Schrikkelkatje
Het Parool, 27 juli 2005
Gelukkig wilde de dierenarts hier komen. In haar laatste uur wilde
ik niet met haar slepen, en als je dan toch dood moet, dan liever
thuis. Kim was op: haar achterpoten weigerden steeds vaker dienst,
ze was half blind en doof en werd steeds angstiger. Ze was geboren
op schrikkeldag in 1984, zij en ik hadden langer bij elkaar gewoond
dan mijn ouders en ik. Ze heeft al mijn liefdes overleefd en is
ouder dan mijn ms.
... me ernstig afvragen of haar door laten leven voor haar is of
voor mezelf. Als ik het nu doe, is dat dan om mezelf de last te
besparen van een klagende, zielige kat die soms een uur kan zitten
mauwen om
ikweetnietwatwantalleswatzezoukunnenwillenhebikgegevenofgedaan? Als
ik het uitstel, ontken ik dan dat ze al eigenlijk helemaal op is,
omdat ik haar nog niet wil missen? Beter naar haar kijken. Elke dag
opnieuw snel, doch goed beslissen. Wijs wezen.
Hoe beslis je in godesnaam voor een ander, ook al is die ander je
huisdier? Ze was mijn grens al lang gepasseerd, maar dat was mijn
grens. Hoe kom je erachter waar een ander zelf de grens legt? Hoe
scheid ik daarbij mijn belangen van de hare? Ik legde mijn dilemma
aan de dierenarts voor die haar onderzocht. 'Liever een week te
vroeg dan een paar dagen te laat,' zei hij, 'je wilt ze de pijn
besparen.'
Raar dat we die regel bij dieren zo makkelijk accepteren. Bij
dieren mogen we onze grens opleggen, bij mensen vinden we het
normaal hun grens te passeren door die eindeloos te evalueren, uit
het oogpunt van onze zorgvuldigheid. De paradoxale overeenkomst is
dat in beide gevallen anderen beslissen wanneer je mag gaan, tenzij
je zieke lichaam hen te snel af is. In de dood ben je afhankelijker
van anderen dan ooit. Katjes kunnen bovendien geen zelfmoord plegen
als ze het niet met jouw grens eens zijn.
De dierenarts is het met me eens: Kim is op. Hij legt me precies
uit wat hij gaat doen. Ik houd haar in mijn armen als hij haar
verdooft en ik probeer rust uit te stralen zodat ze niet bang wordt.
Zo lief en gewoon mogelijk doen, voor haar. 'Moordenaar,' scheld ik
mezelf intussen uit, 'moordenaar! Kim, ik heb opdracht gegeven je
dood te maken,' en ik voel me schuldig, tegelijkertijd wetend dat
als dierenartsen zulke dingen niet mochten doen, ik over een week
eigenhandig haar nekje had gebroken omdat ik haar inderdaad de pijn
en paniek van een steeds verder opkruipende verlamming wil besparen.
... mensen en katten zijn twee totaal verschillende soorten die
over en weer elkaars gezelschap zoeken, zonder horigheid of
materieel gewin. Honden laten zich onze wet voorschrijven,
kanariepietjes en hamsters zijn afhankelijk en gevangen, maar katten
komen uit vrije wil naar ons toe en velen geen dwang. We geven ze
voedsel, warmte en veiligheid, we krijgen een warme schoot, kopjes
en soms een haal - maar geen van beide partijen is de ander de baas.
De twee wilde zwervers die bij me zijn ingetrokken bewijzen het, ze
komen en gaan naar het ze belieft, maar steeds vaker zijn ze hier,
uit vrije wil. De verhouding tussen mensen en katten geeft me altijd
hoop.
Als ze dood is, lijkt ze nog kleiner dan eerst. Die hele middag
aai ik mijn platte, dode katje.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|