Impulsieve plannen
Het Parool, 2 december 2003
Vorige week werd het Nationaal Actieplan Suïcidepreventie gepresenteerd.
Ik belandde in een radiopanel waar het stuk werd besproken. Zoals gewoonlijk
bedacht ik de juiste vragen en opmerkingen pas achteraf, toen ik allang weer
thuis zat. ('Nooit meer een panel doen, Spaink!' roep ik dan tegen mezelf.
En hoop er de volgende keer iets beters van te maken.)
Het plan bevat veel mooie woorden en weinig wol. Natuurlijk is het een
uitstekend idee om spoorwegen beter te beveiligen: zelfmoord plegen door
voor de trein te springen is gruwelijk, je maakt daarmee de machinist tot
een machteloos instrument van je eigen dood en zadelt een ander op met
gruwelijke schuldgevoelens. Maar de NS zegt al jaren dat ze dat wil doch
doet er niet al te veel aan. Een paar jaar geleden spande een machinist
nog een zaak aan tegen de NS omdat hij vond dat ze te weinig deden op dat
vlak, en hem en zijn collega's met de zooi lieten zitten. In de beveiliging
van openbare gebouwen zit meer schot: hoge gebouwen met zo'n fijne open
binnengang worden tegenwoordig vaak opgeleverd met valschermen en andere
constructies om springen te bemoeilijken.
'Dat klinkt alsof u denkt dat zelfmoord kan worden uitgebannen,' zei ik.
Persoonlijk geloof ik niet dat dat kan: het aantal zelfmoorden is procentueel
door de jaren heen betrekkelijk stabiel, ongeacht wat er aan preventie is
bedacht. 'Vergeet niet dat tachtig procent van alle zelfmoorden impulsief
gebeurt,' zei mede-panellid Joost Zwagerman, 'en zodra je de mogelijkheid
wegneemt kan die impuls niet worden gerealiseerd.' Hij relativeerde dat
getal weliswaar iets - het is niet zo dat je 's morgens gelukkig opstaat
en 's middags, als je je op de dertiende verdieping bevindt van een open
kantoor met een binnentuin op de begane grond ineens bedenkt: 'Ja! De
gelegenheid doet zich voor, nú spring ik!' - maar was er niettemin van
overtuigd dat de gelegenheid feitelijk de zelfmoordenaar maakt.
Ik weet het niet. Ik loop al bijna een decennium mee in zelfmoordgroepen
op het net, en zie daar geregeld verhalen verschijnen over iemand die ik
daar kende en hoe verrast de familie was. 'Het ging niet altijd even goed
met hem, maar zelfmoord... Nee, daar was hij helemaal niet mee bezig,'
melden ze onthutst in de lokale krant, en wij weten dan dat zo iemand al
maandenlang sprak over het hoe en waarom van zijn aanstaande dood. Veel
mensen die serieus zelfmoord overwegen, doen hun uiterste best hun omgeving
niet te alarmeren. Soms om die omgeving te sparen, maar meestal omdat ze
repercussies vrezen, zoals verijdeling van hun plannen of een gedwongen
opname. Ze houden zich doelbewust beter dan ze zich voelen. Ze mijden
specifieke gespreksonderwerpen en bereiden hun dood in diepe stilte voor
hun directe omgeving voor; ze wissen alle sporen van gesprekken in
nieuwsgroepen of op mailinglijsten om zulke fora te beschermen tegen
eventuele media-hetzes of rechtszaken van nabestaanden. Is een zelfmoord
zonder evidente tekenen voor- of achteraf een impulsieve zelfmoord, of
is dat juist het tegendeel: een goed voorbereide zelfmoord?
Het actieplan wil voorts veel speerpunten ('hot spots' in het huidige
jargon) en risicogroepen onderzoeken, daar 'speciale preventiestrategiën
op ontwikkelen', en expertise opbouwen. Allemaal heel loffelijk maar ook
buitengewoon nietszeggend. Over de vraag hoe preventie kan worden gepleegd,
is het stuk bijvoorbeeld volstrekt onduidelijk. Het grote probleem in de
psychiatrie en psychologie is dat hulpverleners meestal volstrekt niet
met patiënten overweg kunnen die over zelfmoord beginnen. Er wordt daar
veel gezwaaid met behandelcontracten - 'je moet nu tekenen dat je gedurende
de komende tien weken geen zelfmoordpoging zult ondernemen, doe je het
toch, dan kun je mijn patiënt niet meer zijn'- die (nog afgezien van de
absurditeit van zo'n contract) eerder dienen om de behandelaar dan de
cliënt te beschermen, en die bij de hulpvragers alleen maar het idee
versterken dat zelfmoord een onmogelijk gespreksonderwerp is dat
bovendien met sancties is belast. Bovendien, hoe kun je als hulpvrager
ooit fatsoenlijk praten over je echte gedachten en angsten als je vreest
dat een gedwongen opname het gevolg zal zijn? Het actieplan noemt het
probleem niet eens.
Er zijn mensen die al jarenlang in het hulpverlenerscircuit verkeren
en die door verschillende therapeuten als 'uitbehandeld' worden beschouwd.
Als de hulpverlening ze opgeeft, waarom zouden die mensen zichzelf dan
niet mogen opgeven, vroeg ik. 'Tsja', zei psychiater Neeleman, een van
de schrijvers van het actieplan, 'als je er niet vroeg bij bent wordt
het wel héél moeilijk om iemand te behandelen.' En daar liet hij het
bij. Mij lijkt dat zijn plan daar had moeten beginnen.
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|