Duik in de geschiedenis

Hedy dPrecies een jaar geleden kreeg de hashtag #MeToo vleugels: vrouwen en mannen deelden massaal hun ervaringen met seksueel geweld en seksuele intimidatie. Voor de publiciteit hielp het nogal dat vrouwen van naam meldden dat zij uiterst nare ervaringen hadden beleefd met opdringerige, of zelfs gewelddadige mannen. De hashtag werd zo veelvuldig gedeeld dat er geen ontkomen aan leek: seksueel geweld was kennelijk aanzienlijk wijder verbreid dan we wel wilden weten.

Maar vrouwen zelf wisten dat natuurlijk allang. Niet voor niets heeft elke vrouw een repertoire aan afweer- en beschermingsmechanismes paraat: van altijd een sleutelbos in je hand houden als je ’s nachts over straat loopt, of keihard fietsen, tot een ijskoud gezicht opzetten, dwars door iemand leren heenkijken of humor gebruiken om de lont uit een potentieel gevaarlijke situatie te halen.

Niettemin zijn vrouwen vaak (en terecht) bang dat de man die ze afwijzen, voor hun ogen zal ontploffen en gewelddadig wordt. En te vaak hanteren ze uit angst daarvoor een pacificatiestrategie, die zo’n vent – die immers naar geen enkel subtiel ‘nee’ wenst te luisteren – vervolgens als aanmoediging opvat: ‘Nou, ze heeft me niet keihard afgewezen, dus ik kan er gerust nog een schepje bovenop gooien.’

Ik ben het werkelijk doodmoe dat #MeToo als een recente openbaring wordt beschouwd. Zes jaar eerder had Tarana Burke die hashtag al geïntroduceerd, maar toen werd die helaas amper opgepakt – wat er, zo vrees ik, mee te maken had dat zij zwart is en haar dader aanzienlijk minder beroemd dan Harvey Weinstein.

Maar ook: we hebben het hier al zo vreselijk lang over. In 1981 – toen we ‘seksueel geweld’ nog met een x schreven, en de reikwijdte van het fenomeen echt nieuws was – schreef ik, samen met mijn toenmalige vriendje, een motie die Fred van der Spek vervolgens namens de PSP bij de Algemene Beschouwingen indiende. Daarin werd hinderlijk gedrag van mannen op straat voor het eerst in verband gebracht met seksuele intimidatie op de werkvloer, met verkrachting, met vrouwenmishandeling thuis, en met de stortvloed van misogyne beelden in de media.

Voor het eerst werd toen in de Tweede Kamer geconstateerd dat er samenhang tussen al die verschijnselen bestond, en dat ze tezamen verband hielden met een verwrongen beeld van mannelijkheid en van macht, en het vermeende ‘recht’ van mannen op seks. De PSP vroeg de regering indertijd daar een samenhangend beleid over te ontwikkelen, en dat tot prioriteit te verheffen. Die motie werd met grote meerderheid aangenomen.

Negentien-een-en-tachtig. Bijna veertig jaar geleden.

Volgde een grote conferentie (Kijkduin, 1982), en een dikke overheidsnota – de zogeheten Paarse Nota, over de samenhang tussen allerlei uiteenlopende vormen van seksueel geweld. Oh sorry: sexueel geweld.

Soms ben ik het moe de geschiedenis zo vaak te moeten herhalen.

 
Foto: Toenmalig staatssecretaris Hedy d’Ancona op de Kijkduin-conferentie


Aantal reacties: 5