Militia

DE AFGELOPEN WEKEN berichtten de kranten een paar maal kort over een kwestie die in Fort Davis, Texas speelde: een militia-lid hield er korte tijd een echtpaar – z’n buren – gegijzeld en verklaarde oorlog aan de federale overheid, die hij onrechtmatig noemde. McLaren en zijn factie, die uit een handvol mensen bestond, ijverden voor een onafhankelijk Texas; McLaren betitelde zijn eigen trailer alvast als ‘ambassade’ van de nog op te richten vrijstaat. Inmiddels is de gijzeling voorbij, is een van McLarens aanhangers op de vlucht doodgeschoten en heeft McLaren zichzelf overgegeven.

Over de Amerikaanse militia wordt bijna uitsluitend geschreven naar aanleiding van dergelijke voorvallen. Een enkele keer, als er een serieuzer aanleiding is – zoals bijvoorbeeld de Montana Freemen, die maandenlang belegerd werden omdat ze belasting weigerden te betalen (1996); de Branch Davidians die in Waco door de FBI werden aangevallen, wat tot een bloedbad leidde (1993); de bomaanslag in Oklahoma, vanwege de militia-sympathieën van de vermoedelijke dader, Timothy McVeigh (1996) – staan er grotere verhalen in de kranten. Dan buitelt iedereen plots over elkaar heen in een poging uit te leggen wie die militia nu eigenlijk zijn en wat ze voorstaan.

Uit de verhalen die ik in de Nederlandse pers heb gezien, drong zich het beeld op van een uiterst rechtse beweging die voornamelijk bestaat uit schietgrage en heethoofdige mannen die elkaar hebben gevonden in een vreemd amalgaam van kadaverdiscipline en vrijbuiterij. Andere ingrediënten die uit de analyses naar voren kwamen, waren racisme, afschuw van de overheid en felle haat jegens ‘liberals’. Er waren banden met de Ku Klux Klan en met neo-nazi’s. Ze oefenden in woestijnen en bossen en gaven elkaar militaire rangen. Ze bereidden zich voor op een oorlog tegen de overheid, spaarden wapens en noemden zichzelf ‘patriotten’ – een term die in Nederlandse oren vrij hilarisch klinkt en die oud-vaderlandse reminiscenties oproept aan de slag bij Nieuwpoort of die bij Hellevoetsluis. Kortom, een beweging die op paradoxale wijze zowel licht belachelijk als bloedgevaarlijk is.

Dat beeld bleef hangen. Totdat ik een artikel van zo’n patriot las. Een afgewogen artikel, waarin hij een aantal vooroordelen over de militia ontzenuwde of althans in een ander licht stelde. Nee, ze zijn niet uitsluitend wit. Er nemen veel zwarten deel, sommigen als leider. Er zitten veel vrouwen bij. Exerceren doet maar een beperkt deel van de militia’s, net als trainen met wapens. Er zitten intelligente mensen bij, niet alleen de stereotype ‘rednecks’ of ‘white trash’. En de meesten zijn geen lid geworden om zich te verlustigen aan wapentuig, maar omdat ze menen dat de Amerikaanse overheid haar burgers te goed onder controle wil houden en daarbij hun grondrechten met voeten treedt, en tegelijkertijd zelf haar nationale autonomie verkwanselt. De schrijver van het artikel, Barry Krusch, legt uit dat de militia onderdeel zijn van een veel grotere beweging die zich patriottisch noemt en die zich vooral zorgen maakt over afbrokkelende rechten en over politiek gekonkel.

Ik las de klachten van de Patriots. En gaandeweg begon me de overeenkomst op te vallen met de klachten en zorgen die veel mensen hi­er erop nahouden. Dat het er steeds meer op gaat lijken dat het niet uitmaakt, een paars kabinet of iets met CDA en VVD erin (‘You can’t tell the Democrats from the Republicans’), en dat stemmen nauwelijks nog iets verandert. Dat het Nederlandse beleid steeds meer ondergeschikt wordt gemaakt aan Europees beleid, en dat van enige demokratische controle op de besluitvorming van de Europese Gemeenschap geen sprake is. (De federale staten van de VS zien steeds meer rechten ingeperkt door de nationale overheid, en omgekeerd bepalen internationale afspraken over handel en valuta het nationale beleid steeds meer, hoewel dat laatste vaak ook een rotsmoes van de lokale regering is.)

Dat wij binnenkort met Euro’s moeten gaan betalen zonder dat ons ooit gevraagd is of we dat wel willen. Dat de overheid op grond van haar verlangen terrorisme en criminaliteit in te dammen, fundamentele rechten met groot gemak opzij schuift en zich praktijken toeëigent die een totalitaire staat niet zouden misstaan: er mag thans in brievenbussen worden gehengeld, een club supporters kan naar believen als ‘criminele organisatie’ worden aangemerkt, zogeheten ‘inkijk-‘ en afluisteroperaties worden rechtgepraat, er wordt van overheidswege in ‘riskante’ groepen geïnfiltreerd en gepoogd anderen daar tot misdaad aan te zetten, mensen die verdacht worden van banden met RaRa kunnen maandenlang zonder proces worden vastgehouden en hun advocaat moet moeite doen de onderzoeksdossiers überhaupt in te mogen zien. Zulke ontwikkelingen stellen een mens niet gerust: de staat wordt massiever en massaler, en individuele mensen steeds machtelozer.

In de VS spelen vergelijkbare zaken. De SWAT-teams (‘Special Weapons and Tactics’, een soort super-ME), opgericht in 1967, waren bedoeld om terreur op eigen bodem tegen te gaan maar hebben zich inmiddels ontwikkeld tot een organisatie die al wat politiek afwijkend is, in de gaten houdt en die in samenwerking met de FBI gegevens over burgers verzamelt. Er worden wetten gemaakt voor excessieve gebeurtenissen, die vervolgens in al hun omvattendheid op de gehele burgerij van toepassing worden verklaard.

Een oud Amerikaans recht – dat op het dragen van wapens – staat onder sterke druk; niet zozeer vanwege de hoeveelheid moorden die burgers onderling ermee plegen in de VS, maar meer omdat de overheid vreest dat burgers de wapens tegen haarzelf zullen opnemen en de staat haar eigen burgers niet vertrouwt. Wat je ook van wapenbezit door burgers mag vinden – ik houd er in het geheel niet van – het is in de VS een grondrecht, meteen volgend na de vrijheid van meningsuiting; zodat ik me kan voorstellen dat de mogelijke intrekking van dat recht voor forse commotie zorgt.

Maar wat ik onthutsender vond om te ontdekken, is dat veel Patriotten vooral voorstanders zijn van een terughoudende overheid, een overheid die haar burgers niet zonder meer voorschrijft hoe ze moeten leven en wat ze wel en niet mogen doen. Er zijn aanhangers bij die we, binnen de Nederlandse context, uitgesproken links zouden noemen; en ze hebben een scherper oog voor de geschiedenis dan de beeldvorming over de Patriotten en de militia suggereert. En ja, er zitten ook griezels tussen: racisten, en anti-semieten, en homohaters’ maar het beeld is aanzienlijk complexer. Wie meer over de militia, de Patriotten en de eigengereidheid van de Amerikaanse overheid wil lezen, raad ik van harte het boek Cult Rapture (verschenen bij Feral House) aan, waarin ook bovengenoemd stuk van Krusch is opgenomen.

En die McLaren, die Texaanse separatist? Die bleek allang uitgestoten te zijn uit de lokale militia-groep, omdat ze hem niet goed snik achtten, en kon vrijwel nergens op steun rekenen. Op misc.activism.militia, de Internet-nieuwsgroep waar militia-aanhangers onderling discussiëren, werd hij vrij algemeen weggehoond. Bovendien: de vrijheid bevechten door middel van gijzelnemingen vond men er gruwelijk, en vies tegenstrijdig.

Ik vrees dat ze meevallen, die Patriotten. Een deel van hen zou waarschijnlijk zelfs niet misstaan op de aanstaande Euro-Stop conferenties.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *