Vastgepind, of vlinderen
Het Parool, 14 juni 2005
'Maar vrouwen aan de top hebben toch niks veranderd?' zei hij. 'Kijk
naar Neelie Smit-Kroes, kijk naar Thatcher.' 'Ja hallo,' zei ik.
'Die hadden het veel druk met aan de top komen om nog veel meer te
kunnen doen. Mannen die alleen maar hard werken om bovenaan te
komen, bekritiseer je niet, waarom vrouwen dan wel? Moeten zij soms
betere mensen zijn dan mannen? Daarnaast, als jij vindt dat er in
het bedrijfsleven of de politiek iets veranderd moeten worden, is
het toch mal dat je vrouwen/i> daarop afrekent? Doe het dan zelf, of
stel die mannen aan de top verantwoordelijk!'
Het was vriendelijk gekibbel, daar niet van. Boris Dittrich, die
laatst in Opzij had gemeld dat vrouwen de politiek zo weinig hadden
veranderd zong in mij na. Wellicht veranderen vrouwen er minder dan
we hadden gehoopt, maar haalde dat hun recht op deelname aan de
politiek onderuit? Welnee. Als dat het argument was, kun je
bovendien heel D66 wel opdoeken, maar die conclusie trok hij niet.
Dittrichs argument had trouwens evengoed kunnen luiden dat de
aanwezigheid van homoseksuelen weinig in het reilen van het
parlement had veranderd, dus volgens zijn eigen logica deed hijzelf
er dubbelop niet toe.
Een avond later stond ik in Paradiso bij La nuit du Maroc, ik in
Arabische kleding, mijn metgezel in prachtig pak. We waren eerder
geblinddoekt op het podium in de grote zaal gezet en waren daar
vergast op een voetwassing, religieuze liederen, muziek, wierook en
geblaas op blote schouders. Nu stonden we in de bovenzaal te
luisteren naar zang. Een vijftienjarig meisje had loepzuiver een
westerse cover gezongen, en nu zong Rajae el Mouhandiz, de diva van
de avond.
'Hm, 't is wel mooi maar bepaald geen Arabisch,' fluisterde ik
tegen mijn metgezel; ik houd erg van Arabische muziek en had me op
een overdosis verheugd. Pas toen we naar een andere zaal liepen, zag
ik de parallel. Ik was in dezelfde val gelopen als mijn
gesprekspartner de dag ervoor. Waarom wil ik musicerende Marokkaanse
Nederlanders of Nederlandse Marokkanen in hemelsnaam vastpinnen op
het maken van Arabische muziek? Zingen ze heel geïntegreerd westerse
muziek, staan ze nota bene in Paradiso en dan is het w´´r niet goed.
Wil ik dat ze leuk iets etnisch doen, voor mijn plezier, en moeten
ze aan mijn smaak voldoen.
Ik veegde de betrapte blos van mijn wangen en zette mijn
vooroordeel van me af. De bovenzaal van Paradiso veranderde langzaam
in een disco waar Arabische muziek met pop werd gemengd. De vrouwen
lokten met hun heupen, een meisje met oranje hoofddoek nog het
wildst. Links voor ons vormde zich een cirkel: steeds werd de
volgende naar het midden gehaald om daar een minuut of wat te
dansen, terwijl de rest eromheen klapte; ook mannen lieten zich
heupwiegend in het midden trekken. Beneden werd kasbah-muziek
gespeeld. In een zijzaaltje rolde iemand tapijten uit en gaf ons
kussens om op te zitten; de waterpijp ging langs.
Er liepen Nederlanders van allerlei origine: Spaans, Marokkaans,
Berbers, Egyptisch, Gronings, Hollands, Surinaams. Alles vlinderde
door elkaar heen. Iedereen leek te roken en het werd een prachtig
gemengd feest. Met een Spaanse had ik een gesprek over
ondernemerschap, met een Berber over zelfmoord, met een Groninger
over Japan. Dat ik later die avond opnieuw blossen had, was zuiver
van plezier.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|