Kortzichtig

‘Straks wordt het daar nog een tweede Iran…’ Hoe vaak is dat argument gebruikt om de ongewisse uitkomst te onderstrepen van de vele Arabische opstanden die zich momenteel afspelen?

De onderliggende boodschap van deze zorgelijke vraag is: jongens toch, laat alles maar beter bij het oude; voor je eigen bestwil. Plooi je liever naar deze dictatuur, anders zul je voor je het weet onder een andere dictatuur moeten leven. (Overigens is dat ook wat Mubarak, Khadaffi en al die andere Arabische dictators hun volk voorhielden: zonder mij was je overgeleverd aan de zeloten. Als we democratischer worden, kunnen we de religieuze fanaten niet buiten de deur houden.)

De glorieuze entree van de orthodoxe schriftridders afschilderen als het meest waarschijnlijke resultaat van deze democratische revoltes is naïef. Dat schrikbeeld is immers gebaseerd op het lomp bij elkaar vegen van een immens grote regio en doen alsof alles één pot nat is. Maar je kunt Egypte of Libië niet gelijkstellen aan Iran. Dat is kortzichtiger dan denken dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen katholieken en protestanten; het is geloven dat Remonstranten en de Zevendedagsadventisten volkomen inwisselbaar zijn.

De afstand tussen Cairo en Teheran is 2000 kilometer: da’s Amsterdam – Tiranha, Amsterdam – Lissabon, Amsterdam – Napels, of Amsterdam – Minsk. Zouden we onszelf ooit met eenzelfde gemak gelijkstellen aan Bulgaren, Portugezen, Zuid-Italianen, Wit-Russen? In eigen land gaan we er nota bene van uit dat Friezen en Groningers anders zijn dan Limburgers en Brabanders: een protestantse cultuur versus een katholieke, stijfheid versus gemoedelijkheid, strengheid versus toegeeflijkheid, eens-fout-altijd-fout versus afkopen.

Met welk recht gooien we alle Arabische landen en alle varianten van de islam wel op een hoop? Welk argument is er om ze als uniform te beschouwen? Om het feilen van de ene groep zonder voorbehoud aan de andere groep toe te schrijven? Zo schakelen we alles en iedereen gelijk aan de slechtst denkbare variant van de islam. Dat is precies wat de gehate ayatollahs doen: zichzelf tot maatstaf maken, tot dragers van de enige echte islam.

Regionale culturele en religieuze verschillen ontkennen leidt er paradoxaal genoeg toe dat we juist die groepen afvallen en beschimpen die een vrijere opvatting van de islam voorstaan. Er zijn, ook in de Arabische landen, veel mensen die staat en religie juist wat uit elkaar willen trekken, die religie niet als enige leidraad zien en die een soepeler islam voorstaan.

Wie oprecht bezorgd is over de toekomst van de Arabische landen, moet ophouden deze meer wereldse groepen te ontkennen en hun belang te bagatelliseren. Juist zij verdienen onze hartelijke steun.

Op het schrikbeeld van Iran hameren is op een tweede manier kortzichtig. Natuurlijk weten de opstandige Tunesiërs, de Egyptenaren en de Libiërs ook wat daar na de revolutie van 1979 is gebeurd. Waarom geloven we dat zij niettemin blind in die veertig jaar oude val zullen trappen? Waarom menen wij dat ze een geschiedenis moeten herhalen die bovendien niet de hunne is?

Wis ook demografie niet uit. In alle opstandige landen vormen jongeren tussen 20 en 35 de grootste bevolkingsgroep. Jonge mensen die geschoold zijn, die vertrouwd zijn met moderne communicatiemiddelen, die hun informatie overal ter wereld vandaan halen, die vrijheid en rechten opeisen, die zelf keuzes willen maken, die religie met een korreltje zout nemen. Jongeren die grote leiders spuugzat zijn – militaire én religieuze.


Aantal reacties: 85