Vervolg
XL, maart 1994
'GAAT U MAAR liggen, hoor,' zegt de gynaecoloog naar wie ik na twee verdachte
uitstrijkjes ben verwezen. Zijn advies is nogal overbodig, want dat had de arts
in opleiding me zojuist gevraagd te doen, ik lag al half, en bovendien: staand
of zittend lijkt zo'n onderzoek me niet handig. De gynaecoloog schuift aan naast
de arts in opleiding, die zojuist een vragenlijst met me heeft doorgenomen en nu
tussen mijn benen klaar zit. Zij was vriendelijk en hij is te joviaal. Hij klopt
haar goedkeurend op haar hoofd. Jakkes, denk ik, je bent d'r pappa niet, en ik
kijk met opgetrokken wenkbrauwen naar mijn zeerover die tegen de muur staat
geleund. Hij kijkt dito terug.
Ik lig op tafel en in de beugels. De gynaecoloog en de arts in opleiding kijken
naar wat ineens mijn middelpunt lijkt en doen iets met een eendebek. Ik kijk naar
mijn zeerover en grijp zijn hand. Hij schuifelt nerveus maar knipoogt stoer. De
beide artsen richten een lamp en kijken om beurten naar binnen. De gynaecoloog
stipt mijn baarmoederhals aan met een vloeistof.
'Wat zie je?' vraagt hij aan haar. Ze zegt dat ze verkleuringen ziet en dat
dat plekje daar wellicht... Hij onderbreekt haar. 'O nee, dat zie ik met het
blote oog, dat is niets, dat is een lichte dysplasie,' zegt hij tegen haar.
'Een dysplasie,' vraag ik, 'wat is dat?' 'Dat leg ik straks wel uit,' zegt hij,
en vervolgt tegen haar: 'Wanneer je enigszins erváren bent heb je bijna
geen laboratoriumuitslag nodig.'
Gelukkig vertrouwt het medisch protocol niet op zijn ogen en moet de
gynaecoloog alsnog een stukje baarmoederhals wegnemen dat officieel getest
wordt. Hij verzekert me na afloop nogmaals dat er hooguit sprake is van een
virus en dat ik me heus geen zorgen hoef te maken.

DRIE WEKEN LATER bel ik voor de uitslag. 'U moet een afspraak maken voor
een cryo,' zegt de zuster die ik aan de lijn krijg, zonder daarbij te vertellen
wat de uitslag was en wat een cryo is. Na drie woede-aanvallen krijg ik een dag
later eindelijk de gynaecoloog met de ervaren ogen te spreken.
Het spijt hem dat ik de uitslag telefonisch moest horen, maar ja, gewoonlijk
maken ze bij vervelende uitslagen een afspraak op het spreekuur, dus nou ja,
dat krijg je als je opbelt. 'Ten eerste heb ik überhaupt geen uitslag
gekregen, alleen de mededeling dat er ondanks al Uw geruststellingen een ingreep
nodig is, en ten tweede was U degene die zei dat ik moest opbellen,' zeg ik. 'O,
is dat zo? Eh, eh. Vervelend. Tsja, eh, mogelijk heb ik toch een verkeerde
inschatting gemaakt.' Zoiets vermoedde ik al.
We ruziën door. Na een kwartier bekvechten dringt het tot hem door dat
deze procedure niet vlekkeloos was en biedt hij mij zijn excuses aan. Ik vraag
daarna naar het hoe & wat van de uitslag en de cryo. 'Als u nu een afspraak
maakt voor het spreekuur...' begint hij. Ik onderbreek hem. 'U kunt het me ook
nú vertellen, we spreken elkaar momenteel immers?' 'Ik heb liever dat U een
afspraak maakt.' 'Telefonisch kost het ons allebei hooguit tien minuten. Met
een bezoek ben ik dik twee uur kwijt, ik ben namelijk zoals dat heet slecht
ter been.' (Ik heb geen zin in tijdverspilling, en dit is mijn ultieme zet.)
'O was ú dat!! Nu, dan spijt het me werkelijk vréselijk!!' Alsof iemand
die beter loopt wel onheus bejegend mag worden. Hij belooft prompt over een
half uur uitgebreid terug te bellen.
De gynaecoloog is een half uur later de vriendelijkheid zelve. Hij legt uit
dat er onrustige cellen waren die bevroren kunnen worden en hoe dat gaat en
dat het geen pijn doet: 'hooguit dezelfde kramp als bij de menstruatie.' Ik
heb nooit kramp als ik bloed, dus die opmerking is weinig informatief. Ik zeg
hem dat. Hij schraapt onzeker zijn keel maar houdt de moed erin. Hij vervolgt:
'De betreffende cellen sterven door die behandeling. Twee dagen later komt er
een waterige afscheiding los, die een week of twee, drie aanhoudt; ondertussen
groeit de huid van de baarmoedermond opnieuw aan.' Ik krijg visoenen van
kliederpartijen, waterbaletten en wekenlang geknoei & getob met verbandjes;
allemaal weinig verheffend. 'Daarna komt er een menstruatie en dán kunt
U ook weer vrijen.' Dat laatste op opgetogen toon.
Wat men niet al bij implicatie kan mededelen. De crypto van de cryo: 'en
dán kunt U ook weer vrijen,' zonder eerst te vertellen dat dat voor
die tijd kennelijk niet de bedoeling was. Ik vraag me een seconde lang af of
ik hem zal vragen wat hij onder 'vrijen' verstaat en wat in hemelsnaam het
verband is tussen kussen, strelen, tepels, heupen, monden, ogen, clitorissen,
kijken, vingers, klaarkomen, handen enerzijds en kapotte baarmoedermonden
anderzijds is. Maar ik vermoed dat ik zijn antwoord al weet. Vrijen is een
vak apart.
Net zoals gynaecoloog zijn overigens.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|