Pulsar

Deze week was de Nederlandse première van Pulsar, de tweede speelfilm van de Vlaamse regisseur Alex Stockman. Het is een low budgetfilm over high-tech problemen.

Samuel zit alleen thuis te Brussel: zijn vriendin Mireille is voor drie maanden naar New York vertrokken voor een stage op een chic ontwerpbureau. Samuel onderhoudt het contact met haar door te bellen, te sms’en, te skypen, te chatten en te mailen. Er klinkt onrust door in zijn voortdurende pogingen om contact te zoeken: de plotselinge afstand tot zijn lief doet Samuel geen goed.

Dan hapert de techniek. Mireilles stem vervormt soms, en de computer meldt ineens dat er een andere gebruiker op het netwerk zit. Samuel haalt er een deskundige bij die zijn netwerk beveiligt, maar dat helpt niet. Wanneer een tweede deskundige de netwerksignalen bij Samuel thuis meet, dringt tot hem door hoeveel andere netwerken ook zijn woning bestrijken.

Gaandeweg krijgt de achtergrondruis de overhand. Gestommel op de trap, contactgeluiden van de buren, gedruis van de straat, gezoem van apparaten: alles dringt zich ongefilterd aan Samuel op. Zijn het wellicht die signalen die zijn netwerk verstoren? Sam neemt een kloek besluit, hij verft wifi-werende verf op alle muren (bestaat echt!) en beplakt de ramen van zijn huis met een speciale coating: hij maakt van zijn huis een kooi van Faraday. Bellen doet hij voortaan met de oude bakelieten telefoon van opa. Toch blijkt iemand uit zijn naam een rare mail naar Mireille te hebben gestuurd. Hoe kan dat? Een hacker, een virus?

Maar ook de communicatie in de gewone wereld loopt uit de hand. Buren staan ongemakkelijk dicht op hem in de lift, de benedenbuurvrouw klampt hem steeds aan, de huisbaas komt zijn beloftes niet na. En op straat hoort Samuel wildvreemden flarden herhalen uit zijn gesprekken met Mireille…

Pulsar verhaalt hoe iemand langzaam de draad kwijtraakt onder de druk van aldoor kunnen communiceren, de druk van altijd bereikbaar zijn, de druk om meteen te willen vertellen wat je denkt. De film laat zien dat communicatie niet hetzelfde is als contact.

Matthias Schoenaerts (Samuel) speelt fenomenaal. Hij heeft een zware rol: Samuel is in vrijwel elke scène prominent in beeld. Bovendien slaagt Schoenaerts er wonderwel in om de ambivalentie van het verhaal tot het einde toe overeind te houden: verliest Samuel langzaam de greep op de realiteit, of is het de realiteit die Samuel een loer draait?

De film draait onder meer in Kriterion. Na de première mocht ik daar een kort vraaggesprek voeren met regisseur Alex Stockman. Hij bleek een bedachtzame, vriendelijke man te zijn, wars van elk pamflettisme. Niks luddisme, geen nostalgie. (Klik hier voor een ander interview met Stockman.)

Een van de mooiste scènes vond Stockman zelf het fragment waarin oude en nieuwe technologieën worden gemengd: Samuel bekijkt oude super-8 filmpjes van Mireille terwijl hij zijn iPod gebruikt als dictafoon en zijn verhalen en associaties bij de beelden inspreekt; die schrijft-ie uit in een lange brief. Met een oude Polaroid maakt hij foto’s van zichzelf tegen een achterwand bekleed met platenhoezen; ook die gaan in de envelop, samen met een liefdesleus gemaakt van de letters van een gesloopt toetsenbord.

Pulsar is geen technothriller en geen technodrama. Het is een film waarin iemand zachtjes en teder implodeert.


Aantal reacties: 9

  1. Elmo ≡ 12 Aug 2011 ≡ 11:29

    zo, weer wat nieuws geleerd vandaag.
    en een goede reden om naar de bios te gaan.

    mooi geschreven Karin !!

  2. W. ≡ 20 Aug 2011 ≡ 23:53

    Ik kan me er iets -veel- bij voorstellen. Trouwens, als het dan tóch misgaat liever imploderen dan exploderen, zo ….lievend ben ik dan ook wel weer :D

  3. Spaink ≡ 21 Aug 2011 ≡ 00:56

    W: mee eens, imploderen is liever, vredelievender, minder agressief. Maar ‘t is ook tragischer: niemand merkt het.

  4. W. ≡ 21 Aug 2011 ≡ 00:59

    … dan toch maar invisible tragisch… Liever ….lievend

  5. Janus ≡ 21 Aug 2011 ≡ 01:15

    Dit lijkt me een heel bijzondere film.

    Je kunt natuurlijk ook gek worden zonder (gebruik van) alle moderne technologiën, maar er is bij lange na niet goed onderzocht wat al die extra frequenties in de atmosfeer voor mobiele diensten enz eigenlijk met ons doen. Ik vrees, maar kan dat niet bewijzen, dat de hypernervösiteit – die naar mijn idee steeds meer zichtbaar wordt in de samenleving – deels daardoor veroorzaakt wordt.

    Maar leven in een kooi van Faraday – wat dan alleen nog maar binnenshuis soelaas biedt – is, voorzover ik weet erg ongezond. Maar ja, je moet wat tegenwoordig*. Het is dan kiezen uit twee kwaden.

    *Bedankt daarom voor de tip over de wifi-werende verf.

  6. Spaink ≡ 21 Aug 2011 ≡ 02:53

    Janus, wat ik zo mooi aan de film vond was dat Samuel zich juist door hun plotselinge fysieke afstand ineens zo angstig afhankelijk voelde van internet. Ineens wou hij zijn relatie met Mireille verzekeren, er bewijs van hebben, terwijl hij zich daar eerder nooit zorgen over had gemaakt. Zolang Mireille hem nabij was, was hij top. Het was de afstand die maakte dat-ie zachtjes instortte.

    Door internet meende Samuel die afstand telkens weer teniet te kunnen doen. Mailen met Mireille, skypen met Mireille, sms’en met Mireile, chatten met Mireille… Hij wordt bijna een stalker, hij wil steeds opnieuw bevestiging.

    Frequenties in de lucht? Ach, die doen helemaal niks. Tenminste: niks meer dan de tv of magnetron in huis, de hoogspanningskabels bij een treinstation of langs een trambaan, of de natuur zelf. Wie denkt zich tegen frequentiestraling te moeten beveiligen is nergens op aarde veilig.

  7. Janus ≡ 21 Aug 2011 ≡ 18:37

    Karin (6),

    Ik denk dat hetgeen je in de eerste twee alinea’s van je post 6 beschrijft, dat daarin de belangrijkste (emotionele) waarde van de film is te vinden. En dat geeft idd aanleiding om je af te vragen wat de aard van die soorten van communicatie is.

    Jouw stelling in je startpost: “De film laat zien dat communicatie niet hetzelfde is als contact.”, lijkt mij geheel terecht. Ongetwijfeld heeft communicatie via internet z’n waarde, maar contact? Nee, niet in die zin. (Zou Beatrix dan toch een soort van gelijk hebben?)

    Jouw beschrijving van deze film roept bij mij zelfs de vraag op of de opinievorming op internet niet vooral gedomineerd wordt door alleenstaande mensen, die dat gewone contact grotendeels ontberen.

    En dan bedoel ik voornamelijk de mensen, die er persoonlijke (niet beroepsmatige) blogs op na houden en de mensen die frequent op nieuwssites, blogs en fora enz reageren. Een trieste vraag, maar wel eentje om over na te denken, lijkt mij, vooral over wat dat betekent voor de aard van die opinievorming.

    Wat hebben gelukkige mensen – om het even zwart wit te stellen – op fora oid te zoeken? Erg weinig, denk ik. Ook Samuel zou er waarschijnlijk weer mee opgehouden zijn, zodra zijn vriendin Mireille weer terug zou zijn gekomen, denk ik. Maar dat ‘happy end’ zit niet aan de film, voorzover ik begrijp.

    Wat betreft de schadelijkheid van al die straling help ik je hopen dat die straling niks doet. Daar is het laatste nog lang niet over gezegd. De discussie daarover wordt ook in allesbehalve objectieve zin beïnvloed door grote belanghebbenden, om nog maar te zwijgen van de consument, die voor dit soort dingen liever de ogen sluit, vrezend al die gemakken en leuke speeltjes weer te moeten inleveren. Over alle voorbeelden, die je noemt is discussie. (Geweest wat de (buis)TV betreft, want die is inmiddels weg).

    Alleen voor de straling uit de natuur ben ik niet bang: de natuur was er eerder dan wij. Maar voor sterke afwijkingen van dat fragile natuurlijk evenwicht? Je zegt terecht: “Wie denkt zich tegen frequentiestraling te moeten beveiligen is nergens op aarde veilig.” En dat vind ik een verontrustende gedachte.

    Overigens wil ik je – deels off-topic – in overweging geven om je computer(s) in een (geaarde) kooi van Faraday op te bergen, tegen de tijd dat die grote zonnevlammen gaan uitbarsten. Dat zou volgens de NASA in 2013 gaan gebeuren.

    Zie: http://nieuws.nl.msn.com/home/einde-van-de-wereld-dichterbij-dan-ooit-%284%29

    Wat niet in dit artikel staat is dat die enorme electromagnetische winden grote schade aan al onze electronica en electronishe communicatie kunnen toebrengen met alle gevolgen vandien. Vandaar dat het handig kan zijn zo’n kooi van Faraday te gaan gebruiken.

    Maar al die technissche aspecten daargelaten, denk ik dat de sociale kant van de film het belangrijkste is.

    Groet, Janus.

  8. W. ≡ 22 Aug 2011 ≡ 08:29

    Ik heb gedurende lange tijd met een partner aan dezelfde tafel gezeten, in hetzelfde bed gelegen zonder ‘normale’ communicatie, zonder enige vorm van contact. Dat kan dus ook, alhoewel… de schade blijft groot. Ik ga Pulsar zeker zien!
    Terechte vraag Janus, over de opinievorming op internet, maar wat is de definitie van ‘gewoon contact’. En de combinatie met alleenstaanden? Ik voelde me vooral contactgestoord toen ik die meneer nog aan de keukentafel en in het echtelijke bed tegenkwam. Jij hebt het over een ‘trieste vraag’, waardoor ik me afvraag wat er met en/en is gebeurd.

  9. Janus ≡ 23 Aug 2011 ≡ 01:44

    Beste W,

    Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen op de regel, maar jouw situatie, die jij beschrijft moet wel een hele nare geweest zijn.

    Wat ik onder ‘gewoon contact’ versta in het licht van dit ‘gesprek’ over deze film, is dát contact, waarbij niet van de één of andere vorm van techniek gebruik wordt gemaakt om de communicatie tot stand te brengen. Telefoon uitgezonderd, want daarbij kan je elkaars stem tenminste nog horen. En ook gebruik van een een webcam, waarbij je mekaar dus ook nog kan zien, kan je als een (beperkte) uitzodering zien. Een ouderwetse papieren brief beschouw ik dus ook niet als ‘gewoon contact’ in deze zin.

    ‘Gewoon contact’ – je hebt me erover laten nadenken – is in mijn ogen dat contact, waarbij mensen in fysieke aanwezigheid van mekaar verkeren. Mekaar zien, mekaar horen en (eventueel) mekaar voelen.

    Dat daarbij ook situaties kunnen ontstaan, zoals jij al aangaf, waarbij mensen mekaar geheel negeren – ik neem aan dat daar spreke van was – en er dus géén sprake is van contact, dat is (helaas) maar al te (vaak) waar. (Ook ik ken daar een voorbeeld van.)

    Je kunt je überhaupt afvragen, ook als mensen fysiek in elkaars nabijheid vertoeven, in hoeverre er sprake is van contact. Hebben mensen een masker op? Liegen ze tegen mekaar? Doen ze alsof (zelfs in intieme situaties)? Allemaal vragen, die aan de orde zijn. Maar dat is weer een verhaal apart en valt nogal buiten het bestek van dit topic, denk ik – dat was ook niet het thema van de film – dus laat ik dat nu verder rusten.

    Alleenstaanden hebben – binnen mijn definitie van ‘gewoon contact’ – over het algemeen minder ‘gewoon contact’. Ook mensen, die geen baan (meer) hebben, hebben minder ‘gewoon contact. Vandaar dat deze groepen – om dat te compenseren – waarschijnlijk naar verhouding meer hun toevlucht zoeken tot surrogaat contact, dus ‘communicatie’ via oa internet.

    Waarom ik spreek van ‘een trieste vraag’ is, omdat het in mijn ogen iets triests heeft te moeten constateren – onder voorbehoud, want ik heb geen idee of hier ooit onderzoek naar is gedaan – dat het (vermoedelijk) de mínder gelukkigen zijn die op internet rondzwerven en er naar verhouding meer hun stempel op drukken.

    Zo kan ik me bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen dat moeders met (vooral jonge) kinderen veelvuldig aan fora ed zullen deelnemen. Waarbij ik onmiddelijk opmerk dat lang niet elke moeder met (vooral jonge) kinderen gelukkig zal zijn. Maar hoe dan ook: ze zullen er over het algemeen domweg de tijd niet voor hebben. En de afwezigheid van alleen al déze groep – op z’n minst grotendeels, neem ik aan – maakt dat de gemiddelde opinie op internet niet bepaald representatief is. Maar ook dit is een zijpad van dit ‘gesprek’, dus laat ik het hierbij.

    Groet, Janus.

Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *