Bezoek aan huis

OF ZE EVEN BINNEN MOCHTEN KOMEN, vroegen ze. Veel keus heb je niet als er zes man sterk politie voor de deur staat met een huiszoekingsbevel in de hand, dus ik liet ze erin. Een auteursrechtkwestie, legden ze uit, eenmaal binnen. Er waren diverse klachten geweest van advocatenkantoor Nauta Dutilh namens hun klant Scientology: mijn lief, mogelijk ook ik, zou teksten van de sekte verspreiden. Eerder hadden ze die klachten terzijde gelegd, maar nu was er toch voldoende aanleiding geweest om de computers hier aan nadere inspectie te onderwerpen. Ze hadden zelfs machtiging om die computers mee te nemen.

Om een kort verhaal lang te maken: wij werkten mee. De computers zijn versleuteld, dus met medeneming ervan waren zij niet veel opgeschoten, maar wij vanzelf ook niet: we waren onze spullen dan mogelijk maandenlang kwijt geweest. We kwamen overheen – zelfs bij een inval is het poldermodel productief, zo bleek – dat ze de computers ter plekke zouden onderzoeken, dat wij tekst en uitleg zouden geven, en dat ze evident persoonlijke zaken zoals belastingaangiftes en liefdesbrieven niet uitgebreid zouden bekijken.

Volgende probleem: naar welke teksten zochten ze nu precies? Dat konden ze ons helaas niet vertellen. Dat wisten ze namelijk niet. Er was geen omschrijving van teksten, ze hadden geen voorbeelden of kopieën. Uiteindelijk kwamen we overeen dan maar op bepaalde steekwoorden te zoeken. Ik meldde spoorslags dat er inderdaad een aantal stukken van Scientology op de computers staan, maar die zijn er slechts voor privégebruik en we hebben ze nodig voor de rechtszaken die Scientology tegen mij en mijn lief voert. Nou nee, in een enkel stuk waren ze niet geïnteresseerd zeiden ze, ze zochten naar tekenen van verspreiding van zulke stukken.

“Zoek maar,” zeiden wij, en legden uit welke programma’s en diensten er op de machines draaiden, deden portscans, toonden directories en wat dies meer zij. Het team vertrok na tweeëneenhalf uur zonder iets te hebben gevonden. De heren waren uiterst correct en voorkomend geweest.

*

MAAR HET KNAAGDE FLINK. En, nadat ik over de schrik heen was, steeds harder. Hoe kun je nu een inval doen om te zoeken naar stukken waarvan je niet weet welke? Wat voor indicatie was er nu in hemelsnaam dat wij stukken van de sekte zouden verspreiden? Voor een inval moet er immers een ‘redelijk vermoeden’ van een strafbaar feit zijn. Scientology had vaker geklaagd, hadden de heren verteld. Was die inval dan soms om maar van het gezeur af te zijn? Mogelijk. Maar ik vond het bepaald geen prettig idee dat het Openbaar Ministerie haar sores met klagende sektes op mijn bordje dumpt.

Om te achterhalen hoe de precieze verdenking luidde, belden we gisteren met de officier van justitie die het bevel had getekend, Wouter van Schaijck. Hij kon de klacht niet specificeren. We belden met de man die de leiding over het onderzoek heeft, Alex Woord van Buma/Stemra. Na wat vijven en zessen bleek dat ook hij dat niet kon vertellen; pas in de loop van deze week zou hij een afspraak hebben met Scientology’s vertegenwoordiger Nauta Dutilh en dan te zien krijgen welke teksten Zenon beweerdelijk had verspreid en wanneer.

Toen brak mijn klomp. Het Openbaar Ministerie had een inval gefiatteerd over een klacht die zijzelf nota bene nog niet nader had onderzocht? Ze deden eerst maar eens een inval – gezellig zo op de donderdagmorgen, koffie heren? – en vroegen pas nadien om documentatie waarop de klacht was gebaseerd? (“Nou, het was geen inval hoor,” beweerde datzelfde OM nota bene nog tegen een journalist, “Spaink deed immers zelf open.” Dat haalt je de koekoek, als daar zes man staat met volmacht om je deur open te breken. Sinds wanneer heet een inval geen inval indien een ‘verdachte’ meewerkt?)

Het OM heeft, voordat ze een zo drastische stap neemt als het verordonneren van een inval, eerst zelfstandig de validiteit van een klacht na te gaan. Anders blijft er niets over van de voorwaarde dat er een ‘redelijk vermoeden’ moet zijn vooraleer het OM bij iemand mag binnenwandelen en laat het OM zich voor het karretje van willekeurig welke klager spannen. Het bewaren van haar onafhankelijkheid is des te belangrijker wanneer datzelfde OM weet dat de klagende partij al jarenlang rechtszaken voert tegen ‘de verdachten’, en een bepaald onfrisse reputatie heeft waar het de bejegening van haar critici betreft.

We belden een advocaat. “Nu,” zei die, “het is bepaald niet ongewoon dat het OM een inval doet terwijl ze haar eigen huiswerk nog niet af heeft.” Ik schrok. Mooie rechtstaat is me dat.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *