Buurtgedichten

Wil Merkies heeft eerder een boek samengesteld met verhalen over de Amsterdamse Oostelijke Eilanden. Nu verschijnt er een nieuw boek over deze buurt, opnieuw door haar samengesteld: zestig gedichten van buurtbewoners, met bijdragen van onder meer Dolly Bellefleur, Aat Veldhoen en Kester Freriks. Het boek werd vandaag gepresenteerd. Ik mocht het voorwoord schrijven.

Minimetropool

’t Is een rare buurt, geboren uit een trosje schiereilanden: een dorp midden in de grote stad. Een minimetropool, ingeklemd tussen het afluistercentrum van de marine, de hoofdstedelijke krant en Artis. Een dorp waar mensen ’s zomers vanaf hun balkon in de kersvers aangelegde gracht kunnen duiken, en waar alleen de meeuwen even hard kunnen krijsen als de scooters die door de straat en over de stoep scheuren. Waar het ’s avonds niettemin zo goddelijk stil kan zijn dat je de zeeleeuwen in de dierentuin kunt horen loeien.

Een dorp waar elk jaar het Aardappeloproer feestelijk wordt herdacht, vlakbij een voormalige kerk met een vierkant kruis als plattegrond. Een dorp met hechte clans en met veel straatleven: kletsende vrouwen op bankjes, pralende jongens met strak gekamde haren, spelende kinderen op straat, buren die uit het raam hangen voor een praatje. Een dorp waar je de ruzies van de bovenburen hoort en waar mensen op straat elkaar in het passeren vriendelijk toeknikken. Idyllisch.

Een dorp ook waar de gemeente doet wat wij niet willen en niet doet wat we wel graag zien: geen dagmarkt, geen goedkope supermarkt, en bijna geen lijn 22 meer. Wel hoogbouw waar die niet was gepland, en kwijtgeraakte brievenbussen, en een voormalig postkantoor dat steeds opnieuw leeg staat. Soms roert de buurt opnieuw de aardappelen op, en dat helpt. Soms. Een beetje.

Een dorp met een speeltuin gebouwd op gif, met een monsterlijk beeld op een plein dat maar niet uit de verf wil komen. Waar schrijvers wonen en kassamevrouwen, brave travestieten en overspelige huisvaders, gebogen oude dametjes en kaarsrechte stoere binken. En veel dichters.

Klein Amsterdam. Mooi Amsterdam.

Karin Spaink
20 juli 2009


Aantal reacties: 7

  1. Tess Jungblut ≡ 09 Oct 2009 ≡ 20:28

    Hoi Karin,

    Ik woon in het OHG en ik herken vrijwel niets van hetgeen jij hierboven beschrijft. Wel interessant natuurlijk!

    Groet,

    Tess

  2. juzo ≡ 10 Oct 2009 ≡ 09:57

    Schrijven en lezen van ‘n boek is, op de loop gaan met je verbeelding. Voorwoord schrijven van ‘n boek is, verlengstuk zijn van ‘t boek en dat is dus, op de loop gaan met je of ieders verbeelding. Spainkie doet dat hier aardig, en ‘t is best leuk beschreven. Goed gedaan. Ze kán wel wat….. Als ze maar wíl.

    De werkelijkheid beschrijven (of ‘t allemaal bestaat) doet ‘t boek niet. ‘t Bevat gedichten, en dat is op de loop gaan met ieders verbeelding. Dat doet dus natuurlijk ook, het voorwoord.

    Het is leuk dat ‘t voorwoord al, en ‘t boek in de fantasie van ‘t dichtwerk ‘n andere wereld neerzetten dan de echte werkelijkheid.
    ‘n Stijlfiguur die niet zo vaak beoefend wordt, bij voorwoorden.

    ‘~_~/’

    Ik zal ‘ns kijken of ik ‘t koop. Als ‘k ‘t ergens zie liggen.

  3. Ans ≡ 10 Oct 2009 ≡ 11:26

    Karin, dit is poëzie, je bent zelf een dichter!
    (ik wist het)

  4. Janiek ≡ 10 Oct 2009 ≡ 17:27

    Ans heeft het al gezegd :-)! En terecht!

  5. Esther ≡ 23 Nov 2009 ≡ 23:36

    Hallo Karin,

    Komende maand vieren we een feestje dat onze uitgeverij exact tien jaar in het voormalige postkantoor op Wittenburg is gevestigd — en met veel plezier. Naast een studio voor graphische vormgeving en een redactie hebben we er ook een kleine expositieruimte. Zo had ik er vanmiddag bijvoorbeeld een gesprek met de hoofdredacteur van ‘Zij en Zij’. Jammer dat het postkantoor geen postkantoor meer is, maar wij zitten er inmiddels dus al vele jaren.

    Net als jij ben ik verslingerd geraakt aan deze buurt. Eens een kop koffie drinken, (bijna) buurvrouw?

    Groeten,
    Esther

  6. Spaink ≡ 23 Nov 2009 ≡ 23:40

    Zitten er mensen, daar? Het pand ziet er dichtgeschilderd uit, zodat ik werkelijk dacht dat het al jaren leeg stond – hoewel er een paar maanden geleden geverfd werd, ik kreeg warempel goede hoop op bewoners.

  7. Esther ≡ 24 Nov 2009 ≡ 00:13

    Nou, die hoop was dus gegrond, met terugwerkende kracht. Wij zijn er vaak zeven dagen per week, bijna twaalf uur per dag te vinden. Om acht uur ‘s ochtends open ik de boel, gaan de luiken omhoog en floept het licht aan. Dat het geen open ruimte is, is onder meer vanwege de inbraken waarmee we te kampen hebben gehad toen we nog in een ‘etalage’ zaten.

Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *