lezen & schrijven

[Voor mijn eigen boeken, zie
informatie over boeken]


Tussen flirt en chemo, Het Parool, 21 september 2006
Recensie van Sopie van der Staps boek Meisje met negen pruiken. Sophie zet haar uiterlijk in als wapen in de strijd tegen de kanker en tegen het zielig zijn. Dat lukt haar goed, hoewel ze op die manier onbedoeld ook een muur opricht tussen haar buitenkant en haar binnenwereld.
Verstandige vrouwen, Het Parool, 13 juli 2004
Jane Austen is altijd een van mijn favoriete auteurs geweest. Haar boeken worden tegenwoordig als onversneden romantisch beschouwd: ze gaan immers altijd over het aangaan van relaties en wie wie krijgt, dus dat moet welhaast soft geneuzel wezen. Maar nee!.
Leve het getob en gepieker, Het Parool, 4 mei 2004
Haruki Murakami interviewde slachtoffers van de sarin-aanval in Tokyo en leden van de sekte Aum Shinrikyo. De vragen waarmee beide groepen mensen tbben, zijn - opmerkelijk genoeg - heel vergelijkbaar. Het verschil tussen sektariërs en slachtoffers zit 'm vooral in de antwoorden die ze hebben.
Rode rozen met veel doornen. Romantiek en geweld in de Boeketreeks
Het meest humoristische artikel uit een bundel die ik in 1982 publiceerde (Pornografie, bekijk 't maar, Van Gennep, Amsterdam 1982) was een analyse van de Boeketreeks. De boekjes worden algemeen als zoet en romantisch beschouwd, maar aandachtige lezing leert dat het dwang en veerkrachtig is wat de klok slaat. Alleen lees je dat niet zo, omdat jij - als lezeres - in tegenstelling tot de hoofdpersoon allang weet dat de Boeketvrouw verliefd is op die nukkige en grillige man. Ze moet haar liefde alleen nog durven erkennen.
Bedelen bij de huisarts, Het Parool, 4 december 2001
In zijn boek Sterfwerk beschrijft psychiater Boudewijn Chabot het ondoorzichtige, onofficële gesjoemel tussen huisartsen en patiënten om pillen los te bedelen waarmee je dood kunt. Het gaat vaak om ernstig zieke of langdurig depressieve mensen. Het opmerkelijke is dat Chabot deze schimmige sjoemelpraktijk als «ontmedicalisering van de dood» bestempelt.
De ballen in de kerstboom, De Standaard, 5 april 2001
Laat de term castratie in gemengd gezelschap vallen en zie hoe alle mannen naar hun kruis grijpen, zo ongeveer als voetballers in het muurtje zich beschermen wanneer de tegenpartij een strafschop neemt. Dat komt door Freud. Maar castratie betekent niet het weghalen van de penis, het is het weghalen van de testikels, meestal om vriuchtbaarheidsredenen. Bespreking van Gary Taylor's boek «Castration».
Internet mythes, Het Parool, 20 december 2000
Boekbespreking van Marianne van den Boomens »Leven op het net«. Van den Boomen is, in tegenstelling tot veel anderen die de zegeningen van het net uitmeten, geen heilsdenker. Ze ontleedt mythes over het Internet. Voor haar geen schrijftafeltheorieën: ze toetst gemeenschapstheorieën zorgvuldig aan de empirie, lardeert ze met voorbeelden en anekdotes, en condenseert al doende een adequaat beeld waar het op het net werkelijk om draait. De vraag of er zoiets bestaat als 'gemeenschappen' op het net staat daarbij centraal.
De grimmige Erynië, Opzij, november 2000
Hans Dorrestijn schreef een autobiografisch boek over zijn huwelijk met een vrouw die aan een schoonmaakwoede leed. Ze daagde hem voor de rechter om publicatie te verhinderen, verloor de zaak, en betichtte Dorrestijn daarna van «literair stalken». Ik meen dat de ex ongelijk heeft: literatuur stalkt niet.
Nooit meer dezelfde, Doodgewoon, herfst 2000
Het tijdschrift Doodgewoon vraagt mensen regelmatig welk boek ze per se voor hun dood willen (her)lezen. Ik heb geen flauw idee, maar ik weet wél welk boek mijn besef van wat er in literatuur kan, definitief heeft veranderd: «>Nooit meer slapen», van WF Hermans.
Lotgenoten, XL, februari 2000
Al jarenlang ben ik jurylid van De pen als lotgenoot, een prijs voor ego-documenten over ziekte en handicap. Hoe komt het dat ik bij de inzendingen nooit bijdragen van homoseksuele mensen? En evenmin van gele, bruine of zwarte mensen? En niet van Turken, Marokkanen, Chinezen? Wordt u nooit ziek dan, of kunt u soms niet schrijven?
Vlaamse laster, Het Parool, 8 november 1999
Herman Brusselmans roman «Uitgeverij Guggenheimer» moet uit de handel gehaald worden en mag alleen in gekuiste versie weer op de schappen komen, oordeelde een Vlaamse rechtbank. Had Ann Demeulmeestere gelijk Brusselmans te dagen? Wat mij betreft niet: het boek is en blijft fictie, en dat Brusselmans reëel bestaande personen nodig had om de tirades van zijn hoofdpersoon body te geven is een literaire zwakte, geen civielrechtelijke fout.
Wie te zijn?, Zone 5300, januari 1999
Als je een dag lang een personage naar keuze mag zijn, wie dan te kiezen? En: hoe te kiezen? Op grond van nieuwsgierigheid, liefde, haat, strategie? Ik koos iemand die een uitweg uit dit dilemma had gevonden: Belcampo.
Gewapend met heipalen, de Groene Amsterdammer, 27 november 1997
Bespreking van Dorien Pessers' verzameling columns «Hedendaags narcisme». Pessers ramt het er vijfendertig maal in: het is allemaal niets gedaan, tegenwoordig. De wereld volgens Pessers is eenduidig en eenzijdig. Nergens geeft Pessers er blijk van oog te hebben voor fricties, elkaar tegenstrevende ontwikkelingen, tegengeluiden van critici of openlijk uitgevochten conflicten. Afgaande op haar columns lijkt iedereen het met elkaar eens en doet of vindt heel Nederland hetzelfde; kennelijk geeft alleen Pessers zelf, als laatste der Mohikanen, stem aan een afwijkende opinie.
Van oude helden, schrijvers die voorbijgaan, de Groene Amsterdammer, 18 september 1997
[samen met Rob van Erkelens] Verslag van Crossing Border 1997, het festival waar literatuur en muziek elkaar ontmoeten. In een paar jaar tijd is dit festival uitgegroeid tot het grootste in zijn soort in Europa. Crossing Border is daarbij zo toonaangevend en trendsettend geworden dat de keuze van organisator Louis Behre uit het wereldwijde cultuuraanbod staat voor het neusje van de zalm van de vooruitstrevende «moderne» kunst.
Magistrale misverstanden, de Groene Amsterdammer, 26 juni 1997;
Bespreking van Joost Niemöllers roman «De therapie», waarin meervoudige meisjes en magistrale misverstanden de hoofdrol spelen. Niem&oum;ller beschrijft hoe suggestie in een therapeutische zitting mensen tot de meest curieuze overtuigingen kan brengen. Hij heeft alle trendy psychokolder in kaart gebracht en tot een slapstickverhaal gemengd. Daarbinnen kan iedereen zijn eigen gekte naar believen uitleven, soms gestut door een diagnose, en zich aldus ontwikkelen tot dwingeland eersteklas. Of: hoe een diagnose als excuus gebruikt kan worden.
Op het nachtkastje, Schrijversnet, juni 1997
Wat er nu op mijn nachtkastje ligt? «>Alice», natuurlijk, omdat ik dat boek minstens een keer per jaar herlees; omdat ze me altijd ontstolen wordt; omdat ze me altijd inspireert; omdat ze altijd anders is en altijd nieuwe perspectieven biedt. Alice, natuurlijk; omdat ze mijn vruchtbaarste bron van verwijzingen en verhalen is.
Schuld en consensus, Het Parool, 16 juni 1997
Eindeloos zoeken naar consensus maakt dat de zwakste groepen het onderspit delven, beweert Herman Vuijsje in zijn nieuwe boek «Correct». Hij geeft het voorbeeld van hemofilie-patiënten die te lijden zouden hebben gehad onder de sterke aids- en hiv-organisaties van de homobeweging. Ja, ja.
Allen digitaal!, de Groene Amsterdammer, 19 februari 1997
Internet staat danig in de belangstelling en zorgt regelmatig voor commatie in pers en politiek, maar politici weten eigenlijk amper waarover ze het hebben. Marjet van Zuijlen, media-deskundige voor de PvdA, publiceerde er niettemin een essaybundel over. Hoe jammer dat Van Zuijlens boek zo saai en braaf is. Het is het produkt van een volleerd vertrutte ambtenaar, een exemplarische bestuurlijke nota: geen onvertogen woord rolt er uit haar cursor, geen enkele opruiende uitspraak, fascinerende stellingname of originele gedachte valt er in haar boek te bekennen. Marjet van Zuijlen reageerde later pissig op deze recensie.
De Martelaere: Bewust dubelzinnig, de Groene Amsterdammer, 31 maart 1997
Bespreking van Patricia de Martelaeres essays «Verrassingen». Als filosoof is zij er als geen ander van doordrongen dat al wie «ik» zegt, per definitie niet samenvalt met zichzelf. De Martelaere schrijft over een prachtige paradox: enerzijds is «ik» dubbel en omvat het zowel de ooggetuige van binnenuit als de degene die van buitenaf naar zichzelf kijkt (wat aanleiding kan zijn tot eindeloos geredetwist tussen die ikken, en tot vermakelijk of vermoeiend gepingpong) en anderzijds is dat ik fundamenteel onkenbaar, niet transparant voor anderen, maar lastiger nog: evenmin voor onszelf.
Literaire les, XL, februari 1997
Er is nogal wat te doen over de islam en homoseksualiteit: op scholen zeggen steeds meer mensen dat docenten last hebben van Marokkaanse en Turkse scholieren, die intolerant zouden zijn. Maar ik meen dat zulke angst ook veel te maken heeft met onkunde. Als je je tegen artikel-31'ers kunt verdedigen, waarom dan niet tegen ouderwetse islamieten?
Kinderdromen, XL, november 1995
Tegenwoordig schijnen meisjes zes of zeven Barbies te hebben, en maar één Ken, die als een voetveeg voor de Barbies dient. Dat de liefde voor Barbie tot grote feministische daden kan leiden, bewijst Gloria Steinem; die was als kind ook Barbiefan. Dat wordt allemaal haarfijn uitgelegd in een prachtig boek over Barbie. Maar de schrijfster onderschat Kens betekenis onder homomannen.
Over fictie, Surplus, mei 1995
Waarom ik aldoor maar weer uitstel zoek wanneer het over het schrijven van fictie gaat, en essays of columns aanzienlijk eenvoudiger te schrijven zijn. Fictie staat zo vreselijk op eigen benen en heeft geen extern argument.
Literaire generaties, Surplus, maart 1995
De VPRO wijdde een programma aan de literaire jeugd van tegenwoordig, die ze confronteerde met «de oude garde». Mulisch, AFTh van der Heijden, Zwagerman, en de generatie Nix: Van Erkelens en Giphart, passeerden de revue. Generaties hebben geen vrouwen, zo blijkt.
Münchhausen, Het Parool, 13 februari 1995
Hoe men zichzelf aan de haren uit een moeras kan trekken wanneer de armen het haast niet meer doen: door te blijven schrijven. Aan iemand. Aan een tekst. De omweg van het schrijven schept precies de afstand die nodig is om door te kunnen gaan. Publish or perish.
Kinderen als feministische ammunitie, Vrij Nederland, 10 december 1994
Bespreking van het boek «De wet van het hart» van Dorien Pessers. Pessers betoont zich een ouderwetse marxist. Ze schrijft gortdroge stukjes waarin ze haar eigen gelijk dichtritst en waarin ze keer op keer uithaalt naar feministische vrouwen, die in haar ogen hun eigen zaak hebben verkwanseld door te hameren op het belang van betaalde arbeid. Bovendien redeneert Pessers wel erg vanuit de gedachte dat iedereen in gezinnen woont.
Doe maar bij niemand, de Groene Amsterdammer, 16 november 1994
Bespreking van Inez van Eijks boek over «erotische» etiquette, «Bij jou of bij mij?», gegoten in de vorm van een aflevering van Peter van Straatens Agnes-feuilleton. Of: waarom sexiquette niet werkt.
Oorlogskind, Surplus, november 1994
Na jarenlang zoeken vind ik op een tweedehands-boekenmarkt eindelijk «Het nachtkindje» terug, een lievelingsboek uit mijn jeugd over een meisje dat in de onderwereld leeft. Het verloren zusje blijkt een raar verleden te hebben, ontdek ik helaas...
Vergeten kinderjaren, Surplus, oktober 1994
Heeft Jezus eigenlijk wel een jeugd gehad? Dat-ie ooit baby was, weten we wel zeker: zijn kraambezoek is goed gedocumenteerd. En dat hij later groot was en stierf, weten we ook. Maar wat gebeurde er tussendoor? Hoe zag zijn jeugd er uit? Die staat nergens beschreven. Haalde Jezus kattekwaad ut? Had hij last van een Oidipoes-complex?
Infernal din and serial killers, essay, August 1994
Many people shun death metal; they believe it is dangerous music. I'm quite a fan and in this essay, published in a collection on pop music, I explained why I liked it. About stage-diving, Gorefest, Type O Negative, «American Psycho», serial killers, the attraction of horror and the hatred of harmony.
De dodelijke ernst der antipoden, de Groene Amsterdammer, 18 mei 1994
De droom der rede baart monsters, vond ook Butler, en bewees dat door «Erewhon» te schrijven. In dat land zijn alle normen en waarden precies omgekeerd aan die van Butlers Engeland: misdaad wordt als een ziekte beschouwd, godsdienst is een waardeloze munteenheid en de techniek is tot leven gekomen. Het boek wordt allerwege - ook door inleider Piet Vroon - als een sociale satire gezien, maar is dat niet. Een verhandeling over utopie versus distopie en over de halfwaardetijd van beide. Wat de droom- en de nachtmerriewereld gemeenschappelijk hebben, is hun onleefbaarheid.
Bij de dood van Rob van Gennep, Vrij Nederland, 23 april 1994
Kort tevoren was uitgever Rob van Gennep overleden; hij had ALS, een ziekte die je spieren doet afsterven. «Vrij Nederland» vroeg een aantal mensen die hem gekend hebben, een stukje over hem te schrijven.
Kamikaze, Het Parool, 5 september 1994
Aangezien ik middenin het schrijven van een uitgebreid essay zit waarin de hele wereld aan elkaar geknoopt dient te worden, ben ik nu net een spin in het web. De tekst groeit onder mijn handen: ik weet vaak pas wat ik vind, als ik het eenmaal heb opgeschreven. I write, therefore I am. En dat ik aldoende mijn gezondheid sloop, geeft niet.
Kwetskans, Het Parool, 7 februari 1994
Mohammed Rabbae meldde persoonlijk gekwetst te zijn door Salmon Rusdies boek «De Duivelsverzen». Nu kwetst een boek volgens mij alleen wanneer het uit de kast op je hoofd valt en een harde kaft heeft, maar dat terzijde. Rabbae zou die kwetskans van het boek juist moeten aangrijpen: naar alle waarschijnlijkheid dient die de emancipatie van islamieten ten zeerste.
Joost Niemöller: De spier, de Groene, 8 december 1993
«De spier» lijkt in veel opzichten op «American Psycho». Net zo'n onbetrouwbare verteller die permanent met dwanggedachten rondloopt en in zijn hoofd complotten ontrafelt. Alleen doet de hoofdpersoon alles bijna: hij is een en al lamlendigheid. En misschien zelfs wel doet hij heel erg hard zijn best niet teveel op Patrick Bateman te lijken. Over goedgelovige recensenten, witte Stetsons en muziek als stenografie.
De mini-moralia van Beatrijs Ritsema, Vrij Nederland, 23 oktober 1993
Bespreking van het boek laquo;Het belegerde ego» van Beatrijs Ritsema. In haar columns in «NRC Handelsblad» is Ritsema scherp en humoristisch. In dit boek echter verwart ze moraal al te snel met politiek. Haar pleidooi voor de rentrée van hoffelijkheid en etiquette worden daar ineens wat oubollig van. Ritsema noteert buitengewoon heldere observaties - dat iemand aanklagen tegenwoordig meer in zwang lijkt dan zelf een daad stellen, bijvoorbeeld - maar haar pleitrede voor het invoeren van een nieuwe moraal voor dagelijks gebruik redt ze daar helaas niet mee.
Alle geheimen van de iT, de Groene Amsterdammer, 29 september 1993
Manfred Langer heeft een boek geschreven over zijn discotheek, de iT. En wat het geheim van het succes van de iT is? «Je kunt er volledig jezelf zijn», zegt iedereen. Voor de iT geldt: zijn is gezien worden. De disco als passpiegelpaleis en als verlengstuk van de kleedkamer.
Poëzie: Campert moet een bandje, Vrij Nederland, 24 juli 1993
Poëzie lees ik zelden, meestal draai ik haar. Zonder een stem die een gedicht klank en maat geeft komen de regels niet van de bladzijden af: ze blijven er plat op liggen. Zelfs het allerallermooiste gedicht ter wereld, «Lamento» van Remco Campert, werkt niet als ik het nalees. En ik heb het hem meermalen horen voorlezen. Kan Campert niet in een bandje?
Een ouderwets en gedetailleerd lichaam, de Groene Amsterdammer, 26 mei 1993
Het is onder literaire tijdschriften mode om aan thema's te doen en onder thema's mode om met de tijd mee te schrijven. Er is een periode geweest dat de letteren seksualiteit van A tot Z verkenden. Thans is de beurt aan het lichaam. Het blad «Optima» deed dat helaas hopeloos ouderwets, hoewel sommige bijdragen prachtig geschreven zijn. Er komt geen modern lichaam in de bundel voor.
De tussentijd van Renate Dorrestein, de Groene Amsterdammer, 28 april 1993
In het boek «Heden ik» doet Renate Dorrestein verslag van haar ziekte. Ze gelooft dat de kloof tussen gezonde en zieke mensen onoverbrugbaar is en beziet haar fysieke achteruitgang met spot, maar vooral ook met een mengeling van schuld en schaamte. Tegelijkertijd blijft ze hopen dat haar ziekte tijdelijk is; dat hij ooit zal overgaan, als ze maar genoeg artsen en methodes probeert. Ze zet al haar kaarten in op herstel omdat ze haar «oude ik&eaquo; terug wil, en is daardoor in haar eigen tussentijd gaan leven.
Mijn eerste Boekenbal, XL, april 1993
Ik mocht voor het eerst naar het Boekenbal en keek er mijn ogen uit. Aangezien ik daar een zeer recente ex tegenkwam, die een wel zeer flauw argument opdiste waarom hij er met zijn voorvorige ex was, gooide ik er een glas kapot - wat ook al een novum voor me was.
Dat rótbananenrokje van Josephine Baker, de Groene Amsterdammer, 23 oktober 1991
Het was uiteindelijk niet moeilijk kiezen voor Josephine Baker. Het immer dreigende racisme in de Verenigde Staten verruilde ze maar wat graag voor het warme bad van het Parijse exotisme. Al was de bewondering die haar in Frankrijk ten deel viel ook niet helemaal zuiver op de graat, die gaf haar in elk geval de mogelijkheid een ster onder de sterren, een dame onder de dames en een verzetsheld onder de verzetshelden te zijn. Een boekbespreking over een omstreden rokje.
Het totalitaire universum van Louise L. Hay, de Groene Amsterdammer, 1 november 1989
Het eerste Nederlandse stuk over de orenmaffia, die toen nog niet zo heette. Een woedende - en retorische - bespreking van Louise Hays bestseller «Je kunt je leven helen», waarin ze beweert dat alleen je denken je kunt genezen en dat artsen lapmidddelen zijn, of zelfs gevaarlijk.