Rechtstaat
Het Parool, 5 februari 2005
Op verzoek van de gemeente Amsterdam schreef socioloog Herman
Vuijsje een lesboek voor multiculturele scholen, bedoeld om de
rechtszaak toe te lichten tegen de verdachte van de moord op Theo
van Gogh. Het idee om scholieren de beginselen van de grondwet en de
rechtstaat bij te brengen, is prachtig. Jammer alleen dat de boekjes
uitsluitend bedoeld zijn voor multiculturele scholen. Waarom zou je
niet alle leerlingen zo'n aanschouwelijk democratisch lesje geven?
Ook onder Nederlanders zijn toch vast voldoende scholieren te vinden
die baat hebben bij een spoedcursus grondrechten?
Je vindt zulke hulpbehoevende mensen zelfs onder politici.
Voorstellen die onze grondrechten eroderen vliegen je tegenwoordig
om de oren, met als voorlopig hoogtepunt de plannen om zonder
tussenkomst van de rechter beperkingen op te leggen aan mensen die
verdacht worden van terroristische plannen. Donner wil beroeps- en
straatverboden en een meldingsplicht bij bestuurlijke maatregel
opleggen, zonder toetsing bij de rechtbank. Oftewel: zonder dat
bewijs tegen zo iemand hoeft te worden overlegd en zonder dat er een
aanklacht tegen hem is ingediend. Dat hoort niet.
Mensen hebben het recht te weten waarvan ze verdacht worden en
het recht zich tegen verdenkingen te verweren. Ze hebben recht op
een advocaat en recht op een eerlijke rechtsgang. Ook mensen die
gruwelijke dingen beramen - een moord of een aanslag - hebben die
onvervreemdbare rechten. Dat is precies waar de rechtstaat om
draait: dat we mensen een eerlijke rechtsgang garanderen, ook als
zijzelf niet eerlijk zijn of niet in die rechtstaat geloven.
Zulke principes zijn niet alleen geboren uit de wens moreel juist
te handelen, ze zijn ook bedoeld om de burger te garanderen dat de
overheid zonder aanziens des persoons optreedt en zich niet aan
willekeur bezondigt. In laatste instantie zijn zulke principes
ontworpen om te zorgen dat het handelen van de overheid zélf
controleerbaar blijft. Welk onderzoek heeft justitie of een
inlichtingendienst precies uitgevoerd, hoe duidelijk en overtuigend
zijn hun aanwijzingen, is er gerede twijfel mogelijk aan de ten
laste gelegde feiten?
Uiteindelijk hebben alle burgers, hoe netjes en rechtschapen ook,
er immers belang bij dat de overheid zuiver procedeert. Een
rechtszaak draait niet alleen om de vraag welke bewijzen er zijn
voor de verdenkingen die op iemand rusten, maar ook hoe die bewijzen
verkregen zijn en hoe solide ze zijn. Ook het gedrag van de overheid
is in een strafzaak in het geding.
Je hoort het vaker de laatste jaren: wie een al te gruwelijke
misdaad heeft verricht, kan zich niet langer beroepen op de rechten
die anderen toekomen. Dat klopt: precies daarom mogen zulke mensen
ook van hun vrijheid worden beroofd. Maar de rechtstaat vereist dat
we ze pas hun grondrechten mogen ontnemen nadat er voldoende
rechtsgeldig bewijs tegen hen is verzameld en nadat is gebleken
dat zulk bewijs volgens de regels is verkregen - dat de staat zelf
niet heeft gerotzooid alleen maar om ze in het gevang te krijgen.
Dat hechten aan die zuivere rechtsgang, dat bewaken van de
rechtstaat, doen we niet alleen voor die verdachten, maar ook voor
onszelf. We bewaken de rechtstaat om zelf een zuiver blazoen te
houden (opdat we zeker weten dat we iemand niet abusievelijk in het
cachot zit), maar ook omdat alleen dat ons de middelen in handen
geeft de overheid te blijven controleren.
Maar die les moeten sommige politici nog leren.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|