We kunnen het zelf veel beter
Het Parool, 23 augustus 2005
Toen zich vorige week maandag politiewagens en helikopters naar
Centraal Station spoedden, dachten veel mensen hetzelfde. Daar zul
je het eindelijk hebben, een aanslag. Al Qa'ida, of wat ervoor door
wil gaan, heeft Amsterdam bereikt. Ik proefde gelatenheid - je kunt
er toch niks tegen doen, laten we hopen dat het niet al te erg is -
en vreemd genoeg ook opluchting: het wachten was voorbij. Het
sirenegejank vertelde ons dat het zwaard dat al onbestemde boven ons
hing te dreigen eindelijk was gevallen. Het was Damokles niet, het
bleek de NS maar. Er was 'gewoon' weer een trein ontspoord, zodat
het treinnet rond Amsterdam dagenlang in de war was.
Pas door dat voorval ging ik écht nadenken over aanslagen in
Amsterdam. Al een paar weken kreeg ik mails van complotdenkers die
voorzagen dat de IJtunnel tijdens Sail zou worden opgeblazen, de
gemeente waarschuwde me dat mijn buurt beperkt bereikbaar zou zijn
en de kranten meldden dat de politie paraat was. Ik slikte het voor
zoete koek. Ja natuurlijk, een groot festijn, ruim twee miljoen
bezoekers werden verwacht: een uitgelezen gelegenheid voor
terroristen en would-be terroristen. Net als veel mensen om me heen
koos ik voor onverschilligheid: niet teveel aan denken en je
handelen er niet door laten leiden. Immers, als eenling kun je niets
beginnen tegen zo'n aanval, je kunt je alleen schikken, duimen dat
je vrienden en geliefden ontzien zullen worden en hopen dat daarna
niet iedereen helemáál gek wordt.
Pas twee dagen na de chaos die de NS veroorzaakte, realiseerde ik
me de denkfout. Terroristen zijn niet dom. Wie een greintje verstand
heeft, weet dat juist tijdens deze dagen iedereen extra op zijn
qui-vive is. Je kans om als aanstaande terrorist gepakt te worden is
kort voor en tijdens een festijn, ondanks de mensenmassa, groter dan
anders, juist ook omdat er veel meer politie op de been is en
iedereen - voor zover dat kan - heimelijk rekening houdt met een
aanslag.
Belangrijker: het is terroristen er helemaal niet om te doen om
grote bijeenkomsten te verstoren. Hun doel is het dagelijks leven
uit het lood te slaan, te zorgen dat mensen zich juist tijdens hun
meest gewone en liefst noodzakelijke bezigheden - boodschappen doen,
naar je werk reizen, ergens koffie drinken - niet meer veilig
voelen. Van Hezbollah en Aum Shinrikyo, van Molukse kapers tot Al
Qa'ida: ze bombarderen markten en terrasjes, planten gif of bommen
in de metro, ze blazen treinen op of kapen die. Festijnen kun je als
noodmaatregel nog afschaffen of zwaar beveiligen, ieders dagelijks
leven niet. Dat is nu juist wat terrorisme zo angstig maakt.
De enige aanslag tijdens een groot festijn die ik me in het
Westen kan bedenken, is die bij de Olympische Spelen in München in
1972, toen de Zwarte September enkele leden van de Israëlische ploeg
neermaaide en de rest in gijzeling hield. Die aanslag was gericht:
de terroristen wilden specifiek Israël treffen, niet de bezoekers
van de Spelen, laat staan de stad München als geheel.
Waar komt ons huidige idee toch vandaan dat massale festijnen bij
uitstek het doelwit zouden zijn van terroristen? Die angst hebben we
ons uitsluitend zelf aangepraat, en ondertussen verstoort de NS ons
dagelijks leven meer dan Al Qa'ida. We hebben helemaal geen
terroristen of rampen meer nodig om ons vrees in te boezemen, we
kunnen dat zelf veel beter.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|