Piramide

Waar ex-leden van Scientology vroeger angstig hun mond dichthielden, praten ze nu volop. Ze geven interviews op tv, ze worden geciteerd in lange artikelen, ze schrijven boeken over hun wedervaren bij de sekte. En het zijn niet de minsten die momenteel vertellen waarom ze de organisatie verlaten hebben: onder hen zitten opmerkelijk veel mensen die zich langdurig op hoge posities bevonden.

Opmerkelijk is dat vrijwel niemand de sekte verlaat omdat ze van hun geloof zijn gevallen; sommigen stellen expliciet dat ze de leer nog altijd aanhangen. Het is de organisatie zelf waarvan ze de buik vol hebben, en de manier waarop ze worden behandeld. Er heerst kadaverdiscipline en wantrouwen. Mede-geloofsgenoten brengen rapport over je uit aan hun meerderen, nadat je een kritische opmerking hebt gemaakt; straffen en lange verhoren zijn niet ongewoon. Stafleden zijn overwerkt en onderbetaald. En iedereen moet altijd maar doneren, doneren en nog eens doneren, en natuurlijk steeds weer nieuwe, nog duurdere cursussen volgen.

In de verhalen van de ex-leden valt één recente ontwikkeling op. Terwijl het ledenaantal terugloopt, kopen lokale afdelingen nieuwe gebouwen voor hun huisvesting: zulks om te bewijzen dat het ‘goed’ gaat met Scientology en de aanhang stijgende is. Het geld voor die panden wordt steevast opgehoest door de lokale leden. De gebouwen komen daarna echter in het bezit van de internationale vastgoedtak van de sekte, waarna de leeggezogen afdeling die eindeloos huur of hypotheek moet betalen. Ex-leden zeggen dat de sekte zodoende de structuur van een piramidespel lijkt te hebben aangenomen: de leden en de afdelingen worden armer, de top rijker.

In het koor van de afvalligen heeft zich recent ook Jenna Miscavige Hill geschaard. (Haar boek verschijnt onder de titel Blind geloof deze maand in Nederland.) Tot ver in haar twintigste bestond er voor Jenna niets anders dan Scientology: ze ging er naar school, ze werkte er (al vanaf haar zesde: met andere kinderen moest ze elke dag fysiek zware arbeid doen), en iedereen die ze kende – inclusief haar eigen ouders, die ze meestal maar eenmaal per week mocht zien – was ook Scientoloog.

Toen Jenna een puber was, zeiden haar ouders het vertrouwen in Scientology op en verlieten de sekte. Jenna mocht niet mee. Ze mocht ze sindsdien amper zien, maar ja, daaraan was Jenna van kinds af aan gewend, dus dat het vier jaar duurde tot hun volgende ontmoeting, vond ze niet eens raar. Pas vijf jaar na hun vertrek durfde zijzelf eindelijk ook de sekte te verlaten.

Wat Jenna’s verhaal anders maakt, is dat haar oom David Miscavige sinds 1987 het hoofd van de sekte is. Oom David blijkt een laffe, achterbakse en inhalige potentaat. Wanneer een sekteleider zijn eigen broer verbiedt om z’n dochter te zien, en zijn eigen nicht aan de kinderarbeid zet, belooft dat weinig goeds voor gewone leden…

[Foto: Scientology Media, via Creative Commons; opening van dde nieuwe ‘org’ in Seattle, juli 2010.]


Aantal reacties: 6