De klant is geen koning - ook niet als-ie ziek is
Het Parool, 20 april 2004
Wij moeten consument in de zorg worden, stellen WVS en allerlei
overheidsadviesraden. Veel elementen die begrepen zijn in de notie
dat patiënten tot klanten zouden moeten transformeren, zijn
uitermate loffelijk: patiënten moeten meer en betere informatie
krijgen, ze moeten de mogelijkheid hebben een weloverwogen keus te
maken uit het zorgaanbod, behandelaars dienen hen niet als objecten
van zorg te beschouwen maar als volwaardige partners, er dienen
goede klachtenprocedures te zijn, patiënten mogen inzage verlangen
in hun dossier; ze dienen kortom een volwaardige stem te hebben in
hun behandeling. Allemaal zulke prachtige ideeën dat haast niemand
het er mee oneens is. Met die vaststelling worden die beeldschone
uitgangspunten prompt ook wat beaat.
Waar ik bezorgd over ben is de sterke nadruk die in deze
gedachtengang wordt gelegd op geld als machtsmiddel. Zo zouden
patiënten zich, bijvoorbeeld door zich via platforms te bundelen,
tot inkoopmacht kunnen ontwikkelen, meent onder meer de Raad voor de
Volksgezondheid en Zorg (RVZ): patiënten vormen dan een duidelijk
herkenbare groep die een vuist kunnen maken jegens de zorgleveraars,
de pillenmakers en de verzekeraars.
Mij lijkt dat een schromelijke overschatting van de rol van de
consument in de moderne maatschappij. Consumenten hebben helemaal
niet zoveel macht. Wat ze aan macht hebben, bestaat doorgaans uit
'nee' zeggen. Consumenten weigeren soms bepaalde producten aan te
schaffen, en wat zodoende te lang op de schappen blijft liggen,
verdwijnt uiteindelijk uit het assortiment. Klanten beslissen soms
om bepaalde winkels of bepaalde producenten te boycotten. Zulk
stemmen-met-de-voeten heeft inderdaad enig effect, Albert Heijn kan
ervan meespreken. Maar voor de rest is het nog steeds een producer's
market: de producent bepaalt het aanbod, en datgene waarvoor wordt
geadverteerd, verkoopt.
Consumenten hebben weinig positieve macht, de macht om iets
in de schappen te krijgen. Het heeft jarenlange druk van milieu-
en dierenbeschermingsorganisatie, de oprichting van natuurwinkels
plus verandering in de bio-industrie gevergd om het beleid van
supermarkten aan te passen, en die uiteindelijke aanpassing is minimaal.
In de zorg- en medische sector zal de inkoopmacht van patiënten
per definitie nooit groot worden. Deels omdat de inkoopmacht van
consumenten altijd al marginaal is, wat voor klant-patiënten nog
meer geldt dan voor klant-klanten; klant-patiëntengroepen bestaan
immers hoe dan ook altijd uit deelgroepen van de bevolking, en zijn
derhalve getalsmatig klein. Deels omdat het geld van patiënt-klanten
er toch minder toe doet dan dat van verpleeg- en zorginstellingen,
van verzekeraars en uitleveranciers: daar valt meer te halen. Deels
ook omdat je als patiënt-klant toch altijd meer patiënt bent dan
klant: als het ziekenhuis van je weloverwogen keuze geen vrije
bedden heeft, wacht je niet een half jaar. Dan ga je bijna altijd
naar het ziekenhuis dat drie of vier op je lijstje staat. Het
alternatief is immers om maanden langer door te lopen met je kwaal,
wat je je lang niet altijd kunt permitteren. Als de rolstoel die je
wilt niet leverbaar blijkt, neem je genoegen met een ander type. Je
moet wel: je hebt er immers een nodig, daarom begon je die hele
exercitie.
Een kopersstaking - de feitelijke achtergrond van de macht van
consumenten - is in de gezondheidszorg ondenkbaar. Je zou letterlijk
je lichaam in de strijd moeten willen werpen, en dat is een
griezelige, onredelijk hoge prijs om te betalen.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|