Excuus-Truus en Alibi-Ali
Het Parool, 14 december 2004
Hirsi Ali - het gaat haar goed, ze is ondanks de bedreigingen aan
haar adres onverdroten strijdbaar, liet ze laatst per brief aan het
VVD-congres en per interview in NRC Handelsblad weten - werkt
momenteel aan Submission 2 en aan een nieuw boek, waarin ze zal
aantonen dat de islam vrouwen onderdrukt. Haar afwezigheid uit de
kamer, zo liet ze volk en partij tezelfdertijd weten, is 'uit vrije
wil'.
Me dunkt dat die laatste opmerking tegen de klippen op
strijdlustig is, uit vrije wil duikt niemand onder. Zeggen dat ze
onder haar vrijheidsbeperkingen lijdt beschouwt ze mogelijk als een
zwaktebod: ze wenst voor alles te laten zien dat ze ongebroken is.
Maar juist met die overdreven stoerheid roept Hirsi Ali nieuwe
vragen op. Ze hoort haar werk in de Tweede Kamer te doen, ze hoort
niet niet 'uit vrije wil' afwezig te zijn en een boek te schrijven.
Had ze gezegd dat ze van de nood een deugd maakte, dan was haar
schrijverij meer dan te billijken geweest, maar nu is de enige vraag
die ik heb of de royalties van dat boek dan aan het parlement zullen
toekomen: ze schrijft immers in werktijd.
Dat is echter kibbelarij. Belangrijker is de vraag wie Hirsi Ali
met dat boek denkt te helpen. Ze blijft unverfroren volhouden dat
haar doel is de moslima's te bevrijden, maar wie een beetje heeft
opgelet - en dat zijn helaas te weinig mensen - moet constateren dat
Hirsi Ali, ondanks de massieve publiciteit voor haar ideeën in de
afgelopen jaren, nog steeds amper aanhang heeft onder moslima's.
Hoewel Opzij haar juichend inhaalt als de stem van de derde
feministische golf, heeft Ali (anders dan voortrekkers van de eerste
en de tweede golf zoals Aletta Jacobs en Joke Smit) géén golf onder
vrouwen teweeg gebracht, laat staan een van feministische herkenning.
Sterker, Hirsi Ali zoekt helemaal geen aansluiting met vrouwen.
Niet met de organisaties die al jarenlang strijden voor een
zelfstandige verblijfstitel voor buitenlandse vrouwen (de
afhankelijkheid van de verblijfsvergunning van hun man betekent dat
zij moeten kiezen tussen mishandeling dan wel uitzetting naar hun
land van herkomst). Niet met de islamitische vrouwen die in
Blijf-van-mijn-lijfhuizen zitten. (Ik schrok erg toen Hirsi Ali in
een tv-gesprek met hen al hun gedegen bezwaren tegen Submission
zonder argumentatie terzijde schoof.) Niet met de Marokkaanse
vrouwenorganisaties. Niet met Nederlandse feministen. Hirsi Ali
zoekt - en vindt - alleen aansluiting bij de VVD (waar ze momenteel
vooral fungeert als een dam tegen de wassende overloop naar 'de
groep' Wilders), bij de Vrienden van Van Gogh, nu niet bepaald
mannen die bekend staan om hun warme feministische gevoelens, en bij
Cisca Dresselhuys, die hoofddoekjes en integratie al langer tot
speerpunt maakte.
Zijn die moslima's soms te dom - sorry: te 'achterlijk' - om
Hirsi Ali te kunnen begrijpen en haar te steunen? Of speelt er
wellicht iets anders? Bijvoorbeeld dat Hirsi Ali zich inzet voor een
strijd die helemaal niet om het feminisme en vrouwenbelangen draait,
maar over wij-tegen-zij, het zogenaamde verlichte Westen tegen
hullie-van-daar? Een strijd waarbij met de mond beleden feminisme
wordt ingezet als neo-kolonistisch argument: dat 'wij' die
inboorlingen wel eens flink zullen gaan opvoeden, en hen - eindelijk
- beschaving zullen bijbrengen? Ik vrees het laatste. Hirsi Ali is
niets dan een excuus-Truus voor de VVD. Het erge is dat haar
lawaaierige optreden ons verhindert écht te luisteren naar moslima's.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|