Werkelijke seksuele vrijheid betekent in mijn ogen niet dat mensen vrij kunnen kiezen voor een seksuele identiteit; hokjesgewijze emancipatie houdt de noodzaak van een exclusieve, andere mogelijkheden uitsluitende keus immers in stand. Echte vrijheid op seksueel vlak ontstaat pas als er geen sprake van of / of meer is en elke cocktail mogelijk is. De ene keer doe je het met een meneer, de andere keer met een mevrouw; soms rechttoe rechtaan, soms met fantasierijke en uitgebreide ensceneringen. Maar asjeblieft geen etiketten, geen hokjes. Neem nou mijn kat: die vindt alles lekker, en het zal haar worst wezen of het mannen- of vrouwenhanden zijn, zachte of stevige liefkozingen. Als ze maar geniet.

Spruitjes en vanille

TERUG NAAR SM en feminisme. De opstelling van de groep vrouwen die de diskussie over feminisme en SM opende, was opmerkelijk; ze vroegen – terecht – niet met neergeslagen ogen om ook een plekje onder de feministische zon, maar kondigden aan dat ze er waren. De reacties waren ronduit opzienbarend: verhitte koppen alom, boze stukken in een aantal vrouwenbladen, een vechtpartij op een festival over vrouwen en seksualiteit, de vrouwenagenda weigerde bijdragen over SM. Het is tekenend dat dit het eerste artikel over SM in Opzij is. De ruzie concentreerde zich op twee vragen: is SM onderdrukkend of juist bevrijdend, en: is SM feministisch?

Waarom SM feministisch zou zijn, is nooit echt duidelijk geworden. Aanvankelijk was de redenering simpel: wij zijn feministen; wij zijn SM-sters; SM is dus feministisch. Op dezelfde manier valt natuurlijk te bewijzen dat spruitjes eten feministisch is, of, om het dichter bij huis te houden, dat gezien het lezerspubliek van Opzij, katten vrouwvriendelijker huisdieren zijn dan honden.

Het tweede argument was dat ze, juist door aan SM te doen, veel feministischer werden. SM leert je immers omgaan met macht, en juist vrouwen hebben moeite om met machtsverhoudingen overweg te kunnen. Vooral voor vrouwen is SM, met z’n nagebootste machtsrelaties in een relatief veilige omgeving, een uitstekende leerschool. Dat lijkt een legitimering achteraf. Als het je om een beter begrip van macht is te doen, kun je waarschijnlijk beter een kursus volgen bij de Stichting Burgerschapskunde; dat is wat eenvoudiger, dunkt me. Het is goed mogelijk dat je via SM iets wijzer wordt over macht; maar dat is dan niets meer dan een prettig nevenverschijnsel. Daar doe je het niet voor. SM doe je omdat je het lekker vind, omdat je erdoor geboeid bent, en niet uit sociologische liefhebberij.

Maar de vraag waarom SM feministisch zou moeten zijn werd eigenlijk nooit gesteld, door beide partijen niet. En als puntje bij paaltje komt is het natuurlijk een vreemde redenering dat alles wat een feministe doet ook feministisch zou moeten zijn – veel bezigheden lenen zich sowieso niet voor zo’n soort vraag. Katten aaien is katten aaien; chocola eten of douchen is niet seksistischer dan taart eten of een bad nemen. Simpelweg omdat SM met seks te maken heeft, een onderwerp dat de vrouwenbeweging van oudsher veel belang inboezemde, stortte alles wat zich feminist noemde zich er bovenop, of bewaarde een ijselijk zwijgen in de trant van: Mams wil het níet horen, hou daar ogenblikkelijk mee op.

Wat zonde was. Is. Want hoewel SM en feminisme inhoudelijk geen klap met elkaar te maken hebben, kan de vrouwenbeweging wel iets leren van de SM-beweging. Want ook al zet ik kanttekeningen bij de strategie van de VSSM, inhoudelijk zijn ze op minstens één punt een stuk verder dan de vrouwenbeweging: plezier. Want met alle energie die de vrouwenbeweging steekt in het inventariseren van de ellende, wil nog wel eens vergeten worden dat seks meer is dan onderdrukking alleen. Veel meer. En het is ontegenzeggelijk waar dat de vrouwenbeweging op seksueel vlak veel te braaf, misschien zelfs wel angstig is geworden. Lust, geilheid, en opwinding zijn termen die je in de vrouwenbeweging haast niet meer tegenkomt. Het besef dat seks spannend en overrompelend kan zijn, lijkt – in ieder geval in de theorie – compleet verloren te zijn. Wat dat betreft is het optreden van de SM-dames heel verfrissend. En zeg nou zelf: kan mijn kat ongelijk hebben?


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *