Ook afgeschaft

(Extralang, voor het allerlaatste nummer van XL: een overzicht van andere dingen die gingen.)

1. Pottendael

De fantastische, opwindende en gepast ondoorgrondelijke belevenissen van Christel, Winnie en Marian in het stadje Pottendael, met veel verwikkelingen rond sexy zangeressen, intriges rond huis en haard, een loeder van een lesbo die haar erfenis veilig tracht te stellen, compleet met achtervolgingen en ongelukken met auto’s en (bescheiden op de achtergrond) steeds twee homoseksuele meneren die de dames na gedane avontuurlijke arbeid opvangen en oplappen met goede wijn en een mooie maaltijd.

Na hoofdstuk dertien stopte het meesterwerk in aanbouw – waarin regelmatig werd gepleit Joan Haanappel bij te zetten in het pantheon der godinnen, een origineel en sympathiek plan – abrupt, zodat niemand weet hoe het nu verder gaat met Christel of Miss Kitty, laat staan met de loederlijke lesbo. Gevreesd wordt dat het schrijvende duo (Truus en Trel, ze wisselden soms berichtjes met elkaar uit midden in de tekst) gepakt zijn door de vreselijke Microsoft-paperclip die ergens rond hoofdstuk tien een poging deed Truus te versieren.

2. Poppers

Vorig jaar zomer zijn poppers in de ban gedaan. Nederland heeft nooit heel erg gemaald over deze lustverhogers, maar Europa – in wier handen wij inmiddels allen zijn gevallen – betoonde zich er dusdanig ongerust over dat ze supranationaal verboden werden. Als gevolg van een EU-maatregel moest ook Nederland overstag. Het argument? Niet dat veel poppers snuiven iets met je hersenen doet, zoals veel homo’s dachten. ‘Wie twintig keer per dag snuift,’ legde de toenmalige minister van Welzijn uit, ‘loopt het risico bloedarmoede te krijgen.’

Dat nu is apert niet waar. Poppers worden inderdaad afgeraden aan mensen met bloedarmoede, maar je krijgt het er niet van. Ook wie last heeft van een hoge bloeddruk kan beter geen poppers gebruiken: de plotselinge toestroom van bloed naar je hoofd na het snuiven – de ‘rush’ die voor de opwinding zorgt – is riskant: die kan een hersenbloeding veroorzaken. (Maar nee, die ene keer dat ik een hersenbloeding kreeg kwam het niet daarvan, en ik heb ze nadien regelmatig gebruikt.)

In de gewone seksshops zijn poppers niet meer te verkrijgbaar. Sommige homobars verkopen ze nog wel, meest van onder de toonbank. En – het was te voorspellen – de prijs is sinds het verbod prompt omhoog gegaan: deden poppers vroeger zo’n vijftien gulden per flesje, nu is dat gemiddeld tien euro.

Gebruiksaanwijzing: zoek een goede partner. Heb seks. Open het flesje, druk een neusgat dicht en snuif diep in (pas op dat het spul je huid niet raakt). Wacht twee seconden. Enjoy. Immensely.

3. Veilig vrijen

Uit de toename van geslachtsziektes zoals syf en chlamydia blijkt dat mensen steeds vaker onveilig vrijen. Ook het aantal hiv-besmettingen stijgt. Uit een persbericht van de Amsterdamse GG&GD van eind maart: ‘In 2001 zijn [in Amsterdam] 1.071 nieuwe gevallen van gonorroe geconstateerd en 199 gevallen van syfilis. De toename van het aantal gevallen van syfilis was explosief onder mannen met homoseksuele contacten: 177 in 2001, een stijging van 92 procent vergeleken met 2000 en een vertwintigvoudiging sinds 1998. Ook het aantal nieuwe besmettingen met hiv onder homoseksuele mannen is de laatste jaren gestegen.’

Seks met condoom is simpelweg minder prettig dan zonder, het probleem is bekend – de onderbreking is doodzonde, het malle gefrummel brengt je meer dan je wilt terug op aarde – en zeker in de hitte van het bed is het lastig om verder dan de korte termijn te denken. Toch: je verstand gebruiken blijft nodig, hoewel de ratio juist dan het laatste is wat je voor ogen hebt. (Hem! Binnen. HIER. NU!!) Maar voor wie nadenkt is de afweging helder: dat korte, prettige moment, of de rest van je leven? Wil je je leven voor een orgasme geven? Want aids, hoewel tegenwoordig niet meer per se dodelijk, is en blijft een slopende ziekte. Wie het heeft komt er niet meer van af.

4. De oude website van Vrolijk

Vrolijk, Europa’s grootste gay & lesbian bookshop, is al dik vijftien jaar een parel aan het snoer van de homoseksuele gemeenschap en oefent daarnaast een enorme attractie op toeristen uit. Maar, het moet gezegd, de website was wat gammel: teveel toeters, bellen en kleurtjes, en echt makkelijk zoeken was het er niet. De winkel heeft een face-lift ondergaan – er hangen nu overal duidelijke bordjes van wie-wat-waar – maar dat haalt het niet bij de total redo die de website heeft ondergaan. En ja, ik ben trots. Ik ben de voorzitter :)

5. Paars

De afgelopen twee kabinetten hadden gebreken, maar toch: er zijn zaken geregeld waar de homowereld zich lang voor heeft ingezet. Het homohuwelijk, bijvoorbeeld, waarmee Nederland internationaal baan brak. Je hoeft geen voorstander van het huwelijk te zijn om te bedenken dat het goed is dat het huwelijk als instituut is opengebroken. Paars is een vruchtbaarder kleur voor roze belangen geweest dan elke andere denkbare coalitie: alleen via de combinatie van liberale gelijkberechtiging en sociaal-democratische aandacht voor minderheden was het denkbaar het huwelijk zo te definiëren dat de sekse van beide partners er niet langer toe doet. Met het CDA in de regering was zoiets pertinent ondenkbaar geweest.

6. De Nederlandse deelname aan het Songfestival

Na Willeke is alles ingestort, ook al werd ze aangevuurd door Paul de Leeuw die zijn best heeft gedaan om onze nationale zingende homomoeders internationaal te lanceren. (Het gerucht wil dat ook Lenny Kuhr nu definitief is afgevallen voor de herhaling. Als een van de weinigen besefte ze dat camp zijn ‘t leuk doet binnen de homowereld, maar feitelijk niets anders betekent dan politiek correct kitsch zijn.) Sindsdien is de schwung is er apert uit. Nederland doet niets dan verliezen, en aangezien de deelnemende Europese landen steeds talrijker worden, lijkt het erop dat Nederland de eerste jaren niet eens meer kan meedoen. Je punt immers punten halen wil je kunnen blijven meedingen. Maar ja, de jurken die we instuurden waren ook niet best. Onze laatste redding is – ik bezweer het u – Dolly Bellefleur. Geweldige stem, meterslange benen, verstand genoeg om camp om te bouwen naar luchthartig cynisme, en bovendien: ze zou het geweldig doen in een duet met André Hazes, die een heus bluesgevoel heeft.

7. Politiek engagement

Er was een tijd dat homoseksueel zijn gelijk stond aan politiek activisme. Hoe lang geleden… Homoseksualiteit is thans zo half en half aanvaard – nee, we klagen niet, hoe meer aanvaard hoe beter – maar in ruil daarvoor is een zekere gezapigheid ontstaan. Zolang we onze eigen zaakjes maar voor elkaar hebben, hoor je ons niet. De DINKY’s – Double Income, No Kids – dat zijn wij, meer dan anderen, en na ons de zondvloed.

8. Boegbeelden

Aan de idolen die de homobeweging zich heeft gekozen, is het afkalvende politieke engagement griezelig af te lezen. Van Benno Premsela, een joodse homoseksueel die door de oorlog heeft geleerd hoe belangrijk het is om zichtbaar te zijn en die altijd niet alleen voor zichzelf opkwam, maar juist ook voor anderen, tot Annemarie Grewel, ook joods, dood, homoseksueel en socialist.

In de weken voor de laatste verkiezingen bleek uit onderzoek dat ongeveer veertig procent van de Gaykrant-lezers op Pim Fortuyn wilde stemmen. Ook homoseksueel, dat is waar, maar daar houden de vergelijkingen op. Waar Fortuyn wilde schitteren, haalden Grewel en Premsela onze kooltjes uit het vuur toen dat pijn deed en gaven ze er niet om zich daarbij vuil te maken. Waar Pim begon te kirren, kwamen zij met argumenten. Waar Fortuyn boos werd als je met een tegenargument kwam (‘U verhindert mij mijn mening te geven’), leefden Premsela en Grewel juist op: ha, leuk, weerwerk: daar werd het debat alleen maar frisser van en de argumenten beter.

Wat zou Fortuyn bepleit hebben, mocht hij het tot kamer- of kabinetslid hebben geschopt? Dat de WAO beperkt werd tot degenen die beroepsziekten hebben opgelopen; exit mensen met aids. Dat elk mens zijn eigen ondernemer dient te zijn; exit solidariteit. Dat er geen cent meer naar onderwijs en gezondheidszorg mocht gaan; exit de inzet mensen bij de samenleving te krijgen en houden – dat moeten ouders zelf maar doen, thuis – en exit experimenten met schaalverkleining, buddyzorg, hospices, cliëntgebonden budget, zorg op maat en tweede-kans onderwijs. Dat elk mens voor zichzelf verantwoordelijk is; exit oog voor zwakte, ongeluk of pech.

Wat nog het meest wrang is, is dat de lezers van de Gaykrant zeker niet zo massaal zo rechts zijn als Fortuyn. ‘t Was meer dat ze zo innig blij waren dat er eindelijk een unverfroren homoseksueel daar politiek columnisme stond te bedrijven. ‘Ooh.. Hij is ook zo..! Yes!!’ Ze wilden op hem stemmen omdat hij tot dezelfde seksuele groep behoorde als zijzelf – niet noodzakelijkerwijs vanwege zijn opinies. Dat nu is de meest benepen politieke houding die ik ooit heb gezien: ‘hij doet het ook met mannen dus mijn steun heeft-ie.’ Het is apert ongeëmancipeerd – waarom zou iemands seksuele gerichtheid belangrijker zijn dan zijn politieke ideeën, als het om een politieke kandidatuur gaat in plaats van iemands sex-appeal? – en in die zin waren al die behoudzuchtige heteroseksuele burgers die op Fortuyn stemden, seksueel meer geëmancipeerd dan zijn homo-aanhang. Zijn heteroseksuele fanclub beoordeelde Fortuyn tenminste op zijn ideeën.

Cryptohomo

Is het een belediging wanneer je van iemand zegt dat hij vast homoseksueel is? Het kan een onwaarheid zijn, maar is het daarmee ook lasterlijk? Alleen voor wie neerkijkt op homoseksualiteit, dunkt me, en neerkijken op homoseksualiteit is nu niet bepaald iets dat aangemoedigd of geloofd en geprezen dient te worden.

Toch is het een van de dingen waarvoor ik terecht stond in Klotenknijper versus Spaink. Drieëneenhalf jaar geleden zei ik in de trein tegen mijn lief iets over een Vlaamse rijkswachter die vlak naast ons wel heel erg scrupuleus iemands genitaliën onderzocht, op zoek naar drugs maar naar wij meenden ook vooral om de jongen in kwestie te intimideren. ‘Geweldig vak, rijkswachter zijn, als je crypto-homo bent,’ zei ik tegen mijn lief. ‘Je kunt je verlangens uitleven en toch nog een held worden.’ Daarna gebeurde er nog veel meer, mijn lief werd uiteindelijk door de klotenknijper in elkaar geslagen, maar dat staat allemaal uitgebreid elders te lezen.

Veertien maanden later kreeg ik plots een dagvaardig in de bus over het artikel dat ik over dit voorval schreef. De arme rijkswachter beweerde enorm geplaagd te zijn na mijn woorden. Hij wilde, als tegemoetkoming in de schade die hij deswege had ondervonden, 2500 euro van me hebben.

‘U bent geplaagd?’ vroeg ik via mijn advocaat, ‘daar zie ik dan graag bewijs van.’ Waarna Klotenknijper met een schriftelijke getuigenis van een collega kwam aanzetten: Klotenknijper was, zo schreef deze getuige, twee dagen na het voorval door zijn collega’s begroet met een jolig ‘Ha, daar hebben we d’n onderdrukte homoseksueel!’

Tsja, denk ik dan, in zo’n geval lacht men hartelijk terug met dat dat allemaal wel meevalt en begint aan een uitgebreid verhaal over zijn laatste vrouwelijke verovering, of zegt men fier dat men helemaal niet onderdrukt is en in zijn vrije tijd met een roze driehoek op loopt, of men zegt vals dat die Nederlandse wijven toch niks snappen van échte hetero’s zoals menzelve en dat zo’n Nederlands wijf zelf een lelijke pot is die geen goeie vent zoals menzelf kan krijgen en dat ze eigenlijk een stevige beurt verdient, ware het niet dat ze met geen tang aan te pakken is. Of zoiets.

Echte hetero’s worden namelijk niet boos als men zegt dat ze crypto-homo zijn. Echte hetero’s staan daarboven. Echte hetero’s gaan geen potje grienen als iemand een plagende opmerking maakt over hun seksualiteit, en gaan daarvoor zeker geen schadevergoeding vragen. Het zijn alleen de kleinzieligen, de onzekeren die zich zo laten raken door zo’n opmerking; de mannen die geen opmerking over hun viriliteit kunnen velen omdat ze dan meteen als een plumpudding inzakken, afhankelijk als ze zijn van hun imago.

Zielig, eigenlijk.

Het enige waarvoor ik me geneer is dat ik al dan niet verkapte homoseksualiteit heb gebruikt als kenschets van deze man. Dat verdienen de homoseksuelen niet.

Went aids?

Regelmatig vraag ik me af hoe het met de triple-therapie mensen gaat. Elke dag stipt handenvol pillen slikken went uiteindelijk, je zijn zelfs mooie doosjes met laatjes voor het assortiment van het uur en ingebouwde piepjes die afgaan om je tijdig te waarschuwen. Of die hoeveelheid pillen het gevaar ook op lange termijn op afstand houdt, is echter nog altijd onduidelijk: daarvoor is de therapie simpelweg nog te nieuw.

Zou je nu altijd die vrees van oh-god-nu-komt-‘t-terug boven je hoofd hebben hangen, of went dat, net als mijn MS? Dat moet haast wel, uit lijfsbehoud, geen mens kan jarenlang in spanning leven. Is aids in hun geval nu echt getemd tot een chronische ziekte? Ik ken mensen wier T-cellen zich op wonderbaarlijke wijze hebben terugvermenigvuldigd en die zich nu buitengemeen gezond voelen, maar ook mensen die elke verkoudheid scrupuleus in de gaten moeten houden.

Zou aids echt chronisch zijn geworden, dan nog. Dan had je namelijk eerder, als je de diagnose kreeg toen aids nog per definitie een dood op termijn betekende, je eigen sterven al onder ogen moeten zien. Je baan opgezegd (of waarschijnlijker: er beleefd, via de WAO, uitgekieperd) en je laatste spaargeld verbrast aan in godesnaam die reis naar Indonesië of San Francisco, want in je kist heb je er toch niks meer aan, en dan kun je er maar beter iets van maken. Plezier, bijvoorbeeld, tussen de tranen en de berusting of de vechtlust door. Dan had je vast ook, op stille momenten, in gedachten te vaak gekeken naar je spullen en bedacht wie wat zou krijgen, later, later als je dood was. Dan ineens het leven terug in de schoot geworpen is niet iets wat iedereen aan kan, en helemaal niet wanneer die gift zo onzeker is.

Went aids, vroeg ik me kortom af? We lezen er de laatste jaren minder over. De boekenplankjes bij Vrolijk worden minder vaak ververst, er zijn geen films of documentaires meer over. We hoeven kennelijk niet meer zo ingelicht te worden over wat aids in een mensenleven, in een vriendenkring, in een subcultuur betekent. Aids lijkt gewoon te worden. Met de nadruk op lijkt.

Vlak daarna sprak ik een kennis die zojuist terug was van een korte vakantie in Ethiopë, zijn geboorteland. Zijn verhalen waren onthutsend: er zijn in zijn land tienduizenden kinderen die door aids verweesd zijn – beide ouders dood – en vrijwel zonder opvang hun kostje bij elkaar moeten scharrelen. Er zijn fondsen en stichtingen, mensen werken zich uit de naad om deze kinderen een dak boven het hoofd te bieden en vooral ook scholing: want zonder scholing geen werk, of tenminste niet iets waarvan je enigszins redelijk kunt bestaan. Maar er is geen beginnen aan.

In andere Afrikaanse landen is de toestand nog erger. Ten zuiden van de Sahara zijn momenteel 28 miljoen mensen besmet en bijna 2,5 miljoen mensen overleden; er slaat een generatie weg. Geen triple therapie te vinden, daar. Ze mogen al ‘blij’ zijn als ze verzorging krijgen en hun kinderen opvang.

Dit went nooit.

Een ongewenste held

Hoe het met de wereld gesteld is als deze XL uit komt: ik weet het niet. Tijdens het in elkaar zetten van het nummer wachtte iedereen nog bevend af of Amerika de aanval op Afghanistan zou inzetten. Wij weten het niet, u al wel.

Het enige dat duidelijk is, is de enorme hoeveelheid slachtoffers: duizenden mensen liggen bedolven onder het puin van de Twin Towers. En wat duidelijk is, is dat iedereen een zondeboek zoekt. De moslems, de Amerikanen, het kapitalisme zelf, de Taliban, het Midden-Oosten, alles en iedereen krijgt de schuld toegeschoven – terwijl het toch echt die twintig ongelukspiloten waren die de bloederige aanval uitvoerden; zij, en niemand anders. En deze daders liggen op het kerkhof dat ze zelf geschapen hebben.

Binnen de context van wereldterrorisme en zwartepieten met de schuldvraag vond ik het bepaald origineel dat de Jerry Falwell en Pat Robertson – twee religieuze fanaten van christelijke snit – zich verwoed aan hun stiel hielden. In koor beweerden de twee dat alles te wijten was aan ‘abortionists, feminists, homosexuals and lesbians’. Zij hadden de moraal ondermijnd en die ingestorte torens, dat was gods wraak omdat Amerika deze ondermijning van norm en wet had toegestaan. Nu ja, u kent de riedel: ze juichen zowat omdat ze het Armageddon zien naderen in de hoop dat de rest dan ook zo beeft als zij, en grijpen ondertussen alles aan om hun homo- en vrouwenhaat te ventileren.

Er was een verijdelde ramp die de woorden deze twee christenzotten effectiever ontkrachtte dan een argument, tirade of redevoering ooit had kunnen bewerkstelligen. Eén van de vliegtuigen die als levende bom gebruikt moest worden, stortte neer nadat drie dappere burgers de kapers overmeesterden en het vliegtuig in de aarde boorden in plaats van in een drukbevolkt nationaal symbool.

Door zichzelf op te offeren voorkwamen deze drie passagiers een derde ramp na WTC en het Pentagon. Honderden levens – en het Witte Huis, waar deze vierde Boeing op scheen te koersen – bleven door hun flukse ingrijpen gespaard, en bovendien: er was in alle ellende eventjes iets om trots op te zijn: heldendom temidden van terreur. Dat was ook belangrijk: dat je weer even in iemand geloven kon, zomaar, omdat hij dapper was geweest.

De drie werden uitgebreid in de kranten geportretteerd. Een van de mannen die meer onheil had weten te voorkomen was Mark Bingham. Mark had altijd graag sky marshall willen worden, zo iemand die op vluchten de veiligheid bewaakt. Het was hem nooit gelukt aan te monsteren. Waarom niet? Mark Bingham was openlijk homoseksueel.

Meneer Falwell, meneer Robertson: uw land is een derde ramp bespaard gebleven door het optreden van een homoseksueel, U weet wel, zo iemand die u de verdommenis in wenst. Meneer Falwell, meneer Robertson: uw Witte Huis is gered door een homo. En zijn moraal was mooier dan de uwe.

Ingehaald

Momenteel ben ik licht monomaan. Een boek schrijven vergt blikvernauwing, en zodoende komt alles wat ik doe en lees in het teken te staan van Het Onderwerp: niets dringt echt tot mijn schrijfschild door buiten dat. Ik ken het procedé. Maar ik schrijf nu al twee maanden over niets dan dood, euthanasie en zelfmoord, en dat wreekt zich ditmaal meer dan anders. De werkelijkheid dringt zich tussen mij en mijn hoofd, en heeft het over niets dan wat ik beschrijf.

De doden vallen de laatste weken bij bosjes: tussen Frau Kohl en Herman Brood door ging ook een vriend dood aan zelfmoord, en tegen de tijd dat we bij Brood waren beland wilde ik uit de grond van mijn hart dat ik over de liefde was gaan schrijven, of over zoiets moois en moeilijks als troost. De zeventien gerapporteerde zelfmoorden van boeren die kapot waren door het ruimen van hun dieren – “ruimen”, wat een gruwelijk eufemisme, vele malen erger dan het al zo laffe “zelfdoding”: alsof in de taal een kuisheid moet worden opgelegd en de agressiviteit van de dood verdoezeld moet worden, alsof de werkelijkheid daar minder echt van wordt ofzo – sloegen me al helemaal uit het veld.

Maar wat u daarmee te maken heeft? Niet per dat homoseksuele jongeren vaker zelfmoord plegen dan anderen. Dat is een triest en tragisch feit, maar – zeker in deze kringen – overbekend. Ik zal u de statistieken besparen, ik kan geen tabellen meer zien.

Wat u ermee te maken heeft, is dit. Wij zitten, zo ontdekte ik, in een rare generatie en subcultuur wat bekendheid met de dood betreft, en haast niemand realiseert zich echt wat dat betekent. Dat moge blijken uit de conversatie die ik enige maanden gelden met mijn uitgever had, toen ik hem mijn voorstel voor dit boek deed:

Hij was gefascineerd toen ik hem beschrijf waar dit boek over moest gaan. “De dood, ja, daar krijgt onze generatie steeds meer mee te maken. Het zal een belangrijk thema worden voor de komende jaren.”

Als Vic zoiets zegt weet ik dat hij niet aan markt of afzet denkt maar aan zijn vrienden, aan zijn auteurs en aan de ouders van al die mensen. Aan zijn onvervangbare collega die een paar jaar geleden opeens dood neerviel. Aan zijn eigen ouders, wellicht. Hij vervolgt: “Onze generatie – nu ja, ik ben wat ouder dan jij – mijn generatie ziet het langzaamaan rond zich heen gebeuren. Daar zullen we nog veel mee te stellen krijgen.”

Ik leg mijn handen plat op tafel, hef mijn hoofd en kijk hem aan. “Langzaam gebeuren? Grote delen van mijn generatie zitten nu juist even in de luwte… Tien jaar geleden stierven ze bij bosjes, de kennissen en vrienden. Aids. Mijn vriendin Anneke bijvoorbeeld heeft in vijf jaar tijd zowat veertig procent van haar intimi begraven.”

Vic zweeg toen even.

Wij zijn voor onze beurt gegaan.

Ras en religie

Een Rotterdamse imam – zijn naam zij verworpen – meldde begin mei dat homoseksualiteit een ziekte was, die bovendien “niet beperkt blijft tot de mensen die hem hebben. Dus als de ziekte verspreidt, kan iedereen besmet raken.” Welk een overtuigingskracht schrijft de imam aan homoseksuelen toe! Het immuunsysteem van heteroseksuelen moet wel erg kwetsbaar zijn. De arme zielen… De imam is zelfs bang dat de heteroseksuelen – en daarmee in zijn ogen de hele mensheid – op deze manier zal uitsterven.

Dat is inderdaad ernstig, heel ernstig. Er moet nodig iets voor hen worden gedaan. Kunnen wij van XL als verzoenende geste geen reservaat voor de bedreigde heteroseksueel oprichten? Opdat de imam begrijpt dat wij heus het beste met deze zwakke en uitstervende soort voorhebben? En dat we dan een naambordje met “gesponsord door XL” op de kooi zetten, net zoals de Postbank doet bij de leeuwen in Artis?

Ik beloof dat ik hem elke week hoogstpersoonlijk zal gaan voederen. Ik zweer hierbij plechtig dat ik daartoe zelfs een lange jurk en sluier zal aan- en omdoen: met zulke bedreigde wezens kan men immers niet voorzichtig genoeg omgaan, voor je het weet sterven ze aan een hartaanval.

De imam zelf mag dan wat mij betreft in hetzelfde hok als de Vlaamse katholiek Alain Escada. De man is voorzitter van de vereniging “België en Christenheid”, en fulmineerde op dezelfde dag als onze imam tegen de dames en heren homosuelen. Escada waarschuwde de Vlaamse gevoelsgenoten, die op 5 mei Gay Pride in Brussel vierden, dat het maar eens uit moest zijn met dat verzieken en belachelijk maken van de kerk. Geëscorteerd door een cameraman, een fotograaf en een advocaat wilde de brave katholiek de stoet volgen, en heterdaadjes registreren. “Personen die blijk geven van racisme tegenover het katholieke geloof worden gefilmd of gefotografeerd, met de bedoeling klacht tegen hen in te dienen. Dat zal dan maandag gebeuren bij het parket van Brussel,” aldus Escada in De Standaard.

Het moet gezegd, Escada signaleert een schandalig en maatschappelijk volstrekt ondergeschoffeld probleem: racisme tegen de katholieke kerk. Natuurlijk zijn katholieken een ras. Dat zijn Joden toch ook, een ras, en het jodendom is toch een religie? Nou dan! Zo klaar als een klontje. Juridisch staat hij ijzersterk, meent de man: “Onze advocaten menen dat we een zaak hebben. De drie grote godsdiensten in België – het katholicisme, de islam en het jodendom – beschouwen homoseksualiteit als een abnormale zaak. Toch worden tijdens de Gay Pride-optocht steeds opnieuw de katholieken belachelijk gemaakt. Dat is discriminatie. De vorige jaren zag ik transseksuelen vermomd als priester en bisschop hun behoeften doen zonder enige beheersing. Wel, dat zijn daden van racisme.”

Het is een gruwel. Homoseksuelen worden als abnormaal beschouwd door de kerken en toch maken ze de katholieken belachelijk. Hoe durven ze. Het is een schande, meneer Escada, een doorn in het oog gods, de zaken lopen volstrekt uit de hand, u heeft volkomen gelijk! Ten aanval, met camera’s en fototoestellen!

En laat ons alle religies herdefiniëren tot etniciteit. Alle Joden maken we Joods, die hebben we al gehad, dat scheelt. Alle spleetogen maken we Boeddhisten, alle Noord-Afrikanen islamitisch, alle zwarten rastafari’s, en alle blanken katholiek. En de homo’s, daar maken we dan duivelaanbidders van. Dat homoseksualiteit geen ras kent, is immers algemeen bekend.

Gemoedelijke perversies

[voor Jan H]

ER WAREN TIJDEN dat je de kroeg werd uitgegooid – of erger – wanneer je als damesstel of herenpaar publiekelijk een kus wisselde of een hand liefkozend op een dij liet rusten. Dat was de voornaamste reden dat er een homo-horeca werd opgericht: eindelijk vrij. Eindelijk rustig de ogen kunnen laten dwalen over begeerlijke lijven, openlijk kunnen flirten, een streling of een greep in het kruis kunnen plegen; eindelijk al die dingen doen die hetero’s normaal vinden als ze in de kroeg zijn en uit op vertier.

Het enige nadeel is de segregatie die er het gevolg van is. Hetero’s komen zelden in homogelegenheden en in ‘gewone’ cafés zie je zelden een ‘normaal’ contingent homosuelen.

Het aardige is dat die regel bij kinky parties langzaam doorbroken wordt. Was Suzanne Dechert (geheiligd zij haar naam) begin jaren negentig de eerste die perverse feestjes organiseerde die uitdrukkelijk voor zowel dames als voor heren, zowel voor ho als voor he bedoeld waren, na haar beroemde Melkwegfeesten leek iedereen zich toch weer op zijn eigen terrein terug te trekken. De heren en de dames vierden apart verder, en ook al waren de damesfeestjes niet echt strikt aan seksuele voorkeur gebonden, op de mannenfeestjes zag je écht alleen maar homo’s.

Bij de huidige kinky parties lijkt dat onderscheid naar seksuele voorkeur volledig weggevallen. De samenstelling van de bezoekers is zo divers als maar kan: bloedmooie jonge meiden en bejaarde echtparen; dikke mannen met bierbuiken gekleed in slechts een leren string; travestieten en transseksuelen; homo’s en hetero’s; sm’ers en fetisjisten; voyeurs en exhibitionisten; zwarte mensen en blanke: alles is er. Het aardige is bovendien dat alles en iedereen mixt. Er zijn herenparen die gemoedelijk een gesprekje aanknopen met een loslopende dame, of die een nooddruftige hetero vriendin als introducée meenemen. Er lopen damesparen rond zich voor die avond een vriendje voor een nacht uitkiezen. Er zijn eenlingen op jacht. Er lopen heterostellen die het niet uitmaakt of ze een meneer of een mevrouw oppikken. En in de dark room doen uiterlijk en gerichtheid er al helemaal niet meer toe: daar grijp je wie zich grijpen laat en stuur je weg wie iets doet wat je niet bevalt.

Freuds panseksualiteit lijkt er tot leidend principe verheven. Het mooie is dat er het werkt.

Lage vergelijkingen

“WE LOPEN HIER bedrukt en verdrietig rond,” zei De Bruyne, zegsman van de SGP fractie. “Vergelijk het met de abortusdebatten uit de jaren zeventig en tachtig. Dit is voor ons het grootste dieptepunt van het paarse beleid tot op heden.”

Het parlement stond aan de vooravond van een debat over het homohuwelijk – het echte ditmaal, nu geen margarinehuwelijk maar een authentiek boterbriefje – en besprak daarnaast tevens de mogelijkheid van adoptie door homoparen. Het SGP trilde op haar grondvesten. Het homohuwelijk mocht eens aangenomen worden…

Nu begrijp ik dat strenggelovigen ernstige bezwaren hebben tegen het homohuwelijk en dat zij dit zien als besmeuring van een godgegeven instituut. (Tegelijkertijd vind ik dat mensen die heilig geloven dat de slang indertijd sprak niet de eerst aangewezenen zijn om de moderne maatschappij te becommentariëren en te reglementeren, net zoals ik vind dat aanhangers van de scheppingsleer geen biologie of geologie moeten geven: dat is namelijk net zoiets als Jomanda hoogleraar medicijnen maken. Daar komt alleen maar ellende van.)

Wat echter te ver gaat en als politieke misleiding afgedaan moet worden, is de geciteerde verwijzing naar het abortusdebat. Abortus gaat over de vraag wanneer en onder welke voorwaarden een foetus mag worden gedood. Om het debat wat wij onder een huwelijk verstaan en of homoseksuelen dezelfde riten, rechten & plichten op zich mogen nemen als heteroseksuelen gelijk te stellen aan kwesties van leven en dood, is hoogst manipulatief. Vallen er doden als twee mannen trouwen? Wordt er een moord gepleegd indien twee vrouwen elkaar tot hun wettig echtgenote nemen?

In de parlementaire debatten over de nieuwe huwelijkswet werd een uitzondering opgenomen voor “gewetensbezwaarde” ambtenaren. Zij hoeven huwelijken waar ze niet achter kunnen staan niet af te sluiten. Die beslissing opent een beerput: mag een zwarte-kousen ambtenaar dan voortaan ook weigeren mensen in de echt te verbinden die eerder getrouwd zijn? Zo iemand erkent echtscheiding toch immers niet?

En hoezo: “gewetensbezwaarde”? We hebben dat begrip gereserveerd voor plichten die de hele bevolking aangaan maar die bij deelgroepen op dusdanig ernstige, morele of ethische, problemen sluiten dat een compromis noodzakelijk was. Toen er nog dienstplicht was mochten jongens die onder de wapenen moesten, in bijzondere gevallen een alternatieve plicht op zich nemen. Merk op dat het bij gewetensbezwaarden over doden en moorden ging: alweer die lage en impliciete vergelijking tussen homoseksualiteit en bruut geweld.

De productomschrijving van ambtenaren van de burgerlijke stand is simpelweg veranderd. Volgens de redenering van de christelijke partijen haalt een huwelijk tussen homoseksuelen de betekenis van het “gewone” huwelijk neer. Welnu, dan is het derhalve niet voldoende je op gewetensbezwaren te beroepen indien er ineens twee mannen of twee vrouwen voor je staan: dan moet je ook gewetensbezwaard zijn om zo’n gedegradeerd huwelijk tussen een man en een vrouw af te sluiten. Ergo: zo’n gewetensbezwaarde moet een andere baan zoeken en kan geen huwelijken meer afsluiten.

Wat de christelijke partijen de regering hadden moeten vragen, is een afvloeiingsregeling voor zulke ambtenaren.

De achterkant van ongelijkheid

DAT HET ONGELIJK IS VERDEELD in de wereld, is een open deur, waarvoor excuus. Minder voor de hand liggend is dat diezelfde ongelijkheid voordelen biedt – en dan doel ik niet op de ouderwetsheid van meisjes die ervan uitgaan dat de jongens hun drankjes wel betalen of mevrouwen die een rijke man trouwen en daarna de hele dag golfen, sherry drinken en vergaderen voor de liefdadigheid, want dat is slechts een ogenschijnlijk voordeel: wie wil er nu een vogel in een gouden kooitje wezen en zijn bestaan bouwen op het fortuin van een ander, met het risico dat alles teloor gaat indien de liefde wankelt of het uiterlijk aftakelt?

De echte voordelen liggen elders: daar waar vrouwen doen wat aan mannen voorbehouden lijkt.

Als een man ambitieus is, valt dat niemand op. Dat hoort immers zo. Je moet als man derhalve meer in je mars hebben dan ambities alleen om ergens te komen. Is een vrouw echter ambitieus, dan richten aller ogen zich op Kwatta. Iedereen heeft haar meteen in de gaten, management incluis. Ze moet weliswaar vreselijk opletten geen fout te maken, want dan zal ze harder vallen dan een man die dezelfde blunders begaat (zie Nina Brink, die niet wegkwam met wat vele mannen haar voordeden). Maar daar red je je weer uit door je als een heuse man te blijven gedragen, een goede huishoudster te nemen, alles te ontkennen en vooral: nooit te gaan huilen wanneer je de zaak verknalt en je missers worden ontdekt. Thatcher kwam ermee weg — dat was een man als geen ander — net als Neelie Smit-Peper-Kroes. Niemand ook die van hen eiste dat ze ‘vrouwelijk’ bleven en geen Jan Blokker te bekennen die hun denigrerend “meisje May” durfde te noemen.

Voor seks geldt hetzelfde. Juist omdat de meeste vrouwen enigszins afwachtend zijn — vurig hopend dat de man in kwestie die taak op zich neemt en dodelijk teleurgesteld indien hij dat nalaat – ligt de wereld open voor vrouwen die wé de eerste manoeuvre maken waar het versieren en verleiden betreft. Sterker: je komt met meer weg. Mijn lief en ik bespraken laatst de jacht en kwamen tot een vreemde conclusie. Indien hi­j op een aantrekkelijke dame zou afstappen met een openingszin als: “Hmm, je ziet er goed uit, mag ik je kussen?”, dan was de kans groot dat-ie een blauwtje loopt, besloten we. Zo niet ik. Zou ik een man benaderen met precies dezelfde zin, dan is de kans groot dat het doelwit eerst licht verbouwereerd is en daarna lacherig “ja hoor” zegt. Scored! Ook bij dames is de kans op succes met die aanpak redelijk groot, ongeacht hun seksuele gerichtheid.

Opmerkelijk is dat: als een man zo’n tactiek gebruikt is-ie een male chauvinist pig, als een vrouw exact hetzelfde doet heet ze vrijgevochten te zijn – wat haar reputatie slechts verhoogt.

‘t Punt is uiteraard dat dit principe alleen maar opgaat zolang slechts weinig vrouwen doortastend zijn. Qua maatstaf voor de algemene emancipatie zou het derhalve eigenlijk goed zijn als zo’n mannelijke wederpartij me een klap in mijn gezicht geeft als ik aanbied hem te kussen.

Feminiene man

NADAT BEKEND WAS GEWORDEN dat vrouwen met mannenvingers eigenlijk lesbisch zijn, sloeg iedereen in mijn omgeving ijverig aan het meten en vergelijken. Zowat de helft van de dames had een ringvinger die langer was dan hun wijsvinger. Oeps! Als foetus kennelijk teveel testosteron in de baarmoeder gegeten, want een mannenhand, dus lesbisch. Ze hadden het derhalve al die tijd met de verkeerde sekse gedaan en zichzelf abusievelijk voor hetero versleten.

De verwarring kende geen grenzen.

Ten eerste wierp de kwestie een geheel nieuw licht op de indertijd vermaarde leus van het Lesbisch Front, “Alle vrouwen zijn lesbisch, behalve zij die het nog niet weten.” Er blijkt nu een wetenschappelijke correctie op die leus noodzakelijk te zijn: “Alle vrouwen (met zus-en-zo vingers) zijn lesbisch, behalve zij die het nog niet meten.”

Ten tweede werd een oud-vaderlandse uitdrukking onder de loep genomen en werd de etymologie ervan plots betwist. Iemand op de vingers kijken, tsja; dat ‘in de gaten houden’ moet toch heus strikter geïnterpreteerd worden. Het heeft er immers alle schijn van dat onze voorouders een doeltreffende, doch helaas tot voor kort in de vergetelheid geraakte biologische methode hebben ontwikkeld om iemands geaardheid vast te stellen, zonder dat er DNA, pre-nataal onderzoek, gentherapie of ander modieuze technologische hoogstandjes aan te pas hoefde te komen. Een eenvoudig huismiddeltje, pas herondekt na langdurig en complex wetenschappelijk onderzoek.

Ten derde bleken veel mannen helemaal geen mannen. Vermoedelijk. Je weet het niet. Maar nogal wat heren in mijn omgeving hadden een wijsvinger die langer was dan hun ringvinger. Vrouwenvingers, dus. Hmm. Maakte dat ze homoseksueel? Of betekende het nu juist dat ze eigenlijk geen echte mannen waren, dat er, met andere woorden, een biologisch steekje aan ze los zat? We zochten het betreffende artikel op Internet op. Nope. Het rapport liet zich niet uit over de betekenis van vrouwelijke vingers bij mannen. De heren in kwestie dringen aan op verder onderzoek: ze willen weten waar ze aan toe zijn en wat er met ze aan de hand is (excuse the pun).

Ten vierde, en dat maakt de zaak pas echt lastig, waren er nogal wat mensen bij wie de ene hand mannenvingers had en de andere vrouwenvingers. Oh fuck, wat nu? Bi-seksueel? Transgender? Androgyn? Kon er iemand duidelijkheid verschaffen?

Zelf ben ik de draad volstrekt kwijt. Jaren geleden had ik een lief die mijn nagels te lang had gevonden, te vrouwelijk eigenlijk (ik rapporteerde daarover in XL van oktober 1992). Mijn nagels moesten korter. Dat was lesbischer, vond ze. Maar ik héb hartstikke lesbische vingers, weet ik nu: links is mijn ringvinger ruim een halve centimeter langer dan mijn wijsvinger, en rechts zeker een paar millimeter. (Mijn linkerhand is dus lesbischer dan mijn rechter. Laat de ene hand maar niet weten wat de ander doet…)

Iemand adviseerde me een gendertest te doen teneinde zekerheid te krijgen. Ik gooide de gendertest (te vinden op transsexual.org/cgi-bin/cgitest.exe? in de groep, en ieder van de getroffen vrienden kwam tot het bevrijdende resultaat dat hij of zij androgyn was. Iedereen, behalve ik. De test wees uit dat ik een man was met licht feminiene trekken.

Vandaag stond een winkelbediende met wie ik belde, erop me “meneer” te noemen. Ik geef me over.