Schietstoel naar het paradijs?
Het Parool, 3 april 2005
De paus is dood. "De meer dan 50.000 gelovigen op het Sint
Pietersplein in Rome reageerden verslagen op het nieuws," meldde het
ANP zondag. Die verslagenheid begrijp ik eerlijk gezegd niet goed,
evenmin als het fervente bidden der gelovigen dat de paus vooral zou
blijven leven. Wie een goed christen is, gaat volgens de kerk naar
de hemel: dat moet binnen de leer toch een prachtig en
benijdenswaardig iets zijn? Het leven hier is een tijdelijk
verschijnsel, dat weet elke gelovige, een voorbereiding op het
hiernamaals. Om dat hiernamaals draait het, en de paus is daar
volgens de katholieken nu.
Waarom dan toch dat verdriet? Waarom geen blijdschap dat hun
leidsman te bestemder plekke is aangekomen en eindelijk God zelf in
het gelaat mag schouwen? Misschien dat individuele christenen
aarzelen of zijzelf, als puntje bij paaltje komt, hun entrée hebben
verdiend, maar in geval van de paus kan - nee: mag - daar geen
twijfel over bestaan. Als Gods plaatsvervanger op aarde heeft hij
qualitate qua recht op een zetel, anders was hij geen
plaatsvervanger. Als er één schietstoel naar het paradijs is, moet
dat de zetel in Vaticaanstad zijn.
Misschien gunnen de gelovigen de paus zijn plekje in de hemelen
weliswaar van harte, maar hadden ze hem nog graag wat bij zich
gehouden. Dat lijkt me echter een zelfzuchtig verlangen, en daarmee
fundamenteel onchristelijk. De man was oud en al jaren ernstig ziek,
zijn dood komt zelfs een agnost als mij voor als een langverwachte
verlossing voor de man persoonlijk.
Ook zorgen over Wojtyla's opvolging kunnen moeilijk de oorzaak
zijn van dit massale verdriet, of tenminste: zulke zorgen zijn in
strijd met de theorie. De paus is onfeilbaar, dat ligt in het ambt
besloten, en de gelovige die in twijfel trekt of de volgende paus
het ambt op juiste wijze zal vervullen, trekt feitelijk het hele
instituut in twijfel. Elke paus is een goede paus. Voor rechtgeaarde
katholieken, dan.
Als ongelovige mag ik daar anders over denken en hopen op een
verlichter paus. Wojtyla heeft zich tot een der strengste, rigide
pausen van de laatste eeuwen ontwikkeld en heeft daarmee veel mensen
kwaad berokkend. Zijn straffe veroordeling van het gebruik van
condooms heeft hem medeverantwoordelijk gemaakt voor de aidsramp die
zich met name in Afrika voltrekt, een ravage die honderdduizenden
doden en evenzovele wezen in haar kielzog voert. Zijn eigen clerus
heeft hij op schandalige wijze de hand boven het hoofd gehouden toen
de verhalen loskwamen over misbruik van kinderen door Amerikaanse
priesters. Rome heeft rechtszaken geschikt, schadevergoedingen
betaald, en uiteindelijk, toen de mediarel te groot werd, schuld
bekend: maar bijna alle schuldigen en medeplichtigen zijn intern
herplaatst. Tot een poging te doorgronden hoe degenen die zich als
hoeders hadden moeten gedragen tot dergelijk wangedrag in staat
waren, is het nooit gekomen, laat staan tot de wens te begrijpen hoe
het in hemelsnaam kon gebeuren dat de plaatselijke clerus de
verschillende zaken zo lang in de doofpot had weten te houden. De
paus heeft daarnaast vrouwen en homoseksuelen herhaaldelijk voor het
hoofd gestoten: de eerste groep door ze stelselmatig als
kerkfunctionaris te weigeren, de tweede door ze uit te sluiten van
het huwelijk.
Ik mag hopen dat God minder rooms is dan de paus was en dat hij
Wojtyla genadeloos op zijn donder geeft. In het vagevuur met die man.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|