Jacht

Max komt binnen en rent op een drafje langs de kast in de slaapkamer. Ze laat iets vallen en pakt het weer op. Ze gromt laag en ritmisch, bijna alsof ze tussendoor hijgt: ‘Gurrur rurrur rur, gurrur rurrur rur.’ Zodra ik haar nader om te zien wat er gaande is, draait ze zich om en loopt de hal in. Ook daar kan ik haar niet onderscheppen. Pas in de woonkamer ontdek ik dat Max een muisje te pakken heeft, een klein donkerbruin muisje, niet groter dan mijn Zippo.

Snel pak ik iets om de muis onder te vangen. Het diertje loopt langs een doos op de grond, zoekend naar een verstopplek. Max rent achter de muis aan, ik achter Max. Zij wint, ik heb dat niet eens door. Terwijl ik nog in de woonkamer bij de kast naar de muis loop te zoeken, heeft Max ’m op de keukenmat gezet en kijkt, nog steeds grommend, hoe hij daar langs de kastjes loopt. Michael zit in de hal te mauwen dat-ie niet snapt wat er gebeurt. Dropje is van schrik onder het bed geschoten, die raakt overstuur als een van de andere katten gromt.

Wanneer ik eindelijk doorheb dat het strijdterrein zich heeft verplaatst en de keuken in kom, pakt Max het diertje weer op en schiet achter me langs de hal in. Als ik haar ook daar volg kom, pakt ze haar muis en stapt door het kattenluikje naar buiten.

Als ik tien minuten later poolshoogte neem in de tuin, loopt Max geconcentreerd snuffelend, neus dicht langs de aarde, te zoeken waar haar prooi is gebleven. Voor de zekerheid maakt ze daarna nog een rondje in huis: geen muis te vinden. Gedecideerd stapt ze weer naar buiten. Ze zal hem krijgen!

Wie ooit zei dat een kat zijn vangst binnen brengt als dank voor het baasje, flatteert zichzelf. Die kat brengt de prooi naar binnen omdat het dan een thuiswedstrijd is.


Aantal reacties: 28