De blik van de dader
Het Parool, 3 juli 2001
AL EEN JAAR OF ZES lees ik mee in de Internetgroepen over
zelfmoord, de laatste maanden uitgebreider dan anders
vanwege een boek
waaraan ik werk. In de loop der jaren heb
ik de meest akelige verhalen mijn scherm zien passeren en
heb ik een aantal mensen enigszins leren kennen; ik schrik
niet meer zo snel (waarbij ik in het midden laat of dat nu
een goede zaak is of een slechte).
Maar waar ik maar niet aan kan wennen, is dit: de
hoeveelheid mensen die suïcidaal zijn geworden vanwege
misbruik en mishandeling die ze in hun jeugd hebben
doorstaan. De verhalen zijn hemelschreiend. Je leest over
vaders die hun dochter wekelijks verkrachtten en haar hebben
afgericht om zich als een hond te gedragen. Over kinderen
die vrijwel dagelijks door klasgenootjes in elkaar werden
geslagen, en ouders die koeltjes zeiden dat ze dan maar
beter voor zichzelf op moesten komen. Over kinderen die zich
op twaalfjarige leeftijd al zo ongewenst en ongelukkig
voelden dat ze zich steeds weer van de trap af gooiden, in
de hoop dood te gaan of naar het ziekenhuis te mogen, omdat
het ziekenhuis ze voorkwam als een paradijselijk respijt van
hun 'gewone' leven.
Een groot deel van de gruwel van zulke verhalen is de harde
wetenschap dat er mensen zijn die kinderen zo vreselijk in
de steek kunnen laten en - in hun onnadenkendheid of in hun
nietsontziend egoïsme - zo ernstig kunnen benadelen. Maar
erger nog is het besef van de effecten van zulk gedrag. Veel
van deze kinderen zijn opgegroeid tot kapotte volwassenen,
mensen die ervan overtuigd zijn dat ze geen geluk verdienen
en geen goed kunnen doen. Diep in hun hart zijn veel van hen
gaan geloven dat zijzelf niet deugen, dat ze geen liefde
waard zijn en dat ze die behandeling van vroeger eigenlijk
verdiend hebben.
Hun tragiek is dat ze de blik van hun daders hebben
overgenomen. Diep in hun hart blijft er een stem dooretteren
die telkens maar herhaalt dat het hun eigen schuld is, een
stem die de stem van de agressor is, en die stem vernielt
hun zelfvertrouwen. Ze begrijpen wel waarom ze mishandeld
werden, want ze wären thuis inderdaad ongezeglijk of vielen
uit de pas op school... ze verdienden slaag. Pappa kon er niet
veel aan doen dat hij ze nam, dat gebeurde nu eenmaal zo en
het was vooral hun fout dat ze het niet konden verdragen, ze
hadden liever moeten zijn voor pappa. Ze werden terecht
gestraft, want ze wáren geen goede hond, ze morsten immers
altijd bij het slobberen uit hun eetbakjes en maakten zo de
vloer vies.
Je hart krimpt samen als je het leest.
De grenzeloze tragiek is dat veel van deze kinderen, toen en
nu, hun angst en woede tegen zichzelf richten. Ze razen en
tieren niet op de daders, maar kleineren in plaats daarvan
zichzelf. Ze schreeuwen het niet uit over het onrecht hun
aangedaan, maar snijden in hun eigen armen. Ze willen de
boosdoeners van toen niet de kop inslaan, maar bedenken hoe
ze zichzelf van kant kunnen maken. In plaats van de
agressors van toen te haten, minachten ze zichzelf.
En toch, tegen de keer in, zie je regelmatig hoe gul en goed
van vertrouwen zo iemand kan zijn. Hoe verrast als iemand ze
écht aardig vindt, hoe vol van ongeloof als iemand moeite
voor ze doet. Ze haken en hunkeren naar liefde, naar
onvoorwaardelijke liefde, ze hebben een gat niet te stelpen
zo groot.
Twee van deze mensen ken ik inmiddels vrij goed. Chris, die
het eigenlijk een nieuwe mamma wil, en Sandra, die iemand
nodig heeft die haar ditmaal niet in de steek laat. Sandra
heeft vandaag een reis ondernomen om bij Chris op bezoek te
gaan. Ze trilden allebei als een espenblad bij de gedachte
de ander te zien en zijn als de dood dat ze elkaar
tegenvallen. De verwachtingen zijn niet eens zo hoog
gespannen: ze willen allebei vooral iemand die ze vasthoudt,
die een beschermende arm om ze heenslaat, ze over hun hoofd
streelt en zegt:"ik help wel op je te passen."
Ik kan de gedachte aan Chris en Sandra vandaag niet van me
afzetten. Ik zou wensen dat hun vertrouwen in elkaar de blik
van de dader weg krijgt. Makkelijk is dat niet - ze proberen
dat al hun hele leven.
(Bovenstaande column is in bewerkte vorm opgenomen in mijn boek
De
dood in doordrukstrip. Chris pleegde een paar dagen na deze
ontmoeting zelfmoord.)
Copyright Karin Spaink.
Deze tekst wordt uitsluitend
voor persoonlijk gebruik aangeboden.
|