Identificatie

HET GROTE VOORDEEL van een etiket vinden, van het gaan aanleunen tegen een groepsidentiteit, is dat er eindelijk een focus voorhanden is die al dat wisselvallige en onsamenhangende gedoe binnenin kan richten en een nieuwe context biedt voor onbegrijpelijke wensen en verlangens. Oh, dus dat was het, daa¡rom voelde ik me nooit thuis bij de mensen bij wie anderen zich thuis leken te voelen – ik was gewoon anders. Want homoseksueel. Of punk. Of joods. Of transseksueel. Of sm. Of anarchist. Of… vul maar in. En even is het alsof je opgelucht de vinger kunt leggen op het verschil, op datgene dat veroorzaakt dat je niet zonder meer spoort met andere mensen.

De meeste mensen staan ambivalent tegenover homoseksuelen, punkers, joden, transseksuelen, anarchisten of vul maar in. Omdat ze anders zijn en afwijken van de meerderheid, en daarmee vermeende zekerheden in twijfel trekken, en tegelijkertijd omdat diezelfde meerderheid ervan is doordrongen dat het geen pas geeft dat verschil meteen maar om te buigen in afwijzing, bevoogding, discriminatie en achterstelling of verplichte aanpassing. Men belijdt de tolerantie en bepaalt zich derhalve tot onverschilligheid, onhandigheid of vage angst. Een enkeling die de status quo met kracht wenst te handhaven en niet buiten de eigen oogkleppen kan kijken, gaat zich te buiten aan stupiditeiten, flagrant burgertruttendom of ijdele zelfgenoegzaamheid. Gevaarlijk worden de zaken pas wanneer die kortzichtige enkelingen zichzelf ook een etiket aanmeten, hun ongenoegen bundelen en zich neo-fascist gaan noemen. Dan gaan ze ineens Turkse of joodse mensen uitroken, slaan ze punks dood, kerven ze hakenkruizen in het gezicht van invalide meisjes en willen ze aids-patiënten in kampen stoppen.

Dat is allemaal waar. En tegelijkertijd ga ik telkens steigeren wanneer iemand spreekt over iets als ‘geënternaliseerde homohaat’, oftewel de gedachte dat degene die zich aan de gelijkgeslachtelijke liefde laaft, stiekempjes een onvermijdelijke tik van de molen heeft meegekregen en dat zijn of haar ongenoegen over zichzelf het rechtstreekse en verwijtbare gevolg is van de algemene ambivalentie die de omringende maatschappij tentoonspreidt. Ik weet niet hoe het met U zit, maar persoonlijk heb ik altijd te maken gehad met zelfhaat & -hekel; ik vrees eerlijk gezegd dat zulks een doodnormale menselijke conditie is die bovendien zijn vruchten kan afwerpen. Haat & hekel stuwen een mens voort (mits ze niet al te massief zijn, want dat verlamt): indien goed gedoseerd is een portie eigenwoede op zijn tijd brandstof voor zelfverbetering.

Maar geïnternaliseerde homohaat… Ik weet het niet. Alsof je opnieuw een extern etiket hebt gevonden voor alles wat ongericht in je rondzingt en voor de manieren waarop je jezelf met jezelf lastig valt. Het grote voordeel van zo’n label plakken op een vaag gevoel van onbehagen over wie & hoe je bent, is dat je de oorzaken ervan op de buitenwacht kunt afschuiven (‘het is de haat van de maatschappij die mij me zo doet voelen, i­kzelf zou het in mijn natuurlijke staat heel goed met mezelf kunnen vinden’) en in zekere zin verleent dat de geïnternaliseerde homohater tevens een mate van glorie. Ik lig niet met mezelf overhoop doch ik, onschuldige, word door de anderen Niet Gewaardeerd Zoals Ik Ben. En dan verontwaardigd met een priemend vingertje wijzen en tegen mammie gillen: ‘Hullie hebben het gedaan!’, terwijl je uit jezelf evengoed over jezelf gevallen zou zijn of last had gehad van het leven. Oh de glorie van de homohaat: je kunnen aanscharen bij een traditie van onderdrukking, van slachtoffers, van martelaars… Jezus stierf ook voor jou. Eigenlijk. Een beetje.

Ik ken veel mensen die destructieve of depressieve neigingen hebben. Sommigen leven die uit, anderen doen erg hun best ze weg te masseren en er een modus vivendi voor te vinden. Maar aan die akelige gevoelens op zich is niets geïnternaliseerds te ontdekken, het is geen kwestie van buitenaf opleggen, ze waren er al en zullen er altijd blijven. De crux is om er een vorm voor te vinden: ze zo vruchtbaar mogelijk aan te wenden en er profijt van te trekken.

De enige keer dat ik graag zou willen geloven in geïnternaliseerde zelfhaat, is wanneer ik iets lees over de neo’s. Ik zou ze uit de grond van mijn hart een onverteerbare dosis geïnternaliseerde fascistenhaat toewensen. Maar ik geloof niet dat zi­j daar ooit last van hebben.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *