Pingpongen met patiëntengegevens
Het Parool, 6 september 2005
Vorige week bewees ik dat patiëntengegevens niet veilig zijn
opgeslagen. Een groep beveiligingsdeskundigen wist zonder idioot
veel moeite door de beveiliging van twee ziekenhuizen heen te breken
en kon naar believen in de patiëntendatabases vissen. Als je deze
groep experts op andere ziekenhuizen zou loslaten, zouden ze in
negen van de tien gevallen precies dezelfde resultaten behalen.
De reden? Nederland is bezig over te stappen naar een landelijk
elektronisch patiëntendossier (EPD). Alle zorginstellingen zijn
bezig hun patiëntendossiers voor elkaar open te stellen: huisartsen
moeten de EPD's bij ziekenhuizen kunnen bekijken, ziekenhuizen die
van apothekers, enzovoorts. En waar bevoegden mogen binnenkomen, is
vrijwel altijd een slinks weggetje te vinden voor onbevoegden.
Patiëntgegevens worden niet versleuteld bewaard maar in klare tekst,
en er zit zoveel programmatuur omheen - die EPD's moeten namelijk
steeds mooier en ingenieuzer worden - dat de software onbeheersbaar
wordt.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg, die ik een week geleden op
de hoogte stelde, schrok zich en hoedje. Wat ze gingen doen om zulke
lekken in de toekomst te voorkomen, vroeg ik. 'Daar hebben we
standaarden voor!' zei de inspecteur. 'Die werken niet, dat heb ik
net bewezen,' zei ik, 'het gaat om volkomen nette ziekenhuizen die
zich keurig aan de regels houden.' Ondertussen weigert de Inspectie
om eisen te stellen aan de software die wordt gebruikt: men vindt
dat een zaak voor de markt. De Vereniging van Nederlandse
Ziekenhuizen schrok eveneens maar kon of wilde niets zeggen: alles
wat met het landelijk EPD te maken heeft, valt onder het Nictiz, het
Nationaal Instituut ICT in de Zorg. Het Nictiz tenslotte wilde ook
niks zeggen omdat 'beveiliging van medische informatie de
verantwoordelijkheid van de zorginstellingen zelf is'.
Een prachtig spelletje pingpong. Iedereen laat de ziekenhuizen in
de steek, ook de overheid, die paal en perk stelt aan het geld dat
ziekenhuizen mogen uittrekken voor hun automatisering. Hoe
huisartsen de zaak moeten aanpakken, is helemaal een raadsel. Die
hebben immers geen automatiseringsafdeling achter zich staan, geen
systeembeheerder die hun computer up-to-date en virusvrij houdt,
geen hoofd ICT dat helpt om de beveiliging te regelen.
De opvatting van het Nictiz is formeel juist - zij hebben immers
geen zeggenschap over ziekenhuizen of huisartsen - maar in de
praktijk onhoudbaar. Want de patiëntengegevens bij al die
individuele zorginstellingen vormen de basis van het landelijke EPD.
Het Nictiz is bezig een structuur bovenop al die huisartsen,
ziekenhuizen, apothekers en verpleegtehuizen aan elkaar te knopen,
maar als de onderste laag niet veilig is, kan wat daar bovenop wordt
gebouwd nooit veilig worden.
Mijn hack is het derde grote incident in het afgelopen half jaar
rond het EPD. In maart van dit jaar had het Spaarne Ziekenhuis in
Hoofddorp te kampen met een computervirus; het gevolg daarvan was
dat de poliklinieken een week lang niet of moeilijk bij de
elektronische dossiers van hun patiënten kon. Veel afspraken moesten
worden afgezegd. Twee weken gelden bleek dat de software die veel
apotheken gebruiken om recepten te beheren en doseringen uit te
rekenen, een fout bevatte waardoor bij 200 verschillende medicijnen
de verkeerde dosering werd afgeleverd. En nu mijn hack, waardoor de
gegevens van acht procent van de Nederlandse bevolking ineens op
straat lagen.
Wie moeten ons zorgen gaan maken. We moeten nog eens heel goed
nadenken hoe die invoering van dat landelijk dossier beter en
veiliger kan.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|