Vervolg

(De voorgeschiedenis staat hier.)

‘GAAT U MAAR liggen, hoor,’ zegt de gynaecoloog naar wie ik na twee verdachte uitstrijkjes ben verwezen. Zijn advies is nogal overbodig, want dat had de arts in opleiding me zojuist gevraagd te doen, ik lag al half, en bovendien: staand of zittend lijkt zo’n onderzoek me niet handig. De gynaecoloog schuift aan naast de arts in opleiding, die zojuist een vragenlijst met me heeft doorgenomen en nu tussen mijn benen klaar zit. Zij was vriendelijk en hij is te joviaal. Hij klopt haar goedkeurend op haar hoofd. Jakkes, denk ik, je bent d’r pappa niet, en ik kijk met opgetrokken wenkbrauwen naar mijn zeerover die tegen de muur staat geleund. Hij kijkt dito terug.

Ik lig op tafel en in de beugels. De gynaecoloog en de arts in opleiding kijken naar wat ineens mijn middelpunt lijkt en doen iets met een eendebek. Ik kijk naar mijn zeerover en grijp zijn hand. Hij schuifelt nerveus maar knipoogt stoer. De beide artsen richten een lamp en kijken om beurten naar binnen. De gynaecoloog stipt mijn baarmoederhals aan met een vloeistof.

‘Wat zie je?’ vraagt hij aan haar. Ze zegt dat ze verkleuringen ziet en dat dat plekje daar wellicht… Hij onderbreekt haar. ‘O nee, dat zie ik met het blote oog, dat is niets, dat is een lichte dysplasie,’ zegt hij tegen haar. ‘Een dysplasie,’ vraag ik, ‘wat is dat?’ ‘Dat leg ik straks wel uit,’ zegt hij, en vervolgt tegen haar: ‘Wanneer je enigszins ervaren bent heb je bijna geen laboratoriumuitslag nodig.’

Gelukkig vertrouwt het medisch protocol niet op zijn ogen en moet de gynaecoloog alsnog een stukje baarmoederhals wegnemen dat officieel getest wordt. Hij verzekert me na afloop nogmaals dat er hooguit sprake is van een virus en dat ik me heus geen zorgen hoef te maken.

*

DRIE WEKEN LATER bel ik voor de uitslag. ‘U moet een afspraak maken voor een cryo,’ zegt de zuster die ik aan de lijn krijg, zonder daarbij te vertellen wat de uitslag was en wat een cryo is. Na drie woede-aanvallen krijg ik een dag later eindelijk de gynaecoloog met de ervaren ogen te spreken.

Het spijt hem dat ik de uitslag telefonisch moest horen, maar ja, gewoonlijk maken ze bij vervelende uitslagen een afspraak op het spreekuur, dus nou ja, dat krijg je als je opbelt. ‘Ten eerste heb ik überhaupt geen uitslag gekregen, alleen de mededeling dat er ondanks al Uw geruststellingen een ingreep nodig is, en ten tweede was U degene die zei dat ik moest opbellen,’ zeg ik. ‘O, is dat zo? Eh, eh. Vervelend. Tsja, eh, mogelijk heb ik toch een verkeerde inschatting gemaakt.’ Zoiets vermoedde ik al.

We ruziën door. Na een kwartier bekvechten dringt het tot hem door dat deze procedure niet vlekkeloos was en biedt hij mij zijn excuses aan. Ik vraag daarna naar het hoe & wat van de uitslag en de cryo. ‘Als u nu een afspraak maakt voor het spreekuur…’ begint hij. Ik onderbreek hem. ‘U kunt het me ook nu vertellen, we spreken elkaar momenteel immers?’ ‘Ik heb liever dat U een afspraak maakt.’ ‘Telefonisch kost het ons allebei hooguit tien minuten. Met een bezoek ben ik dik twee uur kwijt, ik ben namelijk zoals dat heet slecht ter been.’ (Ik heb geen zin in tijdverspilling, en dit is mijn ultieme zet.) ‘O was u dat!! Nu, dan spijt het me werkelijk vréselijk!!’ Alsof iemand die beter loopt wel onheus bejegend mag worden. Hij belooft prompt over een half uur uitgebreid terug te bellen.

De gynaecoloog is een half uur later de vriendelijkheid zelve. Hij legt uit dat er onrustige cellen waren die bevroren kunnen worden en hoe dat gaat en dat het geen pijn doet: ‘hooguit dezelfde kramp als bij de menstruatie.’ Ik heb nooit kramp als ik bloed, dus die opmerking is weinig informatief. Ik zeg hem dat. Hij schraapt onzeker zijn keel maar houdt de moed erin. Hij vervolgt: ‘De betreffende cellen sterven door die behandeling. Twee dagen later komt er een waterige afscheiding los, die een week of twee, drie aanhoudt; ondertussen groeit de huid van de baarmoedermond opnieuw aan.’ Ik krijg visoenen van kliederpartijen, waterbaletten en wekenlang geknoei & getob met verbandjes; allemaal weinig verheffend. ‘Daarna komt er een menstruatie en dan kunt U ook weer vrijen.’ Dat laatste op opgetogen toon.

Wat men niet al bij implicatie kan mededelen. De crypto van de cryo: ‘en dan kunt U ook weer vrijen,’ zonder eerst te vertellen dat dat voor die tijd kennelijk niet de bedoeling was. Ik vraag me een seconde lang af of ik hem zal vragen wat hij onder ‘vrijen’ verstaat en wat in hemelsnaam het verband is tussen kussen, strelen, tepels, heupen, monden, ogen, clitorissen, kijken, vingers, klaarkomen, handen enerzijds en kapotte baarmoedermonden anderzijds is. Maar ik vermoed dat ik zijn antwoord al weet. Vrijen is een vak apart.

Net als gynaecoloog zijn overigens.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *