Verkeerd verbonden
XL, oktober 1994
(Klik hier voor een Nawoord (d.d. 26-9-2007))
SORRY VAN LAATST. Ik moest even een boek schrijven en me tussendoor ontdoen van een gek gebleken vriendje, de zeerover. Hij was beter met dwingelandij dan met vrijbuiterij en bleek tot mijn immense onsteltenis degene te zijn die me al drie maanden lang telefonisch terroriseerde. (De PTT kwam daarachter.) Opbellen, niets zeggen, na een paar seconden neerleggen - aanvankelijk misschien omdat hij me wel wilde spreken maar niet wist wat hij zeggen moest, zo laat in de nacht, en later zonder twijfel om te zien of ik wel was waar ik zei dat ik zou zijn en om te horen of ik heus alleen thuis was. Gek werd ik van die zwijgtelefoontjes. Soms kreeg ik er tien op een avond, en gemiddeld twintig per week. Ondertussen ging het leven door: dat boek moest af, soms had ik ruzie met mijn vriendje, of wilde ik een avond niksen, of doorslapen (dat doe ik regelmatig om drie uur 's nachts) - maar ik was nog geen avond of middag alleen of prring prring, daar ging de telefoon weer. Verdomme alweer die zwijger dacht ik dan, en ik werd schuw op straat omdat de zwijger zo goed leek te weten wanneer ik thuis was en wanneer ik alleen was. (Kunst, als je vriendje de zwijger is.)
Toen ik de PTT inschakelde en men van hogerhand constateerde dat mijn vriendje degene was die me ruim drie maanden telefonisch had lastig gevallen, ontplofte ik bijkans. Ik dacht aan koele wraak. Ik dacht aan hoe erg men bedrogen, belogen en bedreigd kan worden. Ik dacht aan de gemeenheid van liefde. Ik dacht aan ontmaskering. Ik dacht aan zijn valse bezorgdheid: 'Ben je nog opgebeld?', kon hij me onschuldig vragen. Ik dacht aan het geld waarmee ik hem financieel gered had. Ik dacht aan het feit dat hij anderszins toch tamelijk normaal lijkt, en zelfs de hoge positie van voorzitter van een vooraanstaande politieke jongerenorganisatie inneemt. Ik dacht aan adders, maandenlang aan mijn borst gekoesterd. Hij moest per ommegaande het paradijs uit, zoveel was duidelijk, en ik had visioenen waarin ik addermans die appel in één keer door zijn strot ramde, met daarna de telefoonhoorn als dessert. Groot, grandioos en majestueus was mijn woede. En schokkerig, stuipend, spastisch mijn schrik. Nog nooit in mijn leven heb ik zo stroboscopisch bewogen als de keren dat ik vrienden en vriendinnen vertelde van deze persoonlijke ramp. (Ik zit nu weer zo achter het toetsenbord. En ik wilde hier helemaal niet over schrijven. Ik had iets in mijn hoofd over Veronica en seksprogramma's en Taxi zum Klo.)
Daarna heb ik zijn demasqué gearrangeerd. De drie keer dat hij me, tussen ontdekking en aanstaande ontmaskering in, openlijk belde, heb ik niets laten blijken van deze shockerende wetenschap. (Kunt U zich dat voorstellen? Terwijl ik ondertussen wist dat hij mijn verfoeide zwijger was?) Ik heb mijn uiterste best gedaan om de twaalf zwijgtelefoontjes die ik tussen ontdekking en onthulling in mocht ontvangen, niet anders behandelen dan anders - dat wil zeggen: vloekend of hard terugzwijgend neerleggen. (Kunt U zich dat voorstellen? Terwijl ik ondertussen wist dat het mijn aanstaande ex-vriendje was?) Ik ontwikkelde in drie dagen tijd een al even gespleten persoonlijkheid als hij - jegens hem de schijn ophouden en ondertussen uitbarsten in woedend onthutste verhalen tegen de intimi bij wie ik troost zocht.
Mijn ouders had ik gevraagd voor bij het demasqué, te mijner bescherming en als getuigen. Ze zaten keurig op de bank en deden alsof ze lazen, maar hielden hem goed in de gaten. 'Hem zien was jou geloven,' zeiden ze later kernachtig. Verder was het allemaal uiterst klassiek, zeer geschikt voor zo'n slecht Hollywood-voorfilmpje: zijn schrik, zijn ontkenning, zijn bekentenis, zijn uitleg die na drie woorden vastliep, gevolgd door een dramatische uithuisverwijdering plus het nagooien van de spullen die hij hier nog had liggen. Zelfs de klassieke deurscène onbrak niet - bij ontstentenis van een telefoon vierde hij zijn kunsten bot op mijn deurbel.
Ander slot op de deur. Uitgebreide brief met daarin alle vunzige details verstuurd aan zijn ouders en broer, opdat hij daar niet zielig kon gaan ziitten doen à la 'ze heeft me eruit gezet en ik begrijp niet waarom, heb meelij, Karin is zó gemeen tegen me geweest.' Telefonische bedreiging door zijn broer. Dagenlang last van ernstige lichamelijke nabevingen. Geschrokken telefoontje gekregen van zijn huisbazin, op wier naam de aansluiting immers staat. Niets gehoord van zijn ouders.
Inmiddels ben ik twee weken verder. Het boek is praktisch af (in november, bij De Balie, over cyborgs). Sinds een week word ik gebeld door iemand die na een of twee keer de telefoon te hebben laten overgaan, snel neerlegt. En van de week trof ik een bericht van deze ex-vriend annex voormalige zwijger op mijn antwoordapparaat, alsdat hij een paar praktische zaken met me wilde regelen (die ik allang had geregeld) zodat ik vrijdag hem een ijzige brief schreef waarin ik hem elk contact met mij verbood. Zaterdag kreeg ik vier of vijf snel-neerleggen-telefoontjes; de dag daarna, gisteren, tien: de laatste was om drie uur 's nachts. En zojuist kreeg ik er weer een.
Ik vraag me af wat ik moet doen om dit idiote gebel te laten stoppen. De voorzitter van zijn partij verzoeken om in te grijpen? Felix, let op je kuikens? Mijn vriendinnen die jiu-jitsu kunnen, vragen hem met een bezoekje te verblijden? Ik overweeg een proces tegen hem aan te spannen, om de kosten van een nieuw telefoonnummer (visitekaartjes, veel brieven aan veel mensen) op hem te verhalen. Maar of ik dit nummer nu houd of niet, ik weet zeker dat deze meneer volstrekt verkeerd verbonden is.
19 september 1994
Privacy, stalkers en ander vals spul;
nawoord, 26 september 2007
1. Waarom kom ik op deze pagina terecht als ik via Google zoek naar Tjeerd van Dekken?
Omdat die pagina over hem gaat.
2. Zijn naam staat er niet in en toch komt dit stuk bovendrijven, hoe zit dat?
In setember 1994, toen ik deze column schreef, was ik - behalve woedend en tot op het bot toe ontdaan en onthutst - netjes en heb ik de naam van Van Dekken niet genoemd. Toen ik een jaar later al mijn columns op internet zette, nam ik al mijn columns, zonder daar ook maar iets aan te veranderen; zo ook deze. Inmiddels vond ik dat ik geen enkele reden had om consideratie met deze meneer te hebben, en heb ik zijn naam in de tags gezet.
3. Is alles wat in dat stuk staat, werkelijk gebeurd?
Ja. Van Dekken is tot tweemaal toe betrapt door KPN op telefoonstalking; de eerste keer was hij nog mijn vriendje, en het stalken was toen al maanden bezig. De column beschrijft maar een fractie van de gebeurtenissen. Wat er bijvoorbeeld niet in staat, is dat Van Dekken het bestaan van de stalker - die hij zelf was - aangreep om me extra bang te maken. Hij zou een raar iemand voor mijn raam hebben staan, er zwierf iemand rond mijn huis, hij werd woest als ik iemand mijn adres of telefoonnummer gaf, ik moest toch heus oppassen et cetera. Ik heb een advocaat moeten inzetten om het gestalk te laten stoppen. Wat er ook niet in staat, is dat Van Dekkens broer me, de dag dat ik Van Dekken eruit heb gezet, met de dood heeft bedreigd.
4. Waarom staat deze pagina zo hoog in Google?
Dat moet je aan Google vragen. Het enige dat ik kan bedenken is dat deze pagina al oud is en daarom hoog scoort.
5. Over oud gesproken: waarom rakel je een zo oude kwestie op?
Toen ik erover schreef, was het geen oude kwestie maar nog gaande. En ik zet al mijn columns op internet, ongeacht of ze over tien of twintig jaar verouderd zullen zijn of niet. Waarom zou ik juist voor deze vent, die me zo heeft belaagd, een uitzondering maken?
6. Ga je die tags met zijn naam er ooit uithalen?
Pas als ik niet langer fysiek ontregeld raak wanneer ik zijn naam tegenkom of aan de gebeurtenis terugdenk, zal ik dat overwegen.
7. Volgens Francisco van Jole (Radio Online, 25 september 2007) gooi je de privacy van meneer Van Dekken te grabbel.
Radio Online is het eerste grote medium dat aandacht aan dit oude stuk heeft besteed, en heeft daarmee meer gedaan om de hele zaak op te rakelen dan ik. Zoals zoekmachine-deskundige Joris van Hoboken in diezelfde uitzending zei: anderen hebben een eigen verantwoordelijkheid over wat ze met de resultaten doen die zoekmachines ze leveren. Die verantwoordelijkheid voelde Radio Online kennelijk niet, en dan past het ze niet direct om in diezelfde uitzending naar mij te wijzen.
Daarnaast: als ik in twee artikelen vertel hoe raar Ronald Eissens van het MDI optreedt (link en link), verwijt niemand me een inbreuk op de privacy van Ronald Eissens of dat ik, door die column te laten staan, oude koeien uit de sloot haal. Waarom zou dat met een stuk over een stalker anders zijn?
Wat de meneer in kwestie betreft: als media hem erover doorzagen, is het beste advies dat ik hem kan geven dit. Geef toe dat je het gedaan hebt, zeg dat het een kapitale fout was en dat je je er diep over schaamt. Kom op, de man heeft nota bene een media-adviesbureau. Dit is les 1 uit het hoofdstuk over mediablunders.
8. In Radio Online zieden ze dat je geen commentaar wou geven, klopt dat?
Ne, dat is apert niet waar. Ik had met enige aarzeling ingestemd met een interview maar veranderde van mening toen ik hoorde dat Francisco van Jole het gesprek zou leiden, en heb uitgelegd waarom. Later heb ik die toelichting nog aan de redactie en aan Van Jole zelf gemaild: "Ik heb een tijd geleden al besloten dat, hoewel ik Francisco privé graag mag, ik niet langer door hem geïnterviewd wil worden. Ik hou niet van zijn stijl, ik vind hem niet altijd fair in interviews en de onderwerpen lijden daaronder, en dan wil ik liever geen onderwerp zijn."
De manier waarop Van Jole het onderwerp aanpakte, bevestigde overigens mijn gelijk. Van Jole stelde onder meer dat ik - en niet Radio Online Van Dekkens privacy te grabbel gooide, en stelde dat je "niet zomaar zulke dingen over iemand mag beweren." Het gaat niet om "zomaar" een bewering maar om feiten, zoals ook van Jole heel goed weet. Een maand nadat ik had ontdekt dat Van Dekken mijn stalker was, heb ik dat aan Francisco van Jole verteld, nog natillend van schrik en ontzetting, in De Balie, waar Van Dekken op dat moment een toegangsverbod had vanwege zijn gestalk.
9. Je bent voorzitter van de jury van de Big Brother Awards. Is dat niet raar?
Ik zie geen discrepantie. Vertellen wat mij is overkomen en wat iemand mij heeft aangedaan, is mijn recht. Dat Van Dekken daar last van heeft heeft niets met een privacyschending maar met zijn reputatie te maken.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|